maandag 28 januari 2013

Stroom

Tijdens twee voorgaande winters was Los Cristianos steeds voor een tijdje mijn verblijfplaats. Dit jaar ben ik naar El Médano afgereisd. Dat ligt 16 kilometer meer naar het noorden, is beslist winderiger én heeft naar het schijnt de meeste zonne-uren van Tenerife. Een aantrekkelijke plek. Zeker voor surfers en voor lieden zoals ik: lekker de bergen in, rennen langs het strand, Spaanse keuken. En vooral: warmte. Een weldaad voor het ‘knokement’; een belangrijke reden voor mijn verblijf hier. Overigens betekent het Spaanse ‘invernar’ zowel overwinteren als winterslaap houden.

Afgelopen twee weken heb ik niet veel gedaan. Kennelijk was een rustige aanloop gewenst. Vandaag 26 januari 2013 ging ik voluit. Met een uurtje joggen bij zonsopgang, later gevolgd door een klim naar de top van de Montaña Roja en een tocht over het kustpad naar Los Abrigos. Een genot om te doen op tegelijkertijd allemaal bekend terrein.

Nou blijkt dat laatste een relatief begrip. Eerder stond ik op die ‘Rode Berg’ en verwonderde ik me later op het indrukwekkende Playa de la Terejita over de aanwezigheid van een goed geconserveerd gebouwtje. Ooit neergezet als beginpunt van een telegraafkabel naar het toen nog Franse Senegal. Aan de voet van de Montaña, vlak voor het strand, was met tot vandaag nog niet eerder de aanwezigheid opgevallen van een oude tomatenkwekerij. Veel is er van die agrarische onderneming niet overgebleven. Toch lopen de resterende muurtjes achter het educatieve bord echt wel in het oog. Tot de jaren ’60 van de vorige eeuw werd hier geploeterd met menskracht en de inzet van dromedarissen. Het water moest van 25 kilometer verderop komen via de kunstmatige kanaaltjes die je hier overal aantreft.

Op weg naar Los Abrigos passeer ik twee moderne kwekerijen. De eindeloze rijen tomaten- en avocadoplanten bevinden zich in enorme ‘kassen’, overtrokken met poreus kunststoffen doek. Vanuit de lucht doet dit soort bouwwerken aan als enorme rechthoekige gecamoufleerde percelen. Computergestuurde toevoer van water en groeistof zorgt voor een op het oog arbeidsextensieve bedrijfsvoering. De dromedaris is al decennia met pensioen.

Om de zoveel honderd meter staat een bunker. Bijna steeds in goed geconseveerd. Een aantal blijkt bewoond. Ze dateren uit de Tweede Wereldoorlog en huisvestten volgens een volgend educatief bord soldaten die achter hun geschut de Atlantische Oceaan afspeurden: wie weet zouden de geallieerden hier wel landen. ‘Heden ten dage’, vertelt de weer- en windvaste tekst’, ‘behoren de bunkers tot het gewaardeerde cultureel erfgoed van Tenerife’.

Een kleine pauze aan het haventje van Los Abrigos. In de bar hangt een vierkante meter aan Engels tv-voetbal. Vanuit de keuken komt een lekker warm broodje.

Daarna loop ik flink door, want om 17.00 uur heb ik een afspraak met de huisbaas. Het appartement dat ik van hem huur, kreeg onlangs een nieuwe elektriciteitsmeter. Misschien is die wat zuinig afgesteld, luidt de veronderstelling. Hoe dan ook: al zes of zeven keer zat ik de afgelopen weken zonder stroom. De stoppenkast weet ik onderhand blindelings te vinden; het blijkt steeds de hoofdschakelaar die ik weer om moet zetten. Maandagmorgen komt er een monteur; ik hoor per sms nog op welk uur.

Voor de securiteit koop ik om 19.00 uur wat kaarsen bij de Chinese toko aan het markpleintje. Om de een of andere reden blijf ik het ‘zomaar in het donker komen te zitten’ ook een onvervreemdbaar onderdeel vinden van het gewaardeerde Spaanse cultureel erfgoed.

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten