zaterdag 20 april 2019

Dagboek Nieuw-Zeeland (53); Aotearoa

11/03

Geen trip naar White Island dus. We zien de stomende vulkaan liggen als we om 12.45 uur van de B&B de 100 m afgelegd hebben naar het strand. We lopen zeven kilometer naar het noorden langs het water. Wat een rust op zo’n prachtig strand. Er zijn wat wandelaars. Tussen de middag lunchen we onder de parasol bij Quay Café Ohope. En dan lopen we dezelfde aantrekkelijke route weg richting ‘huis’. Onderweg pakken we wat mooi gekleurde schelpen mee.

Het is 25°C en warm. Ik zoek afkoeling in de zee. Het water schat ik op 21°C. Als ik na het duiken in de branding de straat oversteek, kom ik Miria en Taroi tegen, onderweg naar hun dagelijkse duik (met waterboard). Het is voor (deze) gepensioneerden niet kwaad toeven hier. Eenmaal thuis ‘afgedoucht’ ga ik terug naar het strand om drie kwartier hard te lopen. Onze B&B-hosts komen net het water uit als ik bij de rij parasoldennen het flinterdunne rijtje duinen passeer.

Wat een lekker weer om 17.30 uur. De wolken hebben zich de hele dag mooi boven het binnenland opgetast.
Het is eb; er zijn heel veel oystercatchers actief. Dat beest met zijn lange snavel heet in het Nederlands voluit Nieuw-Zeelandse zwarte scholekster. In tegenstelling tot andere vogelsoorten hier is deze vogel niet bedreigd. Sterker nog: het aantal neemt toe. 

Als ik thuiskom heeft Miria aan mijn vrouw gevraagd of we soms even in de spa willen. Hup opnieuw douchen en even later zitten we in het bubbelbad; goed voor onze spieren. En daarna nog een keer onder de douche om de chloorgeur te verwijderen.

De zon gaat achter de heuvels onder: tijd voor een glas witte wijn voor onze cottage. Het wordt de pinot gris 2018 die we - het lijkt al weer zo lang geleden - na een kleine proeverij bij Clearview in Hastings kochten.

Op de voorzijde van onze cottage bevindt zich het nodige houtsnijwerk: beschermende figuren uit de Maori-traditie. Een octopus in de nok, walvissen en andere zeebewoners aan de zijkant. Ik vermoed dat ze met genoegen toekijken hoe wij genieten van hun land Aotearoa. Het tegenhouden van muggen zit kennelijk niet in hun takenpakket; om 20.00 uur gaan we de cottage in om daar wat te eten.

Dagboek Nieuw-Zeeland (52); vis

10/03
Om 07.00 uur meid ik me bij B&B-host Taroi om samen te gaan vissen in ‘the harbour’. Hij blijkt de afgelopen nacht twee keer opgestaan te zijn voor het prepareren van het aas en het voer.

Het overvalt me een beetje als de motorboot uit de garage wordt gehaald. De haven, ‘the harbour’ blijkt de naam van de lagune achter het huis. Niks houten pieren met dito balustrade: we gaan het water op. Mmm, not really my cup of tea. Toch? Zwemvest aan. 

Even later ploegt de motorboot Moanarua (Twee Zeeën) zich door een geul tussen de branding links en die aan de rechterkant. Drie kilometer voor de kust gaan we voor anker. Taroi meldt onze positie bij de kustwacht. Het is hier 20 m diep en de sensor heeft vis gedetecteerd. Deze trekt bij opkomend tij, nu dus, richting kust. We doen stukken halfbevroren aas aan de twee haken van de onderlijn en beproeven ons geluk. 

Het uitzicht is naar alle kanten prentbriefkaart mooi. Whale Island aan de ene en White Island verderop aan de andere zijde. En voor we het in de gaten hebben, moet Taroi slaan: een flinke vis. Voor hij het beest boven heeft, gaat het van de haak. Taroi zal er deze ochtend nog een aantal keren op terugkomen. Dan halen we kort achter elkaar een aantal flinke exemplaren binnen. 
Als het te rustig wordt, gaan we twee km verder liggen waar een school vissen aan de oppervlakte jaagt. Een korte tijd krijgen we het druk, waarbij Taroi onverbiddelijk de te kleine exemplaren (in mijn ogen best flinke jongens) terug (laat) gooien.
Taroi meldt ons onder dankzegging af bij de kustwacht en we gaan met 1,5 m vis (een kahawai en twee rode snappers) naar de wal. Ruim voldoende voor een avondmaal met vier personen.

Na een duik in de Stille Oceaan (met waterboard) informeren we in Whakatane bij het VVV naar de mogelijkheden om White Island te bezoeken. Vanmorgen was dit eiland vanuit de boot goed te zien. Kenmerkend is de witte wolk stoom die uit de krater rijst. Het blijkt dat pas op woensdag a.s. er plaats is op de ferry. Daarmee houdt het op. Dit kan ook op de lijst van ‘Doen We De Volgende Keer’. Tien weken in NZ is onlangs de lengte van de tijd, te kort om ‘alles’ te zien. Is ook goed. We doen het met de video die bij het VVV in een zijruimte wordt gestart.

White Island kreeg deze naam van kapitein Cook in 1769; de Maori’s gebruiken Whakaari. Het is dezelfde Cook geweest die de naam Bay of Plenty muntte. Hij zag dat er hier veel prachtige dorpen en tuinen waren. Die zijn er nog steeds in dit stuk van die baai. 

B&B-host Taroi bereidt om 19.00 uur de filets van de verse vis op de bbq. Miria en ik tekenen voor de rest van de maaltijd. Het wordt opnieuw een lekker en aangenaam samenzijn. 


Dagboek Nieuw-Zeeland (51); Whirimako


09/03
We kunnen Rotorua niet verlaten alvorens een wandeling te maken 
door de Redwoods. NZ is voor een deel ontbost ten behoeve van de veeteelt en de houtindustrie, terwijl er ook percelen zijn aangeplant voor de commerciële bosbouw. Een voorbeeld van dat laatste is het Whakarewarewa Forest, dat met een koosnaam ‘Redwoods’ genoemd wordt. 

In 1899 werden er 170 soorten uitheemse bomen geplant. De soorten die de beste resultaten opleverden, zouden ter exploitatie grootschalig neergezet worden. Toen een aantal soorten niet levensvatbaar bleek, kwam op de vacant gekomen 6 hectare grond in 1901 de Californian Redwood Pine terecht. Daardoor kunnen we anno nu door een stuk bos lopen waar hoge knoeperds van die soort majestueus staan te zijn. Natuurlijk wil ik voor zo’n joekel op de foto. 

Ik bel de volgende B&B en spreek in dat we daar tussen 17.00 en 18.00 uur hopen te zijn. We kiezen uit de reeks van paden de Tokorangi Pa Track, 11,5 km waarover we drie uur en vijftien minuten lopen. Het is flink bergop, waarbij we ook door percelen witte eucalyptus, douglasspar en de steeds aanwezige (en prachtige) varenboom gaan.

We rijden verder. Eerst langs Lake Rotorua gevolgd door een reeks andere meren en meertjes. Dan zien we de Stille Oceaan liggen: we zijn in Whakatane, Bay of Plenty. Iets verderop stoppen we in Ohope Beach ‘om de zee en het schelpenrijke strand te bewonderen en er koffie en thee te drinken. 

Om iets over 17.00 uur melden we ons bij Miria en Taroi Black in Ohope Harbour. We zijn de komende drie dagen te gast in hun B&B. De cottage is aan de buitenkant voorzien van gekleurd Maori-houtsnijwerk: beschermers uit de zee. We moeten maar snel een aperitief komen gebruiken.

Als we een halfuur later bij het echtpaar op het terras zitten, komen allerlei zelfgemaakte chutneys en andere lekkere dingen op tafel bij de wijn. Al snel is de Maori-cultuur het onderwerp van gesprek. Een en ander leidt ertoe dat de borrel overgaat in een gezamenlijk avondmaal waarin de restjes van gisteren op moeten. In feite wordt er van verse groenten en fruit op de bbq een vegamaaltijd met ei gemaakt door Taroi. Onze bijdrage is een bijna volle fles witte wijn en twee flessen donker bier uit eigen voorraad. Voorafgaande aan het eten spreekt Taroi in het Maori een ‘dank voor de maaltijd’ uit. 

De muziek is prachtig: jazz. Sarah Vaughan? Daarvoor klinkt de opname te nieuw.  De zangeres blijkt Whirimako Black, zus van Taroi. Gelauwerd en wereldberoemd in NZ en Australië. We zijn allebei ogenblikkelijk weg van haar prachtige stem. We bekijken de hoes: een krachtig gezicht, voorzien van een ‘moko’ op haar kin. Zo’n tattoo - moko kauae bij vrouwen - geeft ingewijden duidelijkheid over haar genealogie, status en andere zaken. Voorouders en afstamming zijn belangrijk binnen het ‘tribale’ leven van de Maori’s. 

Terwijl wij met Taroi aan de praat zijn, gaat Miria (77 j en vol energie) op enig moment dansen in het diffuse licht van de huiskamer. We stoppen het gesprek en kijken stil toe hoe ze op de muziek van de jazzzangeres een moderne uitvoering geeft van de Maori Kapa Haka waarbij ze ook de pois (pom poms) hanteert. Een bijzonder moment. 

We hebben een goed gesprek. Een pracht ontmoeting waarin we proberen de kern van elkaars levenswaarden te leren kennen. Intens. We ervaren dat we toegelaten worden in een voor ons onbekend privé-eigendom waarvan Miria en Taroi graag zien dat wij er kennis van krijgen. 

Voor we naar onze cottage gaan, spreken Taroi en ik af morgenvroeg te gaan vissen in ‘the harbour’. De zee moet wel rustig zijn om de vissers welkom te heten. ‘En ik wil ‘s avonds vis op de bbq’, lacht Miria. 

maandag 15 april 2019

Dagboek Nieuw-Zeeland (50); gebrobbel en geblup

08/03
De meeste adressen waar we verblijven, zijn B&B’s. Vaak is het ontbijt inbegrepen en dat wordt bijna altijd in de gezinshuiskamer genuttigd. Als er ook andere gasten zijn, gebeurt dat aan een gemeenschappelijke eettafel. (Een paar keer was ook het avondmaal inbegrepen: op afgelegen plekken in de Catlins en de Westcoast, beide op het Zuidereiland.) Sommige B&B’s hebben een (kleine) kookgelegenheid om zelf de avondmaaltijd te bereiden. Voor (zelfstandige cottages) geldt dat ook.

Hoe de variant ook is, altijd blijken gastvrouw- en -heer zeer betrokken. Ze vormen een belangrijke bron van informatie voor het inrichten van je ‘programma’.

In Rotorua is Ken zo iemand. Hij adviseert ons om buiten de gebaande wegen te gaan binnen de grote hoeveelheid van wat deze stad en haar interessante omgeving te bieden hebben. Zo bezochten we vrij snel na aankomst een aantal meren. En kozen we voor de dagen erna Te Puia, Waimangu Volcanic Valley en Kerosine Creek. Ken praat graag over zijn land. Er zijn veel specifieke en algemene onderwerpen om over van gedachte te wisselen.

Vrijdag staan wij om 12.00 uur bij de kassa van Waimangu Volcanic Valley. Met een uitgebreide Nederlandstalige beschrijving gaan wij op pad. Er zijn 32 punten beschreven. De info is aangeleverd door een tweetal onderzoekers van gerenommeerde instituten. Dus lezen we van alles over de opbouw van het landschap, de ‘creatieve’ werking daarop van een aantal vulkaanuitbarstingen, de ondergrondse loop van water, gassen, stromingen, de chemische reacties aan de oppervlakte en het omstaan van de kleuren die we zien in het water en op de rotsen.

De mooi aangelegde route door het regenwoud leidt langs oude en jongere kraters, meren, stroompjes. Overal stoom, gebrobbel, bluppende modder, opborrelend water, warmte. Een geweldige ervaring. We roepen voorgaande wandelingen in herinnering die we de afgelopen decennia maakten in gebieden met actieve ‘thermale’ activiteiten: Indonesië, de VS, de Azoren, de Canarische Eilanden. De vallei waar we nu lopen, spant door variatie en schoonheid de kroon.

Er zijn meer bezoekers; we lopen elkaar niet in de weg. Verre van dat. Af en toe valt er wat regen. Twee keer giet het kort en dan steken we de bij de entree geleende plu’s op. Verder blijft het zonnig en aangenaam kortebroekenweer met 22°C.

Dan komen we aan Lake Rotomahana, waar we in een kleine baai zeker honderd zwarte zwanen zien. Toen op 10 juni 1886 de nabijgelegen vulkaan Tarawera uitbarstte - we zagen deze berg afgelopen woensdagmiddag - veranderde de wijde omgeving. Zo raakte het dorp Te Wairoa bedolven. Mensen kwamen om, huizen en hotels werden verwoest, meren verdwenen, nieuwe ontstonden: de landkaart moest opnieuw ingevuld worden. De aardkorst is op deze plek nog steeds dun.

We lopen van het meer - punt 32 - terug naar punt 28, bus stop 2. Als we in de shuttlebus stappen, begint het te stortregenen. Eindelijk neerslag in dit land dat een zeer droge zomer kent en een permanente code rood vanwege brandgevaar.

Na 15 minuten neemt de heftigheid af. We pakken de auto en rijden richting Kerosine Creek. Ken raadde ons deze plek aan als alternatief voor een spa. Het warme water van de rivier is populair, ook bij lieden die op de afgelegen parkeerplaats graag volgepakte campers, busjes en andere wagens openbreken. ‘Geloof niet dat ZN een plek zonder criminaliteit is’, zei Ken gisteren. Dus heb ik vanmorgen de Toyota helemaal leeggemaakt voor we op pad gingen. En als we naar het riviertje lopen, staan in de wagen alle kleppen en kastjes open. Inmiddels is het nagenoeg droog.

Het watertje kronkelt door het regenwoud. Er zijn kleine watervalletjes waar mensen een warm bad nemen. We vinden een flinke kom achter een stuk rots waarover de stroom schuimend naar beneden komt. In een mum zijn we omgekleed in zitten we in het warme water. De naam doet qua geur zijn naam eer aan. Met zeven mensen in deze grote badkuip hebben we alle ruimte.

Na een kwartiertje komt een groep van zo’n 20 jonge mensen over het pad: Amerikanen. Enthousiast laten zij zich te water, waarop ik het pierenbadje verlaat om als eerste, via de truc met het badlaken, de zwem- voor de korte broek in te ruilen. Als mijn vrouw zich om staat te kleden, komen ook de jonge Amerikanen uit de ‘pool’. Niks gejongleer met handdoeken: meteen de kleren aan over natte bikini’s, badpakken en tot de knie reikende zwembroeken. Gemakzucht? Gehardheid? Of toch uit pudeur? Misschien zijn hun handdoeken net vandaag in de was.

En dan rijden we weer naar Cottage Azalea in Rotorua. De lucht is effen grijs, de temperatuur is tot 15°C teruggevallen en wanneer we bij New World nog wat in huis gehaald hebben voor het avondeten, vallen de eerste druppels. Dit keer een malse bui die drie uur lang de varenbomen en ander gebladerte in de tuin rond ‘ons’ huis laat ruisen.

Voor de zoveelste keer die dag neurie ik onder de afwas (heel zacht) het 'Stoomlied' van Ed en Willem Bever (klik).



Dagboek Nieuw-Zeeland (49); 'Big Splash'

07/03
We volgen het nieuws in Nederland. Het echtpaar Van Oranje bezoekt Duitsland, Ajax wint, Yolanthe en Wesley stoppen met elkaar. Het blijft me verbazen hoe BN’ers zich in de sociale media gedragen. Kondigt het scheidende duo een persstop af, zet de voetballer op Instagram dat hij het verknald heeft. Waarom vindt hij dat hij dit feit kan of moet ‘delen’ met de massa? Is hij ‘ons’ verantwoording verschuldigd? Schei toch uit met die flauwekul. (Terwijl ik stiekem wel wil weten wat ie mispeuterd heeft. Eerdaags zal wel iemand - een goede kennis van hem - uit de school klappen.)

Hier broeit het ook. Vooral ondergronds: kokende aarde, geisers, warmwaterbronnen. Toen ik vanmorgen naar buiten keek, zag ik richting Lake Rotorua een grote stoompluim. Vandaag gaan we die rokende wereld nader bekijken: de kaartjes zijn al gekocht. 

In de reisgids NZ van National Geographic staat de volgende zin over Rotorua: ‘U vindt hier bijna elke activiteit die NZ te bieden heeft, behalve misschien zwemmen met dolfijnen’. Ook nu volgen wij het advies van Ken en bezoeken Te Puia, een Maori-park. 

Gelet op het aantal bussen en auto’s is Te Puia ook in het naseizoen populair. Er staat om 11.15 uur een kleine rij aan de kassa; dankzij onze reservering kunnen we snel door. Zonder enige hapering leest de dame van het snelle loket mijn voor- en achternaam voor. Geen eenvoudige opgave voor een niet-Brabo.

We lopen ons warm bij Maori-beelden en een -boot. Die laatste is een ‘waka tua’, een oorlogskano. De grootste exemplaren kunnen tot 30 m lang zijn en 100 roeiers tellen. De boot die hier staat, is iets bescheidener. Prachtig.

Na wat ‘geroken’ te hebben aan de thermale verschijnselen gaan we richting marae, de ontvangstruimte voor het ‘gemeenschapshuis’. Onze tickets voor de voorstelling van 12.15 uur worden gecontroleerd en we gaan (keurig) in de rij staan. 

De afgelopen weken hebben we nauwelijks nog Chinezen gezien. Vandaag zijn ze - met eigen gidsen - duidelijk aanwezig. Op volgorde gaan staan, hebben ze ondertussen nog niet geleerd. Ook zonder camera’s met gezichtsherkenning weet een strenge Maori-wacht duidelijk ieder op zijn/haar plek te houden. Wat Chinezen komen voor ons staan. Niemand reageert. Dit is me te dol: 'You've got to queue up like everybody!' zeg ik streng. 'We want to stand in the shadow', luidt het verweer. Na enig aandringen verdwijnen ze naar achteren.

Er is een officiële ontvangst met dans en zang op de marae - het veld - voor de zaal. Tijdens de toespraak wordt een Engelsman (altijd een Engelsman volgens de Maori-gastvrouw) gevraagd om blad van de zilvervaren van de grond op te pakken als teken van vriendschap. Omdat we behoorlijk op tijd aanwezig waren, staan we (nog steeds dus) vooraan en zien alles goed. Daarna trekken we op richting ingang en dankzij de wacht die zijn aandacht niet laat verslappen, belanden wij binnen op de eerste rij. Bij een voordringende Chinese hoef ik nauwelijks een sliding uit te voeren. En dat allemaal in dit overgereguleerde en beleefde land.

In het rijkversierde gebouw begint de voorstelling met een reeks gedragsregels. De wijzen kwamen uit het Oosten; op het zuidelijk halfrond moeten ze in een andere richting gezocht worden. Dus krijgt wie geen Engels lijkt te verstaan, overduidelijke aanwijzingen vanaf het toneel: blijven zitten, ja jij daar, en houd geen opnameapparatuur boven je hoofd. Waarna een optreden volgt dat klinkt als een klok, met zang, dans, spel, vaardigheidsdemonstraties en een duidelijke toelichting. De boventoon is vrolijk in vergelijking met de (oorlogszuchtige) kapa haka die we eerder in Te Papa zagen. 

Aansluitend begint om 13.00 uur een rondleiding. Onze vrouwelijke gids is naast kundig (uiteraard) ook bijzonder humoristisch. We bezoeken het kiwi-huis (met toelichting), de warmteverschijnselen (met toelichting) waarbij de Pōhutugeiser letterlijk en figuurlijk een spectaculair hoogtepunt vormt. De ‘Big Splash’ is de grootste (hoogste) geiser van het zuidelijk halfrond en ‘ontploft’ 20 keer in 24 uur. 

Het dorp waar de iwi (stam) van de gids woont, ligt iets voorbij deze hete fontein. We zien de begraafplaats met witte bouwsels en gesneden beelden. Ze wijst ons op de warmwaterpoel waar de kinderen na schooltijd komen zwemmen. Terzijde: in een aantal putten met heet water wordt ook gekookt. 

Hier wordt het hete water niet langer als energiebron gebruikt: de warmte-onttrekking leidde tot het doven van de thermale activiteiten. Voor één plek wordt een uitzondering gemaakt: voor het ziekenhuis.

Het sluitstuk van de rondleiding is een bezoek (met toelichting) aan een aantal traditionele gebouwen (veel houtsnijwerk) en de moderne school voor ‘graveer’- en houtsnijkunst. De houtsnijders-in-opleiding houden de beitel/guts net iets anders vast dan mijn opa en peetoom van moederszijde dat deden: die hadden als steenhouwer hun beitel op de pink liggen. We zoeken samen naar een verklaring voor dit verschil. De leermeesters geven aan dat dit nu eenmaal hun aanpak is. Moet ik thuis toch eens nazoeken. Zit 't 'm in de hardheid van de steen?

De Maori-cultuur kan zich in een revival verheugen. Zo krijgt het onderwijs in de tweede officiële taal van NZ weer veel aandacht. De gids vertelt dat haar oma nu ook op een taalcursus van (nota bene) haar eigen taal zit. In de tijd dat die generatie de school bezocht, werd het Maori genegeerd. 

Dan hebben we het wel gehad. Moe en met een tevreden gevoel zoeken we de auto op en rijden we naar ‘huis’ waar we met Ken nog een uur zullen nakletsen.





Dagboek Nieuw-Zeeland (48); varken en fluit

06/03
Aswoensdag. Hier was absoluut niks te merken van carnaval. Soit.

Om 10.30 uur nemen we afscheid van Fiona en gaan, voor we Napier verlaten, eerst de benzinevoorraad op peil brengen. Dat is iets wat we ons hier aangewend hebben: naar het volgende adres vertrekken met een volle tank. Wie weet wanneer je weer een wegstation tegenkomt.

Staat het record 140 km, iets voorbij Napier wordt aangegeven dat we over de volgende 130 km tot Taupo geen benzinestation zullen tegenkomen. Waarom ook, er woont nauwelijks iemand. Weliswaar telt het Noordereiland meer volk dan de evenknie in het zuiden, er zijn ook hier grote ‘kale’ stukken. Pas als later de bergen overgaan in een vlakte met bossen, bloeiende hei en later weiland, zien we hier en daar weer een huis staan. Bij Lake Taupo is de bewoonde wereld opnieuw helemaal aanwezig.
Aan het grote meer eten we onze boterhammekes op. In onze koeltas zit nog wat oud brood. Daarmee raak je populair onder de meeuwen en eenden die wel zeer spontaan naar je toekomen.
Mooi uitzicht, fijn weer, 25°C.

Daarna zijn de 75 km over een minder bochtige weg naar Rotorua niet zo ver meer. Zoals er een Weinstrasse bestaat, rijden we hier over een weg met links en rechts ‘aardwarmte-activiteiten’: hete bronnen, zwavelbaden, energie-uit-stoom.

Rotorua staat bekend om vulkanen, warme bronnen (water en modder; het ruikt er bij binnenkomst wat zwavelig), Maori-cultuur, meren en bossen met grote rode dennen. Het meer waar we vanuit onze kamers in de B&B op uitkijken, is Lake Rotorua.

Na 16.00 uur gaan we op aanwijzing van Ken, onze nieuwe gastheer, nog enkele meren bekijken. Het eerste is Lake Tikitapu, het blauwe meer. De kleur ontstaat door de reflectie van lucht en licht in het water waarin een bepaalde steenstof zit. Vanaf hetzelfde observatiepunt is het aanpalende Lake Rotokakahi te zien, het groene meer. Hier is de kleur te danken aan de bodembedekking.

Een stukje verderop ligt Lake Tarawera. Deze forse waterplas biedt een mooi uitzicht op Mount Tarawera 1.111 m, een uitgedoofde vulkaan. Er valt hier nog veel te wandelen en te zien. De wolken boven Lake Tarawera worden mooi gereflecteerd in het water.

Tegen 18.00 uur parkeren we in het centrum van Rotorua, vlak bij het opvallende postkantoor. Net om de hoek stappen we binnen bij Historic Pub Pig & Whistle. Prachtnaam; typisch Engels. Gezellige tent, dit oude politiebureau, met bier van de tap en ‘good pubfood’. Later zal Ken ons de naam verklaren. De Engelsen noemen een bink een ‘pig’, en die agent blaast op zijn dienstfluit.

Het was opnieuw een volle dag.

zondag 14 april 2019

Dagboek Nieuw-Zeeland (47); jan-van-gent

05/05
Gids Graham van Gannet Safaris Overland heet ons om 09.30 uur welkom in Clifton Bay voor een toer van drie uur over privéterrein (langs en vooral) boven Hawke’s Bay. Aan zee gaan de steile wanden 150 m naar beneden.

Het schiereiland werd in de 19de eeuw gekocht door een afgezwaaide officier die in Brits-Indië gediend had. Hij ging in NZ schapen houden. Zijn huis had hij in stukken gezaagd en in een eigen schoener meegevoerd om op die manier direct in een onderkomen te voorzien. Inmiddels is de zesde generatie Gordon aan zet. Een deel land van het ‘cattle station’ werd in de loop van de tijd verkocht. Op dat deel wordt niet meer geboerd sinds de rijke Amerikaan Julian Robertson het in 2001 overnam en er een golfresort op bouwde. De aanleg is gedaan in goed overleg met het ‘buurtcomité’. Vertegenwoordigers daarvan tonen zich, als wij ernaar vragen, tevreden met de instelling van deze eigenaar. Met het oog op het vasthouden van water voor de exploitatie is er veel bos herplant.

Op het uitkijkpunt bij de kliffen zien we in de verte de besneeuwde toppen van de vulkanen die we zondag passeerden. De weg onder langs de steile hellingen is voorlopig gesloten. Nog niet zolang terug zijn twee wandelaars door een onverwachte steenlawine flink gewond geraakt. Wij blijven dus boven.

Het grasland is zeer heuvelachtig en het kent kloven en bulten. Een fijnmazig hek omgeeft een vogelreservaat waar 140 kiwi’s leven; een deel van de dieren is voorzien van een zendertje.

Halverwege stoppen we bij een baai waarvoor de naam Kidnappers Bay is bedacht door kapitein Cook. Zijn tolk - afkomstig uit de Zuidzee - werd tijdens ‘onderhandelingen’ in de baai, op enig moment ‘ontvoerd’ door de Maori’s. Cook liet het vuur openen en in de consternatie zwom de tolk terug naar de boot van de Engelse ‘ontdekkingsreiziger’.

Dan komen we aan bij een grote kolonie van zo’n 3.000 jan-van-genten. Een natuurfilm in het echt. Fantastisch. We blijven er van zeer dichtbij naar kijken. De dieren foerageren bij voorkeur in een visrijk zeereservaat 20 km verderop.

Daar duiken van 140 km p/u de zee in, gaan tot 25 diep, pakken hun prooi en schrokken deze op het water naar binnen. ‘Gannet’, licht Graham toe, zou in het Engels schrokop betekenen. Later lees ik op Wiki dat gannet en (jan-van-)gent etymologisch eenzelfde voorvader delen.

Graham is in het busje uiteraard vaak aan het woord. Ook hij heeft een ‘eigenaardigheid’ waar wij in het begin wat aan moesten wennen. NZ hebben het over igg (egg), pirents (parents), lift (left). cireful (careful), repire (repaire).

Na een smakelijke lunch bij Hygge in Clifton Bay, Te Awanga gaan we voor een ‘toetje’ naar de proeverij van Winery Clearview. Na drie gratis bodempjes gaat een fles chardonnay mee. We zoeken de auto op die geparkeerd staat onder wat boompjes waaraan avocado's groeien en gaan weer op weg.

We rijden naar een piek van 399 m in het Te Mata Park om te genieten van een spectaculair uitzicht over 360 graden. Tot besluit bezoeken we de kleurrijke en goed onderhouden Art Deco-gebouwen van Hastings.

Een volle dag.

's Avonds luister ik lui naar Norah Jones (op gitaar) met het nummer 'Tell your mama'. 'So laid back'. (klik)