Deze tekst is op 30 september als column verschenen in de Bossche Omroep, rubriek 'Onder de Boschboom'.
Effe terug: Halbe (VVD) is nog Staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen als hij in 2011 een subsidiebezuiniging van 200
miljoen aankondigt voor de cultuursector.
Als minister struikelt hij in 2018 over een pittoresk Russisch
vakantiehuisje en vervolgens wordt hij strategiedirecteur ‘in de bouw’.
Overigens niet bij de aannemer die ‘ons’ nieuwe Theater aan de Parade gaat
neerzetten. Dat laatste zou wel curieus zijn.
Dezelfde Halbe zei in 2011 namelijk dat hij uit de cultuurhoek
‘Niet veel inhoudelijke argumenten voor het behoud van de bestaande subsidie
had gehoord’. Eigen schuld, zweverige artistiekelingen.
Tot zover Halbe die toentertijd in het debat graag rationale
uitspraken had willen vernemen. Met termen als ‘publieksbereik en
ondernemerschap’. Emotie deed even niet mee. Inmiddels slacht Covid-19 de
cultuurhoek verder af.
In alle voortvarendheid zette ons gemeentebestuur zich onlangs
aan de afbraak van het Bossche Cultuurpaleis. Doorpakken! Want volgens de
bouwpastoor zit Den Bosch, de zelfbenoemde ‘Cultuurstad van het Zuiden’, te
wachten op het volgende exemplaar uit de reeks van ‘afwijkende gebouwen die bij
een binnenstad horen’.
Aan dit argument valt met de beste wil van de wereld weinig
rationeels te ontdekken. Hoe komt iemand bij zo’n uitspraak? In dit geval
Projectwethouder Theater Huib van Olden (CDA). Een glas teveel op? Een zure
oprisping? Eerder heb ik hem in deze rubriek gesuggereerd zich roemrijk terug
te trekken via de voordeur: zuiniger bouwen, vraaggerichter, in aansluiting op
hier al aanwezige podia. En het financiƫle verschil doneren aan de gekorte
cultuurmakers in Den Bosch. Niet dus.
Kennelijk kent de gekozen marsroute van de voortrekker geen
U-turn. Die rechtlijnigheid maakt de handelswijze van B&W plus gemeenteraad
tot een excellente case voor de interessante leergang: ‘Niet-rationele en
disfunctionele processen in organisaties’. (Bestaat echt!) De Bossche aanpak
past zonder meer ook in het veld van Manfred Kets de Vries. Deze
psychoanalyticus, managementwetenschapper, econoom en emeritus prof bestudeert
opmerkelijke denkkronkels en besluiten van leiders aan de top. Je blijft lachen.
Hoewel niet als Bosschenaar, dit keer.
Waarom volhardt Huib? Het antwoord moet hij zelf vinden.
Onlangs had ik een akelige droom: ik was zomaar weer aan het
werk. Gestoken in een keurig pak ontvouwde ik de ondernemingsdirectie mijn
advies voor de opening van het nieuwe naaldvormige hoofdkantoor. Gaandeweg
kregen de ogen van de CEO een dromerige blik. Na mijn powerpointpresentatie
liep ik naar de tafel rechts van het projectiescherm. Daarop stond iets dat
door een laken verborgen gehouden werd. Er klonk tromgeroffel … Langzaam haalde
ik het witte doek weg. Denderend applaus volgde: op tafel stond een glimmende
bronzen buste van de baas! Met op de sokkel de korte tekst: ‘Hij maakte het
mogelijk. Een dikke merci’.
PS
Dit is deel drie in de trilogie rond het acteren van een projectwethouder in 'De Charade rond het Theater aan de Parade'.