maandag 12 december 2011

Antwerpen (7); d'n amigo

'Welke sporen heeft onze aanwezigheid in jullie taal achtergelaten?' Die vraag moest ik vorige week in Toledo een aantal keren beantwoorden. Er zijn wat uitdrukkingen: 'Het gaat er Spaans aan toe' en 'Het Spaans benauwd krijgen'. Da's interessant, maar een overname van woorden in het Algemeen Nederlands?

Daar waar de Spanjaarden in De Lage Landen niet door de 'Hollanders' verdreven werden, kon het Spaans iets makkelijker wortel schieten in de lokale taal. In Vlaanderen en ook in Nederlands-Limburg kom je in dialecten woorden tegen als 'naraanje', sinaasappel ('naranja') en 'hablador', kletskous ('hablar'). Het mooiste woord is mijn ogen 'd'n amigo' voor gevangenis. Onze zuiderburen - want daar wordt het gebruikt - leggen bij de uitspraak vaak de klemtoon op de eerste lettergreep.

Ik hoorde 'd'n amigo' meer dan 25 jaar geleden voor het eerst in Antwerpen. Hoe heeft dit woord ooit de benaming kunnen worden voor zo'n onvriendelijke verblijfplaats? Aan de basis ligt het begrip 'vroon' dan wel 'vroen', voor 'heer' van een bepaald gebied. 'Vroonte' betekent 'iets wat eigendom is van de heer', zoals grond of een gebouw. Dat laatste was in sommige gevallen een gevangenis.

Ook in Antwerpen stond zo'n 'vroonte'. En in Brussel. Daar werd hij in 1522 - ten tijde van Karel V - achter het stadhuis gebouwd. 'Vroonte' werd (met umlaut) ook 'Vrunte'. Het verhaal wil dat de Spanjaarden 'vroonte' in al zijn uitspraakvarianten aanzagen voor een ander woord: 'vrunt(e)', vriend dus. En dan ligt de vertaling naar 'amigo' voor de hand. Op de plaats waar in Brussel d'n amigo stond, bevindt zich het luisterrijke hotel Amigo. De straat heet daar tweetalig Rue de l'amigo/Vruntstraat. Als gezegd behoort het woord ook tot het Antwerps taaleigen.

Dit alles blijkt - verteld aan een gezelschap Spanjaarden - een smakelijk verhaal op te leveren. En ik weet inmiddels uit eigen ervaring: je maakt er vrienden mee.

zaterdag 10 december 2011

Antwerpen (6); pagadders

Het was de ‘pagadder’ Paul Beliën die mij op het bestaan van de ‘pagaddertoren’ wees. Behalve kennis over dit fenomeen, heb ik aan deze Vlaming nog meer informatie over ‘zijn’ Antwerpen te danken. Waarschijnlijk ook de liefde voor die havenstad. Paul is niet meer en elk verblijf in de Sinjorenstad loopt hij in gedachten - bij wijze van spreken - naast me.

Een ‘pagadder’ is een geboren Antwerpenaar. Maar dan eentje - in tegenstelling tot de volbloed 'sinjoor' - waarvan niet beide ouders hun wieg in die gemeente hadden staan. De woorden 'pagadder' en 'sinjoor' zijn allebei van Spaanse oorsprong. Paul bracht in zijn verklaring nog een accent aan. Als ‘pagadder’ was hij eigenlijk een ‘heiden’, een ‘wilde’ die uit de ‘pagus’ kwam, latijn voor 'gouw', het buitengebied. Kortom: hij was ‘een boer’, in voetbaltermen.

‘Pagadder’ als benaming voor ‘belhamel’, ‘opdondertje’ en ‘kindje’ is te herleiden tot het Spaanse ‘pagador’ of betaalmeester. Die lui zorgden in de Spaanse tijd voor de soldij, kleding en voeding van de soldaten. Nu zat de koning van Hispanje regelmatig slecht bij kas. In dat geval konden de bevelvoerder financieel bijspringen om muiterij te voorkomen, of de ‘pagadores’ gingen de centen al dan niet dwingend bij de burgerij halen. Die betaalmeesters waren doorgaans klein van stuk en hun gebrek aan lengte hield ze van het slagveld. Dit kenmerk maakte ze niet minder agressief, vandaar dat ‘pagadder’ naast ‘hummeltje’ ook ‘etterbak’ en ‘deugniet’ is gaan betekenen.

Helemaal mooi - en voorlopig nog even een curieuze verklaring - is de veronderstelling dat 'pagadder' de benaming was voor 'kind van een Spanjaard'. In de tijd dat in Antwerpen en omgeving Spaanse soldaten betrekkingen aanknoopten met lokale vrouwen, leidden die contacten ook tot 'buitenhuwelijkse' zwangerschappen. Enigszins misprijzend zouden de vruchten van deze activiteiten 'pagadders' genoemd zijn.

Antwerpen en andere steden kenden onder het Spaanse bewind uitkijktorens waarin reders de horizont aftuurden. In een tijdperk zonder telegraaf en iPhone was het voor die lui afwachten geblazen: wanneer zou hun schip eindelijk aan de einder verschijnen? Die hoge uitkijkposten – statussymbool naar mediterraan voorbeeld – waren vaak wat petieterig van omvang. Je moest zelf ook niet al te zeer uit de kluiten gewassen zijn, om je binnen die ruimte langere tijd op te kunnen houden. Een klein menske of ‘pagadder‘ zou de meest geschikte persoon zijn om op de uitkijk te staan in die toren. Vandaar dus ‘pagaddertoren’. En met enige moeite zijn ze nog te op te sporen in de Sinjorenstad. Ik weet er in elk geval een aantal te vinden; met dank aan dieje ‘pagadder’.

Toledo (3); Alejandro Farnesio

De Toledaanse Academía de la Infantería heeft een druk programma voor ons samengesteld. De Empelse delegatie is hier nu voor het vierde jaar; ik mag hiervan voor de eerste keer deel van uitmaken.

Woensdag 7 december begint met een rondleiding op het terrein van de academie. Het totale gebied is 24 ha. groot, dus beperken we ons tot het gedeelte waar het hoofdgebouw staat. Dit laatste blijkt een groot aantal herinneringen te bezitten aan de tijd waarin De Lage Landen tot het Spaanse Rijk behoorden

Het is met name dit gedeelte dat mijn aandacht trekt. Schilderijen, wapens, vlaggen, plaquettes. Er is zelfs een hoek voor de gebeurtenissen in Empel. Ik zet dit zo veel mogelijk op de foto. Eén vaandel verwijst naar het 'Tercio Alejandro Farnesio'. De naamgever van dit infanteriegedeelte is bij ons ook bekend als de hertog van Parma. Hij was het die in 1585 na de de herovering van Antwerpen 4.000 soldaten richting Empel dirigeerde.

De getuigenissen van en rond 1585 zijn onderdeel van een grote verzameling die 'het verhaal van de plek' vertellen. Lijsten maken duidelijk dat de school tot haar studenten ook Francisco Franco en de huidige Spaanse koning rekent. Die eerste heeft een enorm groot glazen plafond achtergelaten. Daarin bevindt zich het wapen van de eerste Spaanse koningen: los Reyes Católicos. De afbeelding is wat aangepast.

Terwijl ik daarnaar kijk, begrijp ik pas goed de uitspraak van een historicus die schreef dat de dictator de laatste was in de reeks absolute vorsten die zich zagen als de verdediger van Gods Rijk op aarde. In Franco's opvatting was het daarmee mogelijk om mensen het leven onmogelijk te maken. Ik ga een discussie met onze enthousiaste gastheer uit de weg en leidt het gesprek naar wat ons bindt: het optreden van de hertog van Brabant. En die rol werd een tijdlang vervuld door de koning van Hispanje. En die kwaliteit heeft ons uiteindelijk naar hier gevoerd.

vrijdag 9 december 2011

Toledo (2); vechten in Flandes

Als we op 6 december naar Madrid vliegen, blijkt Sinterklaas niet tot de passagiers te behoren. Hij zal wel met de boot gaan. Zijn afwezigheud betreur ik niet, benieuwd als ik ben naar de hernieuwde kennismaking met Toledo. Dit keer verblijf ik daar niet als toerist: de komende dagen mag ik met vier anderen deel uitmaken van een delegatie uit Empel. Die brengt - na een Spaans initiatief uit 1585 - opnieuw een tegenbezoek aan Toledo. Daar huist het opleidingscentrum van de Spaanse infanterie.

Dat die infanterie bij Empel in 1585 strijd leverde met de volgelingen van Willem van Oranje, was eerder in Toledo bekend. Het feit dat die gebeurtenis in het Noorden ter plekke was blijven voortleven, werd pas vier jaar geleden duidelijk. Op dat moment bereidden de Spanjaarden een herdenkingstocht voor langs de Spaanse Weg die het leger van de koning volgde tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Duizenden soldaten - in gezelschap van vrouwen en kinderen - liepen bijna elk jaar van Milaan naar Brussel. 'El Camino español', een fikse onderneming.

Vechten in Flandes, letterlijk Vlaanderen en in werkelijkheid De Lage Landen, was een zware opgave. Eerst moesten de soldaten er zien te komen, om vervolgens te overleven in kou, mist, regen, omringd door blonde dikke zegvrije vrouwen en dikke rossige besnorde mannen die de Spaanse medebroeders niet echt welkom heetten. In elk geval verwoordt op die manier Aturo Pérez-Reverte het Spaanse beeld in zijn serie met capitán Alatriste in de hoofdrol.

De slag in Empel met de 'holandeses' is met veel heroïek beschreven in Spaanse bronnen. Uiteindelijk was het de Maagd Maria die haar troepen de overwinning bezorgde op 8 december 1585. Zij werd de patrones van die Spaanse strijders en ten slotte van de totale Infanterie en ook van de gehele natie.

We worden tegen de avond opgehaald bij het Madrileense vliegveld. De stad Toledo blijkt fantastisch aangelicht als we de Academie van de Infanterie naderen. Het blijkt die 6de december 'El día de la Constitución'. Sommige landen lijken wel erg rijk aan feestdagen.

maandag 5 december 2011

Toledo (1); de Spaanse weg

De Academia de Infantería de Toledo is een kaderopleiding van de Spaanse landmacht. Het bestaat sinds 1850 en enige tijd zat het in het machtige 'Alcázar' dat aan de overzijde van de Taag boven de stad uittorent.

De huidige bebouwing stamt uit 1941. Direct aanpalend is een gastenverblijf waar ik binnenkort wat dagen doorbreng. Nog niet eerder was ik langer dan een uur in een militair onderkomen. Boven de poort hangt de tekst 'Todo por la patria', 'Alles voor het vaderland'. Die tekst las ik in 2007 vanaf de stadskant. De latere dictator Francisco Franco zat hier op school.

De aanleiding voor het bezoek is het wonder dat in 1585 plaatsvond in Empel. Bij dat plaatsje zaten aan het eind van dat jaar Spaanse troepen klem in hun strijd tegen de Hollandse opstandelingen. Dankzij het ingrijpen van de Maagd Maria konden de soldaten veilig naar Den Bosch gaan. Spaanse bronnen spreken van een overwinning; Hollandse ooggetuigen gebruiken een ander zelfstandig naamwoord. Die dag, de 8ste december 1585, krijgt de Heilige Moeder een speciale betekenis voor de troepen en van 1892 is Maria Onbevlekte Ontvangenis de patrones van de Spaanse infanterie. Een aantal jaren geleden kreeg Empel - inmiddels onderdeel van de gemeente 's-Hertogenbosch - opnieuw aandacht vanuit Spanje. Het contact is sindsdien gebleven. Op 3 juli jl. bezocht een Spaanse delegatie Empel en maakte bij gelegenheid een tocht over de Binnendieze. In december volgt een tegenbezoek; ik vind het meer dan interessant daaraan deel te kunnen nemen.

Toentertijd - in 1585 en lang daarna - liepen de Spaanse soldaten vanaf de Middellandse Zee (m.n. Genua) naar Brussel. Die weg raakte bekend als 'El camino Español', 'De Spaanse Weg'. De uitwisseling tussen Empel en Toledo houdt de herinnering aan zowel het 'Wonder van Empel' als de verbindende route levend.

Meer over het 'Wonder van Empel': http://bosschebladen.nl/media/pdf/2005-1Berselaar.pdf

vrijdag 2 december 2011

Bolduque (17); fort Isabella bedenken

Zolang ik me herinner, spreekt fort Isabella tot mijn verbeelding. Meer dan 50 jaar geleden jakkerden we met de fiets over de kronkelige aarden wal richting IJzeren Man. Voor ons 'zesdeklassers' was dat smalle zandpad kilometers verwijderd van onze natuurlijk habitat en waanden we ons bij wijze van spreken ergens in een ver oord. Toch behoorde het verdedigingswerk gewoon tot de gemeente Den Bosch. Vandaag wandel ik over datzelfde weggetje. Daarbij probeer ik voor mijn buitenlandse gehoor het beeld op te roepen dat past bij de tekeningen die ik voorafgaande aan dit tochtje in enkele boeken opsloeg.

Door de aanleg van het spoor is er flink gehakt in de oude vijfhoekige schans. Aan de zijde waar wij lopen, is de structuur nog heel herkenbaar. Was het Johan Cruijff die zei: 'Je moet kijken om het te kunnen zien'? Hoe dan ook, met enige fantasie is tussen twee aarden verhogingen een gracht te reconstrueren. Veel water staat er niet en de bijna ongebreidelde bomengroei maakt de tekening onscherp. 'Kijk thuis nog maar eens op Google Earth', zeg ik, 'Dat brengt het geheel goed in beeld'. Eerder zei ik dat ook al bij fort St.-Anthonie dat hier 'net om de hoek ligt'. Althans, wat daar nog van rest. Op die plek geldt de vermeende uitspraak van het 'voetbalorakel' des te meer.

Wie als vijand de stad vanuit het zuiden tegemoet trok, moest eerst afrekenen met de bezetting van beide forten. We beschikken over gedetailleerde gegevens die laten zien wat dat in 1629 betekende tijdens de belegering van de stad. Ondanks al die kennis valt het me steeds moeilijker écht een voorstelling van zaken te maken. In mijn kop zit bijvoorbeeld de suggestie dat de zeventiende-eeuwse mens tijdens zijn leven evenveel ‘indrukken’ te verwerken kreeg als wij op één dag. Daarom zouden onze zintuigen nu steeds als een razende bezig zijn die prikkels te selecteren om te voorkomen dat we bijvoorbeeld tijdens het bezoek aan een stadscentrum knettergek worden. Daarbij waren toentertijd de Nederlanden leeg, was het vervoer over landwegen een moeizaam gebeuren en woonden ziekte en dood dichtbij. Ik noem maar wat.

Morgen begin ik aan mijn laatste optreden tijdens de cursus Boschlogie. Drie achtereenvolgende zaterdagochtenden sta ik voor vijftien deelnemers met het onderwerp ‘Den Bosch, Spaanse stad in Brabant?’ Daarna stop ik als inleider. Eerder ben ik me in dat onderwerp gaan verdiepen na de zoveelste boottocht over de Binnendieze. Daarbij zei de schipper: ‘We waren toen een Spaanse stad’. Sindsdien probeer ik te achterhalen wat dat betekend zou kunnen hebben. Binnenkort bezoek ik op uitnodiging de stad Toledo. Het ‘Wonder van Empel’ uit 1585 zal daarbij beslist ter sprake komen. En net zoals tijdens deze wandeling over de restanten van de herinnering aan fort Isabella, zal ik ook daar aan de Taag proberen te bedenken: ‘Hoe leefden die lui toen werkelijk?’

Meer over fort Isabella: http://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_Isabella

donderdag 1 december 2011

Het Bossche Broek (7); rare vogels

Het Bossche Broek blijft boeien. Vandaag door de aanwezigheid van aalscholvers. Zotte beesten, rare vogels. In de natuur lijkt niks zonder reden, maar waarom moeten deze dieren het dan stellen zonder waterafstotend verenpak? Het antwoord zou luiden dat ze op die manier minder opwaartse druk ondervinden tijdens het duiken. Als je per dag een pond levende vis moet najagen, is dat wel handig. En tja, daarna dus even de was buiten hangen. Als ik op 30 november langs de Dommel banjer, laten verschillende exemplaren zich met uitstaande vleugels drogen in de wind. Het is zonnig, 11°C en met dit windje lijken ze me weer snel oké.

De aalscholver was ooit een exotische vogel. In mijn ogen althans, want toen ik jong was, moeten ze hier bekant uitgestorven zijn geweest. Er was in die tijd een aflevering van de NOF (Nederlandse Onderwijs Film), die voor ons schooljeugd in beeld bracht hoe Japanners vanuit bootjes met aalscholvers visten. Ze hadden die beesten aan een lijn. Die zat om de nek van de gevederde vrienden, wat tevens voorkwam dat die onder water de visjes doorslikten. Weer aan boord gehaald, spuugden ze de buit uit en tjoep gingen ze voor de volgende raid te water. In die jaren probeerde ik te karperen, een zeer geduldig karwei. Vissen met een aalscholver leek me magnifiek. Maar goed, inmiddels is hun aantal in ons land weer toegenomen en beroepsvissers zouden deze concurrenten het liefst de nek omdraaien.

Verderop scheidt de A2 het Bossche Broek van Dooibroek, een weidegebied. Vlak voor Oud-Herlaar bevindt zich een strook met knoteiken, die dienst deed als refugium. Rechts ligt aan de Dommel de boerderij van een (achter)naamgenoot. Links voert een weg naar landgoed Pettelaar. Als gezegd, geschiedt in de natuur niks zonder reden. Waarom blijft de eik zo lang zijn bladeren - al dan niet verdord - dragen? Ik herinner me een vertelling over een arm keuterboerke. Die verkoopt zijn ziel aan de duivel, waarbij zijn vrouw als wisselgeld dient. Dat boerke is slim en hij zal zijn pand pas inlossen als de eiken kaal zijn. Dat worden ze om een bijzondere reden niet. Pietje Pek krijgt het nakijken en de boer en zijn echtgenote leven nog lang en gelukkig. Si non è vero è ben trovato: als is 't dan niet waar, dan is het toch aardig bedacht.

Linksaf dus bij Oud-Herlaar, langs een mooi door bomen omzoomd pad naar de Patersberg bij landgoed Pettelaar. Ook al zoiets: Patersberg. Veeleer is er sprake van een hoop zand met bomen, maar à la bonheur: ook die plek is omgeven met verhalen. Op die berg zou een redoute of verschansing gelegen hebben in 1629, tijdens de belegering van Den Bosch. 'Don't mention the war', denk ik en wandel verder over het landgoed. Als je een Bosschenaar echt pissig wil krijgen, moet je over 1629 beginnen. En om het een en ander af te reageren, zoek ik een kloeke boom op. Zo, dat lucht in elk geval op: rare vogels, die Bosschenaren.

Over de 'boerenfabel': http://www.beleven.org/verhaal/waarom_de_eik_vingerbladeren_heeft