Even iets over het begrip
‘vlakverdeling’ dat in voorgaande blogs nadrukkelijk en veelvuldig voorkomt binnen
een zinsdeel als ‘de geraffineerde vlakverdeling bij De Bruijn’.
Wie het genoegen heeft
gehad om klassiek georiënteerd tekenonderwijs te mogen ontvangen, weet zonder
meer waarnaar hierboven genoemd begrip verwijst: het verdelen van het te
betekenen (beschilderen) papier (doek of paneel) in vlakken, gevolgd door het
aanbrengen van kleur. Vouw een papier van A2-formaat exact in vieren en je hebt
een kwartet aan even grote onderdelen. Schilder op het ontstane kruis zo strak
mogelijk een tweetal zwarte lijnen van 1cm breed en geef elk vlak een andere
kleur. Het resultaat is een Van Doesburg. Of een Mondriaan. Nou ja, bij wijze
van spreken dan. Juist deze twee artiesten verstonden de kunst om die zwarte
lijnen net iets anders te componeren. Iets geraffineerder en tegelijkertijd
harmonieus. Met als resultaat een rustgevend evenwicht.
Simpel. Op het oog dan.
Tijdens bovengenoemd tekenonderwijs werd me duidelijk dat het componeren met
vlakken om iets meer inspanning en inzicht vroeg. ‘Zelfs’ de zogeheten ‘Vlaamse
Primitieven’ - ‘primitief’ in de betekenis van ‘vroeg’ - plaatsten hun
afbeeldingen niet willekeurig op het houten paneel. We kunnen bij hun werk regelmatige
kritiek hebben op de afwezigheid van anatomische kennis en op de wat
krakkemikkige beheersing van het perspectief, de meester wist precies waar wat
moest komen te staan binnen het beschikbare kader om het juiste effect te
bereiken.
Zelf ontbreekt mij de
kennis om zelfs maar de toepassing van de overbekende ‘gulden snede’ te
herkennen. Laat staan toe te passen. Of en waar ik die moet zoeken in het werk
van Geert de Bruijn kan ik niet aangeven. Wel herken ik de vaardigheid om - hoe
samengesteld zijn composities ook zijn - rustgevend evenwicht te bereiken. Die
bekwaamheid bezaten de gebroeders Van Eyck bij de vervaardiging van de
‘Aanbidding van het Lam Gods’ en evenzeer zit deze verworvenheid in de
uitrusting van Geert. Ik weet het: voor het zien van genoemde van Eyck moet je
een kaartje kopen bij de Gentse St.-Baafs en voor een De Bruijn kun je zó
binnenlopen bij zijn atelier.
Evenwicht. Rustgevend
evenwicht. In zijn hiervoor geciteerde boek ‘Op naar geluk’ haalt onderzoeker
Ap Dijksterhuis een reeks ‘definities’ aan van het begrip ‘geluk’. ‘Één daarvan
ontleent hij aan zijn plaatsgenoot Frank Boeijen: ‘Geluk is een hangmat waarin
je lui ligt in een wezenloze stilte’ (pag. 28). Ik meen dat filosoof Coen Simon
het (in ‘Wachten op geluk’) heeft over ‘lekker op een luchtbed dobberen op het
water’. Wie wil zo’n ligplaats niet?
Miguel Zugaga, directeur
van het Madrileense Prado Museum vermeldt in een interview met El País van 13
december jl. dat hij zijn ‘pinacoteca’ ziet ‘como un gran hospital para el
espíritu’, ‘als een omvangrijk ziekenhuis voor de geest’. Een plek ‘waar de
psyche kan bijkomen van de wrede en moeilijke werkelijkheid’. Wat zei Nietzsche
ook al weer zoveel blogs terug? ‘We hebben de kunst om niet aan de waarheid te
sterven’.
Het creëren in je bewustzijn van een rustgevend evenwicht lijkt me het ultiem bereikbare in het leven. Een afspiegeling van die na te streven toestand - al is die samengesteld uit kleine momenten - is te vinden in een goed kunstwerk. Voor mij is dat in het werk van De Bruijn waarin alles op zijn plaats staat. Werk dat - in een tijd dat de overheid sterk op verkwikkende museale omgevingen bezuinigt – zonder meer door een verstandige zorgverzekeraar in het pakket opgenomen kan worden vanwege zijn heilzame werking.
Het creëren in je bewustzijn van een rustgevend evenwicht lijkt me het ultiem bereikbare in het leven. Een afspiegeling van die na te streven toestand - al is die samengesteld uit kleine momenten - is te vinden in een goed kunstwerk. Voor mij is dat in het werk van De Bruijn waarin alles op zijn plaats staat. Werk dat - in een tijd dat de overheid sterk op verkwikkende museale omgevingen bezuinigt – zonder meer door een verstandige zorgverzekeraar in het pakket opgenomen kan worden vanwege zijn heilzame werking.