dinsdag 31 januari 2012

Hazes op Tenerife

Op 30 januari 2012 lunch ik in Bodegón Tocuyo, Tenerife. Voor mij staan wat borden en schaaltjes met koude lekkernijen. Ik peuzel met smaak en luister naar het gemurmel van stemmen in de bar. De muziek staat op een aangenaam volume. Engelstalig. Ineens denk ik aan André Hazes. De associatie is zo gemaakt: op de achtergrond kweelt Kenny Rogers 'She believes in me'. Hiermee had hij in 1979 de hit van zijn leven. In hetzelfde jaar zette Will Tura het op de plaat met als titel 'Zij gelooft in mij'.

Hazes kwam twee jaar later op de proppen met - buiten de titel - een eigen tekst. En daar denk ik nu dus aan: 'Sai siet toekomst in ons allebai'. Dat woordje 'in' zet me voor een raadsel. Ziet ze die toekomst ook als een gedeelde tijd?

De volgende song is nog veel ouder: 'I love Paris'. Geschreven door Cole Porter in 1953 en in die tijd bijzonder populair bij ons thuis. Ik heb de vertolking door Frank Sinatra, Nat King Cole en Ella Fitzgerald beslist op vinyl in de kast staan. De stem van Ellla vult de ruimte in San Cristóbal de la Laguna. Ik wed dat als ik nu mijn zus Nelly opbel die in Italië woont, en mijn mobiel bij de luidspreker houd, ze aan de andere kant direct weet van wie deze uitvoering is. Om vervolgens feilloos mee te zingen. Bijna 81 is ze en voorzien van geweldige stembanden.

In 1953 begon ik aan de lagere school. Mijn oudere zussen hadden me wat Engels geleerd en 'I love Paris' vond ik prachtig. Hoewel zij van de grieten thuis niet de mooiste stem had meegekregen, was het vooral zus Ricky die dit lied graag zong. Met enthousiasme en flair bracht ze de tekst alsof ze Parijs nog beter kende dan Den Bosch. Dat was zeker niet zo en ik vraag me in Tocuyo af of ze in 1953 al wel een paspoort had. Met of zonder dat document zocht ze in haar leven de grenzen van haar bestaan op.

Op 5 november 2010 bezocht ik dit etablissement voor het eerst. Een week eerder mocht ik 'voorgaan' bij de begrafenis van Ricky. Tot mijn entree in de bar had ik op Tenerife mijn mond nog niet opengedaan in het Spaans. Vandaag is hetzelfde personeel aan het werk. Ik zie geen enkele reden om te refereren aan ons eerdere onderhoud. De snelheid van het menselijk brein kent geen begrenzer. Neurologisch is 1953 om de hoek. De lineaire opbouw van de kalender kan iets heel lang geleden laten lijken. Ons geheugen maakt er de kachel mee aan. Ella Fitzgerald heeft haar liefde voor Parijs bezongen. Ik bestel nog een bordje jamón serrano, een colaflesje wijn en proost op mijn zusjes. Zij leerden mij van jazz te houden. Santé dames!

maandag 30 januari 2012

Vader des vaderlands

San Cristóbal de la Laguna is de oude hoofdstad van Tenerife. Met de huidige 'capital' Santa Cruz de Tenerife vormt zij inmiddels een Siamese tweeling in het noordoosten van het eiland. De linkerhelft heeft de cultuur, de rechter het kapitaal. Met één overstap in rechts rijd ik er met de bus naartoe.

Als de Spanjaarden onder de leiding van Alonso Fernández de Lugo de stad in 1496/1497 stichten, bouwen ze haar aan een lagune. Om de een of andere reden droogt deze op, waarmee de stad ruimte krijgt om zich uit te breiden. Fernández de Lugo is een 'adelantado', een gevolmachtigde die namens de Katholieke Koningen La Palma en Tenerife onder Spaans beheer brengt. Een 'conquistador' dus, die naar de aard van de tijd de oorspronkelijk bevolking en cultuur verwoest.

Het huidige Laguna doet vreedzaam en mooi aan. Veel historische gebouwen, musea, een aangename sfeer. Voor de toerist die niet alleen voor het strandleven komt, een verademing. Zeg maar: het Delft van Tenerife als je de Nederlandse kust even wil verlaten. Zoals 'onze' Vader des Vaderlands Willem van Oranje, liggen de stoffelijke resten van Tenerifes grondlegger begraven in de oude kerk van La Laguna, de Santa Iglesia Catedral de San Cristóbal de La Laguna. Hij staat te boek als een despoot die de overwonnen Guanchen over de kling joeg of als slaven verkocht. Een vorm van genocide dus, een misdaad die ook Van Oranje aangewreven kreeg in de dissertatie van Leo Adriaenssen.

De kathedraal bezit een retablo van enige omvang. Dit altaarstuk komt uit of via Sevilla naar La Laguna. Ik wil het graag zien. Toen ik op 5 november 2010 deze stad bezocht, was de kerk gesloten wegens restauratie. Ook vandaag is het godshuis nog dicht. Zeker de oostzijde ziet er van buiten deplorabel uit. Dan maar weer een jaartje geduld. Dat wachten geldt ook voor het klooster van San Francisco. Ook gebouwd in opdracht van Alonso Fernández de Lugo. Daar siert het beeld van de gekruisigde Christus de kerk. Het is een werk van Louis Van Der Vule, een verder onbekende 'beeldensnijder' uit Antwerpen dat op dat moment als handelsmetropool dé evenknie van Sevilla in de Spaanse Nederlanden. Dat grote crucifix - gevat in veel zilverwerk - heb ik 14 maanden geleden wel kunnen bewonderen.

Ik lunch in Bodegón Tocuyo. Dat is nog geen spat veranderd, gelukkig. Als bruine kroeg zou dit etablissement het in Nederland goed doen. Ondanks het spaarzame licht is duidelijk te zien wat de specialiteiten zijn, dus bestel ik gerookte ham, kaas, brood en witte wijn. Of ik niet ook wat 'aangemaakte tomaten' wil. Nee, maar wel de 'almogrote gomero'. Een smeersel van geitenkaas, knoflook, rode pepertjes en olijfolie. Oorspronkelijk van buureiland La Gomera, waar ik dat toentertijd niet gegeten heb. Jammer, want het smaakt prima op toost.

Ik wandel door de oude binnenstad. Veel voormalige patriciërshuizen herbergen nu overheidskantoren. De patio's zijn in een aantal gevallen vrij te betreden. Snoepjes, stuk voor stuk. Veel groen, een fontein en fantastisch vormgegeven houten deur- en raamlijsten, goten, en ander timmerwerk. Uit de frisse wind is het op de binnenplaatsjes heerlijk in de zon. Op straat is een dikke trui of jas niet overdreven. 80 kilometer ten noorden van Los Cristianos én op een hoogte van 300 m is dit de 'koude kant' van Tenerife. Nog gauw een warme kop thee en een gebakje bij 'Pasteleria Díaz', en dan weer naar de bus.

Met de kaart in de hand sta ik al snel bij het busstation. Dit keer staan er geen bussen. Ben ik hier rond het middaguur wel uitgestapt? Ik vraag het een dame die aangeeft dat dit het oude busstation is. De plattegrond die ik vanmorgen in Vera Cruz bij het VVV haalde, is dus een niet actueel exemplaar. Een kwartier later bevind ik me bij het nieuwe station. Mooie bak zeg.

Om 19.00 uur ben ik weer in Los Cristianos. De zon gaat net onder en het is opnieuw lente deze maandag.

Suiker en slaven

Aan het eind van de tocht die ik om 08.45 uur in Arona begon, daal ik op zaterdag 28 januari 2011 tegen de klok van 14.00 uur af naar Adeje. Dit ligt op 300 m. hoogte aan de rand van El Barranco del Infierno. Het water uit die kloof was en is van van belang voor de economie van het plaatsje.

In de 16de eeuw en later wordt hier het geld verdiend met de productie van suiker. Tenerife telt dan zeker twaalf grote plantages. De Canarische eilanden hebben voor de productie van suikerriet de toppositie van het 'uitgeputte' Madeira overgenomen. In de historische 'versterkte plaats' die ook nu nog deels in het historische centrum van Adeje zichtbaar is, bevindt zich dan een suikerraffinaderij. Het water uit de rivier zet de machinerie in werking die het riet bewerkt tot de zoete stof. Per boot gaat deze naar Cádiz en Antwerpen, twee belangrijke havensteden binnen het Spaanse wereldrijk. Het zijn in de Nederlanden voornamelijk Vlaamse onderzoekers die later de handelscontacten tussen de Canarische Eilanden, Sevilla/Cádiz en de Spaanse Lage Landen tot object van studie maken. Aan Spaanse zijde krijgt Ana Crespo Solana op dit terrein grote bekendheid.

Suiker doet het in die tijd goed als 'medicijn'. Nog populairder raakt het in de Europese keuken. Op zoek naar grond voor plantagaes blijkt het ook (pas) door Spanje veroverde Cuba een nog geschikter klimaat te hebben voor suikerrietplantages. Mensen met kennis van zaken verhuizen van de Canarische eilanden naar dat oord in de Caraïben. Daaronder bevinden zich ook specialisten met 'Nederlandse' roots, waaronder Van de Valle (Van der Wal) en Monteverde (Groenenberg), waarvan de oorsprong ligt in respectievelijk Oudenburg en Antwerpen. Die laatste familie zou volgens sommige bronnen ook van oorsprong Keuls kunnen zijn.

Voor het agrarische geheel waartoe de raffinaderij van Adeje behoort, werken 'vrije boeren'. Die staan blijkens archiefonderzoek op de loonlijst van de adellijke meester. De slaven krijgen voor dezelfde inspanning eten, drinken en kleding. De medewerkers van die tweede groep komen uit Noord- en Midden-Afrika. Soms uit Spanje zelf: bekeerde joden en moslims (morisco's) die hun oude geloof in het geheim bleven beleven en door de Inquisitie 'opgespoord' werden. De 'versterkte plaats' van Adeje beschermt niet alleen tegen Spanjes Engelse of (later) Hollandse vijanden. Ook zeerovers uit Noord-Afrika worden gevreesd. Tijdens hun roofexpedities voeren ze ook eilandbewoners mee. Om ze thuis te verkopen als slaaf.

Naast deze suiker is ook de wijn van belang. Aan het begin van de twintigste eeuw wordt de grootschalige verbouw van tomaten en bananen geïntroduceerd. De aanwezigheid daarvan is nog steeds goed zichtbaar in en rond Adeje. Het suikerriet is verdwenen en voor uitstekende wijn moet je 20 kilometer de bergen in, naar Villaflor, op 1.300 m. Dalijk ga ik aan tafel, waarvoor ik uit dat wijndorp koud heb staan van Bodega Zeverón een 'bloemrijke' Blanco Los Quemados. Van hetzelfde huis staat de Blanco Afrutado in geschenkverpakking op de kast.

Ik vrees dat die flessen nog voor vertrek hier leeggedronken moeten worden. Tenslotte moet ik op de kofferkilo's letten.

zondag 29 januari 2012

Klimgeiten

De zon is nog niet achter de Montaña Guaza vandaan gekropen als ik in Los Cristianos op de bus stap. Om 08.15 uur sta ik bij 12 gr. C. in Arona voor een nog gesloten super. Wat familiesms'jes later ben ik om 08.30 uur de eerste klant. De dame achter het vlees- en broodvak maakt mijn lunch: stokbrood met 'Nederlandse' geitenkaas. Ja, ja, en dat op een eiland waar het krioelt van de geiten.

Er liggen ook 'Maasdam' en 'Gouda', eveneens van het merk 'Castillo de Holanda'. Waar zou dat kasteel toch staan? 'Heb ik zoveel duizend kilometers gevlogen om uitgerekend in deze uithoek Nederlandse kaas op mijn brood te krijgen?'  De dame lacht vermoeid om mijn grapje en stiekem denk ik dat die geitenkaas van om de hoek komt. Dat ga ik googelen, vanavond want nu moet ik de berg op.

Het pad loopt langs El barranco del Ancón omhoog naar een vervallen boerderijtje. Vandaar verder met links de Montaña del Conde, daarna de Roque Imoque en vervolgens de Roque de los Brezos. Alledrie zal ik ze passeren, maar eerst is er het restaurantje 'El Refugio'. Volgens mijn wandelbijbeltje is het vandaag gesloten. 'Dat klopt', zegt de uitbater, 'Behalve bij feestdagen'. Misschien geldt dat laatste voor de omgeving.

De amandelboom bij het terras staat in bloei, het uitzicht is magnifiek, de zon warm en de eigengebakken bruine boterham met kaas, gerookte ham en tomaat is smaakvol. Het is 10.00 en het leven is goed in deze uithoek van Europa. Er zit een Zweeds koppel aan het ontbijt. Dat logeert hier al voor de vierde keer. De broodbakker moet ook een uitstekende kok zijn, hoor ik. Die chef (de kok dus) en zijn partner komen uit Oostenrijk en Zwitserland. Europa op één postzegel.

Onderweg kom ik een troep geiten-met-bel tegen. 'Kaas aan de wandel' , roep ik, denkend aan het brood in mijn rugzak. Verderop ligt een stenen cirkel: een oude dorsplaats. Na de laatste bult loop ik door het dorpje Ifonche. 'Drie huizen en een kat', om mijn weg te vervolgen richting 'Barranco del Infierno'. Die kloof zelf is gesloten wegens vallend gesteente, maar daarvoor al slaat mijn route af. De zon is weg en ik loop door de wolken. Het is niet warmer dan 11 gr. C.

Wel een uur gaat de weg door een dennenbos. Onderweg spreek ik wat Duitsers (die denken dat ik een Spanjaard ben) en Italianen ( die mij voor een Duitser houden). Fijn, zo'n talenknobbel. Uiteindelijk bereik ik de Lomo de las Lajas op 1.100 m. Een bergrug met (inderdaad) platte, gladde stenen. Hier hangt de bewolking, langs de kust schijnt de zon. Dan volgt de pittige afdaling naar Adeje. Op de gruzelsteentjes ga ik twee keer onderuit. 'Naar je voeten blijven kijken', zeg ik mezelf. Voor mijn al pijnlijke linkerknie is dit een feest.

De bus naar Los Cristianos komt net aanrijden. Ik installeer me voor de rit en overdenk de tocht die zes uur duurde. Wat een afwisseling in landschap, weer en vergezichten. Prachtig.

Thuis is er Google. Het 'Castillo de Holanda' staat in Friesland. Het is een merk van Frico, speciaal voor de Canarische markt. Het centrale distributiepunt - voor deze in Nederland gemaakte kaas - bevindt zich op Gran Canaria. Waarom eten die lieden hier niet de kaas van hun eigen klimgeiten?

vrijdag 27 januari 2012

Franco's schaduw (2)

Terwijl ik in Spanje verblijf, lees ik van de schrijfster Almudena  Grandes 'Het ijzig hart'. Daarin zegt de hoofdpersoon dat Spanjaarden nog steeds rondlopen met het stof  van de fascistische tijd aan hun schoenen. Zo ervaar ik dat ook. Er gaat geen dag voorbij of ik kom met de doorwerking van dat pijnlijke franquistische  verleden  in aanraking. Misschien ben ik daarop gefixeerd, lees ik de 'verkeerde kranten', raak ik aan de praat met lieden die hun rechtse of linkse ideeën niet onder stoelen of banken steken. Zo ervaar ik dit land: je bent vóór of tégen.

Franco is gestorven op 20 november 1975 en het leven hier kan zich nog steeds niet onttrekken aan zijn schaduw. De krant El País van donderdag 26 januari. Ik had ook ABC kunnen kopen, maar daarmee wil ik niet over de boulevard lopen. El País dus, kritisch links, om er een label aan te hangen. Het volgende verhaal is tekenend voor de complexe Spaanse actualiteit en ik vertaal het voor de helderheid naar Bossche Begrippen. Stel: de Bossche burgemeester spreekt af met een populaire vrouwelijke minister van zijn partij (CDA) dat zij op carnavalszondag de preek verzorgt in de St.-Jan tijdens de drukbezochte Carnavalsmis. Een journalist van het Brabants Dagblad interviewt hierover de (hulp)bisschop. Die zegt van niks te weten. En hij vervolgt - als ie hoort dat betrokken bewindsvrouwe niet voor de kerk getrouwd is - dat zij hem niet als de meest geschiktste kandidate voorkomt.

Bij deze gang van zaken stelt de krant een aantal kritische zaken ter discussie. Kan een burgemeester als vertegenwoordiger van de overheid beslissen wie er voorgaat in de kerk? Waarom zegt de minister zonder meer 'ja' tegen het verzoek? Hoe komt het dat de bisschop niet betrokken is bij het besluit om de politica 'op het programma' te zetten? Waar meent de kerkdienaar het recht vandaan te kunnen halen om een moreel oordeel uit te spreken over een privé-keuze van de vrouwelijke minister?

Bij de laatste verkiezingen heeft links (PSOE) het veld moeten ruimen. Rechts (PP) is nu aan de macht. Beide partijen wortelen in en worstelen met een beladen geschiedenis. Beide hebben méér dan alleen maar stof uit de fascistische tijd aan hun schoenen: ze staan er tot aan hun nek in. De krant verwijst naar dit verleden. In werkelijkheid zal de Spaanse vice-presidente in de paastijd voorgaan in de kathedraal van Valladolid. Deze gang van zaken maakt duidelijk dat onder de oppervlakte het oude 'nacionalcatolicismo franquista' nog steeds smeult. Een tijd waarin kerk en staat voor hetzelfde stonden. En waarin leiders uit beide sferen - lees de dictator en de clerus - zonder meer in elkaars verantwoordelijkheid konden treden.


In de loop van de jaren ben ik van dit land zeer gaan waarderen. Ik vind het daarom pijnlijk te ervaren dat Franco's schaduw zelfs op basis van wet kan voortleven. Die schaduw staat symbool voor knevelarij op alle fronten en maakt van Spanje een verdeeld land. De toerist zal dat allemaal een zorg zijn. De zon komt zometeen achter de Montaña Guaza vandaan en het belooft een mooie dag te worden.

Franco's schaduw (1)

20 november 1975. Als dictator Francisco Franco dood is, spreken aanhangers en tegenstanders af om nergens meer over te praten. De democratie wordt in 1978 hersteld en de kroonprins - beschermeling van de dictator - neemt plaats op de troon. Het zal nog jaren duren voor de lijken werkelijk uit de kast komen. 

Afgelopen december sta ik in Toledo voor een foto van de dan nog a.s. Spaanse vorst Juan Carlos de Borbón. Zijn gezicht is er een van de vele op een overzicht met jonge mannen die dat jaar hun officiersopleiding afronden. Wat zalen eerder had ik al bij de lichting van 1924 de naam van Franco zien hangen. Die laatste is trouwens de bouwer van dit complex waarin de Academie van de Infanterie huist.

Tijdens een rondleiding daar blijkt de geest van de voormalige dictator overal aanwezig. Zo hangt er een eresaluut aan Spaanse infanteristen die in Rusland voor het vaderland stierven. De rondleider spreekt over vrijwilligers die - weliswaar onder commando van het Duitse leger - vochten tegen de bolsjewieken. 'Niet vóór Hitler, maar tégen de communisten'. 'Hersengymnastiek', denk ik.

Sinds 15 januari ben ik opnieuw in Spanje. Op Tenerife, een uithoek van dat grote land. Francisco Franco is (weggepromoveerd) militair commandant van de Canarische eilanden als hij in 1936 vanuit hier zijn opmars begint naar Madrid. Hij komt als overwinnaar uit de bus bij de bloedige Burgeroorlog en wordt de laatste potentaat op het Iberisch schiereiland. Hij weet als geen ander hoe zwaar het boerenleven is op de Canarische eilanden. Zijn tegenstanders worden - als ze de procesgang al overleven - bijvoorbeeld naar Tenerife gestuurd. Daar mogen ze goten uithakken dan wel opmetselen voor de watertoevoer naar de (bananen)plantages. Dit feit vormt onderdeel van het verhaal dat Tenerifeños je hier (kunnen) vertellen.

Voor een deel is dat irrigatiesysteem nog in gebruik. In elk geval vind je al wandelend en klauterend de kunstmatige kerven in het landschap terug. Ik probeer me voor te stellen hoe de dwangarbeiders hun werk moesten verrichten. Bijvoorbeeld hangend aan touwen bij de steile wand van Acantilado de los Gigantes. 'Er is geen enkele ideologie - op wat dan ook gebaseerd - die iemands aanspraak op macht rechtvaardigt', denk ik op een boot voor die gigantische rotspartij.


Franco beschouwde zich als hoeder van de katholieke kerk. Collega-fundamentalisten bouwen hun blinde gelijk op andere religies of idealen. En de mensen volgen. 's Avonds lees ik dat Wilders' aanhangers massaal overstappen naar Roemer. Zo de wind waait ...

donderdag 26 januari 2012

€1

Belangrijk in verhalen over je verblijf elders is 'het weer'. Zeker zo populair is het onderwerp 'wat iets kost'. Nou, ook voor dat laatste ben je hier op Tenerife aan het goede adres. Ik beperk me tot dagelijkse dingen: eerste levensbehoeften, zeg maar. Met als uitgangspunt de vraag 'wat ik voor één euro kan kopen'. En eerlijk is eerlijk: ik gniffel wanneer ik nu thuiskom met zaken waarvoor ik in Nederland (soms meer dan) het dubbele betaal.

Brood. Dat haal ik hier vers om de hoek, zowel 's morgens als 's avonds. Voor één euro krijg ik twee á drie breed uitgevallen stokbroodjes in de categorie 'bruin'. Voldoende voor ontbijt en onderweg (in de bergen/op het strand). Brood eet ik 'bij en met alles', dus soms moet ik wat bij halen en het is werkelijk overal versgebakken te koop. Te beleggen met mortadella, ik noem maar een mogelijkheid, van één euro per ons. 

Makreeltjes, recht uit zee. Twee stuks voor één euro. Lekker met zout, peper en knoflook in de olie gebakken. Ze worden op verzoek nog voor je schoongemaakt ook nog ook nog. Ik heb er meer dan voldoende aan. Voor hetzelfde bedrag haal ik bij de slager een lap van 150 gram zeer mager rundsvlees. Dertig seconden bakken aan weerszijden; op het bord zout, peper en citroen toevoegen. Een glas wijn past hier perfect bij. Uit de categorie 'gemakkelijk drinkbaar' is dat bijvoorbeeld de witte 'Fidencio', die voor 99 cent helemaal uit La Mancha wordt gehaald.

Een groene paprika van kalebasformaat kost minder en een zeer zoet rood exemplaar net iets meer dan de gestelde euro. Kan je twee dagen mee doen. Zeker als je de groentehap aanvult met kikkererwten. Daarin verwerk ik stukjes salami van Montañés en die kost inderdaad exact €1. Een tablet chocolade, lekker bij de koffie/thee na het eten: €1,07. En dan is dat de uitvoering met 72% cacao, voorzien van 'pepitas de cacao tostados': met van die geroosterde stukjes cacao. In no time is zo'n stuk van een ons verdwenen.

Als je dit soort prijzen in aanmerking neemt, is het niet verwonderlijk dat je in de lokale restaurants een dagmenu kunt eten voor €8. Dan moet je als toerist wel de aanwezigheid van Spaanse gasten op de koop toe nemen. Die praten hard, hebben oma plus kroost bij zich en kijken ondertussen ook nog enthousiast naar de tv's die links en rechts staan. Wie hier auto rijdt, betaalt voor een liter (gewoon of diesel) rond de euro. En wie rookt, voor de de dure Marlboro €2,80. De inheemse productie gaat van de hand voor ongeveer één euro per pakje. Ongeacht de prijs dragen de stickers dezelfde tekst: 'Fumar mata', aan roken ga je kapot. In Nederland ben je veel duurder uit; zeker weten.

dinsdag 24 januari 2012

Weerbericht

Voor vandaag is regen voorspeld. Eigenlijk ziet heel de komende week er 'sombertjes' uit. Als ik opsta en de rolluiken optrek, is het nog bijna onbewolkt. De zon komt even later boven de Montaña Guaza uit en ik besluit snel langs het strand te gaan lopen. Als het dalijk dichttrekt, heb ik dat vast gehad.

De ligstoelen staan rij aan rij en de parasols worden uitgeklapt. Eerder al is het zand machinaal aangeharkt en niets staat een mooie dag aan het water in de weg. Behalve dan dat er regen op komst is. De woorden van de conciërge klinken nog na: 'Als de meteo hier voor 15.00 uur regen voorspelt, dan komt er om 15.00 uur regen'. Zij kan het weten, want ze woont al zeventien jaar in Los Cristianos.

De lucht is bijzonder helder. De afgelopen tien dagen heb ik La Gomera nog niet zo scherp afgetekend zien liggen. Sterker nog: ik kan zelfs het verafgelegen El Hierro ontwaren. Magnifiek.  Om tien uur schijnt de zon nog steeds. Ik kap de wandeling af en ga naar huis voor een haastig ontbijt. Toch maar even op het strand in de zon liggen. Plannen voor een bezoek zometeen aan San Cristóbal de la Laguna zet ik moeiteloos in de wacht. Insmeren hoeft niet; boven de bergen verschijnen donkere wolken. Drie uur later koester ik me nog steeds in de zon. Het is 20 gr. en de wind is aflandig. Geen flauw idee wat dat hier betekent; in Nederland duidt dat op mooi weer.

Ik heb me inmiddels toch maar van factor 20 voorzien. Bij mijn laatste bezoek aan de dermatologe was alles 'rustig' en dat wil ik zo houden. Tegen 14.00 uur bereiken schapenwolkjes het strand. Ik loop de 137 traptreden op naar de Calle Noruega 32-22. Vanaf mijn balkon kijk ik naar de plek waar ik zojuist lag. Ik controleer het actuele weerbericht en bereid de lunch. Om 15.00 uur komt beslist de majem.

Zojuist heb ik in het zonnetje boodschappen gedaan plus en passant maar even langs de vissershaven gelopen. Het is nog steeds kurkdroog. De wolken zijn bijna weg en er zit veel blauw in de lucht. Vanaf het balkon zijn La Gomera en El Hierro nog steeds zichtbaar. Het is 17.00 uur en vanavond maak ik papas bravas; de halfgekookte piepertjes staan al af te koelen. Bij het vleesvak was er even wat consternatie toen ik ontdekte dat er wel erg veel op mijn bonnetje stond voor de 'filete'. De aankopen van de voorgaande klant waren niet afgeslagen. Met charme werd er opnieuw gerekend. €2,05 voor drie ons. De prijs staat ook nog in pesetas aangegeven: 341 stuks. Hoe lang bestaat de euro al? 'Filete' dus, een uiterst dun runderlapje van kingsize formaat, in een olieknoflookmarinade. En verse groente natuurlijk.

Tot een uur geleden stond er voor morgen ook regen voorspeld. Da's bijgesteld: zon. Dan nog maar later naar La Laguna. Voor de dagen vanaf donderdag staat de regen nog op het bord. 'Veremos dijo el ciego': we zullen wel zien, sprak de blinde.

maandag 23 januari 2012

Heggestop

Dadelijk kan ik mijn fiets ophalen. Een tweedehands en op de groei gekocht exemplaar. Zadel en stuur kunnen nog een stuk hoger worden gezet en er hoeven geen blokken op de trappers. Als ik naar de middelbare school ga, komt er een echt volwassen exemplaar. Da's nog een eeuwigheid weg, want ik ben acht.

Jan van de Hulsbeek pakt de aankoop uit de werkplaats. Hij ziet er helemaal niet uit als een rijwielhandelaar wat hij volgens de tekst op zijn etalageruit wel degelijk moet zijn. Hij draagt een overhemd en daarbij lijkt hij een broer van kapelaan van Mullekom. Die maakt ook altijd grapjes. Met mijn fiets aan de hand loop ik van de Nieuwstraat naar huis. Vanmiddag zal ik leren op en af te stappen.

Na het warm eten ga ik met mijn zus op pad. We lopen richting stadion, voorbij de laatste flat aan de Aartshertogenlaan. Daar is het rustig. Ik weet goed hoe je moet fietsen en kan me dat stapsgewijs prima voorstellen. Daarmee is wat in mijn hersenpan zit, nog niet overgezet in één motorische activiteit. Ik hak het proces in stukjes. Eerst de linkervoet op dito trapper en ik step. Niet moeilijk. Dan het rechterbeen over het zadel zwaaien. Mijn zus rent mee terwijl ze de bagagedrager vasthoudt. Ik zit en stap direct weer af. So far so good.

Opstappen, gaan zitten, trappen: ik fiets, ons Nelly holt. Op commando stop ik en stap af. Deze exercitie wordt een aantal keren herhaald en dan moet ik alleen. Ik fiets, maak vaart, rem en wil afstappen. Hoe dat moet, zie ik me doen maar mijn rechterbeen wil niet van de trapper. Om niet op het wegdek te vallen, gooi ik mijn gewicht naar rechts en val in de heg naast de rijksweg. Zuslief helpt me van de fiets. We nemen het proces nog eens door en opnieuw rijd ik weg om uiteindelijk weer met een heggestop te eindigen. Uiteindelijk ontkoppel ik de werking van mijn verstand waarna mijn rechterbeen in één soepele beweging de weg terug naar links weet te vinden.

Later besef ik dat de aanpak op die middag model staat voor mijn latere leerproces bij activiteiten waarbij een motorische vaardigheid om de hoek komt kijken. Wat ik in al die gevallen moet gaan doen, zie ik in een film voor me. Het benoemen van de achtereenvolgende activiteiten kost me geen enkele inspanning. Het volvoeren is wat anders. De complexe samenstelling van het brein: veel opslag en losse eindjes.

Dezer dagen lees ik van Victor Lamme 'De vrije wil bestaat niet, Over wie er echt de baas is in het brein'. Concentratie en automatisering blijken met elkaar op gespannen voet te staan. Fijn, zo'n boek.

zaterdag 21 januari 2012

Kinderdijk en Masca

'Het is zoiets als Kinderdijk', denk ik in de bus naar Masca. De molenrij in de buurt van Rotterdam heb ik nog nooit bezocht. Dat het een 'must' is, hoor ik al jaren. Heel mijn buitenlandse familietak is er al geweest. Ik niet dus.

Iedereen die ik over Tenerife spreek, noemt Masca. 'Hoe vond je dat?', hoor ik dan. Waarop verbazing en soms onbegrip volgt als ik zeg 'Geen idee'.  Masca staat al jaren op mijn lijstje. Niet met stip op 1, kennelijk. Ik was eerder al wel in San Bartolomé de la Laguna. Erg mooi. Sterker nog: ik zou daar best kunnen wonen. Kijk maar eens op Google Earth waar dat op Tenerife gezocht moet worden. Hoe dan ook: hier wordt Masca beschiuwd als 'el must' op wandelgebied.

De bus zit vol Mascagangers. Misschien om het spannend te maken, staat in het wandelbijbeltje van Klaus en Annette Wolfsperger een aantal eisen aan de wandelaars. Verlangd worden conditie en een trefzekere stap. Onderweg wordt dat nog eens aangezet door de gids: goede schoenen zijn een succesformule. Ze zijn alsnog te huren. En wie het bij het eerste bruggetje na de start niet ziet zitten, kan alsnog met de bus terug.

Masca (650 m) was eeuwenlang alleen vanaf de zeekant te bereiken. Sinds de jaren '70 van de vorige eeuw is er een smalle slingerende weg vanaf Tamaino. De bergboeren werden ondernemers in het toerisme. In feite lopen we nu de oude weg van Masca naar de oceaan. Een mooie weg. Tussen hoge bergwanden. Soms langs een stroompje en volgens onze gids staat er weinig water: een droog seizoen. We krijgen uitleg over de geschiedenis, begroeiing en dieren, zien drie 'wilde' geiten en ik vergaap me aan het geweldige massief.

Om 14.00 uur is het tijd voor de meegegeven picknick: banaantjes, water en brood. Daarna is het nog een uur naar het eindpunt. Behalve de oceaan zien we daar ook weer 'lucht'. De zon schijnt en met een boot gaan we naar Los Gigantes. Op de enorme rots die oprijst uit de zee zoek ik het pad waar ik 14 maanden geleden uitkwam, onderweg van Tamaino naar hier. Ook dat was een prachtige route. En over onbekend terrein voor mij, zonder hulp. De aanwezigheid vandaag van de gids Jessica die elke steen kent: dat maakt het vinden van de weg wel erg gemakkelijk. Ik vind het prima zo, want bij de aanwezigheid van onze voorgangster, zitten ook het voor- en natransport inbegrepen. In dit geval beslist een aanrader en tevreden ga ik naar 'huis'. Morgen is het zondag: rustdag.

vrijdag 20 januari 2012

Molblindheid

De haven is hier 'om de hoek' en vanaf mijn balkon kan ik ze voorbij zien komen: de vissersboten van Los Cristianos. Sommige varen uit tegen de schemering en koersen richting La Gomera. Andere zijn uren onderweg voordat ze hun verre visgronden bereiken. Één eigenschap hebben ze gemeen: ze zijn klein. De trawlers die je in de Nederlandse havens ziet, zijn bakbeesten vergeleken met scheepjes hier

's Morgens bij zonsopkomst en 's avonds rond een uur of acht brengen ze hun vangst aan wal. Op dinsdagochtend sta ik er al vroeg met het fototoestel in de aanslag. Een deel van de vissen blijkt onderweg al gesorteerd en wordt met een menselijke keten van boord gebracht. De rest verdwijnt ter plekke handmatig naar de goede bakken. Snel verschijnen handelaren die de hun deel op ijs meenemen. Een jonge vrouw gebruikt haar mobieltje als calculator en int het geld. Binnen een uur is de rust teruggekeerd.

's Avonds is het wachten op de boten met bonitos, een tonijnsoort. Tegen die tijd sta ik 'thuis' verse makreeltjes te bakken. Het appartement beschikt over een tv met een flink uitgevallen scherm. Na het eten druk ik op een knop en ik kijk zowaar naar 'De wereld draait door'. BVN, een initiatief van Vlaamse en Nederlandse tv-clubs,  maakt dit mogelijk. Ik volg het Journaal en vraag me af of daarna ook 'Wie is de Mol' volgt. Één dagje wachten, staat op het programmaoverzicht. Ik vind het een amusant 'format' en ook nu heb ik geen idee wie de 'spion' is.

Voorlopig staat Marit van Bohemem op 1. Ook die Haagse oud-wethouder acht ik een kanshebber. Hij is voor mij de ambtenaar achter de flamboyante Chinese poorten in de Wagenaarststraat aldaar. CSI is makkelijker te doorgronden dan dit programma. Als ik op donderdag naar de aflevering kijk, blijkt deze me erg te boeien. Zo zeer, dat een mug me ongemerkt drie keer in de nek kan steken. Als de editie afgelopen is, realiseer ik me pas dat ik niet op vaderlandsche bodem heb zitten kijken. Wat een vervreemdend effect gaat op me uit van zo'n programma. Bovendien word ik nu het resultaat gewaar van ijverige mug. En de moraal? Nederlandse tv in den vreemde maakt me 'topoléxico': een lijder aan molblindheid.

woensdag 18 januari 2012

El Médano

Voor vandaag is bewolking voorspeld. Terwijl de zon schijnt, ga ik met de bus van Los Christianos naar El Médano. Vandaar wil ik naar Los Abrigos lopen, langs het kustpad. En vandaar weer met de bus naar huis. In voorgaande jaren bezocht ik El Médano al verschillende keren. Vandaag neem ik meer tijd om rond te kijken. Deze plek heeft de naam meer uren zon te hebben dan de populaire Los Christianos en Playa de las Américas. Toch is dit vissersdorp klein en zo te zien gezellig gebleven. 'Gewoon vergeten', staat in het ene boekje. 'Genegeerd door de Spaanse bouwmaffia vanwege de directe nabijheid van vliegveld Tenerife Sur',beweert het andere. Het doet er niet toe: ik vind het steeds weer een genoegen hier te komen, op weg naar wat anders. Het kan hier flink waaien. Vandaag windkracht 7, denk ik. De branding is populair bij surfers. Ik zie hoe de plankzeilers salto's maken en vervolgers gewoon weer verder knarren. Een stukje verderop krijgen kite-surfers les. Mooi gezicht. Ik neem mij voor vanavond mijn neefje in Bergamo hierover een berichtje te sturen via Facebook. Hij staat nu in de de Prealpi op zijn snowboard, tussen de tentamens door. Afgelopen zomer balanceerde hij in Santander op de plank. Misschien is dit iets voor hem. Bij eerdere tochten hier sloeg ik deze berg over. Driemaal is scheepsrecht, dus nu ga ik de Montaña Roja op. Een colletje van de derde categorie. En dan wel eentje met een mooi uitzicht. El Teide, het gigantische hart van Tenerife, glorieert in de zon. De voorziene wolken zijn namelijk al na een kwartier verdwenen. El Médano heeft een eigen verhaal. En dat staat op een bord aan zee. In de zestiende eeuw sloegen de schepen op weg naar Amerika hier nog gauw verse groenten in. Mooi is de geschiedenis van het verloofde stel María en Juan. Zoals velen steekt hij de Atlantische Oceaan over om aan de andere kant rijk te worden. María belooft te wachten. Na eeuwen komt er een bericht: 'Ik ben rijk'. Zij bereidt zich voor, maar Juan schittert door afwezigheid. Het meiske kwijnt weg en ineens is ze verdwenen. In de overlevering is ze 'opgelost' of in een steen veranderd. Ik ben voorzichtig bij elke kei van enig formaat die ik passeer. Opnieuw is het Playa de la Tejita is droom voor zonaanbidders; vanwege de harde zandstralende wind is er bijna niemand. Verderop wordt er met opschriften nog steeds geprotesteerd tegen de plannen om hier een grote haven aan te leggen. In het zonnige, 'authentieke' Los Abrigos besluit ik door te lopen naar Los Galletas. Tijd genoeg. Daar dwingt de bebouwing me van de zeezijde af te zwaaien. Eenmaal bij de halte, komt de bus binnen een minuut. Onderweg zie ik een winkel 'Boutique de carne, Vanessa'. Een 'vleeswinkel' met de naam van een dame die ik in gedachte voor me zie. Mijn moeder zou nu gezegd hebben: 'vleeskasteel'. En zo schiet de busreis op. Ik wil tijdens dit verblijf hier - op aansporing van een trouwe raadgeefster - lsltn. 'Loslaten' dus. Maar ik ben dezer dagen begonnen aan het boek 'Een vrije wil bestaat niet', en het mag duidelijk zijn: het onbewuste waakt!

maandag 16 januari 2012

Spaanse zakkenwasser

Beste vrienden,

Hier op Tenerife is carnaval een groot feest. Zeker dat in de hoofdstad Santa Cruz de Tenerife. Het staat bekend als het grootste Zuid-Amerikaanse spektakel na dat van Rio de Janeiro.

Verwonderlijk is dat niet echt. De Canarische Eilanden vormden eeuwenlang de Spaanse springplank naar 'Las Américas'. Bovendien hebben veel 'canareños' door emigratie sterke persoonlijke banden met dat deel van de wereld. Ook de taal hier is erdoor beïnvloed.

Ik heb nog niet kunnen ontdekken of op dit eiland tijdens de carnaval met de 'pelele' wordt gesmeten. Binnenkort bus ik naar de hoofdstad en doe ik daar navraag. Elders in Spanje bestaat dat gebruik wel. Vrouwen dragen aan de vier punten een kleed rond met daarop een stropop. Deze 'kerel' wordt om de zoveel tijd omhoog gegooid (en opgevangen). Het slachtoffer ondergaat deze behandeling zonder enige tegenwerking.

Deze 'pelele' staat symbool voor de stoere bink, de macho die in wezen niet meer is dan een janhen, een slapjanus, een zakkenwasser. Zeker met carnaval kan je met dat 'machismo' de draak steken. Francisco Goya heeft er in 1791 een werk aan gewijd, bedoeld als voorbeeld voor een te weven tapijt. Een 'pelele' is ook een 'kontenkruiper' die ja en amen tegen zijn baas zegt om in het gevlei te komen, om zijn baan te behouden dan wel te verbeteren.

In de toenmalige Spaanse Nederlanden raakte het gehannes met de stropop ook bekend. In de stad Mechelen wordt tijdens optochten de 'pelele' nog steeds de lucht in gesmeten. 'Dieje mens' staat er bekend als 'Opsinjoorke'. Op een keer belandde de luchtreiziger in het publiek. Degene die het gelanceerde projectiel op zijn test kreeg, vluchtte. Het leek er even op dat hij de pop wilde ontvoeren en hij kreeg slaag. Het slachtoffer was een Antwerpenaar, een 'sinjoor'. Vandaar de naam dus.

Terwijl ik mij hier 'in retraite' voorbereid op het Oeteldonkse carnaval, gaat het 'gruupke' waarmee ik over iets meer dan een maand het feest der feesten vier, door met de voorbereidingen. Van groot belang daarbij is de act die we opvoeren bij het 'Inhalen van de Prins' op carnavalszondag. Graag breng ik jullie het gesmijt met de zakkenwasser onder de aandacht. We hebben genoeg vrouwen in het clubke om van het kleed een schietstoel te maken. En de mannen? Die praten met het publiek. Beklagen hun lot. Spelen mee met het cliché.

Beste voorbereiders, ik verneem graag jullie reacties op deze suggestie.

Met hartelijke groeten uit Los Christianos, Harry.

Meer over de Mechelse traditie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Opsinjoorke

zondag 15 januari 2012

De eeuwige poolreiziger

Dit keer geen konijnen die in de berm wegschieten. Het krioelde ervan toen in 14 maanden geleden naar vliegveld Weeze gebracht werd. Nu is het later en liggen ze misschien al onder de wol.

De vertrekhal oogt levendiger dan toen. Een lange rij staat voor de incheckbalie. Boven blijkt de snackbar vervangen door een echte 'corner', Tramezzini genaamd. De prijzen zijn navenant meegelift. De douane gedraagt zich zoals spreekwoordelijk wordt verwacht: grondig.

Voor de vlucht nog snel even plassen. Da's waar ook: twee broeken aan. Tijdens het inpakken was het vechten tegen 'overgewicht', dus nu ben ik vermomd als poolreiziger op weg naar Tenerife Sud. Sweatshirt (slim bedacht), t-shirt, bloes, trui, hoody, fleece, waterdicht jack. En die twee broeken, plus loopkousen en -schoenen. Dalijk kan ik zo op de hondenslee.

Op het eiland gaan de passagiers per bus van het vliegtuig naar de aankomsthal. We passeren een Noors toestel, de Fritjof Nansen. Deze eeuwige poolreiziger staat op de staartvleugel afgebeeld. Grappig.

Ik koop een buskaart van €30. Daar kun je hier lang mee doen. Verder de zondagse editie van El País, drop (Spanje heeft van die mooie snoepwinkels) en bij een VVV-post haal ik het busboekje van twee pagina's en een landkaart. In de bus naar Los Cristianos snel ik de krantenkoppen. Op de voorpagina zegt huidig eerste minister Rajoy dat niemand hem hoeft te vertellen hoe te handelen in deze tijden van crisis. Die tekst staat onder de foto van een dramatisch slecht bestuurde Italiaanse veerboot.

Ik zou haast zeggen: een dag vol symboliek. Zeker in de wetenschap dat mijn adres de komende maand Calle Noruega 34/22 is. Deze 'Noorse straat' moet een poolreiziger het gevoel van 'thuis' geven.Ik kleed me er om en wandel langs het subtropische strand. In de verte zie ik de machtige Teide met zijn eeuwige sneeuw.

Zaterdag kreeg ik een briefkaart met als opschrift een aansporing: 'Nu even lekker alles lsltn'. Als ik zondagavond dat laatste woord schrijf, suggereert de automatische spellingcorrector dwangmatig 'loslaten'. Maar mijn iPad heeft in tegenstelling tot de mensch ook echt een geprogrammeerd geheugen. Ik zet die kaart in de woonkamer. Als reminder en begin aan het boek 'De vrije wil bestaat niet'. Op de voorkant staat een roedel pinguïns. Tja.

vrijdag 13 januari 2012

Oeteldonk (22); zonder zonde


Vorig jaar toen ik nog klein was, ging ik als indiaan naar de carnaval. Mijn grote neef had mij mooi geschminkt: ik kon zo op oorlogspad. Nu zit ik in de eerste klas en de frater gaat met ons een mombakkes maken. We hebben allemaal een dik vel gekleurd papier en houden dat tegen ons gezicht. Met de vingers maak ik deuken waar de ogen moeten komen. Die knip ik uit. Dan volgen neus en mond. Ik teken een grote snor en bakkebaarden. Als de twee elastiekjes bevestigd zijn, ben ik een zeerover.

's Middags hebben we vrij om naar de optocht te gaan. Die elastiekjes klemmen, maar een zeerover is niet van was. We lopen met de familie naar de Markt. Mijn moeder vindt dat erg leuk en ze zingt als ze een bekend liedje hoort spelen. Van ons pa weet ik het niet zo. Gisteren is het veertigurengebed begonnen bij het Allerheiligste, dat uitgestald is in de kerk. Maar daar gaat hij toch niet naar toe. Wij zijn geen zondaars, niet met carnaval.

De optocht zal zo voorbij komen. Wagens vanwaaruit snoepjes en pakjes Rizla-vloeitjes gegooid worden, rijden voorop. Van die vloeitjes kun je mooi nepsigaretten maken. Mijn pa draait geen shagjes, hij rookt Cross. Van zijn Agio-sigaren mag ik altijd het puntje afknippen met zo'n apart scherp mesje. Misschien rookt hij aan het eind van de middag een Agio Gouden Oogst, bij de koffie na de chocoladebollen.

De optocht vind ik niks. Mijn mombakkes zit in moeders tas: volgend jaar koop ik een echt bij Las. Of ga ik als boer. Da's makkelijk zat, want thuis loop ik vaak in een overall. Soms met klompen. Volgens ons moeder 'verrinneweer' ik anders mijn kleren. Bij Huijbers halen we chocoladebollen. Die eten we thuis op bij de koffie en het is heel gezellig. De vrijers van mijn oudste zussen zijn er ook. Vanavond gaan ze dansen. Ma vindt dat leuk, maar van ons pa weet ik dat niet zo. Hij hoeft niet bang te zijn en voor die grieten van ons hoeft niet gebeden te worden. Zij zijn geen zondaars, niet met carnaval.

 

donderdag 12 januari 2012

1953


Mijn moeder en ik zijn thuis. Of zij al naar de kerk is geweest, weet ik niet. Pa en mijn zusjes zijn zojuist door het slechte weer naar de H. Mis gegaan. Het giet en ik sta door het glas van de tuindeuren te kijken naar de regen die blaasjes maakt op de tegels. De ark van Noë lijkt ineens heel dichtbij. Gelukkig hoef ik er niet door. ‘Als je nog niet je Eerste H. Communie gedaan hebt, hoef je zondags niet verplicht naar de kerk’, weet ik. Het is voor mij ‘nog ginne moet’, zegt ons mam. Het is 1 februari en ik sta nog in mijn pyjama. Binnenkort ga ik in mijn indianenpak naar de carnaval. Mijn grote neef heeft beloofd me met oorlogskleuren te schminken.

Als de groten thuis zijn, klinken ze ernstig. Er is iets heel ergs gebeurd. Ergens zijn huizen ondergelopen en mensen verdronken. Dijken zijn kapot gegaan door het woeste water. Van dijken weet ik alles, want als er plassen staan op het ‘Veldje van dokter Vos’, bouwen wij daar stevige waterkeringen. Daarna maken we ze ook weer stuk. Maar dat is spel; dit vandaag is echt. Het is op de preekstoel gezegd. Pa moet naar de Veemarkt. En naar de Sint-Jan. Hij gaat kleren brengen voor de mensen die alles kwijt zijn geraakt in de storm.

Een paar dagen later moet ik mijn kamer af. Die deel ik met mijn oudere zus. In die ruimte wordt een bed bijgezet. Daarvoor komt ’s avonds iemand van ‘de zaak’. ‘De zaak’ is de V&D en mijn vader werkt daar. Die collega moet al zijn spierkracht gebruiken om het veldbed te spannen. Het is een houten frame, met in het midden een stuk juten. Als dat strak staat, kan het opgemaakt worden. We krijgen zolang vluchtelingen die nu in de Veemarkt logeren.

Als ik uit school kom, zitten er drie mensen extra aan tafel. Ze komen uit Oude-Tonge en heten Cor, Claar en Hugo Boom. Hugo is ouder dan ik en draagt een plus-four. Hun boerderij staat onder water. ‘Zout wèèter’, zegt Claar en ze wijst aan hoe hoog. Ze maken geen kruisteken voor het eten en toch bidden ze. De familie is ‘prottestant’ en wij moeten ze gewoon helpen. Ze hebben dezelfde God die zij 'de Here' noemen. Mijn pa gaat die naam ook ineens gebruiken. Ik hoor hem zeggen dat die ramp ‘de wil van de Here’ is. Meent hij dat echt? Zijn woorden klinken als de tekst op het prentje van mijn gestorven broertje, van ons eerste Harrieke: ‘God gaf hem ons, God nam hem ons, Gods name zij geprezen’.

Toch vind ik het gek om dit uit de mond van ons pa te horen, maar misschien zeg je dat zo wel op zijn ‘prottestants’.

Oeteldonk (21); 'omenarrie'


Ik ben 11; al járen vier ik carnaval met een klasgenoot. Die woont aan de andere kant van de Aartshertogenlaan en samen lopen we drie dagen elke middag langs het park naar de stad. We hebben goed gespaard en kunnen dus potten breken. Guldens van het nieuwjaarswensen annex kerstrapport, dubbeltjes voor onze driekoningenzang. En natuurlijk het traktement van thuis. Op een cent hoeven we niet te kijken en wat kost nou helemaal een cola?

Cola is een rage en thuis drinken we sinas van Riedel. Daarmee wordt die cola een wonderdrank die ze bij een Indisch vriendje zonder geargumenteer uitdelen. Toen ik daar loempiavellen recht uit te pan te eten kreeg, stond er een glas bruisende donkere drank bij. 'Ook Indisch?', vroeg ik. Amerikaans dus. En dat was net zo buitenissig als pisang goreng en risoles.

We zien er tiptop uit in onze boerenkielekes, rode zakdoek met lucifersdoosje en witte handwarmers van molton. In een daarvan heeft mijn ma een ritssluiting gezet. 'Veur al oew cènte', zei ze. Aan die kant hangt de want door van het wisselgeld.

Op een gegeven moment staan we aan een toog in de Stoofstraat. Het is er donker en warm. We drinken onze cola, kletsen met al die vriendelijke meneren en mevrouwen. De mooie dames die erg lief lachen, geven ons een aai over de bol en zomaar nog een glas: ‘Veur die schattige mènnekes’. Van dat punt is het niet ver naar de Karrenstraat. In de kroeg op de hoek is veel meer licht dan in die bar daarvoor: tl-buizen en witte slagerijtegeltjes. We gaan aan tafel zitten bij een heel gezelschap. Met een verse cola uiteraard.

Er is een jukebox en een van de mevrouwen trekt me de dansvloer op. Als ik tegen haar aan op de muziek meedein, moet ik aan een verhaal over mijn 'omenarrie' denken. Mijn moeder vertelde dat 'hulliën Harrie’ als jongen op een keer helemaal opgetogen thuiskwam van het dansen. Daar vernamen ze wat hem overkomen was. 'Alsof ik tegen een veren kussen lag', moet hij volgens de overlevering gezegd hebben. Op de dansvloer begrijp ik letterlijk wat mijn oom daar toentertijd mee bedoelde. Ik ben 11 en snap het leven.

dinsdag 10 januari 2012

Oeteldonk (20); verkeerde das


Het was in het jaar dat de 'Kring Vrienden van Oeteldonk' jaarvergaderde op het dak van parkeergarage 'De Kuil'. Dus nou ook weer niet zo lang geleden. Stralend weer en een prachtig uitzicht op het Bossche Broek. Dat gebied bleek tijdens die bijeenkomst de verloren gewaande Hof van Eden.

Die bijeenkomst heb ik gemist. Want op het moment dat de kringleden duidelijkheid krijgen over de aardsparadijselijke status van het Oeteldonkse moeras, ben ik en route. En wel in respectievelijk Berlicum, Den Dungen en St.-Michielsgestel. Daar zal de carnavalsclub waarbij ik te gast ben, vaantjes uitwisselen met de lokale 'prinsen'. En musiceren uiteraard. Alles is door de kwartiermakers prima geregeld en in de gehuurde bus is plenty drank voor onderweg.

In Berlicum laat op dit vroege uur de plaatselijke hoogheid op zich wachten. Hij is bij een boerenbruiloft in het buurcafé en hij komt sebiet. Ons muziekske speelt een mopje in de lege kroeg, we pakken een pilske en staan lekker in het voorjaarszonnetje. Er komt een boer voorbij met een durske in de kruiwagen. Die zijn van die bruiloft, denken we. Afijn, de prins lijkt in aantocht, maar er zijn kennelijk belangrijkere zaken, dus tuffen we naar Den Dungen. Daar vindt een herhaling van zetten plaats. De afspraken kloppen, maar ook hier wachten we tevergeefs, ons koesterend in de zon.

Gestel: jawel, we zijn meer dan welkom. Enthousiast begint ons orkest bij binnenkomst te spelen. Iets té enthousiast, want in een zaal wat naar achteren is de eigen hofkapel nog niet uitgeblazen. De wrevel bij de localo's ontgaat de meeste Oeteldonkse gasten.

Van al dat bier moet ik plassen. Ik sta net in de aanslag als twee andere heren zich links en rechts van mij kletterend opstellen. Over mijn hoofd heen vraagt de een aan de ander welke band ineens zo de muziek van de autochtonen verstoorde. Het antwoord is kort: 'Bosschenaren'.

Geloof me, in dit woord klonk jaren opgespaarde afschuw van ons stadsen door. En daar sta ik dan, met een verkeerde carnavalsdas om ook nog ook nog. Ik herinner me dat mijn oud-oudoom Wout hier in de binnenlanden ooit tijdens een kermis doodgeslagen is met een klomp. Kennelijk had hij het verkeerde dorp bezocht. Stilletjes maak ik mijn klusje af, was mijn handen in onschuld en ga terug.

Even laters staan de twee co-zeikerds aan de bar. Ik ga naar ze toe en refereer aan hun gesprek van zojuist. Zij zien direct dat ik 'zonnen Bosschenaar' ben. Ik ruik hun weerzin: wordt het benzen? Wacht mij of ons het lot van Wout zaliger? Dan breng ik mijn geheime wapen in stelling. 'Mijn voorvaderen komen hier vandaan', zeg ik en ik stel mij voor. Gelijk blijkt dat ik met zo’n achternaam bekant van iedereen hier familie moet zijn. Zoveel bier later stap ik welgemoed weer de bus in. Weliswaar heb ik in Oeteldonk het aards paradijs gemist, maar gelukkig is niemand van ons langs 'natuurlijke' weg in de richting gestuurd van die eeuwige belofte.


maandag 9 januari 2012

Oeteldonk (19); heimwee

Ik ben een late roeping. Niet voor carnaval, wel voor skiën. Het is vrijdagmiddag rond 15.00 uur als we - meer dan een half mensenleven geleden - richting Oostenrijk tuffen. Lang leek deze wintersport niet echt interessant, maar nog geen twee maanden eerder kreeg ik in de besneeuwde Italiaanse Alpen een damascusbekering. Ik bracht er bij familie in de buurt de kersttijd door en ik vond het prachtig, die zon zo op de witte hellingen. En best warm. Nu dan ben ik dan op weg naar Telfs om skiles te nemen. 'Eindelijk', zegt mijn vrouw. Aan haar enthousiasme heeft het niet gelegen. In mijn ogen is zij al een prof.

In die tijd loopt bij Weert de weg naar het zuiden nog gewoon door de stad. Ik zie schoolkinderen verkleed door de straten naar huis gaan. 'Weert', denk is. 'Da's geen Oeteldonk'. Ik voel dat ik al wat afstand neem: het Bossche carnaval zal dit jaar aan mij voorbij gaan. Ik moet dat kunnen hebben: skiën wordt vast fantastisch. We rijden tot we moe worden en overnachten ergens in een hotel aan langs de Rijn.

’s Morgens weer verder en na een drukke zaterdagmiddag vol voorbereidingen, volgt op zondag om 10.00 uur de eerste skiles onder aanwijzingen van mijn echtgenote: klunen op een babyhellinkje dat aandoet als een reuzengletsjer. Het uitzicht is mooi, ik sjouw me kapot en voel me onhandig. Bovendien gaan mijn gedachten elk moment naar huis. Ik stel me voor hoe het volk inmiddels opgesteld staat voor het station, bij de Wilhelminabrug, aan de Postelstraat, de Vughterstraat de Markt.



Na een tijdje houden we pauze. Ik zweet me kapot: in stadium blijkt skiën meer klimmen dan soepeltjes afdalen. Mijn vrouw komt naar mij toe om mij geestelijk te steunen. Het is bovendien bijna 11.11 uur. 'Natuurlijk denk je nu aan Oeteldonk. Dat snap ik.' Waarop ze met het carnavalsprogramma van dat jaar overhandigt. Tranen in mijn ogen. Heimwee in de eerste graad.


Na het ochtendgeploeter kom ik twee van mijn studentes tegen. Moeten die niet thuis bij de Intocht van de Prins zijn? Ze zwaaien enthousiast en roepen: 'Ook lekker Oeteldonk ontvlucht?'

zondag 8 januari 2012

Geheugenpaleis (6); elandworstjes??


Vorige week wilde ik een monumentje fotograferen. 'Kan ik jouw supersnelle fiets lenen?', vraag ik mijn vrouw. Als ze hoort waar ik heen denk te gaan, twijfelt ze sterk aan de genoemde locatie. 'Dat ding staat daar niet', waarna ze een plek aangeeft drie kilometer verderop. Die zie ik voor me en ik weet dat ze me voor een vergeefse tocht behoed heeft.

Ik rijd eerst richting Dooibroek. Daar staat - net na Oud-Herlaar - aan de rechterkant een paal. Het is wel de plek die ik aanvankelijk voor ogen had, met inderdaad niet het gezochte monument. Op een bordje lees ik dat hier in 1995 het water tot aan de aangegeven streep stond. Manshoog. Ik corrigeer de oorspronkelijke herinnering in mijn geheugen en waai naar Hemelrijken waar ik de Bosschebaan oversteek, richting Horziksestraat. Na enig zoeken, tref ik in de buurt van de nertsfarm de resten van het gezochte monument aan.

Kennelijk is het mogelijk om redelijk te functioneren met een falend brein. Het is hooguit lastig als je president van de VS bent. En dan nog alleen maar op bepaalde momenten.

Dat 'monumenvoorbeeld' staat niet alleen: zoiets gebeurt me al zo lang ik me herinner (!) Ik heb een redelijk geheugen, denk ik. De vraag die me de laatste tijd bezig houdt, is waarom ik niet eerder aan de perfectie van mijn herinnering ben gaan twijfelen. Het antwoord luidt in mijn geval: het ontbreken van durf, want ik heb altijd gelijk.

Een deel van de foutieve dataopslag is wellicht terug te voeren tot een onhandige opslagtechniek. De gemiddelde mens blijkt gehandicapt wanneer hij of zij in de super staat terwijl het boodschappenlijstje nog thuis ligt. Statistisch zijn zeven dingen nog te onthouden, de rest is weg. Eindelijk dan kan ik op pagina 110 van het Geheugenpaleis aan de slag met de verbetering van mijn breinwerking. Daar staat een opsomming van 15 soms absurde zaken. Met aanwijzingen richt ik op zaterdagavond om 23.00 uur mijn eerste geheugenruimte in waar al die zaken een plek krijgen. Ik 'wandel' er vervolgens nog eens langs en alles staat spijkervast op zijn plaats. Ik kan gaan slapen.

Op zondagmorgen doe ik een gecontroleerde proef. Ik som de onderwerpen op in de goede volgorde en zo correct mogelijk omschreven. Geheugenwandelend vergeet ik voor de strijkkamer met de 'elandworstjes??' op de overloop rechtsaf te slaan om (op het toilet in de rieten mand met wc-rollen) een film met Paul Newman te zoeken. Mijn score wordt dus 14, een persoonlijk record. Ik voel me bevrijd; een mooie toekomst ligt voor me.



vrijdag 6 januari 2012

Oeteldonk (18); jaarvergadering 2012

Over (iets meer dan) zes weken is het carnaval. De aftrap op 11-11-11 verliep perfect. Naar ik begrijp, wordt er sindsdien in Oeteldonk over een nieuwe traditie nagedacht. En nu de decemberfeesten achter de rug zijn, is de oetelblik weer gericht op 19, 21 en 22 februari 2012. Vandaag heeft ‘ons gruupke’ de Jaarvergadering 2012. 

De agenda bevat negen punten. Het eerste onderwerp is 'Binnenlopen', het laatste 'Vollopen'. Zo blijven er zeven momenten over om zaken te doen: afpreken hoe onze act zal zijn bij het Inhalen van de Prins op carnavalszondag.

Natuurlijk is dat moment nog ver weg. Zeker als we origineel willen zijn, want het kan zijn dat zich vlak voor de bewuste dag nog iets voordoet, wat juist tot dát idee leidt. Iets wat ons de ultieme inspiratie schenkt om een verpletterende voorstelling te geven. Want dat willen we: het publiek langs de kan laten zeggen dat wij met het idee van het jaar voorbij komen. Dat is ons nog nooit echt gelukt. We zijn weliswaar in die richting uitgekomen en dit jaar denken we écht: 'nec plus ultra'. Oftewel: buiten dit is niks dat verder reikt. Hoop doet leven.

Met tien mensen vergaderen, is een makkie. Anders wordt dat in een kroeg, die ook nog eens goed bezocht wordt ook nog ook nog. Drie glazen Westmalle Dubbel (dan wel witte wijn) hebben we een eerste idee, een uitgangspunt. We hebben het licht gezien en het eindresultaat kan over zes weken totaal anders zijn. 'Doorontwikkeling' heet dat met een soortement tautologische contaminatie.

Wat het niet geworden is, kan ook interessant klinken. Bijvoorbeeld dat wij als het Oeteldonks Filosofisch Genootschap meedoen. Of op straat 'bevallen' om het kind vervolgens in het publiek te smijten met de kreet 'houd oew jong'. Een verwijzing uiteraard naar het motto van dit jaar 'Oeteldonk houdt oe jong'. Leuk. Het Oeteldonks Sprookjesboek lijkt een tijdje ook een aardig onderwerp. Bij de titels die de revue passeren worden we steeds enthousiaster. Deze laat ik onvermeld, hoewel ik van eentje niet meer bij kwam. Die vond ik zonder meer briljant, maar ik houd deze weblog graag in de lucht. Zo verloopt een brainstorm.

Na afloop gaat eenieder blijgemoed derwaarts. Vlak bij het hek waar mijn fiets staat, zit een halve Peer tegen de muur. Er zijn veel van dit soort beelden in de stad die naar Oeteldonk verwijzen.
Wie zich al wandelend wil warm lopen, kan dat doen met de Oeteldonkse Wandeling: Deze gedetailleerd beschreven tocht is te vinden op de site ‘Groeten uit Oeteldonk’. Een goed initiatief van de samenstellers en een grote hulp voor Oeteldonkers die - bijvoorbeeld in gezelschap van lieden die nog tijding ingeburgerd moeten zien te geraken – de komende weken glimlachend door de stad lopen.


De Oeteldonkse Wandeling: http://www.groetenuitoeteldonk.nl/190.htm

donderdag 5 januari 2012

Oeteldonk (17); Koos de Krabber?


De stad hangt en staat vol voorbeelden en voorstellingen die naar het carnavalsdorp Oeteldonk verwijzen. Naar mijn idee bevindt er zich ook eentje buiten de bebouwing van het rood-wit-gele domein. In mijn herinnering is het een soortement ‘monumentje’ dat midden in het moeras aan een historische grenshandeling herinnert. Ik zie het zo voor me aan de kant van een sloot, vlak bij de nertsfarm in Den Dungen.

Vandaag rijd ik erheen met de wind in de rug. Ik heb de fiets van mijn vrouw geleend en die heeft ‘trapondersteuning’. Het rijwiel dus. Dertig kilometer op deze stormachtige dag is een peulenschilletje en bij de Horziksestraat waai ik zo aan dat gedenkteken voorbij. Aan het eind van de weg keer ik om en denk dat ik me in de afslag vergist heb. Ik ploeter terug en bij de derde keer goed kijken stop ik bij wat zooi dat aan de andere kant van de sloot ligt. Het blijkt bij nader inzien geen landbouwafval, maar het gezochte object. Van een ‘verbellemonde’ toestand is geen sprake: dit is gewoon kapoedewiets.

