dinsdag 26 februari 2013

Tamaimo (2)

Weer om 12.30 uur met de bus naar Tamaimo. Een rit eerder was om 10.45 uur; wat vroeg daar gisterenavond de ‘Entierro de la Sardina’ plaats vond: de Begrafenis van de Sardine, ter afsluiting het carnaval in Acantilados de los Gigantes. De rouwstoet vertrok om 21.00 uur en deed vervolgens drie uur over de route die ik bij normale snelheid binnen een kwartier afleg. Een soort Echternachse Springprocessie dus, met muziek en met veel weduwen die onderweg tijdens het dragen van de baar hun verdriet wegdronken. Die trieste dames waren zonder uitzondering verklede jongemannen die aan het clowneske gesjouw veel plezier ontleenden. Na de openbare crematie om middernacht volgde vuurwerk. Daarna was het wederom dansen op het kerkpleintje.

In Tamaimo op 570 m. komt de zon die even weg was, weer achter de wolken vandaan. Verderop verdwijnen de bergtoppen net zoals zaterdag jl. in een grijze massa. Van de Teide die zich meer naar het oosten moet bevinden, is niets te zien. Voorbij de kerk gaat de Calle del Agua, de Waterstraat, richting wandelpad. Dat stijgt meteen: trui uit, natte rug. Ik volg het bord Cruz de Misioneros. Zouden dat geplant zijn door missionarissen, of ‘ter ere van’?

Inmiddels is de lucht aan mijn kant stralend blauw. Aan de overkant van de Valle de Santiago blijft de Teide nog onzichtbaar. Het pad voert over grote keien die een zeer onregelmatig vormgegeven trap vormen. Weinig kans om weg te roetsjen en soms moet ik mezelf een ‘handje helpen’. Vlak voor het witte kruis eet ik mijn brood op. Dat punt bevindt zich op een kam, waardoor ik ook in de vallei van de Rio Seco kan kijken, dat gedomineerd wordt door de puntige Risco Blanco, een soortement suikerpunt. Het uitzicht is groots. Er zijn mindere plekken voor bruin broodje met kaas.

Dat dal is overigens bereikbaar vanaf Tamaimo via een watertunnel van één kilometer. Tweeëneenhalf jaar geleden heb ik - eenmaal die tunnel voorbij - een kleine schuiver gemaakt waarbij ik met de linkerhand mijn gewicht opving. Sindsdien krijg ik een ring niet meer van mijn vinger. Elke dag denk ik dus aan de mooie vallei van de Rio Seco, waar behalve gesjochte wandelaars niemand komt.

Bij het kruis staat geen verklarend bord. Weer iets hoger biedt de top van de Montaña de Guama op 877 m. een panorama van 360º. Ik kijk over de zee en zie het eiland La Gomera onder de karakteristieke wolkenpluim. La Palma ligt vaag waarneembaar aan de horizon. Landinwaarts is El Teide inmiddels geheel wolkenvrij. De sneeuw die een week geleden boven de 2.000 meter het massief bedekte, is verdwenen. De ijspret duurde een dag of wat. Dit soort uitzichten - eigen aan berglandschap - is steeds weer een sensatie. Ik kan niet genoeg foto’s maken en filmpjes om het allemaal vast te leggen.

De afdaling begint. De kleine grote wandelgids van Klaus und Annette Wolsperger adviseert en kleine omweg via de Degollada de Tejera op 542m. Terecht: weer een geweldig uitzicht. En nu dan echt terug richting Tamaimo. Veel klein lavagruis op het pad: geconcentreerd en trefzeker de bergschoenen op glijvrije plaatsen neerzetten.

Na een half uur ben ik weer op het pad waarlangs ik ook zaterdag jl. richting Puerto de Santiago liep. Vanmiddag ben ik twee groepjes Wandervögel tegengekomen, twee koppels en ook nog twee eenlingen, twee honden (met baas) en zeven geiten (zonder baas). En verder een intense stilte, dat ene hondje daargelaten dat zowat de hele tijd ergens vanuit de diepte bij Tamaimo heeft staan keffen. In een Spaanse krant stond onlangs dat er veel te veel aandacht gaat naar de drollen die joekels produceren. ‘Dat ze dat geblaf eindelijk eens aanpakken’.

In het decor van een ansichtkaart volg ik dit deel van de Camino Real tot aan de grote weg: ‘paard ruikt stal’. Het is 17.00 uur en ik heb een voldaan gevoel.

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten