maandag 22 april 2019

Dagboek Nieuw-Zeeland (57); onschuld

15/02
We slapen wat uit. In het Engels heet dat ‘to sleep in’; altijd goed voor een woordgrap. ‘To sleep out’ is buiten het echtelijke bed de lakens delen. 
Dus pas om 13.00 uur op stap na een laat ontbijt en lang gekeuvel met onze B&B-hosts Deborah en Colin.

De smalle strook boven Auckland is op de kaart net een legpuzzel waarin wat stukjes ontbreken. Het gebied rond Matakana is een aaneenschakeling van baaien, schier- en echte eilandjes. Over kronkelwegen en gravelpaden belanden we in Scotts Landing. Op dit puntje bevond zich een halverwege de 19de eeuw een scheepswerf van Thomas Scott. Hij runde er ook een café annex postkantoor. Het latere Scott Homestead herinnert er nu aan. Het gerestaureerde gebouw (nu door vrijwilligers onderhouden) staat aan de rand van het Mahurangi National Park. Aan het stille strandje praten we met een echtpaar uit Auckland. ('By the way, my name is Jason. ... Nice meeting you Harry'.) Zijn familie heeft hier al 52 jaar een ‘bach’, een traditioneel vakantieverblijf dat eertijds ‘overal’ neergezet kon worden. 

We rijden naar een volgend schiereiland waar zich het Scandrett Regional Park bevindt. Hier maken we een wandeling over het heuvelachtige boerenland. Elke houten poort moeten we na het passeren goed afsluiten: koeien en schapen houden het gras kort. Ook hier staat een gerestaureerde historische woning: de voormalige boerderij uit 1863 van de familie Scandrett aan Mullet Point. In die tijd waren er geen wegen en lange tijd ging alle aan- en afvoer per boot. 

Er liggen wat mensen onder grote naaldbomen in het gras te lezen. Inclusief onszelf tellen we zes wandelaars. Bij een temperatuur van 26°C staat tijdens het klimmen het zweet op onze ruggen. De inspanning wordt beloond met prachtige uitzichten over blauwe baaien, groene eilandjes en witte zeilschepen. 

Wanneer we na een brede lus weer bij Scandretts Bay belanden, lopen we langs drie ‘baches’. Twee dames die zojuist nog in het water dobberden, komen op het droge voor een praatje. Als mijn vrouw haar enthousiasme over NZ laat blijken, krijgt ze spontaan een natte ‘hug’, wat ze bij deze hitte verfrissend vindt werken. Contact maken verloopt zo vanzelfsprekend. 

Even later bezichtigen we de ruime Graham Bach. Deze blijkt te huur bij de eigenaar. Auckland Council. Wachttijd zes maanden. Het uitzicht is prachtig. 

Als we weer thuis zijn, vernemen we via het internet direct van de aanslag op moskeeën in Christchurch. Afschuwelijk. Even later horen we het ook van Deborah en Colin. De dochter van onze B&B-hosts is arts in Christchurch. Zij, man en kroost zijn niet betrokken. Toevallig waren de kinderen vrij vanwege een studiedag van de onderwijzers. 

NZ is haar onschuld kwijt. Je moet weten dat hier bijna nergens controle is in musea, winkels etc. Ze zijn zo van goed vertrouwen. Of naïef? 

Na een aperitief met onze hosts brengt Colin ons naar The Wharf Bistro in Warkworth waar ze een tafeltje voor ons besproken hebben. Hier haalt hij ons na een lekker etentje ook weer op. Overigens aten we er 'fish tacos', tacos met vis. Daarover hadden we ons bij de bestelling erg enthousiast uitgelaten. Tot nog toe kenden we ze alleen als specialiteit van het Californische San Diego waar ze door familie aldaar enthousiast werden aangeprezen. Op deze zaterdagavond bleken ze echter gevuld met 'beef'. Na enig gedub zeiden we: 'We hebben het gewoon verkeerd verstaan. De dame heeft gezegd 'Frish tacos', NZ voor 'fresh tacos'.

‘Thuis’ lezen we een e-mailbericht van BuZa. Hierin staat het advies om onze familie in te lichten over onze verblijfplaats. Dat doen we, met een zwaar gemoed. ‘Omdat we in zo’n uithoek wonen, dachten we gespaard te worden’, zei Deborah vanavond. Ik merk dat ik me door die aanslag persoonlijk aangesproken voel. 

Als ik Deborahs citaat in mijn dagboekaantekening heb geplaatst, beluister ik via YouTube de vertolking door Whirimako Black van Cohens klassieker ‘Dance Me to the End of Love’. Tja. 


zondag 21 april 2019

Dagboek Nieuw-Zeeland (56); smalspoor

14/03
Omdat we op tijd in Coromandel Town willen zijn voor een gisterenavond ‘besproken treinreis’, gaan we om 08.00 uur ontbijten. Gastheer Alastair staat al op de uitkijk en neemt ons meteen mee naar zijn koepel: we moeten nu echt even sterren kijken. Hoezo? De zon schijnt en de lucht is blauw; sterren?

Die staan ook overdag aan de hemel, zegt Alistair. Door het dominante zonlicht vallen ze niet op. Nu het nog vroeg is, zien we door zijn telescoop Jupiter, Venus en Alpha Centaur. Nooit gedacht zoiets in de morgen te doen.

Na het afscheid van de sympathieke hosts rijden we naar het stadje Coromandel. Als we over een kleine pas komen, zien we het beneden ons liggen. Wat een geweldig uitzicht op een baai met schier- en echte eilandjes. Indrukwekkend.

We parkeren in het centrum van Coromandel Town dat op deze zonnige donderdagmorgen tijdens een korte wandeling een aangenaam rustige indruk maakt. Bij het café waar we koffie/thee gaan drinken, staat een busje voor de deur met een Nederlands nummerbord. Het behoort toe aan een Rotterdams echtpaar dat sinds enige tijd met drie jonge kinderen op wereldreis is. We kletsen een tijdje met het oudste zoontje en de vader.

Dan is het tijd om ons te gaan melden bij de Driving Creek Railway. De reservering is inmiddels bevestigd, onze naam wordt afgevinkt en na betaling ontvangen we twee treinkaartjes.

Deze smalspoorweg blijkt bedacht en ontwikkeld door Barry Brickell, een NZ pottenbakker. Brickell? Die achternaam heeft Alastair ook, onze inmiddels ex-host, op wiens aanraden wij hier nu zijn. ‘Toeval’, denken we: Alistair is Canadees en Barry was een rasechte kiwi. Neven misschien?

Het is een fraaie tocht de berg op, waarbij regelmatig gezigzagd wordt om de steile helling te kunnen nemen. De ene keer rijd je vooruit, de andere keer achteruit. We hebben de beschikking over twee tegenover elkaar geplaatste bankjes, dus kunnen we altijd vooruit gaan.

In de loop der tijd zijn er op de helling de nodige bomen geplant, waaronder veel jonge exemplaren van de legendarische kauri. Ook staat er het nodige ‘aardewerk’. De machinist is ook reisleider en we krijgen de nodige informatie te horen over Barry, zijn ideeën en aanpak, zijn nalatenschap in een ‘trust’, de huidige ontwikkeling en uiteraard over wat we zien.

Op het hoogste punt is een moment om uit te stappen en om een volgend verhaal te aanhoren. Ook dit uitzicht over de baai is imponerend. Met een knipoog heet deze plek ook ‘Eyefull Tower’. Dan is het tijd om rusting aan richting het stationnetje te gaan.

Het geheel maakt een aandoenlijk ‘kneuterige’ indruk op ons. ‘Kneuterig’ in positieve zin. Alles rond en tijdens de rit is perfect en op bijdetijdse wijze georganiseerd. Tegelijkertijd heeft het iets van een ouderwets gezellig schoolreisje, waarbij een dame de stationschef is, op het fluitje blaast en ons uitzwaait, terwijl de machinist ook de kaartjes komt knippen. De passagiers spelen hun rol op voorbeeldige wijze, houden hoofd en handen binnenboord, luisteren aandachtig en iedereen heeft plezier tijdens het uur dat de treinreis duurt.

Voor de lunch volgen we opnieuw de suggestie van Alastair (waar zouden we zijn zonder onze hosts?) en lunchen onder een houten parasol bij The Pepper Tree. Een goede tip!

We rijden richting zuiden over een kronkelige weg langs de Firth of Thames naar Thames en vandaar aan de overzijde van het water naar Miranda. Daar geven we een presentje af bij de nicht van en namens een kennis. Snel daarna wordt het drukker op de weg: we naderen Auckland, de stad waar 1,6 miljoen inwoners, eenderde van NZ totale bevolking.

We belanden in de vrijdagse namiddagfile en voor het eerst in twee maanden is het druk op de weg. Een dik uur rijden we in een trage stroom van vier of vijf rijbanen van zuid naar noord. Het is 29°C, de airco doet zijn best en als we uit de mêlee zijn, zetten we de cd van Whirimako Black op. Het landschap om ons heen wordt weer landelijk en tegen dat de zangeres aan het slotnummer wil beginnen, rijden we de poort binnen van Sandspit Country B&B.

Een hartelijk welkom valt ons te beurt en korte tijd later genieten we met onze nieuwe hosts Deborah en Colin op hun terras van wat in hun ‘gastengids’ omschreven staat als ‘pre-dinner drinks’. Met de ‘nibbles’ erbij, en later in de biljartkamer de cake, koffie/thee, port en bonbons, is het een flinke ‘boterham’.

Moe en voldaan trekken we ons terug in onze kamer.

Dagboek Nieuw-Zeeland (55); strandjes

13/03
We zijn (dus) sinds gisterenmiddag op het Coromandel Peninsula. Dat kent de nodige verborgen strandjes, ook in de buurt van de B&B ‘Stargazers’ in Kuaotunu. 

Voor we op pad gaan, ontbijten we aan de familietafel met een Engels paar dat op huwelijksreis is. Ik vraag Harriët of er een school is waar je als B&B-host leert hoe een ontbijt eruit kan zien. De achtergrond hierbij is onze constatering dat in bijna elke B&B tot nog toe zelfgemaakte jam en andere lekkernijen op tafel verschijnen. Een kwestie van traditie, geeft ze aan. Vrouwen van haar leeftijd weten niet anders en hun dochters verstaan de kunst ook. ‘Laten we het maar niet over de millennials hebben’, zucht ze. ‘Die kunnen niet koken’, vult haar man aan. 
Opnieuw heeft die leeftijdsgroep het gevreten.

Met de auto zijn we zo bij de afslag naar Opito Beach. Een B-weggetje, deels gravel, voert langs (richting) Otama Beach en vervolgens naar Opito Beach. De baai ligt wat afgelegen, de plek is prachtig. Onderweg worden we regelmatig getrakteerd op een wijds panorama met baaien en in het water verdwaalde eilandjes.

We laten de auto achter om te voet een heuvel (zeg maar berg) over te gaan om
aan de andere kant het besloten Pink Beach te bereiken waar het zand inderdaad roze genoemd mag worden. De kleur is ontleend of 'onttrokken' aan de omringende rotsen die roze zijn.

Achter het strandje ligt een verzameling vakantiehuisjes aan een afgesloten pade. Ik spreek met wat mannen die net in kajaks terugkeren met hengels en vis. 

Dan weer in het zweet terug naar de auto om ons daar op te frissen in de zee. We vinden schelpen waar de afdeling Communicatie van Shell bij zou watertanden. We besluiten de tocht met lekkere pizza in het door onze B&B-host ‘aangerikkemandeerde’ Luke’s Kitchen in Kuaotunu Beach. Waarna we ons lui en met thee terugtrekken in de namiddagzon  op ‘ons’ balkon van de B&B ‘Stargazers’. 

In de omgeving van Kuaotunu vind je overal de tekst ‘No Mining’. Tot 100 jaar geleden waren op het schiereiland goudmijnen actief. Ook in dit plaatsje, dat toen 2000 inwoners telde; nu nog geen kwart van dit aantal. ‘Kennelijk is na een eeuw de ‘gouden droom’ nog niet verdwenen’, schrijft een regionale krant. Duidelijk is dat ‘herstartplannen’ waarbij de overheid een belangrijke rol speelt, op zware tegenstand kunnen rekenen van de lokale bevolking. Drie comités hebben zich  met op elkaar aansluitende overwegingen in de strijd geworpen. Alastair, als geoloog en mijnconsulent dé deskundige hier in huis, doet de plannen om opnieuw naar goud te gaan zoeken, af als quatsch. 





Dagboek Nieuw-Zeeland (54); Bosch onderweg

12/03
Om 7.10 uur loop ik van de cottage in Ohope Beach naar het strand. De zon is net op en hij schijnt diffuus door een lichte damp die nog boven het strand hangt. Er zijn wat andere vroegelingen. Ik maak enkele foto’s, denk voor de zoveelste keer ‘Je zult hier (als gepensioneerde) wonen’ en loop terug om te ontbijten en in te pakken. 

Vervolgens nemen we afscheid van Miria en Taroi bij wie we eerst nog een cd van (schoon)zus Whirimako Black kopen. We zeggen ‘houdoe’ op zijn Maori’s, met een ‘hongi’ waarbij voorhoofden en neuzen elkaar kort ontmoeten. In de auto zwaaien we, verdwijnen uit zicht en rijden richting Tauranga. 

Lang loopt de weg langs de zee. Links en rechts zien we veel kiwigaarden. Op enig moment komen we bij een tolweg waar we 110 km p/u mogen rijden. En ergens $ 2,10 moeten betalen. De vraag is ‘waar’, want nergens ontwaren we een slagboom, hokje of poortje. Op borden staat dat niet betalen een overtreding is en dat e.e.a. binnen vijf dagen afgehandeld moet zijn.

In Tauranga informeren we hoe dat zit. De betaling kan elektronisch, waarbij je het kenteken invoert voor de ‘herkenning’. Onze vriendelijke informante is een jonge vrouw die dameskleding ontwerpt en naait in een klein atelier binnen de ‘Historic Village’ van Tauranga. Die ‘oude wijk’ is een prachtige broedplaats voor kunst en aanverwante zaken. Volgens dezelfde dame komt deze plek voort uit een initiatief van vrijwilligers van ‘Incubator’, haar overbuur. Dit leidde ertoe dat oude gebouwen ter plekke hersteld werden, een aantal andere uit de stad e.o. hierheen verhuisde om gerestaureerd te worden, een activiteit die in een hoek nog doorloopt. We zien ateliers, kledingzaakjes, winkeltjes, veel vrijwilligerswerk op gebied van (kennis)hulp aan allerlei (leeftijds)groepen. Er is ook een cursus 'Omgaan met zwaarmoedigheid'. Wat me opvalt, is dat op de poster een hond afgebeeld staat wiens schaduw afschrikwekkende vormen aanneemt. Het beeld van de 'hond' die bij tijd en wijlen op onze stoep ligt in tijden van 'zwaarte' is kennelijk niet zo'n vreemd beeld (klik).

De sfeer in het enigszins museale dorp is ‘alternatief’ en relaxed. We gebruiken er op een terras en passant de lunch.

Op de terugweg richting auto lopen we door een gangetje dat uitkomt op een muur waarop - tot onze grote verrassing - 'De Tuin der Lusten' van (onze) Jheronimus Bosch geschilderd staat.!

Daarna rijden we verder over een bochtige weg richting het schiereiland Coromandel. Ons doel voor vandaag is B&B Stargazers in Kuaotunu, gemeente Whitianga. Volgens de instructies moeten we twee km voor de zee de SH 25 verlaten. Na het bord ‘Stargazers 200 m on left’ lukt dat met een scherpe draai en we komen over een smal bruggetje in de School of Mines Lane. En dan de gravelweg omhoog naar nummer 9.

Bij hosts Harriët en Alastair Brickell krijgen we de beschikking over twee ruimtes plus een terras dat gewoon heel groot is.
Als we de koffers in de slaapkamer neergezet hebben, neemt Alastair ons meteen mee naar zijn ‘sterrenwacht’. ‘Een uit de hand gelopen hobby’ noemt deze man als verklaring voor de aanwezigheid van een in onze ogen forse koepel waarbinnen een joekel van een telescoop staat. In een andere hoek van het omvangrijke ‘huis op de helling’ bevindt zich een forse werkruimte met boeken, foto’s en een model van het heelal (voor onderwijs aan kinderen) dat onder een doek verborgen blijft. En stenen. Alastair blijkt (gepensioneerd) geoloog en hij was over heel de wereld werkzaam als consultant, bijvoorbeeld voor de mijnbouw. (Dan woont hij nu dus in een passende straat.) Ook meteorieten zijn stenen en zo is de relatie tussen (voormalig) beroep en vrijetijdsbesteding al ras gegeven.

‘Ik zal die $2.10 overmaken aan de overheid. De site zit hier ‘vast’ op de computer en zo hoeven jullie je niet door die rompslomp te werken. Mesjokke gedoe: een tolweg zonder tolpoortjes’. Later lezen we op zijn uitdraai van Transport Agency dat ons kenteken om 11.20 a.m. geregistreerd werd.

In NZ komt, buiten Auckland en enkele steden, lichtvervuiling nauwelijks voor. Een prima voorwaarde voor het bestuderen van de sterrenhemel. Om 20.30 uur blijken er negen  volwassenen (inclusief Alastair) en een kleuter met gemak onder de koepel te passen. Met ons nog twee andere gasten van hier en vier ‘van de straat’, zoals het vertaald in het Nederlands klinkt. 

Hierna volgen twee uren binnen en buiten onder de sterrenhemel geleid door een man die behalve gegrepen door zijn kennisveld ook een begaafd ‘orator didacticus’ blijkt te zijn. Hij laat ons, terwijl we steeds keukentrapje op en af moeten, naar de kraters van het aanwezige schijfje maan kijken (ik moet aan de strip ‘Kuifje op de maan' denken), naar Orion, gasexplosies en andere fenomenen. Hij weet ook steeds de kleuter erbij te betrekken. In zijn werkruimte laat hij ‘zomaar’ lampen in onze handen aangaan en vraagt hij ons andere met natuurlijke energiebronnen verbonden trucs uit te halen. Spannend en aanschouwelijk. Deze in Canada geboren ‘wetenschappelijk entertainer’ laat twee uur in een mum vervliegen. Iets dat past in een ruimte waarin lichtjaren de lengte van secondes aannemen. 





zaterdag 20 april 2019

Dagboek Nieuw-Zeeland (53); Aotearoa

11/03

Geen trip naar White Island dus. We zien de stomende vulkaan liggen als we om 12.45 uur van de B&B de 100 m afgelegd hebben naar het strand. We lopen zeven kilometer naar het noorden langs het water. Wat een rust op zo’n prachtig strand. Er zijn wat wandelaars. Tussen de middag lunchen we onder de parasol bij Quay Café Ohope. En dan lopen we dezelfde aantrekkelijke route weg richting ‘huis’. Onderweg pakken we wat mooi gekleurde schelpen mee.

Het is 25°C en warm. Ik zoek afkoeling in de zee. Het water schat ik op 21°C. Als ik na het duiken in de branding de straat oversteek, kom ik Miria en Taroi tegen, onderweg naar hun dagelijkse duik (met waterboard). Het is voor (deze) gepensioneerden niet kwaad toeven hier. Eenmaal thuis ‘afgedoucht’ ga ik terug naar het strand om drie kwartier hard te lopen. Onze B&B-hosts komen net het water uit als ik bij de rij parasoldennen het flinterdunne rijtje duinen passeer.

Wat een lekker weer om 17.30 uur. De wolken hebben zich de hele dag mooi boven het binnenland opgetast.
Het is eb; er zijn heel veel oystercatchers actief. Dat beest met zijn lange snavel heet in het Nederlands voluit Nieuw-Zeelandse zwarte scholekster. In tegenstelling tot andere vogelsoorten hier is deze vogel niet bedreigd. Sterker nog: het aantal neemt toe. 

Als ik thuiskom heeft Miria aan mijn vrouw gevraagd of we soms even in de spa willen. Hup opnieuw douchen en even later zitten we in het bubbelbad; goed voor onze spieren. En daarna nog een keer onder de douche om de chloorgeur te verwijderen.

De zon gaat achter de heuvels onder: tijd voor een glas witte wijn voor onze cottage. Het wordt de pinot gris 2018 die we - het lijkt al weer zo lang geleden - na een kleine proeverij bij Clearview in Hastings kochten.

Op de voorzijde van onze cottage bevindt zich het nodige houtsnijwerk: beschermende figuren uit de Maori-traditie. Een octopus in de nok, walvissen en andere zeebewoners aan de zijkant. Ik vermoed dat ze met genoegen toekijken hoe wij genieten van hun land Aotearoa. Het tegenhouden van muggen zit kennelijk niet in hun takenpakket; om 20.00 uur gaan we de cottage in om daar wat te eten.

Dagboek Nieuw-Zeeland (52); vis

10/03
Om 07.00 uur meld ik me bij B&B-host Taroi om samen te gaan vissen in ‘the harbour’. Hij blijkt de afgelopen nacht twee keer opgestaan te zijn voor het prepareren van het aas en het voer.

Het overvalt me een beetje als de motorboot uit de garage wordt gehaald. De haven, ‘the harbour’ blijkt de naam van de lagune achter het huis. Niks houten pieren met dito balustrade: we gaan het water op. Mmm, not really my cup of tea. Toch? Zwemvest aan. 

Even later ploegt de motorboot Moanarua (Twee Zeeën) zich door een geul tussen de branding links en die aan de rechterkant. Drie kilometer voor de kust gaan we voor anker. Taroi meldt onze positie bij de kustwacht. Het is hier 20 m diep en de sensor heeft vis gedetecteerd. Deze trekt bij opkomend tij, nu dus, richting kust. We doen stukken halfbevroren aas aan de twee haken van de onderlijn en beproeven ons geluk. 

Het uitzicht is naar alle kanten prentbriefkaart mooi. Whale Island aan de ene en White Island verderop aan de andere zijde. En voor we het in de gaten hebben, moet Taroi slaan: een flinke vis. Voor hij het beest boven heeft, gaat het van de haak. Taroi zal er deze ochtend nog een aantal keren op terugkomen. Dan halen we kort achter elkaar een aantal flinke exemplaren binnen. 
Als het te rustig wordt, gaan we twee km verder liggen waar een school vissen aan de oppervlakte jaagt. Een korte tijd krijgen we het druk, waarbij Taroi onverbiddelijk de te kleine exemplaren (in mijn ogen best flinke jongens) terug laat gooien/gooit.
Taroi meldt ons onder dankzegging af bij de kustwacht en we gaan met 1,5 m vis (een kahawai en twee rode snappers) naar de wal. Ruim voldoende voor een avondmaal met vier personen.

Na een duik in de Stille Oceaan (met waterboard) informeren we in Whakatane bij het VVV naar de mogelijkheden om White Island te bezoeken. Vanmorgen was dit eiland vanuit de boot goed te zien. Kenmerkend is de witte wolk stoom die uit de krater rijst. Het blijkt dat er pas op woensdag a.s. plaats is op de ferry. Daarmee houdt het op. Dit kan ook op de lijst van ‘Doen We De Volgende Keer’. Tien weken in NZ is onlangs de lengte van de tijd, te kort om ‘alles’ te zien. Is ook goed. We doen het met de video die bij het VVV in een zijruimte wordt gestart.

White Island kreeg deze naam van kapitein Cook in 1769; de Maori’s gebruiken Whakaari. Het is dezelfde Cook geweest die de naam Bay of Plenty muntte. Hij zag dat er hier veel prachtige dorpen en tuinen waren. Die zijn er nog steeds in dit stuk van die baai. 

B&B-host Taroi bereidt om 19.00 uur de filets van de verse vis op de bbq. Miria en ik tekenen voor de rest van de maaltijd. Het wordt opnieuw een lekker en aangenaam samenzijn. 


Dagboek Nieuw-Zeeland (51); Whirimako


09/03
We kunnen Rotorua niet verlaten alvorens een wandeling te maken 
door de Redwoods. NZ is voor een deel ontbost ten behoeve van de veeteelt en de houtindustrie, terwijl er ook percelen zijn aangeplant voor de commerciële bosbouw. Een voorbeeld van dat laatste is het Whakarewarewa Forest, dat met een koosnaam ‘Redwoods’ genoemd wordt. 

In 1899 werden er 170 soorten uitheemse bomen geplant. De soorten die de beste resultaten opleverden, zouden ter exploitatie grootschalig neergezet worden. Toen een aantal soorten niet levensvatbaar bleek, kwam op de vacant gekomen 6 hectare grond in 1901 de Californian Redwood Pine terecht. Daardoor kunnen we anno nu door een stuk bos lopen waar hoge knoeperds van die soort majestueus staan te zijn. Natuurlijk wil ik voor zo’n joekel op de foto. 

Ik bel de volgende B&B en spreek in dat we daar tussen 17.00 en 18.00 uur hopen te zijn. We kiezen uit de reeks van paden de Tokorangi Pa Track, 11,5 km waarover we drie uur en vijftien minuten lopen. Het is flink bergop, waarbij we ook door percelen witte eucalyptus, douglasspar en de steeds aanwezige (en prachtige) varenboom gaan.

We rijden verder. Eerst langs Lake Rotorua gevolgd door een reeks andere meren en meertjes. Dan zien we de Stille Oceaan liggen: we zijn in Whakatane, Bay of Plenty. Iets verderop stoppen we in Ohope Beach ‘om de zee en het schelpenrijke strand te bewonderen en er koffie en thee te drinken. 

Om iets over 17.00 uur melden we ons bij Miria en Taroi Black in Ohope Harbour. We zijn de komende drie dagen te gast in hun B&B. De cottage is aan de buitenkant voorzien van gekleurd Maori-houtsnijwerk: beschermers uit de zee. We moeten maar snel een aperitief komen gebruiken.

Als we een halfuur later bij het echtpaar op het terras zitten, komen allerlei zelfgemaakte chutneys en andere lekkere dingen op tafel bij de wijn. Al snel is de Maori-cultuur het onderwerp van gesprek. Een en ander leidt ertoe dat de borrel overgaat in een gezamenlijk avondmaal waarin de restjes van gisteren op moeten. In feite wordt er van verse groenten en fruit op de bbq een vegamaaltijd met ei gemaakt door Taroi. Onze bijdrage is een bijna volle fles witte wijn en twee flessen donker bier uit eigen voorraad. Voorafgaande aan het eten spreekt Taroi in het Maori een ‘dank voor de maaltijd’ uit. 

De muziek is prachtig: jazz. Sarah Vaughan? Daarvoor klinkt de opname te nieuw.  De zangeres blijkt Whirimako Black, zus van Taroi. Gelauwerd en wereldberoemd in NZ en Australië. We zijn allebei ogenblikkelijk weg van haar prachtige stem. We bekijken de hoes: een krachtig gezicht, voorzien van een ‘moko’ op haar kin. Zo’n tattoo - moko kauae bij vrouwen - geeft ingewijden duidelijkheid over haar genealogie, status en andere zaken. Voorouders en afstamming zijn belangrijk binnen het ‘tribale’ leven van de Maori’s. 

Terwijl wij met Taroi aan de praat zijn, gaat Miria (77 j en vol energie) op enig moment dansen in het diffuse licht van de huiskamer. We stoppen het gesprek en kijken stil toe hoe ze op de muziek van de jazzzangeres een moderne uitvoering geeft van de Maori Kapa Haka waarbij ze ook de pois (pom poms) hanteert. Een bijzonder moment. 

We hebben een goed gesprek. Een pracht ontmoeting waarin we proberen de kern van elkaars levenswaarden te leren kennen. Intens. We ervaren dat we toegelaten worden in een voor ons onbekend privé-eigendom waarvan Miria en Taroi graag zien dat wij er kennis van krijgen. 

Voor we naar onze cottage gaan, spreken Taroi en ik af morgenvroeg te gaan vissen in ‘the harbour’. De zee moet wel rustig zijn om de vissers welkom te heten. ‘En ik wil ‘s avonds vis op de bbq’, lacht Miria.