maandag 24 september 2012

Pretdorp


Deze tekst stond 29 augustus 2012 in de Bossche Omroep, als column bij de rubriek 'Onder de Boschboom'

Nou ja, in Den Bosch hoef ik me nauwelijks te vervelen. Altijd wel wat te doen. Niet dat ik elk ding afloop, want soms ontbreekt me de zin. Dan denk ik van: ‘Ze kunnen best even zonder mij’. Verder is 't: vol programma. Ik krijg het collega’s die elders wonen bekant niet uitgelegd. Eerst natuurlijk Carnaval. Overigens staat me daar nu nog weinig van bij. Hoe dan ook, in elk geval flink zuipen, zeg maar. Toen even pauze en vervolgens: van dik hout. Jazz in Duketown, niet echt mijn muziek, dus. En och, je komt zoveel bekenden tegen. Die volgen me op Facebook en voor je het weet zit je weer met z’n allen aan de pap. En daarna hield het gewoon niet meer op. Terecht hoor, dat ze hier zeggen: 'Den Bosch, Bourgondische Stad'. We kunnen d’r in onze gemeente wat van: lekker aan de jep. Gevolgd door nauwelijks nog te herinneren culturele weekends met een vermoeiende run rond de stadsmuur en een tocht voor fietsvrouwen. Bij dat laatste viel de regen nauwelijks in mijn glas: ik heb met smaak staan proeven. In zo’n plaats als Den Bosch gaat het ene evenement gewoon over in het volgende. Feeststad. Pretdorp. Daarachter zit een geweldige organisatie. Geniaal. Dus ook steeds in de prijzen, wij: beste shopstad, nationale fietsstad, en al bijna de prijzigste terrasgemeente van Nederland. Niet te vergeten kandidaat Cultuurstad 2018. Allee, vind ik dus wel prima. Ik weet daar wel een leuke slogan voor: 'Plezier in bier'. Moet ik toch eens op mijn T-shirt laten drukken. Dat weekend van het Levenslied was trouwens ook geweldig zeg: ondanks de buitjes toch goed gezopen. Wanneer stonden die ambachtelijke brouwers ook alweer op de Markt? Met maten ingenomen, meen ik, van die speciale tripels. Echt, da's mijn stad hoor! Wat een geluk dat ik hier woon en niet in Lelystad. Of Dronten. Dan vergeet ik nog even die herriefestivals in de Brabanthallen, op de Parade en bij de Pettelaar. De muziek daar laat ik voor wat het is; wel een lekker glas. Boulevard was werkelijk een toppertje! Je kunt ook nog met een bus naar voorstellingen. Waarom eigenlijk, want op de Parade was het gezellig zat. Eindeloze avonden gewoon. Goede gesprekken ook wel en natuurlijk met een heerlijk pilske. Den Bosch: om in te bijten. Een echt hoogtepunt was die huldiging van 'onze helden' bij het station. Stond zowat in de Visstraat, maar toch grandioos. Al dat gemeut vooraf over geluidsoverlast en inkomensderving. Die horecaffers voelen zich altijd benadeeld terwijl ze er ervoor zorgen dat 'panta rhei', dat alles stroomt. Vooral het bier. Geweldig toch. Ik zeg het nog maar een keer: ' Den Bosch is Bourgondisch', nooit een saaie dag. Nu al zie ik uit naar de kermis, die proeverijdagen, de nieuwste loot 'Gay-Day' en wat er nog meer gaat komen. Magnifiek. Ik mag dat wel: proost.

Harry van den Berselaar
bolduque.blogspot.com


zondag 23 september 2012

Brel op z'n Bosch (2); het optreden

Zaterdagavond 22 september 2012 zet ik om 18.00 uur mijn fiets op slot bij de Bossche Verkadefabriek. Willemijn Smeets staat al op de speelvloer om nog wat aan de uitspraak te vijlen. Ze zingt en het is een kwestie van details. Met 'ge rùkt naor pèèrs venijn' en 'die in de weind verwèèit' heb ik haar wat lastige klinkercombinaties gegeven. Dan arriveert haar muzikaal begeleider Rogier Telderman. Hij legt zijn motorkleding op een stoel en slaat meteen de piano aan. Willemijn herhaalt tot ze pèèrs ziet. Ik vind dat het 'Bosch zat' klinkt. Vervolgens gaan andere zangers en zangeressen achter de microfoon. 'Marieke' klinkt al meteen mooi.

Nog geen week geleden waren er 80 kaartjes verkocht. Nu kan er met 400 mensen niemand meer bij in de zaal. Het hangt er zogezegd met de benen buiten, wat ik steeds weer een curieus beeld vind. Mijn vrouw en ik zitten op rij twee met uitstekend zicht op de zaal. In afwachting van de start, app ik wat repetitiefoto's naar de jongedame. Dan komt er beweging in het afschermende doek en presentator Ton Biemans houdt zijn inleidende praatje. Al snel volgt het eerste lied.

Zoveel rijen van zwijgen achter mij tijdens de optredens. Steeds gevolgd door een waarderend applaus. Steph Breukel is er niet om mijn Bossche vertaling van Rosa te zingen. De Tilburgse Anton Kwantes vervangt hem verdienstelijk. Peter Dictus brengt een veelzeggend 'Jongensjaar' en opnieuw zet Peter van den Bosch een prachtig 'Merieke' neer. Het publiek beloont die prestatie enthousiast.

Dan is het de beurt aan Willemijn met ‘Drankùrgel’. Zij en de pianist bouwen gaandeweg een enorme spanning op in de zaal. Nou ja, dat denk ik dan intuïtief te ervaren. Misschien zit dat alleen bij mij. Na een geweldige finale volgt applaus en waarderend geroep en gefluit. Geweldig. Ik geur 'm. Naast mij zegt een 'kenner': 'En ok mooi hoe dè mèdje dè uitsprikt, dè in de weind verwèèit'.

De uitreiking van de cd aan de Commissaris van de Koningin en de volgende optredens volg ik met een roze tevredenheid. Alsof ik net uit een warm bad gekomen ben en nog even tv kijk voor het slapen gaan.

Rond 22.00 uur loopt het programma ten einde. Waarna ik me in goed gezelschap de dubbele trappist goed laat smaken.

donderdag 20 september 2012

Brabo’s (5); ons, onze & onzen

En dan is er in het brabo’s natuurlijk ‘ons’, zoals in ‘ons moeder’ en ‘ons Toos’. En voor de mannelijke tak ‘onze Jan’ en ‘onzen Harry’. Die -n verschijnt wanneer het bezittelijk (of een bijvoeglijk naamwoord) gevolgd wordt door een mannelijk woord dat begint met een klinker, b,d,t of h. Ook in andere zuidelijke gewesten behoort dit grammaticale verschijnsel tot het taaleigen.

Ons Toos, mijn oudste zus. Als kind dacht ik dat wij ‘ons’ gebruikten om aan te geven dat ze écht van ons was. Bijvoorbeeld om haar te onderscheiden van Toos-van-ome-Jan of tante Toos. Zo van ‘Laat er geen misverstand over bestaan, we hebben het over óns Toos, en niet over iemand anders’. Wie weet, speelt die gedachte mee. Allereerst wordt ‘ons’ in het brabo’s gebruikt om een familierelatie aan te geven. ‘Ons Toos’ is mijn zus. Of mijn dochter.


De aanwezigheid van die tweede opties veronderstelt wat voorkennis bij de gesprekspartner(s) met wie ik het over Toos heb. Zij weten bijvoorbeeld al dat het mijn zus is, of dat geen dochter heb. Om dat laatste te versterken: Toos staat als doopnaam al en poosje niet in de top-10. Had ik het gehad over ‘ons Anouk, Catheleijne, Katja of Miranda’, dan was een vader-dochterverband mogelijk geweest. En wie twijfelt, vraagt gewoon even hoe de takken aan de boom zitten. De interpretatie van ‘ons’ levert in het gebruik nauwelijks problemen op.

Nou, dat laatste is niet geheel waar. Ik heb er zelf wat moeite mee in het speciale geval dat ik het over mijn pa of ma heb in het bijzijn van een der zusjes. Buiten het ‘ons-gebied’, welteverstaan. Kijk, daar is ‘ons Toos’ is nog te omschrijven als ‘onze zus Toos’. Een vervanging door van ‘ons pa’ door ‘haar en mijn vader’, of ‘die pa van ons’ krijg ik niet over mijn lippen. Evenmin het alternatief ‘mijn vader’, want dan is het net of ik in het gezelschap van sprekers mijn aanwezige zusje uitschakel. ‘Ons pa of ma’ is een ouder van ons allebei. Dus gebruik ik dat dan ook, gevolgd door ‘zoals wij dat zeggen’. Waarna vaak een begrijpende en/of herkennende glimlach volgt.

‘Ons pa en (ons) ma’ ligt de brabo’s in de mond bestorven. We nemen het gemakkelijk mee naar het Algemeen Nederlands. Het is ook ‘ons pa’ en ‘ons vader’, hoewel volgens de regel ‘onze pa of onze vader’ zou moeten zijn. Je hoort het wel, en het is verwarrend daar ‘onze vader’ meteen leidt tot ‘die in de hemel zijt’. ‘Ons pa’ en ‘ons vader’ dus. Of in de snelheid: ‘’spa’, ‘’sma’, ‘’soma’, ‘’sopa’ en ‘’sToos’.

 

 

 

 

woensdag 19 september 2012

Brabo’s (4); schoonbroer


Het Nederlandse taalgebied kent in de praktijk van het AN wat ‘officiële’ varianten. Woorden of woordvormen die naast elkaar voorkomen, heten dan synoniemen. Zo zullen Brabanders kiezen voor ‘jij zult’ en ‘jij kunt’ terwijl dat elders - ook in Limburg en Vlaanderen - eerder ‘jij zal’ en ‘jij kan’ wordt. In beide gevallen is er sprake van correct taalgebruik. Zo leiden ook ‘proficiat’ en ‘gefeliciteerd’ een parallel leven, waarbij het eerste frequenter in de zuidelijke gewesten voorkomt. Op dit laatste ben ik overigens nog niet zo lang gewezen door een naar Amsterdam verhuisde brabo. Of is zij een ‘braba’?

En dan hebben we het woord schoonbroer, het ‘gepermitteerde’ equivalent van zwager. De populaire woordenboeken vermelden dat het eerste woord populair is in het zuidelijke provincies dan wel Vlaanderen.

Na wat opmerkingen jaren geleden in een noordelijker gelegen werkkring, staat dit lijstje ook op mijn tweesporenlijstje. Als ik het aan voel komen, zet ik er zwager voor in de plaats. Of ik gebruik het, en laat het volgen door ‘of zwager zoals hier gezegd wordt’.

Familieaanduidingen met het element ‘zwager-’ zijn het oudst. Dit werd vervangen door leenvertaling van ‘schoon-’, met als bron het Franse beau-frère, belle-soeur etc. ‘Zwager’ bleek te hardnekkig om geheel door ‘schoonbroer’ vervangen te worden.

De mannen van mijn zussen noem ik mijn schoonbroers. Zo ook die van mijn schoonzussen. Eénenhetzelfde woord dus. Ik ben onbekend met de traditie die binnen Brabant nog zou bestaan om in het eerste geval de term zwager te hanteren.


dinsdag 18 september 2012

Brel op z’n Bosch (1); de aanloop


De tournee ‘Sjaak, Brel op z’n Brabants’ is al ‘efkes onderwege’ en doet op zaterdag 22 september a.s. eindelijk dan Den Bosch aan. Van de gelijknamige cd krijgt Commissaris van de Koningin Wim van de Donk die avond in De Verkadefabriek het eerste exemplaar overhandigd. Het album met 16 chansons is inmiddels aan de tweede druk toe.

Voorgaande presentaties in Goirle en Etten-Leur kon ik niet bijwonen. Dus zit ik al dagen te ‘tissen’: op het puntje van mijn stoel. Bosschenaren die de reis naar een van de eerdere voorstellingen maakten, kwamen enthousiast terug. En met een cd, want die zit bij de entreeprijs inbegrepen.

De uitgave bevat één instrumentaal nummer. Voor de 15 liederen hebben de nodige brabo’s het origineel van Jacques Brel in hun dialect vertaald, waarna dit resultaat door streek- of plaatsgenoten op de band werd gezet. Ik ben onder de indruk van het resultaat.

Voor de Bossche bijdrage vertaalde ik twee teksten. Al 16 jaar geleden ‘Rosa’, waarvoor Steph Breukel achter de microfoon ging staan. En afgelopen herfst ‘L’Ivrogne’, dat nu ‘t Drankùrgel’ heet, gezongen door Willemijn Zwart-Smeets. Beide stemmen zijn via een link van het Brabants Dagblad te beluisteren.  

Met Willemijn heb ik maandagmiddag 17 september rendez-vous. We gaan op de foto voor het Brabants Dagblad en zij vindt een kroeg de beste plek voor die opname. Niet alleen de locatie verwijst naar de cd, ook onze enscenering: die vormt een knipoog naar de afbeelding op de cd-hoes. Siebe Zwart zet ons voor de komst van de echte fotografe op onze respectievelijke mobielekes.

Terwijl Willemijns jongste dochtertje twee tafels verderop in d’r reiswieg ligt te pitten, zitten wij geduldig voor de camera. Weer thuis zet ik de cd op: Brel klinkt prima op z’n Brabants.

maandag 17 september 2012

Brabo's (3); onderkómen

Tijdens de theepauze sta ik met een collega te praten als een derde bij ons komt staan. Enthousiast meldt de aansluitster: 'De koop van het huis is rond'. De aanloop tot deze overeenkomst was ons al bekend dus feliciteren we haar met de uitkomst.

Ze is nu mede-eigenaar van een groot huis in Amerongen. Dat wordt de komende maanden dankzij veel gezamenlijke inspanning opgeknapt. Want er is wat achterstallig onderhoud. Iets dat bij mij de reactie ontlokt: 'Is het onderkomen onderkomen?' Waarna zij: 'Ja, het is een onderkomen'. En dan ik weer: 'Een onderkomen onderkomen?' Na enig zwijgen concluderen we dat de mop niet overkomt: onderkomen in de betekenis van verwaarloosd, in verval geraakt of niet florissant, blijkt haar onbekend.

Een onderkómen ónderkomen' is op dat moment in mijn ogen nog standaard-Nederlands. Ter controle vraag ik het aan een vierde collega, die positief reageert. Om helemaal zeker te zijn, halen we er nog even de Dikke Van Dale bij. En daar lezen we dat we met een Zuidnederlands begrip te maken hebben. In beginsel dus Vlaams, en klaarblijkelijk ook bekend aan deze kant van de staatsgrens. Waarmee onderkómen wordt bijgezet in de categorie Brabo's.

Dit voorval speelt zich af rond 1985, dus al even geleden. De scène staat me helder voor de geest. Waarschijnlijk door de indruk die deze taalkundige ontdekking maakte. Weer zo'n woord, zou ik later zeggen, waarvan wij Brabanders aannemen dat het Algemeen Nederlands is. Ik bedoel maar, als iedereen in de wijde omgeving het gebruikt, is dat toch ook zo? Mooi nie dus.

Verdams Middelnederlandsch Handwoordenboek vermeldt bij 'ondercomen' betekenissen als te gronde gaan en afnemen in kracht. De kwalificatie van Van Dale geeft aan dat deze noties de sprong van Zuid- naar Algemeen Nederlands niet gemaakt hebben. En ik maar denken van wel. Nou ja, dat dacht ik dus zo'n kleine 40 jaar.

Onderkómen kan van zaken - gebouwen, boten een bosperceel - en personen gezegd worden. 'Ik ontmoette Jan toevallig weer eens en die zag er wat onderkomen uit. Moet wat beter voor zichzelf zorgen'.

zaterdag 15 september 2012

Brabo's (2); aanrijden


Veel Brabanders - en kijk er maar wat internetfora op na - zijn buiten de regio wel eens tegen vreemde reacties op het gebruik van ‘aanrijden’ aangelopen. Of bij ‘aanlopen’ en ‘aanfietsen’. In onze contreien staat het prefix aan voor ‘beginnen te’ of ‘starten met’. In talloze situaties kun je uitspraken horen als ‘Blijven jullie nog maar even hier en dan fiets ik vast aan’. En weg is hij of zij op de fiets.

Het gebruik hiervan is zo normaal en algemeen dat sprekers het beschouwen als Algemeen Nederlands. Wanneer wij het boven de waterkering in onze interpretatie van de gangbare taal opnemen, wordt er tot onze verbazing opmerkelijk op gereageerd. Toen ik een jaar of twintig terug in Arnhem aan een nieuwe baan begon, ging ik zo veel mogelijk met de trein naar mijn werk. Soms nam ik de auto uit Den Bosch. Toen dat laatste een keer het geval was, vroeg een collega naar de duur van de reistijd, waarop ik zei: ‘Ik ben om 07.00 aangereden’. De dame in kwestie rekende snel uit dat het dus wel meeviel. Een derde die bij dit gesprek aanwezig was, vroeg of dat erg was. Hierop antwoordde ik: ‘Nee, want ik sta altijd vroeg op’. Toen viel er een stilte.

Die werd opgevangen door de eerste dame. Als geboren Tilburgse had zij in haar nieuwe woonplaats deze verrassing al eerder meegemaakt. Nee, ik had geen ongeluk gehad, ik was gewoon op tijd vertrokken. Op dat moment begreep ik dat de trits met ‘aan’ zuidelijk gekleurd taalgebruik moest zijn. Wat ik achteraf misschien nog verbazingwekkender vond, was dat niemand mij daarop eerder had aangesproken in den lande. Des te opmerkelijker daar ik – met uitzondering van de Waddeneilanden – toch in elke denkbare uithoek van ons nationale territorium vergaderd had dan wel een gehoor toegesproken. Uiteraard keek ik meteen - gelijk, subiet - in de Dikke Van Dale. ‘Gew.’, dus gewestelijk. Brabo's. Prima. ‘Ik loop vast aan, dan halen jullie me dalijk wel in met de fiets’. 

In Spanje staat bijgaand waarschuwende bord langs de weg: ‘Opgepast’. Zo’n soort signaal heb ik ontwikkeld wanneer ik buiten mijn provincie vertoef. Meestal werkt het als ik tijdens een gesprek ‘aanrijden’ voel aankomen. En om een spraakverwarring te voorkomen, hanteer ik vervolgens ‘vertrekken’. Geen tweetaligheid; eerder tweesporigheid.