vrijdag 3 augustus 2012

Zahara de la Sierra

Ronda is een goed uitgangspunt voor een tochtje langs de zogenoemde 'pueblos blancos', witte dorpjes. Andalusië barst daarvan en een aantal is bijzonder schilderachtig. Één is Zahara de la Sierra waar ik 31 juli 2012 's morgens naar toe rijd.

De eerste stop na een halfuurtje bochten maken, is Algodonales. Het bestaat uit een langwerpig plein met kerk en kroegen, plus wat straten met huizen. Alles wit natuurlijk.

Iets verderop ligt Zahara de la Sierra, gebouwd tegen de top van een heuvel die voorzien is van een ommuurde toren. Die fortificatie gaat terug tot de Romeinen, werd bijgepoetst door de Arabieren en vervolgens weer door de Spanjaarden. De witte bebouwing vormt een adelaarsnest waarbij stratenplan en architectuur van Arabische oorsprong zijn. In Marokko vind je dezelfde aanpak. Noord-Afrika is niet zo ver van hier verwijderd. Dat continent is iets verderop is bij helder weer te zien vanaf het hoge gebergte.

Als ik tegen het middaguur de auto aan de voet van het dorp parkeer, vertel ik mijn nichtje en haar man enthousiast over een eerder verblijf hier in 2008. Toen bivakkeerden de dame en ik een week iets verderop in een huisje aan de rivier. We klimmen omhoog door de straatjes en genieten van het uitzicht. Aan de noordkant ligt een stuwmeer. Veel olijfbossen tegen een lichtgekleurde ondergrond.

Na de lunch rijden we richting Grazalema waarvoor we via een bochtige weg de Puerto de las Palomas van 1.189 m. over moeten. Grazalema doen we uiteraard te voet. Het witte dorpje heeft met 2.100 mm de hoogste neerslag van heel Spanje. Meer dus dan de Costa Verde aan de Golf van Biskaje waar 2.000 mm bereikt wordt. Stijgingsregens door de aanwezigheid van hoge bergen. Een rustig plaatsje, en dan weer terug naar Ronda.

Ronda

Toen, begin mei 7-8 jaar geleden, was ik hier bij slecht weer. In de Sierra Nevada hing een dikke mist en later kwam er ook nog flink wat sneeuw. We zochten ons heil vooral in beschutte plaatsen. Nu is het warm en schijnt de zon volop en krijg ik de kans om echt in Ronda rond te wandelen. Er is genoeg te zien.

Het stadje staat bekend als het mooiste exemplaar van de zogenoemde 'pueblos blancos'. Doorsneden door de imposante kloof van de Tajo, bestaat het uit een oud en een nieuwer gedeelte. De eigenaar van Hostal Doña Carmen tekent op de kaart aan waar we lekker kunnen eten. Het oude gedeelte scoort niet in zijn opsomming: 'Goed voor toeristen', is zijn commentaar. Zijn waardering blijkt in de volgende dagen zeer waardevol: lekker, authentiek en betaalbaar.

Al gaan we er dan niet aan tafel, de oude stad blijkt bijzonder interessant. Stille pleinen, imposante gebouwen, vergeten straatjes en doorgangen, een imposante kerk bij de resten van de stadsmuur. En niet te vergeten het 'Arabische badhuis'. We bezoeken het allemaal. Ook de 'Tuinen van de Moor', waar we de zogenoemde mijnen afdalen tot aan de voet van de machtige kloof. Een indrukwekkend zicht op de rivier en de hoge wanden is onze beloning. Stukje bij beetje wordt duidelijk hoe in de Arabische periode de inwoners in deze versterkte omgeving leefden.

Buiten de stad klauteren we naar de oude watermolens van latere tijd. Of eigenlijk naar de ruïnes daarvan. Er staat ook een Moorse poort met een boog in de vorm van een hoefijzer. Dit verschijnsel zullen we de komende dagen nog veel tegenkomen in allerlei gebouwen.

Ronda spreekt ons aan. Zeker als we wegblijven uit de toeristische Carrera Espinel en doorgaande weg tussen de oude en nieuwe stad. Direct daarbuiten is het rustig en zonder opsmuk. In de avond biedt het hoge pad boven de kloof naar alle zijden een groots uitzicht met machtige zonsondergangen.

We boeken een dag bij in het hostal en maken vanuit de stad een tocht in de omgeving. Hiervoor gaan we vroeg op pad om de grote middaghitte voor te zijn. In Zuid-Frankrijk had ik het dagritme al wat verlegd en hier vraagt het weer om nog meer aanpasingen. Dus gaan we vroeg op pad, en houden van 15.00 tot 19.00 uur siësta. Met airco en wifi. Mijn nichtje blijkt net zo'n internetfreak te zijn als ik. Een aangename gewaarwording. Om 19.30 uur gaan we weer naar buiten om rond 22.00 uur uit te zien naar een eetgelegenheid. Uiteraard eentje van de aanbevolen 'lekkere lijst'.   

donderdag 2 augustus 2012

Úbeda

Úbeda, een mij tot 27 juli 2012 onbekende Spaanse stad. De afstand Valencia - Ronda blijkt langer dan gedacht dus wordt via booking.com een hotel geregeld 'zon bietje halverwege'. Úbeda dus.
Langzaam maar zeker verandert het landschap. De sinaasappelplantages, onderbroken door ogenschijnlijk wat rommelig gebouwde dorpjes, gaan over in vlakke graanvelden. Na de lunch gaat het heuvelen: rotsen en bossen. We klimmen en dan verschijnen weidse vergezichten. Olijfaanplant na olijfaanplant. Wat moet hier een olie geproduceerd worden.

De grens met Andalusië. Het is 30°C. Een blauwe lucht met in het westen boven de bergen wat schapenwolkjes. Het aantal witte huizen en huisjes neemt toe. Niet dat er veel bebouwing is, want het land is leeg, evenals de weg. Úbeda komt in zicht.

De kamer in hotel La Paz blijkt een balzaal. Ook de ruimte om te badderen is enorm. Bij de balie vragen we adressen van restaurants. Opnieuw krijgen we de wedervraag: ‘Toeristisch of lokaal?’. Uiteraard 'lokaal', wat ook te begrijpen valt als ‘goedkooop’. Al snel heeft de gastheer enthousiast de plattegrond vol namen gezet.

Eerst het centrum bekijken. Dat doet compact aan dankzij een aantal rijke families werd dit voorzien van de nodige aandachttrekkende wereldse en religieuze gebouwen. Het oudste gedeelte ligt op een rotspunt en heeft alle kenmerken van een 'pueblo blanco', een wit dorpje. En speciaal voor deze kleine stadjes zijn we hier.

Sommige delen van Andalusië hebben tussen 711 en 1492 meer dan zeven eeuwen Arabische heersers gehad. Zij legden de basis voor de bijvoorbeeld de witte adelaarsnesten in het zuiden. Na de herovering door Spaanse troepen maakten moskeeën plaats voor kerken die de zege van de katholieke vorsten moesten bevestigen. In Úbeda is de troonswisseling duidelijk terug te lezen.

Na de eerste stop met glas-en-tapa komen we op een plein met parador en kerken. Er wordt druk getrouwd en we tellen drie bruidsparen in vol ornaat. De gasten glimmen.

Het is lekker van temperatuur als we om 22.30 uur de volgende aanwijzing op de kaart volgen. In elkaars buurt bevindt zich een aantal goed gevulde terrassen waar bij elk glas een tapa van het huis geserveerd wordt. 'Tapear' heet zo'n culinaire rondgang. We bezoeken er drie en voelen ons daarna geheel voldaan. Na middernacht wordt er nog druk gegeten als we hotelwaarts gaan. Morgen richting Ronda.

woensdag 1 augustus 2012

Valencia

Op 26 juli 2012 rijd ik om 08.00 uur weg bij mijn familieleden uit Chalabre en ga richting Andorra. Een route-met-een-groen-randje voert me de Pyreneeën over. Ik kies vanaf nu voor de trajecten met de tunnels om zo snel mogelijk op te kunnen schieten. Aan de Spaanse zijde bevindt zich een weids dal met grandioze vergezichten.
Vóór Barcelona komt een gekartelde kam in zicht: een schoolvoorbeeld van karstgebergte. Borden geven de naam aan: Montserrat. Nooit geweten dat deze loosterberg zich hier bevint. Een uur later tref ik op het vliegveld van Barcelona mijn nichtje en haar man. Ze wonen in San Diego, Californië. Wéér familie, nu van mijn kant. Van hier tot aan Sevilla zullen we samen verder reizen.

In de namiddag bereiken we Silla, een voorstadje van Valencia. Nu is - na wat uren Catalaans - het Valenciaans overal op borden aanwezig. Pension Lucimar is snel gevonden, waarna we een wandeling maken.

Luz y Mar, Licht en Zee. Die laatste is heel in de verte te zien. Later blijkt op de rekening van dit tijdelijke verblijf de naam Hotel Poble de Silla te staan. Ik gok als vertaling op Pueblo de Silla.

We eten in ons hostal  het menu van de dag: gazpacho, gefrituurde ansjovis en een puddinkje. Traditioneel en lekker. Daarna pitten met de airco op volle toeren.

Om het onszelf gemakkelijk te maken gaan we de volgende dag met de trein van Silla naar Valencia. Een ritje van 20 minuten tot het Station Noord. Enige verwarring, want waar moeten we verder naar Centraal? Om het gemakkelijk te maken is Noord ook Centraal. Een prachtig gebouw in Jugendstil. We halen een plattegrond, ik ga met nichtlief op de foto voor het stadhuis en we lopen van mooi gebouw naar mooi gebouw. De overdekte 'lekkere markt' is indrukwekkend. Lekker buiten lunchen: tapas. Daarna beklim ik met mijn nichtje een oude stadspoort voor een magnifiek uitzicht. In de trein terug denk ik: mooie wandeling door een centrum dat op verschillende plaatsen door wat dan ook 'geleden' heeft. Franco heeft ook deze weerspannige stad flink op zijn falie gegeven.

In Silla is het 's avonds groot feest op het kerkplein achter mijn tijdelijke onderkomen. Eerst eten we op aanwijzing van een jong koppel-met-kind in een goed restaurant. Bij het weggaan complimenteer ik de heer achter de bar. Ja, zijn dochter had al gebeld dat er buitenlands bezoek zou komen. Prachtig.

Op het plein zien we geen andere toeristen en zoiets stel ik altijd op prijs. Authenticiteit, dus. Ik geniet van de optredens van een reeks flamencodansgroepen. Grappig zijn de inspanningen van de jonge kinderen. Ook volg ik de reacties van mijn aangetrouwde neef die voor het eerst in Spanje is. Mexico is hem erg vertrouwd, wat de gewenning vergemakkelijkt.

Een halfuur na middernacht ga ik naar mijn kamer. De muziek stopt een uur later en tegen die tijd heb ik ook dit verhaal geschreven.

dinsdag 31 juli 2012

Limoux

Het plaatsje Limoux ligt op 24 km van Chalabre en ik bereik het langs een bochtige weg die eerst de klim naar een hoogte van 650 m inhoudt. Daarna volgt een langzame afdaling langs wijngaarden. Uit dit heuvelende gebied komen de Crémant en de Blanquette de Limoux vandaan. Het landschap met zijn cipressen en typische gebouwen doet aan de Provence en Umbrië denken. De Romeinse erfenis wordt slechts af en toe onderbroken door een huis dat overal in dit land zou kunnen staan.

Het is hier een mooie hoek van Frankrijk. 'Ung bong coeng', zoals dat in het zuiden klinkt. Sommige opschriften zijn in het Occitaans om het 'authentieke' karakter van een activiteit of product de accentueren'. Deze taalgroep kent een aantal varianten en vertoont verwantschap met het Catalaans. De oudste generatie zou het volgens onderzoek regelmatig spreken.

Limoux was onlangs startplaats voor een rit van de Tour de France. Allerlei versierselen in de straten herinneren hier nog aan.

Het stadje is gebouwd aan weerszijden van de Aude. Van de oude textielindustrie is nauwelijks nog iets aanwezig. Wijn is nu van economisch belang. Ik maak een wandeling langs het water, passeer een brug, loop langs het Pianomuseum dat zich in een oude kerk bevindt en keer weer terug naar de andere kant van de rivier. Na een kort bezoek aan de kerk van Saint Martin de Limoux kies ik aan het centrale plein een terras uit voor de lunch. Het is 33° C. en ik geniet van de aangename sfeer. Morgen reis ik verder via Barcelona naar Valencia.

maandag 30 juli 2012

Le Cazal

Laat in de middag van zondag 22 juli 2012 gaat om 17.30 uur de zevende editie van de Kampioenschappen Kruiwagenrijden van start. Plaats van handeling is het Franse gehucht dat zich op het spandoek afficheert als 'Le Cazal capitale internationale de course a la brouette'. Er wordt al dagen reclame voor gemaakt en volgens kenners moet het een vermakelijke wedstrijd zijn. Het plein van het gehucht Le Cazal nabij Chalabre is ingericht voor de strijd. Met een officiële jury achter een tafel.
Het weer is uitstekend en de eerste deelnemers staan al klaar: verklede kleuters, al dan niet bijgestaan door hun ouders. Ze draaien wat rondjes om een strobaal en worden op enig moment afgevlagd. Applaus.Daarna komen de oudere kinderen, die hun kruiwagens omgebouwd hebben tot raket of racewagen. Hun afstand is beduidend langer en het gedeelte heuvelopwaarts blijkt geen sinecure.

Het zwaarste parcours is voor de volwassenen. De uitmonsteringen blijken nog carnavalesker en de sfeer op het plein is magnifiek. Eerst nemen de damesteams het tegen elkaar op en vervolgens de heren. Die laatsten moeten na elk rondje ook nog een glas bier drinken. De organisatie is in handen van lieden met een rode alpinopet. Op hun T-shirt staat 'Festejaïres del Cazal'. Ongetwijfeld Occitaans en waarschijnlijk zoiets als 'Feestelijkheden van Le Cazal'. Ze hebben met hun gemoedelijke aanpak geen kind aan deelnemers noch publiek. Onder de prijzen die zij uitreiken, bevindt zich een koperen minikruiwagentje.
Ik vermaak me prima bij dit feest. Na afloop is er een geïmproviseerd restaurant in een schuur. Voor ik naar huis ga, drink ik nog een laatste biertje naast het komische 'Monument aux Bons Vivants'. Een gedenkteken dat in dit vrolijke dorpje geheel op zijn plaats lijkt.

zaterdag 28 juli 2012

Chalabre

Oostelijk van Toulouse wordt ter hoogte van Pamiers het uitzicht groots. In de verte de Pyreneeën. Een halfuur later volg ik de borden richting Chalabre, waar ik de komende week zal verblijven.

Het land van de Katharen', was de opmerking van een Frans echtpaar waarmee ik eerder die middag onderweg een praatje maakte. Na zoveel eeuwen spreken deze aanhangers van een zekere geloofsrichting nog steeds tot de verbeelding. Ze hadden andere ideeën over het hiernamaals dan de door het centrale gezag gesteunde Kerk. Een zware vervolging werd hun lot. Toen ik hier tweeëneenhalf jaar geleden was, beklom ik de Montségur om er de resten van het oude kasteel te bezichtigen. Een stralende dag vlak voor Oud en Nieuw met een geweldig overzicht vanaf de steile hoogte.

Het stratenplan van Chalabre is dat van een Monopolybord. Centraal punt is de carrévormige markt, die met een houten dak bijna geheel overdekt is voor de handel die daar plaatsgevonden moet hebben. Daar omheen staan wat rijen huizen, afgesloten door een vierkant van straten. Dit kwartet had voor het gemak vernoemd kunnen zijn naar de windstreken. Veel doorbuigende platanen en geparkeerde auto's. Twee cafés waar ook een dagmenu geserveerd wordt, een hotel dat kennelijk met subsidie aan de praat blijft en verder winkels voor brood, groente en vlees. In de zomer doet het veel levendiger aan dan in de winter.

Geen wifi in het voormalige klooster waar ik verblijf. Ik maak een paar dagen gebruik van de verbinding bij de VVV-vestiging. Als die het laat afweten, verwijst de beheerder me naar Café de la Paix. Dat betekent twee vliegen in één klap: drank en internet. Je kunt maar ergens aan verslaafd zijn.