maandag 19 maart 2018

Kaart lezen in Anaga


Tijdens deze ‘winterstop’ op Tenerife hebben we uiteraard weer veel gewandeld: zowel ‘op niveau’ als langs de kust. Over dat laatste deed ik hiervoor verslag. In de heuvels liepen we een aantal bekende routes en nieuwe. Die in Anaga vonden we erg bijzonder.

In de prehistorie was Anaga - in het noordoosten van Tenerife - een eiland. Tijdens de wordingsgeschiedenis van deze door vulkanen gevormde omgeving, groeide het vast aan wat aan de overkant lag en werd het part van het nu grootste onderdeel van de Canarische archipel. ‘Apart’ is de streek nog steeds. 

Zo zijn de bergruggen er scherper getekend. Scherper en spitser dan de rest van Tenerife. Door de ligging ‘met de kop in de wind’ wordt de natuur gevoed met het water van de stijgingsregens. Hoogte, bodem en water vorm(d)en een groeizame omgeving voor de laurisilva, een subtropische laurierachtige die hier, gelegen tussen 600 en 1.500 m. hoogte, is uitgegroeid tot een middelhoog ‘oerwoud’.

De wind wiegt de rafelige baarden die van takken en stammen afhangen, waardoor deze groeiwijze doet denken aan het zogeheten Spaanse mos dat in de VS zo typerend is voor de vegetatie van de broeierige en moerasrijke zuidoostelijke staten. 

Op 17 januari brengen vrienden die deze dag San Cristóbal de la Laguna willen bezoeken, ons met de auto naar de Pico del Inglés op 900 m. Daar hangt een lage bewolking die op het uitkijkpunt elk zicht op het dal ontneemt. Het is een graad of 8°C en onder kunststoffen jacks dragen we de nodige laagjes. Het pad naar beneden is vochtig: uitkijken geblazen. 

Het eerste halfuur dalen we af langs een bochtige route door de laurisilva op de Pico del Viento. Richting zee vertoont de mist gaten waardoor we zicht krijgen op prachtig groene valleien waarin de huizen en dorpjes oplichten in de zon.

Bij een viersprong staat een geel bord: Barrio La Alegría, de (woon)wijk of buurt van de blijdschap. Heeft een gevoel voor humor deze aanduiding hier gebracht? Er is mijlenver in de omtrek geen huis te bekennen. Misschien leidt dat feit tot een vreugdevol gevoel. (Als we op een later moment de kart bestuderen, blijkt La Alegría in een aanpalend dal te liggen.

De eerste bebouwing zien we zo’n drie kwartier later. We laten het bos achter ons en kunnen nu tegelijkertijd over wel drie dalen uitkijken. Prachtig. Beneden zien we een witgeschilderde rand van een bassin dat nog in gebruik is voor de irrigatie van een aantal terrassen. Als we over het stenige pad zigzaggend afdalen, blijkt dat naast die wateropslag ook een kleine boerderij in het groen staat. Om de hoek zijn er nog twee: inmiddels zomerhuisjes, zo te zien. Met een prachtig uitzicht. Het heet hier La Casa de los Berros, het Huis van de Waterkers.

Onder een donkere lucht volgen we het pad dat langzaam afdaalt. Aan de linkerhand zien we het petieterige Las Casa de la Fortaleza; niet meer dan een tweetal huizen. Alles wat hier voor het leven van mens en dier nodig is, moet per paard of muildier aangevoerd worden. Langs de bergwand slingert zich vanaf de drie wit-blauwe onderkomens die we net passeerden een dikke slang voor de watervoorziening. 

Onder Fortaleza kiezen we na bestudering van de gekopieerde beschrijving en de kaart op de iPad voor de afslag naar rechts. Al snel horen we honden blaffen. Even later zien we ze ook bij een boerderijtje dat tegen de rotsen kleeft. Vier honden waaronder een Canarische buldog. We hebben al stenen in de hand en ik wil terug voor een andere route. Het blaffen klinkt steeds indringender. Dan hoor ik mijn vrouw praten: er is een man naar buiten gekomen die de honden naar binnen haalt. 

Voorbij zijn woning aan het einde van de wereld lopen we vast in de zompige grond van de terrassen. Van boven geeft de hondenman aanwijzingen om weer op het pad de komen. Waarna we weer omhoog sjouwen richting afslag die we eerder namen onder Fortaleza om opnieuw de e-kaart te bestuderen. Juist, we moeten pas later naar rechts. Waarna we even later aan de andere kant van de pas onder een eucalyptus lunchen om daarna aan een lange afdaling te beginnen. 

We gaan door de Barranco de Valle Seco, de Kloof van het Droge Dal. Dan weer honderd meter links van het waterstroompje, dan weer rechts. Die droogte slaat zeker op een ander jaargetijde. De begroeiing is uitbundig en we passeren een gedeelte waar een klimplant voor kelkvormige bloemen zorgt. Het blijkt de bicácaro te zijn, die tussen 300 en 1.000 m. goed gedijt. Ze komt ook voor op een aantal andere Canarische eilanden.

Tijdens deze wandeling die vier uur geleden begon, zijn we tot nu toe twee watertappunten en vier personen tegengekomen: de hondenman, een bewoner van het minimalistische Fortaleza, twee wandelaars. De stilte is bijna absoluut in dit prachtige smalle dal.


Bij een aquaduct verschijnen de eerste terrasjes met groente. Er staan wat huizen, bereikbaar te voet, paard of ezel. Een half uur later lopen we door een klein lintdorp aan het water: een buitenwijk van het plaatsje Valleseco. Veel blaffende honden achter hekwerk. Dan begint de weg en na enkele minuten zien we een bushalte. We hebben mazzel en even later zitten we in een buurtbus. Eenmaal het smalle dal uit, begint bij de zee een andere wereld: die van de hoofdstad Santa Cruz de Tenerife. Vanaf het hoofdstation brengt interliner 110 ons over de TF-1 naar San Isidro. Nog een derde bus en we zijn weer in El Médano. In een uur reistijd van het groene Anaga naar het gortdroge Abona. 




Geen opmerkingen:

Een reactie posten