Tussen de kale takken van wat haagbeuk liggen de resten. Op een betonnen console zitten twee metalen plaatjes met de tekst ‘Eerste Bossche Steen in de polder gelegd door Koos de Krabber op 11 april 1992’ en ‘Laatste Bossche Steen in de polder gelegd door G. Schinck en W. Hairwassers’. Die laatste twee waren toen respectievelijk burgemeester en wethouder van Den Dungen. Koos de Krabber zegt me niks.

Weer thuis sla ik aan het googlen: niks Koos de Krabber, niks ‘bijzondere stenen’ aan de Horziksestraat. Heeft het eigenlijk wel iets met Oeteldonk te maken? Heb ik me dat altijd wijsgemaakt in het voorbijgaan? Welke ‘pseudo-officiële’ handeling heeft zich hierop die 11 april 1992 afgespeeld. Bovendien: kan het voor wie dan ook de moeite waard zijn om dat gedenkteken dat bekant 20 jaar oud is, op te kalefateren? Wie het weet, mag het zeggen.

woensdag 4 januari 2012

Geheugenpaleis (5); oertijd

Eigenlijk zijn wij maar prutsers. Hoewel we het tegenovergestelde denken, zijn we d'r bijvoorbeeld niet op gebouwd om te verteren wat we tot ons nemen. Noch onze maag, noch ons brein. We eisen daarom voortdurend dingen van onszelf, die bij voorbaat bestemd zijn niks te worden. We klungelen maar wat aan.

Hoe dat zo? Nou, sinds het lezen van Frans de Waal, 'Een tijd voor empathie' kijk ik met andere ogen naar de eigen soort. Dit werk van deze primatoloog maakt duidelijk wat hij eerder betoogde in zijn gelijknamige werk 'De aap in ons'. Die zit ons dicht onder de huid. En omdat we onze grootvader aap ontkennen, gaat het fout.

Ons DNA, de bouwstoffen van ons lichaam, is weinig veranderd sinds de tijd dat die opa met zijn wijfje uit de bomen klom om op de grond verder te leven. Wat die prehistorische mens toen at, kon probleemloos 'verwerkt' worden: ze namen de passende noten, vruchten en vissen tot zich. Hoe anders is dat nu. Na de Tweede Wereldoorlog hebben we echt andere eetgewoontes gekregen. Erg veel vet en suiker. At bijvoorbeeld onze primitieve voorouder nog twee kilo honing per jaar, wij consumeren 70 kg geraffineerde suikers. Dat lijkt niet geweldig goed te zijn. Onze spijsverterende genen zijn nog steeds afgestemd op een ander aanbod van voedsel: dat van opa en oma aap.

Zo zou het ook zijn met onze hersenen, volgens Joshua Foer op pag. 107 van zijn Geheugenpaleis. In ons brein moesten in de oertijd andere dingen opgeslagen worden: de weg naar huis, wat wel/niet eetbaar/giftig was, waar water te vinden was. In elk geval waren boodschappenlijstjes met meer dan zeven zaken nog niet in de mode. Dus als we nu bijvoorbeeld lappen tekst willen onthouden, lukt dat niet: ongeschikte hersenpan. Volgens de auteur kunnen we die te verteren tekst het beste omzetten in herinneringen waarop ons brein wel gebouwd is.

Da's een interessante strategie, denk ik op pag. 108. Gaan we ons geheugen inrichten langs wegen die onze voorvaderen in de prehistorie bewandelden?  Ik ben benieuwd wat het vervolg in zal houden en ga snel naar de volgende bladzijde. 

dinsdag 3 januari 2012

Het Bossche Broek (8); ijsvogel


Maandag tussen de middag gaan we bij de Vughterbrug via de wenteltrap naar het eilandje. Dat is een voormalige 'halve maan', lang geleden vooruitgeschoven onderdeel van de vestingwerken. Voor we naar het pontje wandelen, lopen we naar de 'hoek' Dommel - Drongelens kanaaltje. Daar ziet mijn vrouw een ijsvogeltje landen. We krijgen ruimschoots de tijd om dit snelle beestje met zijn lange snavel van een afstandje te observeren. Ik maak een foto en als ik dichterbij kom voor een scherpere opname, vliegt het weg in een spoor van blauw.

We draaien ons met het handveer over de Dommel over naar het Bossche Broek. Als frequent gebruiker van dit vervoersmiddel heb ik voor het eerst moeite ‘De Moerasdraak’ naar de overkant te krijgen. Het water staat hoog en de rivier stroomt vooral in het midden met veel kracht. Vorig jaar rond deze tijd lag het ding uit de vaart vanwege het sterk gestegen waterpeil. Er was zelf tijdelijk beperkte dijkbewaking.
De grote hoeveelheid decemberregen versterkt het natte karakter van het Bossche Broek. Aan de rand van dit natuurgebied glibberen we over de dijk. Sinds kort liggen bij de eerste afslag links twee poëziedragende zwerfkeien. Ze zijn onderdeel van 'Poosplaatsen langs de Dommel'. Een van dit versteende duo draagt een tekst van Catharina Boer over de ijsvogel: ‘de ijsvogel is een ogenblik/dat dit tijdloos broekland wekt/als hij door zomerlicht flitst/de vis pikt en met zijn blauw en/oranje vervloeiend weer hemel is’.

We glijden naar beneden en passeren een eerder opnieuw zichtbaar gemaakte Dommelarm. Die was wel erg smal geworden; ook daar liggen twee pooskeien. Het centrale gedeelte van dit gebied bevat een voet water: het resultaat van de overvloedige regen en het programma dat het Bossche Broek weer het drassige aanzien moet geven van eeuwen geleden. We stellen ons voor hoe in de loop der tijd soldaten die de stad wilden aanvallen hier tot hun enkels in de modder wegzakten. Of de wielen van hun blijden en kanonnen zagen vastlopen in de blub. Tegelijkertijd zie ik voor me hoe we 50 jaar geleden een stukje verderop konden schaatsen in de winter. Op het ondergelopen weiland was zelfs een ijsbaan. Op die plek bevinden zich sinds ‘de herwaardering’ van het Bossche Broek een struinpad en enkele waterpartijen voor vogels en amfibieën. 

De middagzon schittert in het ondiepe water. De ijsvogel blijft verborgen voor onze ogen.


maandag 2 januari 2012

Velázquez in Brabant


Velázquez was nooit in Brabant. Diego Rodríguez de Silva y Velázquez, hofschilder van Philips IV werkte in Italië en hoofdzakelijk in  Spanje. Daar had hij tot taak zijn heer en diens familie op het doek te zetten. En de glorie van die koning in beeld te brengen. Zijn beroemdste werk is ongetwijfeld ‘Las Meniñas’, ‘De hofmeisjes’. Het bekendste 'Las Lanzas' dat de overgave van Breda tot onderwerp heeft. Welnu, díe afbeelding hangt dus in Breda. Niet het echte werk, maar een kopie; in tweevoud ook nog ook nog. Daarvan had ik tot voor kort geen idee. Maar de Toledanen die ik onlangs bezocht, waren deze zomer in de Baroniestad tijdens een rondgang langs steden in België en Noord-Brabant met een Spaans verleden. 

In de Tachtigjarige Oorlog wordt zes keer om Breda gevochten. In 1625 veroveren de Spanjaarden de stad en Velázquez zal de overgave weergegeven in 1634-1635. Dit schilderij komt als ‘Las Lanzas’ in het nieuwe Madrileense paleis El Buen Retiro te hangen. Van dat onderkomen rest nu alleen nog het mooie park.

Het schilderij dat nu het Prado verrijkt, laat een deemoedige Justinus van Oranje zien. Onderdanig overhandigt hij de sleutels van de stad aan Ambrosio Spínola, de Italiaanse veldheer in Spaanse dienst. Die lijkt in de interpretatie van Velázquez te zeggen: 'Ga maar gewoon recht staan, je hebt knap gevochten'. De grootmoedigheid van de overwinnaar verbeeld. De vraag is of deze act in het echt plaats vond. Velázquez maakt het geloofwaardig, ook omdat hij weet van de égards waarmee de Spínola zijn verslagen tegenstanders omgaf.

In latere tijd wordt het schilderij van de Spaanse meester regelmatig gekopieerd. Bijvoorbeeld in 1838 door Calixto Ortega. Of het werkt inspirerend op andere kunstenaars. Hiervan is Dali's 'Ontdekking van Amerika door Columbus' een voorbeeld.

Een kopie van de Spaanse schilder Fernando Coll hangt sinds 1931 in het stadhuis van Breda. Sinds schoonmaakwerkzaamheden in september 2010 ziet dit er weer 'verfrist' uit. Een tweede kopie is van de schilder Kees Maks (1876-1967), die in 1903 acht maanden in het Prado aan een kopie op ware grootte werkt. Hiertoe aangezet tijdens zijn studiejaren in Parijs bij het zien van (ook) een kopie in het École des Beaux-Arts. Zijn weduwe schenkt het in 1978 aan de stad Breda. Het behoort tot de collectie van het Breda’s Museum, waar het op dit moment onderdeel vormt van de tentoonstelling 'De stercke Stadt Breda'.


Meer over de tentoonstelling: http://www.breda-museum.org/102