woensdag 3 juli 2013

‘Wijntjuuuh …’

Wijn kwam bij ons nauwelijks op tafel in mijn jeugd. Mijn ouders dronken misschien drie keer per jaar - buiten de deur - een bourgogne of een bordeaux. En die laatste viel dan ook nog slecht bij mijn pa ook nog ook nog. De keren dat hij met zijn baas naar Italië en Frankrijk ging, prees hij bij thuiskomst de drankkennis- en keuze van zijn directeur. Het zou nog jaren duren voor in het gezin bier, borrel of advocaat ook maar enige concurrentie kreeg van iets wat onder een kurk zat.

Toen ik op enig moment met klanten aan tafel moest, liet ik aanvankelijk de wijnkaart over aan de andere partij. Na een smakelijke bijscholing, ging ik zelf de keuze bepalen. Er bestaat veel onzin over deze drank.

Op één woord stond tijdens de wekelijkse proef- en kennissessies zoiets als de doodstraf. De bevelvoerende vinologe was daarin heel duidelijk: ‘wijntje’ mocht niet over onze lippen komen. Wie ‘wijntje’ zegt - luidde haar oordeel - afficheert zich daarmee als onverschillig, onkundig en lomp. In het gezelschap van ruiters heeft een paard tenslotte ook benen en geen poten. Een kwestie van respect. Terecht of niet, maar als ik nu iemand hoor zeggen ‘doe maar een wijntje’, krijg ik dezelfde rilling als bij het eerste woord in ‘hun lezen de krant’.

Hieraan denk ik als we eind juni wat dagen in de buurt van de Moezel vertoeven. En aan een ex-schoonzus die op feestjes om ‘een moezeltje’ vroeg. Het zal niet aan haar gelegen hebben dat de wijnaanplant langs deze rivier krimpt; een proces dat al eeuwen loopt.

Vanaf de weg is goed te zien hoe op de steile hellingen met name de hoogste stukken er verwilderd bij liggen. Infoborden bij de Apollowandelroute in de buurt van Cochem maken duidelijk dat op dergelijke plekken na tien jaar inactiviteit, de verbossing een feit is. En dát terwijl juist hier de zonnestralen een zodanige hoek maken, dat er geen energie verloren gaat. Voeg daarbij nog eens de weerkaatsing van het water en het feit dat leistenen ondergrond 's nachts de opgevangen warmte afgeeft, dan kunnen de stokken niet beter staan dan op hoog niveau.

Ongemak en concurrentie knagen aan het bebouwde areaal. De ‘steilbouwer’ moet zich onderscheiden met een Riesling van eersteklas kwaliteit. Een verhaal dat we wat jaren terug ook in Luxemburg hoorden.

Tegelijkertijd zorgt de terugloop van het aantal wijnstokken nog voor een ander effect. Onderweg lezen we dat in het relatief warme Moezeldal de stenen wijnterrassen in de loop der tijd aantrekkelijke zijn geworden voor een bepaalde flora en fauna. Rond de leistenen muurtjes heeft zich een microklimaat gevormd dat voor sommige hagedissen, slangen, bloemen, struiken en heesters een noordgrens geworden is. Bedrijfssluiting maakt hieraan een einde, waarmee ‘uitzonderlijke’ dieren en begroeiing verdwijnen. Om die reden wordt met vrijwilligers de conservering van verlaten terrassen nagestreefd. Een verschijnsel dat je ook op La Gomera aantreft.


’s Avonds eet de een gebakken forel en de ander asperges met ham. Het gekozen ‘wijntjuuuh …’, een ‘grauburgunder’ zoals de ‘pinot gris’ hier heet, smaakt er heerlijk bij. Deze druif komt oorspronkelijk uit Frankrijk. Uit de Bourgogne, of de Champagne. Dat geeft aan ‘Doe mij maar een moezeltje’ een speciaal accent.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten