dinsdag 24 juni 2014

Azoren (1); sublieme dolfijnduikgoal

Na vier uur vliegen vanaf Schiphol landen we vrijdag 13 juni op Terceira, een van de negen eilanden die samen de Azoren vormen. In oktober 2012 bezochten we São Miguel, het hoofdeiland van deze archipel. Dat smaakte toen naar meer. En als nu door de cabineraampjes het groene Terceira in zicht komt, blijkt het van een onthutsende schoonheid.

De Azoren liggen 1.500 km ten westen van moederland Portugal en we draaien de horloges twee uur terug naar 18.30 uur. We halen onze koffers op bij de band onder vluchtnummer OR699 Amesterdão.

Met de auto van het vliegveld naar Angra do Heroísmo, dat zoiets moet betekenen als 'Baai van het heldendom'. Volgens de VVV-info de eerste Europese stad in de Atlantische Oceaan. Gebouwd eind 15de begin 16de eeuw volgens het Renaissance-idee van die tijd: in dambordpatroon. Staat inmiddels op de UNESCO werelderfgoedlijst. We maken een kleine tocht over een weg die steeds hoger loopt en mistiger wordt. Aan de kust kunnen de lampen uit: de zo'n schijnt weer.

Als de bagage in de hotelkamer staat, gaan we het centrum in. Bij het oversteken de ruime Praça Velha, zien we op het tv-scherm bij een terras dat Nederland na 70 minuten spelen met 3-1 voor staat tegen Spanje. 'Een wonder', zeg ik uiterst verbaasd tegen een van de kijkers. Waarna zich een klein gesprek ontwikkelt over de prestaties van 'onze jongens'. De Portugees laat zich door mijn Spaans niet misleiden: als we doorlopen en het 4-1 wordt, roept hij ons terug voor het doelpunt van ons land. Tsjonge. Gistermiddag nog had ik beweerd dat Spanje de Nederlanders een jas zou geven. Nu het andersom is, vind ik het ook prima. Verbaasd blijf ik wel en van voetbal weet ik geen snars. Geen flauw idee wie in de goal staat, bijvoorbeeld. Tenzij zo iemand de roddelrubrieken bereikt heeft natuurlijk. Aan de haven zien we op een volgend scherm het vijfde doelpunt vallen.

In de buurt eten we bij restaurant 'O Chico' gefrituurde 'abótrea', vis uit de wateren bij de Azoren. We zitten met ons gezicht naar het tv-scherm boven de deur. Het geluid staat af. We lezen dat Robben een topsnelheid heeft gehaald van 37 km per uur. Knap. En tijdens het vervolg van de nabeschouwingen laat de Portugese zender de in totaal zes goals nog zeker drie keer langskomen. Die ene treffer waarbij Van Persie als een dolfijn de lucht in duikt voor een kopbal die over de keeper in het net verdwijnt, vind ik subliem. Dit plaatje mag in de top-10 mooiste treffers. Net een tekening uit de serie rond Kick Wilstra

Tegen de tijd dat we aan het toetje zitten, zingen de Chilenen hun volkslied. Veel spelers doen dat met hun ogen dicht. In vervoering. Het Australische team kent zijn tekst gebrekkig. Die Chilenen zullen wel winnen op temperament, denk ik. Het kan ook andersom zijn en dat zien we dan morgen wel.

De avond is voor de Portugezen nog jong en de Rua São João doet gezellig aan. Slenterend terug naar het hotel aan de Praça Velha. Daar weten ze aan de balie ook dat 'wij' gewonnen hebben

vrijdag 13 juni 2014

Cartagena: écht oud

Cartagena moet een van Spanjes oudste steden zijn. Samengevat: rond de 7de eeuw vóór Chr. kwamen hier Foeniciërs aan land vanuit waar nu  Libanon en Israël liggen. Vervolgens voeren de Grieken voorbij, waarna de Puniciërs - de erfgenamen van die Foeniciërs - er een echte vestingstad aan zee van maakten. Die noemden ze Qart-Hadast: Nieuw-Cartago, naar hun belangrijkste stad Cartago in Noord-Afrika. Behalve handel was vooral de aanwezigheid van goud- en zilvererts belangrijk voor die Puniciërs.

Aan de overkant van dat sterke Cartago lag Rome, dat inmiddels ook een rijk van betekenis had gesticht. Aanvankelijk probeerden de Cartagers en Romeinen elkaars aanwezigheid in het Middellandse Zeegebied op basis van 'allianties' te verdragen. De 'grootmachten' bleven botsen en toen Hanibal 200 jaar voor Chr. met zijn olifanten vanuit Spanje naar Rome optrok, wist Scipio Nieuw-Cartago te veroveren. De rest van het rijk der Puniciërs volgde.

Cartago Nova werd op basis  van het aanwezige plan heringericht en voorzien van de bekende Romeinse infrastructuur.

Voilá, het verhaal waarmee het huidige Cartagena goede sier maakt. Onder het lezen komen automatisch namen als Kramer en Nieuwendijk voorbij: docenten die me in de vorige eeuw nog pas, dit verhaal probeerden duidelijk te maken. Dank heren; zeker wat aan de late kant en ten dele postuum, maar alsnog.

Op zaterdag 31 raken wij onder de indruk van de wijze waarop de Spaanse stad die ontstaansgeschiedenis vertelt. We bezoeken drie musea, te beginnen met het prachtige Museo Teatro Romano. Vormgeving en inrichting doen denken aan de aanpak bij 'Het huis van de bisschop' in Cádiz. Na de lunch volgt la Muralla Púnica, een fragment van de Punische muur rond Qart-Hadast. Tenslotte is er het Museo Nacional de Arqueologia Subacuática. Om 19.00 uur is het in dat prachtige gebouw nog tjokvol met gezinnen, want de inrichting en het geëxposeerde materiaal 'onderwaterarcheologie' zijn boeiend voor alle leeftijden.

Cartagena heeft net zoals bijvoorbeeld Mérida, Trier of Nijmegen een oude stadskern waar je maar een schop in de grond hoeft te steken om interessante oude resten tegen te komen. Bij de Plaza del Lago blijkt onlangs een stuk van de oude Romeinse weg opgegraven te zijn. Buiten het directe centrum vertoont Cartagena veel gaten. Die zullen niet alleen met het oude verhaal samen hangen.

Heen namen we de tolweg. De 70 km. terug rijden we via de route over de dorpen. Leeg heuvelland met doorkijkjes naar de kust. De immense dorheid wordt doorbroken op plaatsen waar irrigatie de flanken groen kleurt. Veel van dat benodigde water komt helemaal van de Taag, zullen we ons later laten vertellen. Via een kanaal van noord naar zuid, meer dan 300 km lang.

Veel haarspeldbochten. Onderweg stof van een kudde schapen links, eentje met geiten rechts, drie overstekende kwartels en twee konijnen. Alles bijeen komen we drie auto's tegen voor we zigzaggend afdalen naar het ons bekende Calabardina. Dan is het nog een boogscheut naar ons tijdelijke verblijf in Águilas. Een mooie dag.

maandag 9 juni 2014

Anneke Grönlohs paradijs

Wie veronderstelt dat we tijdens ons verblijf in Águilas alleen op onze luie reet in de zon lagen, krijgt slechts ten dele gelijk. De uren dat we wandelden langs het kustpad zijn talrijker dan die van het soezende niksdoen aan strand. 

Voor ze naar hun woonplaats Toledo vertrokken, hadden onze verhuurders nadrukkelijk de wandelgids aangeprezen 'Litoral de Águilas y Lorca. Excursiones a pie y en bicicleta'. Over fietsen beschikten we daar niet, dus werd het wandelen.

Op dinsdag 27 mei beginnen we aan onze zesde tocht langs de kust en wel volgens de aanwijzen van Route 4. Het startpunt ligt bij de Cala Cerrada, een baai net buiten de gemeentegrens van Águilas. En daarmee ook buiten de provincie Murcia. Genoemde plek uit de Bountyreclame bevindt zich namelijk in het meest noordwestelijke puntje van Andalusië, en daarmee in de buurtprovincie.

Prachtig weer met een verkoelend windje van zee. De kleine baai telt misschien 30 recreanten. Achter de tafelberg bij de palmrijke Cala Taray tellen we er acht. 'Farah Diba, met je pallemenstrand', zong Anneke Grönloh' begin jaren '60. 'Farah Diba'?, hoor ik mezelf kwelen. Begon die tekst van dat tranentrekkende lied echt met de naam van een Perzische vorstin of hadden wij er dat toen zomaar van gemaakt? Seniorenmomentje.

Het lange strand dat dan weer volgt, is leeg op vier mensen na. 's Zomers zal het beslist anders zijn; nu doet het weldadig aan. We blijven ons erover verbazen dat we tijdens onze wandelingen zo weinig mensen aantreffen aan de waterrand. Zelfs in Águilas. Waarschijnlijk omdat het seizoen van begin juli tot half september loopt.

De heenweg voert ons direct langs of boven het water. Prachtige vergezichten. Een bochtige rotsachtige kust. Op weg naar het eindpunt van Route 4 passeren we het kleine Isla Negra dat niet echt zwart is en waarvan de kammen besneeuwd lijken vanwege de laag vogelpoep. 

De finale is een vrij steile klim naar het Castillo de San Juan de Terreros. Gebouwd in 1764 ter bescherming van de bevolking tegen zeerovers.

Vandaar gaan we naar beneden, waar we voor de nieuwbouw afbuigen richting binnenland. De aanwijzingen van de routebeschrijving laten zich moeilijk herkennen in het landschap. De originele tekst uit 1999 is in de herdruk van 2004 niet gewijzigd en er werd sindsdien zeer zeker veel bijgebouwd. We ploeteren een tijd door een dor landschap waar - ongetwijfeld clandestien - een massa bouwpuin gestort is. Na drie kwartier besluiten we om terug te keren naar het kustpad.

'Farah Diba'? Ineens schiet de juiste tekst me weer te binnen: 'Paradiso met je pallemenstrand, ach die tijd vergeet ik niet ...'

zaterdag 7 juni 2014

Special Agent Gibbs

Als ik maandag 19 mei om 18.30 uur in Águilas bij de kapper binnenstap, rekent hij net af met een jonge knaap. Het kan niet alleen diens haar zijn dat nu rond de stoel op de vloer ligt. Tenzij hij hier plaatsnam met een ruimvallende pruik die reikte tot schouderhoogte.

Vóór mij is een man van in de zeventig. Zijn witte krullen zien er perfect gekamd uit. Ik ga naast hem zitten en word vervolgens meteen naar de spiegel geroepen. 'En die meneer dan?', vraag ik. Als antwoord krijg ik twee opgehaalde schouders. Geen idee dus; ik mag plaatsnemen. 

Met overduidelijke gebaren vraagt de kapper of ik mijn bril af wil zetten. Alsof ik geen Spaans zou verstaan. Er was een tijd dat ik dacht hier niet op te vallen als buitenlander. Dat idee heb ik al wat jaren verlaten: ik pik een Spanjaard er in Nederland ook ogenblikkelijk uit. Willy Meyer, de hoofdman van Spanjes 'Verenigd Links' uitgezonderd dan. Die heeft een Duitse opa en dat is te zien.

Zij - de Spanjolen - op hun beurt hebben ons, lui uit het noorden, ook gelijk in de smiezen: lengte, kledingkeuze, blik in de ogen. En mochten ze het niet zien, dan horen ze het wel.

Hoe of ik geknipt wil worden. 'Niet te veel eraf', probeer ik. Om uiteindelijk een compromis te vinden in 'normal'. Het is altijd een avontuur om te zien wat dat gaat worden.

Onder het knippen krijgt de witharige man bezoek van een leeftijdsgenoot. Ze kletsen waarbij ze het geluid van de tv proberen te overstemmen. De nagesynchroniseerde film schakelt over op het originele geluid. Ik hoor 'O dennenboom' in een Duits-Amerikaanse versie. 'Een kerstfilm?' vraag ik, 'Nu?' 'Ach', zegt de kapper, 'Veel ouwe zooi op dit kanaal'. Ondertussen valt mijn haar van de kapmantel op de grond waar het grijs aardig contrasteer met het reeds aanwezige zwart.

'Normal' betekent in elk geval ook 'zeer nauwkeurig geknipt'. Met tondeuse en kam. Plus mes. Met dat tweede hulpmiddel komt een welvende coupe tot stand die parallel aan de oren meeloopt. Het is lang geleden dat neef Jan van tante Nettie me op de kappersvakschool zó precies onder handen nam. Heel de familie zat om beurten 'model'. Jan was de laatste 'van moeders kante' die het vak van coiffeur dat Lambooijs generaties uitoefenden, voortzette. Na zijn dood nam zijn dochter met succes de zaak in Helvoirt over. Dus eigenlijk loopt die lijn gewoon door.

Ik word uit mijn overpeinzing gehaald door de kapper. Of ik met nat of droog haar naar buiten wil. 'Nat is prima. Wind zat'. Waarna ik te horen krijg dat er in Águilas altijd wind staat. Dat weten we inmiddels: de was wordt op het platdak in een mum droog. Hij vervolgt met dat er al vanaf augustus 2013 geen noemenswaardige regen gevallen is. Iets wat een paar dagen later bevestigd zal worden door het tv-journaal. Terwijl op dat moment in Noord- en Centraal Spanje het water overvloedig naar beneden komt, geven de provincies Valencia en Murchia een totaal ander beeld. Tijdens de reportage staan fruitkwekers tussen rijen zieltogende citrusbomen.

Mijn kop is geknipt. Nauwgezet en keurig, voor €8. Misschien enigszins 'coupe Gibbs', denk ik onder het betalen. Petje ophouden, de komende dagen. Ik heb al eens eerder na zo'n ingrijpend kappersbezoek mijn hoofdhuid pijnlijk verbrand gezien.

Special Agent Gibbs praat hier in de NCIS-afleveringen overigens perfect Spaans. Zo'n ingreep werkt altijd wat vervreemdend. Ooit zagen wij Columbo achter de boeven aanzitten in het Hongaars. Wel in die verfrommelde regenjas. En Gibbs blijft ondoorgrondelijk vanonder zijn karakteristieke eeuwige kapsel.

Buiten waait mijn haar direct droog. Dan zit de volgende klant al onder de cape. De kapper heeft de veger nog steeds niet uit de kast gekaald. Trouwens: waarom heeft mijn kapper thuis geen tv in zijn zaak hangen? Moe'k 'm toch 's vragen.

donderdag 5 juni 2014

Voetbal

De laatste dag van de week is naar mijn idee om een aantal redenen traditioneel de meest lawaaierige in Spanje. Ook hier in Águilas. Allereerst omdat zaterdags rond 18.00 uur druk getrouwd wordt. Waarna 's avonds volgens goed mediterraan gebruik cohorten auto's toeterend door de straten trekken. Het ontbreekt er nog maar aan dat de vrouwen die onderweg gepasseerd worden, spontaan bijval betuigen door vanuit hun keel en met de inzet van hun tong massaal een hoog falsetstemjubelgeluid te produceren zoals bijvoorbeeld in Marokko het geval is. Verder wordt het na 22.00 uur ook gewoon stapavond. Hier overigens zonder politie te paard en sportschoolspierballen-met-oordopje aan de deur.

Op 24 mei krijgen de Spanjolen er een extra reden bij om de herrie te vergroten. Rond 23.30 uur blijkt  Real Madrid de winnaar in de finale van de Champions Leage tegen plaatsgenoot Atletico. Dat er gescoord moest zijn, was ons onder het eten al duidelijk geworden door het gejuich van tv-kijkende buurtgenoten. In Lissabon blijkt Real de baas, waarna Águilas getrakteerd wordt op vuurwerk, losgelaten dorpsgekken, knetterende brommers en een parade van auto's met een haperende claxon.

Águilas, nota bene. Alsof Coevorden uit zijn bol gaat bij een overwinning van Feijenoord op Sparta. Madrid ligt hier jandorie zes uren in de auto vandaan. Waar hebben we het over? Testosteron? Latijns enthousiasme of degeneratie?

Die ochtend hoorde ik op de markt overigens dat Nederlands WK-openingswedstrijd in Brazilië er een tegen Spanje zal zijn. Hier gaan de straten niet verloren achter of onder de vlaggetjes. De supers hebben ook een equivalent van Roy Donders juichpakken in de aanbieding. Opgefokte bende. Daarom zal het voor de Oranjesupporters ook een kater opleveren als Spanje op 13 juni overtuigend wint. Dan gaan ze hier weer toeterend op pad.

In elk geval is op deze 24ste mei door die herrie het voortdurende geblaf van die hond-aan-de-overkant-die-ze-steeds-alleen-thuis-lijken-te-laten tijdelijk niet te horen.

Lorca

Lorca. Een stad in zuidoost Spanje. De plaats ook waar ook de Spaanse dame van wie wij de flat huren, geboren is.

We rijden er op donderdag 22 mei vanuit Águilas naar toe. We rijden dertig kilometers over lege weg die vanaf de kust langzaam stijgt tot rond de 500 meter. Hete, droge en kale heuvels. Mocht het flink regenen, iets wat hier zelden voorkomt, dan is er niets om het water vast te houden. Via de talrijke nu legen 'ramblas' gaat de neerslag als een bandjir naar de zee.

Na 20 minuten volgt de afdaling naar

een breed dal. Alleen vlak voor ons doel van die dag zien we wat ander verkeer. De provincie Murcia is dun bevolkt.

Elk historisch centrum van een Spaanse stad wordt omgeven door een band van non-descripte hoogbouw. Dat zijn we onderhand wel gewend. Stapeldozen van 40-50 jaar oud, vaak nog uit de tijd van Franco. Inwisselbaar, net zoals de hoog opgaande flats in voormalige oostbloksteden. Alleen is het in dit zuidelijke land minder triest.

Lorca's oude centrum ligt aan de voet van de burcht die de stad bekroont. Een bezoek aan deze stad is ons met klem aangeraden. En inderdaad: veel mooie dingen in de oude binnenstad.

Het eerste gebouw dat we bezoeken is een borduurmuseum. Dat klinkt wat punnikachtig en het tegendeel blijkt waar. Het gaat hier om de thuisplaats van de broederschap Paso Blanco. Een van de zes die elk jaar in de Goede Week voor een spektakel zorgen tijdens de optochten. Paso Blanco is dé concurrent van Paso Azúl.

Met groeiende verbazing en bewondering kijken we naar het prachtige borduurwerk op de mantels die tijdens de processies gedragen worden. Na een bezoek aan de kapel, zet de gastheer een video aan over de Goede Week. Ben Hur op de strijdwagen én episodes uit het lijdensverhaal.

Terwijl we buiten verder wandelen, gaan ons ook veel gaten en bouwwerkzaamheden opvallen tussen de prachtig gerestaureerde gebouwen. Tot we lezen bij de kerk van de Paso Azúl die in de steigers staat, dat hier drie jaar geleden - in mei 2011 - een aardbeving de stad trof. Met als gevolg negen doden en 80% van de binnenstad beschadigd of verwoest. Ineens gaan we de dingen om ons heen met een andere blik bezien.

Oude mannen

Spanje is een land van oude mannen. Zo lijkt het in elk geval overdag. Althans in Águilas. Waar ze 's morgens langs de boulevard lopen. Alleen. Of meer nog: met z'n tweeën. Dan wel in groepjes achter de koffie zitten in de bar. In de schaduw op het terras kan ook. Of op klapstoeltjes in de ochtendzon.

Waar hun vrouwen zijn, is onduidelijk. Een klassiek vermoeden heb ik wel.

Tussen de middag verdwijnen ze. Na 14.00 uur is trouwens het hele stadje uitgestorven. Om rond 17.00 uur weer op te leven. Bijvoorbeeld in de bar op de parterre van het appartementsgebouw waar wij verblijven. Daar spelen ze domino tot 20.30 uur.

Vaak zijn ze met z'n twintigen, verdeeld over vier of vijf tafels. Het is er drukker dan in het 'Centro Municipal de la Tercera Edad'. Het lokale centrum voor - wat in Vlaanderen ook zo heet - lieden van de Derde Leeftijd. Daartoe behoren we inmiddels zelf ook. Het idee alleen al. Zijn er in Den Bosch nog openbare ruimtes waar gepensioneerden kaarten? Misschien nog bij Het Hart van Brabant.

De Spaanse dominospelers verteren weinig. De kastelein staat ze ook niet in de nek te hijgen. Ze komen. Een aantal verschijnt met een houten kistje waarin de stenen zitten. Het is een serieuze aangelegenheid, waarbij een koffie gedronken wordt. Sommigen bestellen een fles water. Na afloop wordt er afgerekend; veel kan het niet zijn. Al die tijd staat de tv aan en niemand kijkt.

Wat spelers blijven hangen. Nemen wat sterkers en kletsen met kerels die net van hun werk een aperitief nemen. Om 21.00 is de tent leeg; etenstijd.

Vanaf morgenvroeg 08.00 is de bar het domein van de jonge moeders die dan - voor de sirene gaat - hun kinderen naar school gebracht hebben. Niks auto's die de straat blokkeren. Niks lange afscheidsscenario's. 'Tot later', en dan koffie in de bar. Of buiten in de schaduw. Soms met geroosterd brood en olijfolie: een snel ontbijt. Hun stemmen klinken op in de nauwe passage naast de bar. Staccato. Snel.

Dan verschijnen de eerste oude mannen. Het geluid van de spelers binnen overstemt al snel de conversatie van de dames buiten.

Binnen de Europese Gemeenschap worden de Spanjaarden met 81,8 jaar. Gevolgd door Italië (81,6) en Frankrijk (81,4). Zou het dan toch aan de olijfolie en de knoflook liggen?