zaterdag 30 april 2011

De trein van Bergamo naar Den Bosch

Eigenlijk is het ding van niks. In twintig minuten ben ik op 29 april 's morgens van Den Bosch bij Vliegveld Eindhoven en even later heb ik de douane achter me. De rij voor Milaan Noord (Bergamo dus) staat er al en een telefoontje later zit ik in het vliegtuig. Als de laatste passagiers een plaats zoeken, wijst de steward naar de stoel naast mij: 'This chair is free'. Voor ik op kan staan, roept de dame aan de raamkant: 'No, this chair is kapot'. En inderdaad, op de zetel die ons de komende 75 minuten gescheiden houdt, blijkt een sticker te zitten met in verschillende talen ' tijdelijk buiten gebruik' . Gelukkig blijkt deze vlucht niet volgeboekt.

Mijn neef staat in Bergamo op me te wachten en even later bevinden we ons voor de deur van een kleine bierbrouwerij die onlangs in de prijzen viel. Het bedrijfje is gesloten en we verschuiven het bezoek naar de volgende dag. Hij brengt me met de auto naar Bergamo's Citta Alta waar ik van 11.00 tot 14.00 uur te voet een controle uitvoer. De afgelopen vier maanden lijkt er weinig veranderd. Duidelijk is dat het touristenseizoen inmiddels aangebroken is. Er zijn behalve de obligate (gedisciplineerd luisterende) groepen scholieren hele roedels luisteraars, begeleid door een gids die Italiaans, Duits of Frans spreekt. Engels hoor ik wel op de Piazza Vecchia, waar een groep indrinkers in vrijetijdskleding zonder begeleiding de weg naar de drank gevonden heet.

Bergamo - even groot als mijn moederstad - is sinds de opname in Ryanairs spoorboekje nog populairder dan voorheen. Het vliegveld zit al op zo'n zeven miljoen passagiers per jaar en die komen echt niet allemaal voor Milaan dat nog 45 km verderop ligt. Bovendien acht ik Bergamo, dat ik in meer dan vier decennia nauwgezet veldonderzoeken vele malen interessanter ben gaan vinden dan mijn Den Bosch, meer in aanmerking komen als ' stad voor een paar dagen' dan de metropool Milaan.

Na de inspectietocht langs kerken en kloosters, de Venetiaanse stadsmuur, Romeinse resten, grote en kleine pleintjes loop ik richting Citta Bassa. Ondanks de bewolking is het uitzicht op zowel de Alpen als de Po-vlakte zoals altijd imponerend. Het blijkt een kleine moeite om in een korte tijd een andere wereld te bereiken. Wat doet Den Bosch eigenlijk met de aanwezigheid op zo'n korte afstand van dat Eindhovense vliegveld? Ik weet ook wel dat al de toeristen die daar landen zo snel mogelijk naar Amsterdam willen voor het Van Goghmuseum, de grachten en de coffeeshops. Zou ik ook doen als ik in Eindhoven landde. Misschien moeten we met Ryanair en al die andere prijsvechters een deal sluiten voor een actie: 'De trein naar Amsterdam vertrekt in Den Bosch'.

woensdag 27 april 2011

La cocina (6); el secreto ibérico

Sevilla was 'volgeboekt' vanwege de 'Fiestas de Sevilla' en daarom belandden we een aantal jaren geleden in een stadje op zo'n 16 kilometer afstand. Ver genoeg weg om te kunnen kiezen uit een aantal hostals. In dat van ons eten we 's avonds na aankomst mee met de lokale pot. De volgende dag komen we via via terecht bij een restaurant waar we een hele puzzel hebben aan de menukaart. Na enige overlegtijd met de ober komt de keuze tot stand bij de glazen vitrine waarin 'vanalles' aan regionale lekkernijen uitgestald staat. Uiteindelijk wordt de bestelling er een van 'zet ons maar wat lekkers voor'.


Het wordt een grandioze maaltijd en sindsdien ga ik in Spanje steeds weer op zoek naar 'El secreto ibérico', het Iberische geheim, zogezegd. Hoewel het nou ook weer niet zo geheim is, blijkt het in de praktijk niet eenvoudig om het op een menukaart aan te treffen.

Het geheim zou 'm zitten in het feit dat de slager bij het uitbenen van het varken oog moet hebben voor de aanwezigheid van een 'lapje' (el secreto of la cruceta) van hooguit 200 gram tussen schouder en buik. Ideaal is wanneer dit stukje vlees afkomstig is van het
donkere Iberische varken dat meer smaak heeft door een dieet van eikels. Dit zou dat geheimzinnige stukje vlees zo geweldig maken, dat de slager het liever zelf eet dan dat ie het verkoopt.


Het is een illusie om in ons land dit delicate geheim-met-houtsmaak gemakkelijk te kunnen verkrijgen. En als ik het dan van het gewone varken wil hebben: 'waarnaar zou ik in de winkel moeten vragen?' Vakman Hans Voets helpt mij telefononisch op weg en even later sta ik bij Pieter Verhoeven in de slagerij. Het gaat inderdaad om een onderdeel dat apart besteld moet worden. Het bevindt zich bij het varken op de plek waar bij het rund het zogenoemde 'diamanthaasje' zit. Hij heeft voor dit moment een alternatief: 'de bovenkant van de kogel van het spierstuk'. Nou, dat gaat dan vanavond de pan in.


Voor dit 'Spaanse geheim' heb ik (voor twee personen) nodig: (olijf)olie, een ui, twee knoflookteentjes, peper, nootmuskaat, een laurierblad, wat bloem, een scheut cognac, kopje vleesbouillon, beetje melk, petersele en zout.


Eerst maak ik de saus; dat kost wat tijd, maar het blijkt de moeite waard. Vervolgens bak ik (kort) het vlees. Om een lang vervolgverhaal te voorkomen, raad ik aan de bereiding op bijgaand filmpje te volgen. Korter en beeldender kan ik het niet samenvatten. Kennis van het Spaans is niet echt nodig: http://www.youtube.com/watch?v=i6YSZic7qvI


Lekker bij gebakken aardappeltjes en sperzieboontjes. De volgende keer zal ik voor de saus wat zuiniger zijn met de peper. Even zo vrolijk gaat bij ons alles 'schoon op' en dat zou drie dagen mooi weer betekenen. 'Veremos, digo el ciego!'.

maandag 25 april 2011

De Hemeltjes

Tweede Paasdag fietsen we van Den Bosch richting Tilburg. Wind in de rug, schetterende zon, veel groen. Langs allerlei weggetjes komen we bij etablissement 'De Hemeltjes'. Dat blijkt om 12.55 uur nog niet open. Nog net niet, dus gaan we als eerste gasten op het terras zitten. 'De Hemeltjes', en dat met Pasen. Een curieuze naam ook: wat was ooit de aanleiding om de weg (eigenlijk ligt die iets verderop) zo te noemen. Ook een tuincentrum blijkt zo te heten. Overigens staat op een van de straatnaambordjes 'De Hemeltjens'.



In de aanpalende gemeente Oisterwijk bevindt zich restaurant Croy 't Stokske. Het ligt aan de weg 't Stokske (in Moergestel) dat zijn naam te danken zou hebben aan de aanwezigheid in lang vervolgen tijden van een klein kapelletje. Vermoedelijk werd dat 'eertijds' vanwege zijn kleine omvang op een paal of stok geplaatst en reizigers die erlangs kwamen, konden er even een gebed zeggen.



De uitspanning waar wij ons nu in de zon koesteren (zo'n zondoorstoofde plek noemt mijn vrouw een 'kattenhemel') bestaat sinds 1890. Het gebouw bevindt zich in Udenhout, de harde weg vóór is Berkel-Enschot en het zandpad aan de linkerkant is Tilburg. Daarover rijdt een loader en vanuit Tilburg dwarrelt het stof over de heg: ik leg een hand ter bescherming over mijn glas dubbele Westmalle.



De vier fietsers die na ons arriveren doen hun bestelling. De twee mannen drinken Westmalle dubbel, waarvan eentje 'met'. Eerder kreeg ik desgevraagd 'zonder'. 'Met' betekent dat vooraf een flinke scheut grenadine in het glas gedaan wordt. Voor wie van een 'zoet mondje' houdt. Een half mensenleven geleden zat in net over de grens met België (hier 'd'n Bels' of 'Bels') aan de bar in een danslokaal met zo'n massaal orgel van De Cap. Toen ik om een dubbele trappist vroeg, zei de dienster 'mee ...?' Dat laatste verstond ik niet vanwege de denderende feestmuziek. Het bleek 'groseille' te zijn: 'aalbessen', waarmee grenadine bedoeld wordt. Origineel komt dat stroperige sap van de granaatappel.



De loader is inmiddels aan de slag op het kale veld. We hebben er geen last van want de wind staat gunstig. 'De stof komt vaan dieje kaant', zegt een vrouw uit het aanpalende gezelschap. 'En gij van Tilburg', denk ik bij mezelf. Eén 'Zeg 's a' is al voldoende.



'De Hemeltjes' blijkt met z'n tijd meegegaan. D'r is ook een 'après-ski kelder'. Tegelijkertijd hangt er nog iets van de sfeer uit het lied 'Adieu Café' van Herman van Veen. Die melodie blijft vervolgens nog heel de middag 'in m'nne kop' hangen. Nu nog aan de weet komen hoe 'De Hemeltjes' op dit drielandenpunt 'goeien aard kregen'.










zaterdag 23 april 2011

Vaderlandse Geschiedenis (9); Bossche stadstaal

Mijn blog van april over het Grôôt Bosch Dictee leidde tot een aantal reacties. Om op de belangrijkste in te gaan: mijn grammatica uit 2003 over de Bossche stadstaal ‘Wè zeet uwes?’ is echt uitverkocht. Al jaren. En wie een exemplaar bezit, kan de uitgave onderhand gaan beschouwen als een ‘collectors item’. Via de antiquarische aanbieders is de studie overigens nog wel te koop (bijvoorbeeld via bol.com) voor €21, iets boven de originele prijs.

Over het Bosch is niet echt veel aan onderzoeksmateriaal verschenen, buiten uiteraard ‘Kun je door de bomen het Bosch’ nog zien?’, het afstudeeronderzoek uit 1997 van Gerlaine Piters-Jansen naar ‘de linguïstische en sociolinguïstische status van het Bossche dialect’.

Na voltooiing van mijn onderzoek hoorde ik van het bestaan van nóg een Bossche grammatica. Het was de Bosschenaar Bernardus Comelis Josephus Maria van den Eerenbeemt C.Ss.R. die zijn Dialectgrammatica van het Bosch in januari 1930 voltooide ‘in een schoolschrift’. Dit handgeschreven exemplaar bevindt zich in de bibliotheek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Dankzij de bemiddeling van Jos Swanenberg kreeg ik daarvan een kopie in handen. Van den Eerenbeemt promoveerde in 1935 op Het kind in onze middeleeuwsche literatuur. Hij was lange tijd docent Nederlands binnen het onderwijs van zijn kloosterorde (Congregatio Sanctissimi Redemptoris).

Inmiddels mocht ik vaststellen dan Van den Eerenbeemts beschrijving van de klanken, woordvorming, zinsbouw en andere bijzondere taaleigenschappen van het Bosch uit 1930 nauwelijks afwijkt van mijn onderzoek dat ik in 2003 sloot. Wel blijkt taalverlies, want sommige woorden uit zijn voorbeeldzinnetjes worden niet meer gebruikt. Wat ik mag aannemen is dat in zijn tijd het Bosch meer gesproken werd; da’s dus ‘vaderlandse geschiedenis’ geworden.

Die vergelijking heb ik in 2005 en 2006) weergeven in drie artikelen in de Bossche Bladen:
'zoó gèk as ənə juin' http://bosschebladen.nl/pdf/2005-3MoersTaal.pdf
‘ənən houtərə klaas’ http://bosschebladen.nl/pdf/2006-1MoersTaal.pdf
‘ənə vèldbonk op ənə werkəndag’ http://bosschebladen.nl/pdf/2006-3MoersTaal.pdf

Eind maart - begin april jl. zond de lokale rtv-zender Boschtion een eigen productie uit over het Bossche dialect. De video brengt in 25 minuten onze stadtaal in beeld. Zogenoemde ‘frequent users’ komen aan het woord; de hierboven genoemde Gerlaine en ondergetekende hebben het over hun onderzoeksresultaten:

http://www.youtube.com/watch?v=0M0TF4aW7Ac&feature=youtu.be

donderdag 21 april 2011

De Bossche Koekwaus-layar

Het succes van de Bossche Koekwaus kent verschillende vaders: zo gaat dat. Vanuit ‘Oknog Oknog’ werken we voor de ambachtelijke invulling van onze marketing- en -communicatie-ideeën al vanaf de start in oktober 2008 prima samen met de uitstekende koekenbakker Daniël van Schijndel. Hij heeft voor de productie zelfs een aparte koekwauswals aangeschaft in zijn historische pand aan de Hinthamerstraat 89.

Om de zoveel tijd willen we op een grappige én opvallende manier de Bossche Koekwaus in de aandacht brengen. Bijvoorbeeld met een ‘veldonderzoek bekmeting’ en vorig jaar stonden we tijdens Koninginnedag op de Bossche Markt met ‘De Eerste Bossche Kampioenschappen Koekwaushappen’. En in april 2011 heeft de paashaas koekwauzen verstopt die op te sporen zijn met de smartphone. Via een originele koekwaus-layar. Op z’n Bosch gezegd: ‘Kèk, dan kunde wè’.

Den Bosch presenteert zich als toeristisch aantrekkelijke stad. Het zijn met name initiatieven van derden (organisaties en particulieren) die hieraan vorm geven. Ook deze paasspeurtocht van Oknog Oknog i.s.m. Diezijnzo en C2K is daarvan een voorbeeld.

De te zoeken koekwauzen bevinden zich vanaf vrijdag 22 april t/m 5 mei elke dag op een andere plek. De koekwaus-layar die je op je smartphone kunt activeren, leidt de speurneus door de Bossche binnenstad. Heb je de verstopte lekkernijen ‘verzameld’ dan is je missie geslaagd en ontvang je automatisch een unieke code. Die kun je bij Deborah en Daniël van Schijndel inwisselen tegen een pak echte krokante Bossche Koekwauzen.

De foto bovenaan geeft de QR-code weer. Een scan daarvan met je smartphone geeft je direct toegang tot de koekwauswebsite en de pagina ‘Zoek de Koek’. Of anders: http://bosschekoekwaus.wordpress.com/

Voor de layar: http://m.layar.com/open/bosschekoekwaus/

Nog wat lokale vaderlandse geschiedenis:

De release van de Bossche Koekwaus:
http://www.youtube.com/watch?v=PA5wIMuotGU

Het veldonderzoek
http://www.youtube.com/watch?v=-dM4YOh_6P0

Koekwaushappen
http://www.denboschsmaakmakend.nl/nieuws/maikel-schuurmans-winnaar-kampioenschappen-bossche-koekwaushappen

woensdag 20 april 2011

La cocina (5); papas bravas

In de Spaanse wereld is het oude woord 'papa' voor aardappel op enig moment vervangen door 'patata'. Daarover is een linguïstisch discours te houden, maar dat doen we dan maar op een andere site. Opmerkelijk is dat op de Canarische eilanden het woord 'papa' zich handhaaft, bij voorbeeld als 'papas arrugadas', van die kleine gerimpelde piepertjes in de schil gekookt, met zeezout op de bast. Heerlijk met 'mojo verde' of 'mojo rojo'.


De 'papas bravas' worden gerekend tot de orde der tapas. In de loop der jaren ben ik ze zeer gaan waarderen. In Spanje worden de tapas gepresenteerd op de bar onder een soortement glazen 'mini-kas': een gekoelde uitstalling onder glas die zicht geeft op het etenswaar. Vaak is het de uitbater die zelf de gekookte aardappels omvormt tot de karakteristieke 'papas bravas'. Die aardappelpartjes smaken pittig door de toevoeging van de nodige smakelijke ingrediëten, zoals gemalen rode peper. Tot mijn weerzin zag ik in Salamanca ooit zo'n barmens de saus knijpen uit een plastic flacon. Walgelijk.

Vanavond eten wij in de tuin, na een warme dag, rond de klok van 20.00 uur 'papas bravas'. Voor Spaanse begrippen wat vroeg, maar voor hier aan de late kant. Ik ben als volgt te werk gegaan. In de ochtend heb ik vier aardappels (Frieslanders) gekookt, in partjes en 'al dente', zoals de Italianen dat zeggen. Daarna maakte ik een 'vinaigrette' van wat azijn, een beetje suiker, een scheut olijfolie, veel gemalen rode peper, veel zoete paprikapoeder, een mespuntje gemalen komijn, een fijngehakt teentje knoflook en wat zeezout.

Als 's avonds de stukjes aardappel - in de olie op hoog vuur gebakken - kleur krijgen, voeg ik de vinaigrette toe. Ik doe daar wat stukjes fijngesneden paprika bij en als de bubs bruin is, gaat de hap op een verwarmd bord, in dit geval samen met sperziebonen met knoflook en jamón serrano en het Spaanse equivalent van 'ossenhaaspuntjes' met peper en knof. Een delicatesse met witte of rode wijn.

Het lied zegt dat het leven goed is op het Brabantse land. Dat klopt, zeker in een Bossche tuin, met de 'papas bravas', gemaakt van 'Frieslanders' uit Den Dungen. 'Wereldeten'.

dinsdag 19 april 2011

La cocina (4); gazpacho

Als ik op dinsdagmiddag 19 april door het Bossche Broek richting St.-Michielsgestel skate, denk ik aan ons moeder. Of eigenlijk meer aan een uitspraak van haar: 'Ge moet hitte mee hitte bestrije'. Dan zette ze de gloeiendhete soeppan op tafel terwijl buiten de mussen van het dak vielen. Zo warm is het vanmiddag nog niet: 25 graden en thuis staat de gazpacho in de koelkast.


Moeder had in onze ogen gelijk. We aten de soep terwijl het zweet in onze nek kwam te staan en daarmee leek het buiten gelijk een stuk draaglijker. Als het zondagse soep was, bewaarden we het vlees, de groente en 'het dik' tot het laatst. Dat mengden we met picalilly en verlengden daarmee de eerste gang. 'Het dik' - de vermicelli - mocht niet in de soeppan overblijven tot de volgende warme maaltijd. De stengeltjes werden op maandag vers toegevoegd aan wat van zondag restte. Later begreep ik waarom, toen ik meeat met huishoudens waar de sliertjes ook op de tweede dag vrolijk meegekookt werden om vervolgens als stukjes witte snot in je soep te drijven. Dank mama, voor je inzicht.

Koude soep heeft ze nooit gemaakt. Inmiddels weet ik dat ook daarmee de hitte te bestrijden valt. Ik verheug me knarrend langs de koeien bij Haanwijk al op de gazpacho. Daarvoor heb ik vanochtend vier flinke vlezige trostomaten ontveld en ontpit, twee middelgrote rode puntpaprika's en een komkomertje gewassen en van zaadjes ontdaan. Dit alles werd vervolgens met drie teentjes knoflook gepureerd en in een schaal gedaan. Daarbij ging een theelepeltje azijn, een lepel olijfolie, zout, peper en een (in wat heet water opgeloste) runderbouillonblok. Dat laatste is misschien niet origineel en zonder dat heb je wat meer zout en peper nodig.

Voor ik om 19.15 uur de soep opdien, doe ik er nog wat fijngesneden stukjes jamón serrano en komkommer bij. Daarmee gaat die gazpacho al een beetje richting 'salmorejo', een stevigere en gevarieerdere gazpachovorm. De koude soep blijkt, met wat stukjes brood in de tuin genoten, opnieuw een heerlijk zomergerecht.