Deze tekst verscheen op zondag 15 maart als column in de rubriek 'Onder de Boschboom' van de Bossche Omroep
Over een
jaar zitten we al op een derde van de tentoonstelling ‘Jheronimus Bosch.Visioenen van een genie’. Omdat Den Bosch zelf nog geen vierkante cm van deze
kunstenaar bezit, moet alles van buiten komen en wel uit tien landen. Uit nóg
meer landstreken worden de bezoekers verwacht en op de zaterdagmiddagen gaan
verkeersregelaars aan de slag om de stromen voetgangers die de nauwe
binnenstadsstraatjes verstoppen, in goede banen te leiden. Hoewel de
kaartverkoop pas einde zomer start, zijn er al tien prijswinnaars van de Bosch
Loterij die bij voorbaat weten dat ze niet in de rij hoeven te gaan staan voor
een entreebewijs. Die tentoonstelling moet hét hoogtepunt vormen voor allerlei
activiteiten die zich in 2016 aaneenrijgen onder de slogan ‘Welkom thuis
Jheronimus’. ‘Welkom thuis’. alsof een verloren zoon terugkeert om nooit meer
weg te gaan.
In
werkelijkheid moet Jeroen zelf honkvast zijn geweest. Er zijn er die denken dat
hij een tijdje in Italië op studie was. Een beetje schilder deed dat in die tijd;
het schriftelijke bewijs dat ook Bosch ging, ontbreekt. In elk geval heeft hij
tot aan zijn dood in augustus 1516 echt in de hertogstad gewoond en wie niet
weg is, hoeft ook niet thuis te komen.
In zijn
tijd waren zijn werken zeer gewild: ze raakten internationaal verspreid.
Jeroens bekendheid heeft er niet toe geleid dat zijn graf gespaard bleef en kon
uitgroeien tot een, zeg maar, ‘bedevaartsoord’. Het verdween. Evenals zijn
bekendheid in de stad. Er zijn er die zeggen dat ook hiervoor de schuld ligt
bij de protestante stadsregering die vanaf september 1629 de macht overnam.
Het moest
lang duren vooraleer Jeroens naam weer opdook. Op 19 augustus 1909 besloot de
Bossche gemeenteraad een straat van de nieuwe wijk ‘t Zand naar hem te
vernoemen. Het werd een niet al te grote verbinding tussen de Koningsweg en de
Van der Does de Willeboissingel. Die naam veranderde op 22 mei 1985 in de Van Bréautéstraat. Ter compensatie kreeg de schilder zijn Jeroen Boschtuin achter
het voormalige klooster van de paters Redemptoristen. Een klein lusthof.
In 1930
werd een beeld onthuld, gemaakt door August Falise. Het veranderde een paar
keer van plek en nu staat het in de buurt van de twee panden die Bosch
successievelijk aan de Markt bewoond zou hebben.
Zelf
maakte ik kennis met Bosch via mijn pa. Die had het een en ander opgestoken bij
pater Gerlach. De Bosschenaar drs.
P. Gerlach OFM Cap. (1901 – 1987) was toentertijd misschien wel de eerste
lokale kenner van Jeroen Bosch. Echt ‘Bosch zien’ deed ik in het roemruchte
jaar 1967 dat de nodige werken en bezoekers naar de het gebouw aan de
Bethaniestraat 4 bracht, nu het Groot Tuighuis. Onder het vak handenarbeid
gingen we daar kijken. Gelukkig wist een dikke laag vloerkleden de wiebelige
planken van de vloer bij elkaar te houden. Kan me niet herinneren dat
organisator Ton Frenken ook nog een slogan had bedacht.
Die is er nu dus wel: 'Welkom thuis, Jheronimus'. Waar vandaan dan toch?
Die is er nu dus wel: 'Welkom thuis, Jheronimus'. Waar vandaan dan toch?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten