dinsdag 31 mei 2011

Mooie stad (7); Westduinpark

Aan de rand van de Haagse Vogelwijk staan op zondagmorgen 29 mei zo'n 40 enthousiastelingen bij het Westduinpark te wachten op de komst van de IVN-gids. 'We lopen hier al heel wat jaren', zegt een van de aanwezigen om 10.00 uur, 'Maar nog niet eerder was het zó druk'. De spreker die daarbij in zijn handen wrijft, blijkt weliswaar niet onze leidsman, maar wél een volgeling van de organiserende natuurclub. Hij stelt twee andere vrijwilligers voor en na een korte inleiding over de te volgen route gaan we op pad.

De droogte van de laatste weken is ook hier duidelijk merkbaar. De smalle zandstrook tussen de hoog opschietende struiken is stoffig. Als makke schapen volgen we de herder. 'De Vrede graast de kudde voor', klinkt declamerend de sonore stem van leermeester Jan Starink uit een ver verleden. Grootmeester Lucebert zelve aan het woord die Kloos op de hak neemt. Willem Kloos van 'Ik ween om bloemen in den knop gebroken' stierf in 1938 in de residentie. Zou hij hier gelopen hebben terwijl hij die zin bedacht?

Ik concentreer me op het verhaal van de meneer die óns voor gaat. 'Jaren geleden was het landschap hier weidser en de gemeente is voornemens de bomen en struiken die van origine niet in deze omgeving thuis horen, te verwijderen'. Hij wijst daarbij op een fikse esdoorn die ook het veld moet ruimen. 'Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit, Van vreemde smetten vrij', dat was Tollens die hier niet zo ver vandaan in Rijswijk zijn laatste jaren sleet. Houden die associaties vandaag dan echt niet op?

Opvallend veel salomonszegel. In het laagste deel van de duinpan waar wat water staat, hangt de frisse geur van munt. De gids laat ons weten dat een wat dieper gelegen veenlaag het water vasthoudt en voor deze typische vegetatie zorgt. Gebukt vervolgen we de tocht en door het tot de grond hangende groen wanen we ons in een tropische omgeving. De stad lijkt ver weg als we aan de weg omhoog beginnen. 'Waar de blanke top der duinen...', maar ik smoor bijtijds die gedachte om naar de IVN'er te luisteren die met enig gemak in woorden de Nederlandse Ornithologsche Encyclopedie doorbladert.

Aan de zeezijde is het project afgerond dat leidde tot een extra duinenrij en de verbreding van het strand bij Kijkduin en Scheveningen. 'De typische vorm van de boomkruinen die we hier zien, wordt veroorzaakt door het zout dat de wind naar deze kant voert. Dat limiteert de hoogte. Nu de zee verderweg komt te liggen, moet dat het aanzicht van de vegetatie veranderen'. Nooit geweten dat zeezout letterlijk zo beknottend kan werken. Alleen al hiermee is wat mij betreft IVN Den Haag vandaag geslaagd met zijn missie van natuur- en milieueducatie! Gesterkt kan ik weer richting Brabant waar weliswaar duinen voorkomen, maar niet aan zee.

In de auto onderweg naar huis kokmt de nabrander: 'Dan wil ik zingen van 't liefste, wat ik ooit bezat op aard, van m'n goeie Brabants moeke, trouwe ziel van huis en haard'. Ik geloof niet dat ik dat als kind met droge ogen uit mijn keel kreeg. Nu dus wel.

zondag 29 mei 2011

Kelders van Delft

Op 28 mei bezoekt het Bosch' Kelder Genootschap Delft. Als die stad op 3 mei 1536 voor een groot deel tot aan de grond toe afbrandt, overleven de kelders. Vandaag, 475 jaar later, vormen ze met hun massieve rust een moment van de eeuwigheid. Zo blijkt onder de rijke togen van de Koornbeurs de tijd verstomd. Het biljart staat onaangeroerd en boven de bar valt te lezen dat een pils €1 kost: een prijs uit andere tijden.

Elke onderaardse laag die wij vandaag betreden, draagt bij aan de gedachte dat de stilte spreekt voor wie luistert. In het voormalige convent zitten de kloosterzusters weer in gebed verzonken en waar nu de wijn op kopers wacht, stijgt stoom op uit de kooketels van de hospitaalkeuken. Ook gaat Willem van Oranje net op weg naar de hal waar Balthasar Gerards verborgen op hem wacht.

Kelders, ze bevinden zich tussen twee werelden. Hun plek onder het maaiveld verbindt ze met wezens waarvan wij geen weet hebben. Creaturen die hun bestaan wroetend doorbrengen: donker, blind en mensenschuw. Tegelijkertijd zitten die schemerige ruimtes slechts één trap of tralievenster weg van het leven waaruit we net gestapt zijn. Een bestaan waarin de zon schijnt, mensen verbaasd naar boven kijken en kinderen naar huis fietsen langs de Oude Delft.

Blogs uit januari 2011 over het Bosch' Kelder Genootschap:
http://bolduque.blogspot.com/2011/01/toogdag.html


http://bolduque.blogspot.com/2011/01/betoogdag.html

vrijdag 27 mei 2011

Bolduque (14); Lekkerbeetje geruild

El Escorial, het imposante onderkomen van de Spaanse koning Filips II, kent een 'Sala de las Batallas'. In die grote ruimte brengen fresco's een aantal slagen in beeld waarbij het Spaanse leger vanaf de 15de eeuw als overwinnaar uit de bus kwam. De verloren strijd om Den Bosch (1629) hoef ik daar dus nog niet te verwachten.

Verderop tref ik in een ruimte met olieverfschilderijen 'De slag op de Vughterhei' (1600) aan. Het is omringd door nog een hele verzameling afbeeldingen die allemaal een strijdtoneel tot onderwerp hebben. Omdat ik denk dat ik juist dáár het Bossche doek zal aantreffen, bekijk ik werk na werk, maar 'nada'.

Het jaar daarop ga ik tijdens een volgend bezoek aan Spanje nog eens goed kijken. Het blijft bij het Vughtse strijdtoneel, hier beter bekend als 'De Slag van Lekkerbeetje'.

Lekkerbeetje was de bijnaam voor Gerard van Houwelingen, Bosschenaar in dienst van het Spaanse leger. Zijn 'strijd' stelt zelfs in vergelijking met de 'Slag bij Empel' (1585) weinig voor. Eigenlijk was het ook geen strijd, maar een duel. De website van de gemeente Vught heeft het over 'het laatste heroïsche riddergevecht van West-Europa'.

Als Van Houwelingen met zijn ploeg uit Den Bosch vertrekt, gaat hij daarmee in op de eerdere opmerking van Pierre de Bréauté 'dat de soldaten van zijn Republikeinse legeronderdeel sterker zouden zijn dan de Brabo's'. Op 5 februari 1600 staan van beide partijen 22 ruiters op de besneeuwde Vughterheide klaar voor een partijtje matten. Zeker 500 toeschouwers zijn op het duel afgekomen. Gerard sterft vrijwel direct bij het eerste pistoolschot van Charles. De Brabanders in Spaanse dienst winnen evenwel en zij voeren De Bréauté als gevangene naar Den Bosch, waar hij zonder vorm van proces gedood wordt. En uitgerekend die 'schermutseling' hangt dus in El Escorial: propaganda ten voeten uit. Hoewel het treffen militair van weinig betekenis is, vormt het in de loop der tijd de inspiratiebron voor zeker 50 schilderijen.

Vier Spaans-Brabantse militairen komen die koude dag om het leven, waaronder de broer en de zwager van Gerard. Aan de zijde van de Frans-Republikeinse militairen vallen 19 doden. Het overschot van Lekkerbeetje wordt bijgezet in de kloosterkerk van de Predikheren. Het woord lekkerbeetje komt van het Middelnederlandse 'leckerbeetkijn' of 'leckerkijn', dat wellusteling, smeerlap, ordinaire vent en minnaar betekent. Het hedendaagse Bosch kent de uitdrukking 'Gij bent me ok 'nne lèkkere gij', wat zoveel betekent als 'Je praat mooi, maar ik doorzie je streken'.

Het Bossche Noordbrabants Museum heeft in het depot vast nog wel een afbeelding van de belegering in 1629 staan. Als we dat dan aan El Escorial geven, in ruil voor een werk van Jeroen Bosch - al is dat maar tijdelijk - dan schiet die tentoonstelling JB 2016 meteen een eind op. Of zeggen die Spanjolen dan gelijk: 'Gij bent 'nne lekkere, gij!'?

donderdag 26 mei 2011

Mooie Stad (6); Zuiderpark

We zitten 25 mei 's middags in 'Speeltuin Ot en Sien', onderdeel van het Haagse Zuiderpark. Als je de humor ervan inziet, is dit bij mooi weer een prachtlocatie voor overleg: tafeltje in de zon, goede (zelf)bediening, vrolijke sfeer en voldoende (gratis) parkeerruimte aan de Soestdijksekade. Kinderen vermaken zich op bewegende toestellen, moeders kijken toe vanaf kleed of stoeltje en wij praten over 'zaken'.

Na afloop wandel ik met een omweg terug naar de auto, want ik heb nog even de tijd tot mijn volgende afspraak. Het Zuiderpark blijkt vandaag een grote groene speelplaats voor pootjebaders, vissers, teambuilders, luilakken, sportievelingen, scootmobielers, natuurliefhebbers, zonaanbidders. Een vertegenwoordiger van die laatste categorie probeert onder een houten bank wat losgeraakte stenen vast te stampen. 'Je moet de boel op orde houden', roept hij me toe als ik zijn activiteiten vanaf het wandelpad bezie.

De zelfbenoemde toezichthouder draagt een lange glanzende zwarte sportbroek met witte bies. Aan de kleur van zijn gezicht en bruine botenlijf te zien, loopt hij er vaker zo bij. 'Ze maken d'r een zootje van, meneer. En ze slapen hier ook, kijk maar'. Hij wijst op een paar plekken in het groen en raapt en passant glasscherven en een lege aansteker op. 'Polen, die moeten ook ergens slapen'. Hij gooit het afval weg.

'Mag ik me voorstellen, hoe heet u?' Hij heet Cesar en ik moet daarbij denken aan Rome, Las Vegas en hondenbrokken. 'U geeft een stevige hand voor iemand van uw leeftijd. Hoe oud schat u mij?' Als hij op mijn verzoek zijn zonnebril afzet, maak hem één jaar en vier maanden te oud. De schade had groter kunnen zijn bij iemand die kennelijk veel buiten leeft en op dit uur van de dag nog of waarschijnlijker al met een kegel rondloopt. Zijn torso ziet er goed onderhouden uit. Hij slaat op zijn platte buik en zegt: 'Hier gaat het om meneer: in vorm blijven'.

Met belangstelling kijkt hij naar een verse schaafwond boven mijn rechteroog. Hij houdt er een gestrekte arm voor. 'Ik raak u niet aan, ik voel de pijn zo ook: ik heb die gave. Ik loop er niet mee te koop.' Wij blijven zo even staan: de heelmeester en zijn patiënt. 'Gezondheid meneer, daar gaat het om'. En hij maakt een aantal snelle zijwaartse passen die zijn grote acceleratievermogen in beeld brengen. Iets verderop ligt een man in de zon. 'Da's Boeddha, mijn kameraad. Ik train hem, dat heeft ie nodig'. Boeddha draait zich van de ene op de andere zij. Hij verbergt onder zijn ruimvallende polo een achtmaandsbuik. 'We schaken ook, want aan hardlopen doet ie niet'.

'Mijn voorlaatste ex werd op een ochtend wakker met een zwaar hart. Met mijn gave zeg ik: je moet naar de dokter, d'r is wat. Had ze een gaatje in d'r hart. Ik kijk naar de hemel, naar mijn vader en zeg: pa doe wat! Na twee weken moest ze op controle en wat denkt u? Inderdaad.'

We nemen afscheid met een ferme handdruk: 'Ik wens u nog een fijne dag.' Hij gaat naar Boeddha en ik naar de auto. Op een afstandje roept hij me nog blij na: 'En met uw wond meneer, komt het goed.'

woensdag 25 mei 2011

Nick en Simon in Amerika (2)

Ook als ze niet zouden zingen, zijn Nick en Simon - onderweg in Amerika - om in een deuk te liggen. Zeker als ze 25 mei op dreef zijn om tijdens de derde tv-aflevering hun manager ad interim op de hak te nemen. Kees moet flink incasseren.

Het heeft er alle schijn van dat het zangduo best zonder hun begeleider kan. Sterker nog: ze begeleiden Kees, die in feite stage loopt. En wat mag een stagiaire? Bellen, de gitaar van Nick ophalen, kaart lezen. Kloteklusjes dus. De heren zijn coulant en als Kees de landkaart op zijn kop houdt, wordt hij niet ontslagen.

Hij mag zelfs blijven na een wel heel domme vraag over het wezen van musici. Die stelt hij op het moment dat Nick en Simon een soortement van jamsession voorstellen aan een bandje dat in Bourbonstreet staat te spelen. Kees: 'Kennen wij dezelfde liedjes als zij dan?' Uit aflevering één weten we al dat Kees geen enkel liedje van zijn artiesten kent. Nu blijkt ook nog dat hij er geen benul van heeft dat musici naast hun eigen repertoire een boekenkast met andere songs in hun kop hebben zitten.

Kees mag dus blijven, want hij is ijverig en leert bij. Plus dat hij barst van de zelfspot. De episode waaraan hij het (zijn?) werk in de telefoonwinkel afwisselender noemt dan zijn managerschap, vormt daarvan een voorbeeld.

De absolute topper van de avond komt voor rekening van Nick. Hij blijkt alles te weten van Musicians Village dat gebouwd is als onderkomen voor musici die in 2005 dakloos werden toen de orkanen Katrina en Rita New Orleans teisterden. Kees staat perplex van die kennis en ineens valt het woord Nickipedia.

Natuurlijk zingen Nick en Simon op straat in de kroeg. Prachtig allemaal. Ik ben benieuwd welke komische situaties we in aflevering vier voorgeschoteld krijgen. Eerst hadden we De Lama's, nu de jonge Keeshonden.

maandag 23 mei 2011

Bolduque (13); Spaanse wandaad

Op 12 juli 1598 stapt Don Bernadino aan de Bossche Markt het etablissement D'n Engel binnen. Hij heeft honger en bestelt iets te eten. Op dat moment is overigens geen garnizoen in de stad gelegerd, maar buiten de vesting bevinden zich soldaten in dienst van de ko-ho-ho-ning van Hispanje. Misschien dat de Spanjool vanuit die hoek een avondje komt 'stappen'.

Terwijl de officier zit te bikken, vreten zijn ogen meepesant het meiske op dat hem bedient. Hij valt als een blok voor deze schone Johanna en hij vraagt haar vader Wynand, de uitbater van deze eet- en drinkgelegenheid om haar hand. Da's pech voor Bernadino: pa kan zijn dochter niet missen in het bedrijf. 'Kijk', zegt hij, 'Sinds ik weduwnaar ben, sta ik d'r alleen voor en die tent runnen zonder de hulp van mijn kind is een onmogelijke zaak. Mijn antwoord is dus kortweg 'nee'.'

Dat valt don Bernadino zwaar op de maag en hij manoeuvreet het meisje naar een afgezonderde plek in de herberg waar hij haar verkracht.

De man is zo astrant om 's avonds gewoon weer in D'n Engel aan tafel te gaan zitten, want de aanhouder wint. Dat spreekwoord kent de dochter ook en ze steekt de gast dood.

Nou zou het stadsbestuur met een probleem kunnen komen te zitten. Een inwoonster heeft een vertegenwoordiger van de landsheer om zeep geholpen, maar datzelfde infame sujet vroeg daar in zekere zin wel om. Hoe nu te handelen? Het meisje lost dit vraagstuk op door een paar honderd meter verderop haar intrek te nemen in het klooster van de Zusters van Orthen, waar zij na een lang en godsvruchtig leven, ontslaapt.

Een opmerkelijk verhaal dat te lezen valt in de Kroniek van Sint-Geertrui.

Meer over deze wandaad: http://bosschebladen.nl/pdf/2004-4Kappelhof.pdf

zondag 22 mei 2011

De Moerputtenbrug

Tot 1629 was Den Bosch een onneembare stad. Als de vijand kwam, werd de omgeving gewoon onder water gezet. En mocht daar iemand doorheen komen, dan waren er altijd nog de stadsmuren. Ook na genoemd jaartal maakte de (nieuwe) stadsregering gebruik van de beschermende werking van Dommel, Aa en Maas.

Moeilijk was dat niet om die waterlinie in stelling te brengen. Den Bosch lag en ligt immers als een afvoerputje in de rivierendelta. Afgelopen winter nog kwamen de rayonhoofden tijdens de hoge waterstand bijeen om te bezien of het Bossche Broek niet tijdelijk als waterreservoir ingezet moest worden dienen.

Om zijn ligging in een waterrijk gebied, heette de stad 'De Moerasdraak'. En juist in deze zompige omgeving werd in 1888 gestart met de aanleg van een treinverbinding met Lage Zwaluwe: de Langstraatspoorweg. Dat viel in het begin nog niet mee, want overstromingen en wolken muggen zaten dwars. Maar vanaf 1890 reden er dan toch maar vijf treinen per dag over dit 'Halve Zolenlijntje'. Toen de (schoenen- en leder)industrie ineenschrompelde en vrachtauto's het beroepsgoederenvervoer gingen domineren, verloor dit spoor zijn functie. In 1972 reed de laatste trein op het traject Den Bosch - Raamsdonkveer; sloop volgde in 1987.

De zogenoemde Moerputten maakten onderdeel uit van de spoorverbinding. Om dit moerassige gebied te 'overspannen' kwam er de Moerputtenbrug, een gevaarte van 600 meter. Iets verderop werd de Venkantbrug gebouwd, van 33 meter. Dit duo kwam na de ontmanteling van de lijn voor behoud in aanmerking dankzij de status van rijksmonument. Maar ja, de erkenning als waardevol bouwwerk alleen garandeert nog geen rustige oude dag. Daarvoor is een inspanning van veel partijen nodig. Zoals bij veel andere objecten speelde voor het voortbestaan van beide Langstraatbruggen een initiatief van bevlogen burgers dé eerste en belangrijkste rol. Vorige week vond de 'heropening' plaats na de restauratie van bruggen en pijlers. In de lokale media kreeg dit natuurlijk veel aandacht.

Als ik op zondagmorgen 22 mei op een vroeg uur door de Vughtse Gement ren, zie ik hoe medewerkers van Staatsbosbeheer bij een parkeerplaats wat kraampjes inrichten. Die staan precies bij de start van een (al eerder aangelegde) wandelroute over en langs het voormalige Halve Zolenlijntje en daarmee over die twee bruggen. 's Middags sta ik daar opnieuw, in gezelschap van familieleden op wandelschoenen. We wandelen heerlijk over de oude spoordijk; op de terugweg volgen we het laaste deel over een 'knuppeltjespad'. De bruggen zien er puntgaaf uit en er is veel volk. Zo veel zelfs, dat er sprake is van filevorming. Geen trein te zien en toch oponthoud op het spoor, gekker moet het niet worden.