woensdag 9 maart 2016

Beelden (6); bubbeltjes

Als na de jaarwisseling de cursus op 11 januari weer hervat wordt, resten mij nog zes avonden voor het afronden van 'de zittende' man. Dat wil zeggen dat ik hem nog net in het gips kan zetten voor we de 30ste weer naar huis vliegen. Als ik flink aanpoot, moet dat lukken met die kerel van klei. Ik heb me ermee verzoend dat ik niks van al het gemaakte mee het vliegtuig in kan nemen. Het is te zwaar en/of nog niet klaar.

Eerder heeft Guillermo het een aantal keren gehad over een opdracht die zijn dagen als beeldhouwer vult. In de buurt bezit een mecenas een beeldentuin waarvoor ‘onze meester’ aan de slag is. Het toeval wil dat een wandeling vanaf Cruz de Tea ons een paar dagen voor deze cursusavond langs een afgezet terrein bij San Isidro leidt waar tussen het groen een verzameling met kleur- en vormrijke objecten staat waar we met belangstelling naar kijken.

Bij het poortgebouw is een man boven op een grote rotsblok met een drilboor aan het werk. Een vrouw reikt hem wat kleiner gereedschap aan als hij even stopt met zijn oorverdovende activiteit. Ik maak van de stilte gebruik om een praatje te maken: hij blijkt een collega van Guillermo en ook hij is aan de slag voor dezelfde opdrachtgever.
Wanneer ik de 11de deze ontmoeting aanhaal onder het werken aan de ‘zitter’, horen we dat het nieuwe beeld van Guillermo op 8 februari onthuld wordt in de beeldentuin en dat alle cursisten daarbij welkom zijn. Het ‘Parque de esculturas’ van de Fundación Canaria Gernot Huber zal tot later moeten wachten.

De kofferset is inmiddels droog genoeg en met hamer en beitel verwijdert onze docent de gipslaag. Verhip: eerder niet lang genoeg geschud waardoor er te veel bubbeltjes in de vulling zijn blijven zitten. Ik zou dat nog af kunnen strijken. Het geheel ziet er in mijn ogen prima uit. Ik neem hamer en beitel over en verwijder de rest van de mal. Daarbij ligt de beitel op duim en pink ónder de drie andere vingers. Peetoom Jan van den Broek heb ik op die manier vaak als steenhouwer aan het werk gezien in de houten bouwloods van de St.-Jan. Die grip vergemakkelijkt het sturen van de beitel, ervaar ik. Het was dezelfde oom die mij toentertijd op het idee bracht om een scriptie te schrijven over oude Bossche gevelstenen: mijn eerste ‘publicatie’ over een Bosch onderwerp.

Thuis frot ik met fijn materiaal in de plooien van de kofferset om het laatste restjes van de mal weg te halen. Ik ga tussendoor een aantal keren extra naar het atelier om de zittende man in de laatste week op tijd in het gips te krijgen. De linkerkant van de persoon blijkt iets breder dan de rechter. Ik heb geen tijd meer voor nog een optreden als plastisch chirurg en plaats op de jas een pochetzakje dat de a-symmetrische verhouding verdoezelt.

De procedure om tot de mal te komen, is ondertussen bekend terrein geworden en in twee cursusavonden is het werk geklaard. Guillermo neemt op zich om dit beeld af te maken en het andere dat nog in het water ligt, uit de mal te halen.

Met een aantal mensen wissel ik e-mailadressen uit. De hele maand augustus zal het atelier opengesteld worden voor een tentoonstelling. Foto’s worden me door een medecursiste toegestuurd. Ik knuffel en kus de aanwezige dames en heren en sla op verschillende schouders. Dan slenter ik met een tevreden en dankbaar gevoel naar huis. Het was grandioos!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten