
In die logica vind ik de mens sterk. Om dicht bij huis te blijven: bij het bestellen van de vierde Westmalle Dubbel van de avond hoor ik mezelf zeggen: ‘Ach, je leeft maar één keer’. Klinkt zeer logisch en oogst altijd bijval. Dat laatste rechtvaardigt mijn keuze dan weer op een geruststellende manier.
Welke plaats neemt de illusie in binnen ons leven? Misschien maakt het
zoeken naar een antwoord ons nog onrustiger dan we al zijn. Dus gooien we olie op de golven. Een voorbeeld daarvan vind ik de waardering
die mensen voor hun club omschrijven met de woorden ‘We zijn één grote familie’.
Dat familiebanden garant zouden staan voor het paradijs, wordt door een tv-programma
als ‘Het familiediner’ aflevering na aflevering op scherp gesteld. Misschien
moeten we dit soort illusies voor lief nemen. Daarmee halen we de braam van het
menselijk tekort. ‘Niets gaat maagd’, zei juvenistenmeester broeder Johannes op
de kostschool die ik meer dan een halve eeuw geleden als pensionair bezocht. Hij rolde daarbij
een sjekkie waarna we met de internen verder rikten.

In een van zijn laatste interviews zei Bosschenaar Luc van Gent: 'Je wordt geboren en je gaat dood. In de tijd daartussen moet het gebeuren'. Niet lang daarna stierf hij; tot dat moment druk, betrokken en strijdbaar.
'Daartussen moet het gebeuren'. Ik vond en vind dat mooi gezegd. Vroeger wist ik nog wel waarom iets moest gebeuren. Toen waren we 'op aarde om God te dienen om daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn '. Dat stond in de catechismus en elk katholiek kind zou dat kunnen weten. Nu denk ik dat we zonder reden hier rondlopen. En als het enigszins mogelijk is, hoop ik dat 'wat moet gebeuren', mag bijdragen aan een gelukkig leven.
In hoeverre kun je zelf beïnvloeden of er iets gebeurt en wat dat dan mag zijn? Plus of dat bijdraagt aan het gevoel van geluk?
Over het succes van de eigen ijver om iets in die richting te bewerkstelligen, bestaan verschillende ideeën. Zo valt te beluisteren: 'Succes kun je afdwingen'. Gepensioneerde topsporters hoor je dat beweren tijdens master classes tijdens managementdagen. 'Toeval bestaat wel/niet', klinkt weer onder het dak waar de overtuiging leeft dat achter alles een bedoeling zit. En de 'Ik zie wat op mijn pad komt', vind ik wat futloos klinken. Ap Dijksterhuis heeft in ‘Op naar geluk’ (2016) al wat de wetenschap tot nog toe over (het streven naar) geluk opgeleverd heeft, lezenswaardig geordend.
Eerder (2011) heeft Paul Smit zijn theorie vastgelegd in een héél klein boekje: 'Verlichting voor luie mensen'. Met deze omvang en titel lijkt de auteur het leven nauwelijks serieus te nemen: je hebt het zó uit. Kerngedachte: het leven is als een boottocht, waarbij we niet zelf aan het roer moeten willen staan, want dat levert alleen maar stress op. Ignaas Devisch laat zich in Rusteloosheid (2016) zich in minder gemakkelijk meedrijven. Geestelijke onrust maakt dat het bestaan een voortdurende onbevredigdheid met zich meebrengt. Onrust wordt volgens hem ervaren bij te hard werken of bij het opjagen door de baas. Rusteloosheid komt vanuit onszelf. ‘Alles moet in dit leven gebeuren’, kopt NRC boven een interview met de auteur.

Je kunt gaan zitten wachten tót het gebeurt. Mijn ervaring is dat er meer kan gebeuren als je rondloopt. Buiten. Voor een massa lieden is de meest rechte aanleiding om de straat op te zoeken Pokémon Go. Virtuele icoontjes vangen. Verder weg wacht Kijkduin op een noodverordening om de dolende massa aan banden te liggen. Dichterbij in Den Bosch is de Zusters van Orthenpoort omgeturnd tot een Poképoort. De massale deelname aan dit straatspel mag symbool staan voor de zoektocht naar de zin van het leven. Een fanatiek verzamelen van ongrijpbare symbolen. Illusies.
De overpeinzing is wat lang uitgevallen. Ik moet me haasten om de volgende afspraak te halen. Een samenzijn met vrienden. Vrienden? Bestaan die?