maandag 7 januari 2019

Hoe Geert de kunstwereld onveilig maakt


Op 6 januari 2019 mocht ik in de Vughtse Lambertuskerk de jubileumexpositie van Geert de Bruijn openen. Met deze tentoonstelling (te bezoeken t/m 20 januari) markeert De Bruijn zijn 35-jarig kunstenaarschap. Tegelijkertijd verscheen de uitgave ’35 jaar met de Moedergodin’. Ter begeleiding van de daarin afgebeelde assemblages maakte Geert een keuze uit de teksten die ik eerder in blogvorm over zijn werk publiceerde.

In mijn lofrede zondag jl. voegde ik - uiteraard na een woord van welkom - aan genoemde publicatie nog drie vingerwijzingen toe. Dit drietal wil ik in evenzoveel achtereenvolgende blogs via bolduque.blogspot.com onder de aandacht brengen. De foto’s zijn gemaakt door Geert zelve. Hierbij vingerwijzing 1.

1. Maakt De Bruijn veilige kunst?
Misschien denkt u nu: uiteraard. Al 35 jaar geeft hij de beschermende werking van de moedergodin weer. Toen hij lang geleden in zijn atelier met houtskool op wit papier bezig was, liet hij onze verre voorvaderen - op weg naar hun volgende tijdelijke verblijf - platte karren voorttrekken met daarop afbeeldingen van de schepster waaruit alles voortkwam. Aangezien de oermoeder nog vlezig werd voorgesteld, moest er flink gesjouwd worden. Haar nabijheid gaf de landverhuizers zekerheid.

In de loop van de tijd richtte De Bruijn zich op afgeleiden van de oermoeder: op symbolen waarin haar omvattende werking gelegd kan worden: steden, boten, gebouwen, schilden, kleding. De thematiek is van den beginne ‘veiligheid’.

Zijn vormentaal is weinig veilig. Ik zal dat nader duiden, beginnend met deze anekdote. In de zomer van 1961 was ik met mijn ouders op vakantie in Otterlo. We waren voor twee weken neergestreken in pension Bonenzaaier. Op een van die dagen bezochten we het Kr├Âller-Muller. En en passant jachthuis St.-Hubertus, van Berlage.

Van dat sombere gebouw naar het museum, passeerden we in de beeldentuin een metalen abstracte compositie. Mijn pa, vanaf zijn 12de opgeleid in de metaal, liep mompelend rond het object. ‘De kunstenaar heeft bij het lassen te veel oxygeen gebruikt’. Het teveel aan zuurstof had voor bulten en knobbels gezorgd: strak laswerk was niet geleverd! Zo’n moment blijft je bij. Onlangs met de familie De Bruijn in de Fundatie (Zwolle) trok pa’s optreden tijdens het bekijken van m.n. Chadwicks werk, opnieuw voorbij.

Pa bekeek toen dat kunstwerk met zijn technische kennis. In feite werd bij hem op dat moment een andere ‘bril’ verwacht. Eentje die over zijn eigen vak keek. Over de dimensie waarin hij zich zeker en veilig wist. Eenmaal binnen voelde hij zich weer senang: Van Gogh. Was herkenbaar. Veilig. Hij zou zich ook thuis gevoeld hebben in de Amsterdamse Hermitage bij de Hollandse Meesters. Op dit soort veilige kunst - in dubbel opzicht ‘veilig’: de aanbieder weet dat een grote toeploop verzekerd is en van de bezoekers wordt weinig moeilijks verwacht - komen drommen mensen af.

Geerts kunst lijkt in vergelijking met figuratieve werken uit de academische traditie niet in 1-2-3 toegankelijk. In zekere zin - tenzij u hier voor de borrel bent - getuigt het van dapperheid om hier te komen. Dit is geen veilige kunst. Niet net een foto. Niks hapklaars.

Geerts muze blijkt een vruchtbare moeder die steeds weer voor veelzijdig kroost zorgt. Om dat te verwekken, leest De Bruijn zich het leplazarus. Door boeken over volkeren - van vroeger of nu - raakt hij geïnspireerd. Waarbij hij steeds weer op zoek gaat naar de rol van de moeder: de koning-moeder. En laten wij nou net de meeste van die boeken niet gelezen hebben

Nee, veilig kun je de werken - meestal door hem assemblages genoemd - niet noemen. Hij stuurt je het bos is. ‘Dit maak ik’, zegt hij. ‘Of het je aanstaat, is aan jou’.

Uiteraard ken ik na zoveel jaren de meeste van de verhalen achter zijn 2- en 3-dimensionake werk. En ik moet u zeggen: leuk om te weten. Ze blijken tegelijkertijd in niks bepalend voor mijn waardering. Die is het resultaat van het verhaal dat het werk zelf mij vertelt. Of dat ik denk eraan af te kunnen lezen.

De tijd verandert het zicht op Geerts werk en daarmee worden de verhalen in mijn fantasie herschreven. En na 35 jaar klinken ze nog steeds welluidend. Een veilige gedachte.

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten