donderdag 5 juni 2014

Lorca

Lorca. Een stad in zuidoost Spanje. De plaats ook waar ook de Spaanse dame van wie wij de flat huren, geboren is.

We rijden er op donderdag 22 mei vanuit Águilas naar toe. We rijden dertig kilometers over lege weg die vanaf de kust langzaam stijgt tot rond de 500 meter. Hete, droge en kale heuvels. Mocht het flink regenen, iets wat hier zelden voorkomt, dan is er niets om het water vast te houden. Via de talrijke nu legen 'ramblas' gaat de neerslag als een bandjir naar de zee.

Na 20 minuten volgt de afdaling naar

een breed dal. Alleen vlak voor ons doel van die dag zien we wat ander verkeer. De provincie Murcia is dun bevolkt.

Elk historisch centrum van een Spaanse stad wordt omgeven door een band van non-descripte hoogbouw. Dat zijn we onderhand wel gewend. Stapeldozen van 40-50 jaar oud, vaak nog uit de tijd van Franco. Inwisselbaar, net zoals de hoog opgaande flats in voormalige oostbloksteden. Alleen is het in dit zuidelijke land minder triest.

Lorca's oude centrum ligt aan de voet van de burcht die de stad bekroont. Een bezoek aan deze stad is ons met klem aangeraden. En inderdaad: veel mooie dingen in de oude binnenstad.

Het eerste gebouw dat we bezoeken is een borduurmuseum. Dat klinkt wat punnikachtig en het tegendeel blijkt waar. Het gaat hier om de thuisplaats van de broederschap Paso Blanco. Een van de zes die elk jaar in de Goede Week voor een spektakel zorgen tijdens de optochten. Paso Blanco is dé concurrent van Paso Azúl.

Met groeiende verbazing en bewondering kijken we naar het prachtige borduurwerk op de mantels die tijdens de processies gedragen worden. Na een bezoek aan de kapel, zet de gastheer een video aan over de Goede Week. Ben Hur op de strijdwagen én episodes uit het lijdensverhaal.

Terwijl we buiten verder wandelen, gaan ons ook veel gaten en bouwwerkzaamheden opvallen tussen de prachtig gerestaureerde gebouwen. Tot we lezen bij de kerk van de Paso Azúl die in de steigers staat, dat hier drie jaar geleden - in mei 2011 - een aardbeving de stad trof. Met als gevolg negen doden en 80% van de binnenstad beschadigd of verwoest. Ineens gaan we de dingen om ons heen met een andere blik bezien.

Oude mannen

Spanje is een land van oude mannen. Zo lijkt het in elk geval overdag. Althans in Águilas. Waar ze 's morgens langs de boulevard lopen. Alleen. Of meer nog: met z'n tweeën. Dan wel in groepjes achter de koffie zitten in de bar. In de schaduw op het terras kan ook. Of op klapstoeltjes in de ochtendzon.

Waar hun vrouwen zijn, is onduidelijk. Een klassiek vermoeden heb ik wel.

Tussen de middag verdwijnen ze. Na 14.00 uur is trouwens het hele stadje uitgestorven. Om rond 17.00 uur weer op te leven. Bijvoorbeeld in de bar op de parterre van het appartementsgebouw waar wij verblijven. Daar spelen ze domino tot 20.30 uur.

Vaak zijn ze met z'n twintigen, verdeeld over vier of vijf tafels. Het is er drukker dan in het 'Centro Municipal de la Tercera Edad'. Het lokale centrum voor - wat in Vlaanderen ook zo heet - lieden van de Derde Leeftijd. Daartoe behoren we inmiddels zelf ook. Het idee alleen al. Zijn er in Den Bosch nog openbare ruimtes waar gepensioneerden kaarten? Misschien nog bij Het Hart van Brabant.

De Spaanse dominospelers verteren weinig. De kastelein staat ze ook niet in de nek te hijgen. Ze komen. Een aantal verschijnt met een houten kistje waarin de stenen zitten. Het is een serieuze aangelegenheid, waarbij een koffie gedronken wordt. Sommigen bestellen een fles water. Na afloop wordt er afgerekend; veel kan het niet zijn. Al die tijd staat de tv aan en niemand kijkt.

Wat spelers blijven hangen. Nemen wat sterkers en kletsen met kerels die net van hun werk een aperitief nemen. Om 21.00 is de tent leeg; etenstijd.

Vanaf morgenvroeg 08.00 is de bar het domein van de jonge moeders die dan - voor de sirene gaat - hun kinderen naar school gebracht hebben. Niks auto's die de straat blokkeren. Niks lange afscheidsscenario's. 'Tot later', en dan koffie in de bar. Of buiten in de schaduw. Soms met geroosterd brood en olijfolie: een snel ontbijt. Hun stemmen klinken op in de nauwe passage naast de bar. Staccato. Snel.

Dan verschijnen de eerste oude mannen. Het geluid van de spelers binnen overstemt al snel de conversatie van de dames buiten.

Binnen de Europese Gemeenschap worden de Spanjaarden met 81,8 jaar. Gevolgd door Italië (81,6) en Frankrijk (81,4). Zou het dan toch aan de olijfolie en de knoflook liggen? 

Baaien

De kust hier bestaat uit een aaneenschakeling van kleine baaien. In tegenstelling tot het Noordzeestand dat bijna lineaalrecht  vanaf Den Helder zuidwaarts loopt, ontmoeten land en water op het grondgebied van Águilas (Murcia) elkaar langs een grillige lijn. Hoewel lang niet overal in dit deel van Spanje vissersdorpen ontstonden, lijkt dat op veel plaatsen mogelijk te zijn geweest met zoveel natuurlijke tegen de wind beschermde inhammen.

Het is leuk en verrassend om - wandelend  of met de auto - deze 'calas', zoals ze hier heten, te 'ontdekken', te bezoeken. Zo rijden we vrijdag 23 mei rond 18.30 uur naar Calabardina, iets ten noorden van hier voor een aperitief. Lekker buiten achter een 'tinto de verano' op het terras van het enige café, in de zon met een prachtig uitzicht op de kust richting Andalusië.

Het is nog te vroeg om te eten. Bovendien is in de bar op dit moment niet meer te krijgen van een schaaltje zonnebloempitten. We rijden terug naar Águilas en zoeken 's avonds een restaurant op bij de vissershaven.

In Zuid-Spanje wordt de -s niet uitgesproken. Zo ook in deze streek. Dan wordt een gesprek al snel een invuloefening. Zo ook op deze vrijdagavond met de vrouwelijke ober in genoemd visrestaurant. Haar (vertaalde) verhaal gaat ongeveer als: 'Vandaag hebben we buiten de kaart ver.chillende .oorten ver.e vi. op de grill geroo.terd.  Erg lekker. Een .alade erbij? Prima. Wijn? Een gla.? Uit.tekend'.

En het was lekker. Na al die vis kregen we later wel dor.t

Águilas, een goed verhaal

Een goed verhaal is nooit weg. Sterker nog: een goed verhaal opent deuren. Het Spaanse stadje Águilas heeft een prima verhaal. Ook zonder de uit de rails gelopen auteur van de lokale VVV-uitgave 'Águilas, Un placer para tus vacaciones', die vanachter de pc superlatief na superlatief heeft weten te produceren. Een ongeloofwaardige en onnodige aanbeveling: het plaatsje kan goed bestaan zonder dat gewauwel over uniek, uitzonderlijk en bijzonder.

Águilas kent geen enkele gelegenheid die een Engels ontbijt aanprijst. Daarmee begint voor mij het goede verhaal. Reclame voor bier met Frankfurter ontbreekt. Nergens een aanprijzing  van friet met frikadel bij Piet en Nel. Best een verademing. Águilas is er voor de Spanjaarden.

De vaste bewoners zijn voor een groot deel gevestigd in het hoger gelegen gedeelte: een wir-war van doodlopende straatjes. Een grote bevolkingsuitbreiding vindt plaats in het zomerseizoen als de appartementen die nu leeg staan, tijdelijk betrokken worden door hun eigenaren. Nu is het rustig; de (36) stranden zijn zo goed als leeg. Águilas aan de Costa Cálida is een Mediterraan oord dat oninteressant is voor de touroperators. Gelukkig. Het is Spaans. Levendig van 08.00 tot 14.00 uur. In coma tot 18.00 uur en daarna opnieuw 'molto vivace' tot na middernacht. En dat rond half mei.

Dat we sinds drie dagen juist hier zijn, is toeval. Een Spaans koppel dat we hebben leren kennen, bezit hier een appartement. En dat konden wij huren. Tegen een vriendenprijs. Toen de vrouwelijke helft van dit paar - de eigenaresse - het in december jl. aanbood, had ik geen idee waar we terecht zouden komen, want deze zuidoosthoek van het land leek ons eerder niet interessant.

Águilas blijkt evenwel over een goed verhaal te beschikken. Spaans dus. En authenticiteit is 'in'. Gelukkig is er méér dan dat.

De kust biedt magnifieke vergezichten. Dichterbij is er de historie van Águilas. Verrassend. 'Aquilae' is de naam die de Romeinen gaven aan de al millennia voor prehistorische volkeren aantrekkelijke  rotspunt, vanwaar de zee goed te overzien is. De Arabische heersers spreken vanaf eind 8ste eeuw over Áqila en na de Reconquista wordt het Águilas, waaruit na enige tijd de bevolking wegtrekt omdat het stadje steeds vanuit zee aangevallen wordt. Tot in 1756 op genoemde rotspunt een fort verschijnt. De bezetteing daarvan weet de zeerovers van Turkse en Noord-Afrikaanse herkomst buiten de deur te houden en Águilas raakt opnieuw bevolkt.

Na een grondige restauratie in 2007 is het fort al vanaf ver zichtbaar. We bezoeken het te voet op dinsdag 13 mei. Geopend van 18.00 tot 20.00 uur. Met een goed verhaal over historie en omgeving, in meer dan 20 ruimtes. Met steeds - als gezegd - prachtige vergezichten. Daarin wordt op de grens van Murcia en Andalusië gegrossierd. En die gaan we de volgende drie weken ontdekken.

Vervolg:
http://bolduque.blogspot.nl/2014/06/baaien.html
http://bolduque.blogspot.nl/2014/06/oude-mannen.html
http://bolduque.blogspot.nl/2014/06/lorca.html
http://bolduque.blogspot.nl/2014/06/voetbal.html



zaterdag 3 mei 2014

Tuinfluiter

Deze tekst verscheen als column bij de rubriek 'Onder De Boschboom' in de Bossche Omroep van 4 mei.

'We hebben een tuinfluiter in de bloesemboom', zegt 'de die van mijn'. Zij heeft verstand van vogels. Zelf ken ik dat beestje alleen omdat mijn moeder alle boeken las van Jos van Manen Pieters. Jos maakte haar debuut in 1955 met ‘En de tuinfluiter zingt’. Rond die zangvogel verschenen ook ‘Een nest vol tuinfluiters’ en ‘Als de tuinfluiter zwijgt’. Mocht van deze auteur niets aanwezig zijn, dan was het alternatief Annie Oosterbroek-Dutschun. Die boeken haalde ik als manneke bij de bibliotheek in de Krullartstraat.

Walter Breedveld was een held van moeder. En van mijn pa. Bovendien was Walter een collega van vader. Dat gaf de auteur een wat meer aards karakter: Breedveld werkte namelijk ook bij ‘de’ V&D. En daarnaast schreef hij. In 1959 nam hij ontslag om zich volledig aan het auteurschap te kunnen wijden. In totaal publiceerde hij meer dan 30 romans. Bekend werd ook zijn artikelenreeks in de Gelderlander over Brabantse kunstenaars.

'De avond van Rogier de Kortenaer', zei pa. 'Lees dat eens voor je lijst, jongen'. Toen zat ik op de middelbare school en dat boek kon er maar net mee door bij mijn toenmalige docent Nederlands. Die snorremans had een aanstelling die ik later ook zou krijgen. Plus dat hij gedichten schreef. 'Landbouw in dienst van de veeteelt', dacht ik op dat moment. Het is geen pretje om Nederlands te krijgen van een gemankeerde schrijver. Die leraar heeft overigens voor zijn literaire werk nog geen straatnaam gekregen in Den Bosch.

Walter wel. Zij het een bescheiden straatje. Een pleintje, toevallig naast het gebouw waar ik jaren les gaf. Daar hield ik de enkele leerling niet tegen die een boek van Breedveld op haar of zijn lijst zette. De Bossche auteur ondervond overigens flinke concurrentie van Lampo’s ‘De komst van Joachim Stiller’ en Jan Wolkers’ ‘Turks fruit’. Dat ligt meer dan 25 jaar achter me en ik weet niet of 'voor de lijst lezen' nu nog bestaat. Een ongeluk wordt gevreesd.

'De avond van Rogier de Kortenaer'. Ik neem me voor het opnieuw te gaan lezen, waarvoor ik naar de Hinthamerstraat zal moeten. Eerder deze week nog werd ik eraan herinnerd toen ik van Den Bosch richting de Vughtse Helvoirtseweg fietste. Op weg daarheen kom je namelijk vlak voor de ruïne van wijlen Ewald Marggraff langs de plek waar tot 1993 'Parva Domus' stond. Een 'bescheiden huis' in vergelijking met het grote Zionsburg, dat er na de brand van december 2003 ‘verbellemond’ bij ligt. In mij herinnering liet Breedveld in ‘Parva Domus’ Rogier de Kortenaer door het raam naar buiten kijken. Staat dat echt zo beschreven? Op naar de bieb dus.

Het verhaal rond ‘De Kortenaer’ (1938) was Breedvelds romandebuut onder zijn eerste pseudomien Reinier de Muntel. Literaire zwaargewichten Menno ter Braak en Anton van Duinkerken waren positief over deze eersteling. Veel streekromans met daarin ruim aandacht voor (de directe omgeving van) zijn geboortestad zouden volgen. Bijvoorbeeld: ‘De Kieviten’, ‘Hexspoor’, ‘De Open stad’.

Breedvelds oeuvre raakte bekend en geliefd. Die gewaardeerdheid reikte niet tot de Leergangen in Tilburg, waar ik later Taal- en Letterkunde studeerde: geen van Walters boeken vond genade in de ogen van de deskundigen aldaar. 'Streekschrijvers': populair bij velen, erkend door weinigen. Toch heeft Walter zijn plein. Terecht. Op het bordje staat alleen zijn naam. Breedveld heette eigenlijk Petrus (Piet) van den Bogaert, geboren in Den Bosch op 25 juli 1901, overleden in Tilburg 18 december 1977. Hij was een tuinfluiter in mijn jeugd.

In de Bossche bibliotheek op zoek naar ‘Rogier’, blijkt op de computer slechts één werk van Breedveld vermeld: ‘De Kieviten’. Dat moet dan wel uit het magazijn gehaald worden.


maandag 28 april 2014

Viola's stier

'Kom 's kijken wat hier hangt?' Vanuit de badkamer loop ik naar mijn vrouw die voor een reproductie staat. De ingelijste stier is volgens de doornummering onderaan de zeefdruk het derde exemplaar in een serie van 100. 'Viola Holt?' vraag ik verbaasd. Dé Viola Holt van tv, Playboy, tv?

Aan een andere muur hangt nog een tweede werk van haar hand: een weegschaal. 'Ze moeten onderdeel zijn van een dierenriemreeks', hoor ik naast mij zeggen. Zouden elders over de gang verspreid de overige tien delen hangen?

Even later verlaten we kamer 204 van hotel 'Aux Anciennes Tanneries'. 'Misschien bestaat er nóg een Viola Holt', opper ik als we het bruggetje overgaan en daarmee het terrein van de voormalige leerlooierij verlaten. 'Eentje die schildert'. Wikipedia moet vanavond uitkomst brengen. Nu is het tijd voor een verkenningstocht door het centrum van Wiltz, de hoofdstad van de Luxemburgse Ardennen.

Langs de route naar het kasteel waarin zich ook het VVV huist,  staan om de zoveel meter informatieborden. Veel speciale plekken blijken te herinneren aan de strijd die zich hier in '44 afspeelde tussen de Geallieerden en de Duitse troepen. Het kasteel heeft er een vleugel aan gewijd. In een aanpalend gedeelte bevindt zich een biermuseum. 'Met autoguide', lezen we bij de VVV-balie. 'Zonder proeverij lijkt me een bezoek weinig interessant', concludeer ik.

Twintig minuten later bestelt mijn vrouw op aanraden van de ober bij de 'sanwíetze' twee 'Simon' van de tap. Plaatselijke pils. Hoppig. Lekker. Opmerkelijk dat die ober bij voorkeur Frans spreekt. Mijn vermoeden dat hij Portugees is, wordt even later bevestigd als hij twee net aangekomen gasten begroet. In dit kleine land komt officieel 10 en officieus 20% van de bewoners uit Portugal. 'Klein Portugal', in mijn ogen.

De volgende morgen, Koningsdag, beginnen we met een kaart van het VVV aan wandeling E. Het traject loopt door heuvelend land vol vogelgezang. En uitgestrekte gele velden vol koolzaad. Samen alleen op de wereld. Zijn we dus nog vergeten op Wikipedia op zoek te gaan naar de Stier van Holt. Vanavond dan maar. Al snel raakt dit onderwerp naar de achtergrond. Evenals de viering van Koningsdag. Hier is niets dat ons daaraan herinnert.

Tot in een van de laatste bochten midden in het verlaten groen een betonnen staketsel opduikt. Kelderresten van een gebombardeerd gebouw?

Het blijken de fundamenten van een sanatorium dat er nooit is gekomen. Met de aanleg van deze basis ging het een en ander mis en de werkzaamheden werden in de loop van 1918 gestaakt. De opdrachtgever Jean Léopold Isidore Richard, weldoener en eigenaar van een leerlooierij, maakte dit debacle net niet meer mee: hij stierf kort voor dit echec.

In 1858 had koning Willem I, behalve vorst van Nederland ook Groothertog van Luxemburg, de goede man uit waardering van een erebaan voorzien: hij werd burgemeester van Clervaux. Op de resten van toen staat sinds 2006 een kunstwerk van Marthe Edmée.

En de kunstwerken op kamer 2004? Die blijken werkelijk van de enige echte Viola Holt. 

zaterdag 19 april 2014

Boerenkont

Hier in de buurt kan een beetje banketbakker een boerenkont maken. Die lekkernij heeft nog het meest weg van een reusachtige gehalveerde chocoladebol, met aan de binnenkant een verzameling profiterollekes. Machtig en lekker.

Jaren terug had ik zo'n omvangrijke cholesterolbom besteld vanwege een verjaardag thuis. Op de feestdag zelve fietste ik van mijn werk met een kleine omweg door de stad naar huis om ‘meepesant’ die knoeperd op te halen. Een mij onbekend winkelmeisje vroeg waarmee ze me van dienst kon zijn. ‘Welnu’, begon ik met een lichte aarzeling, ‘Er ligt een bestelling voor me klaar’. Hiermee kreeg de jongedame-in-kwestie de mogelijkheid om te vragen ‘Op welke naam?’ In plaats daarvan koos ze voor: ‘Wat is het?’ Ik kon niet anders en zei, terwijl zich inmiddels achter mij enkele volgende klanten opstelden: ‘Een boerenkont’.

Er viel een diepe stilte. ‘Pardon’, zei de verkoopster? Ik voelde de ogen van de mensen achter me op me gericht. De stilte duurde voort tot vanuit de bakkerij de mevrouw bij wie ik besteld had, riep: ‘Het is goed Myrna, de boerenkont staat hier’, waarop de eigenaresse verscheen met het gevraagde product. Myrna had ogen op steeltjes.

Aan dit voorval sta ik te denken terwijl ik vrijdagmiddag 18 april op mijn beurt wacht bij de slager. De baas zelf staat met iemand over de bereiding van sukadelappen te praten, als zijn dochter mij vanachter de toonbank vragend aankijkt: ‘Zegt u het maar’. Waarop aan mijn kant eenzelfde aarzeling ontstaat als zoveel jaar terug. ‘Ik heb graag jodenhaasje’.

Het is Goede Vrijdag. Overal in het winkelcentrum staan kuikentjes en paashazen opgesteld. ‘Jodenhaasje?’ ‘Pap, hebben wij jodenhaasje?’ Dit keer dus geen ongemakkelijke stilte. Wel een verwonderd gezicht tegenover me. Waarop de slager - die bij mijn weten dit malse vlees regelmatig op voorraad heeft - me hartelijk begroet en zijn dochter naar de koelcel verwijst. Er moet nog een meer ervaren medewerkster bij komen en even later komt de dochter naar buiten met het gevraagde stuk rund.

De naam heeft alles te maken met de joodse spijswetten, die van de koe slechts de voorzijde koosjer achten Ik geloof niet dat dit woord op de lijst ‘ongemakkelijke woorden’ is komen te staan, zoals bijvoorbeeld negerzoen en jodenvet. Er bestaan ook twee synoniemen: diamant-  en schouderhaasje. Het is in mijn beleving geen betiteling die ik - sinds de komst van die lijst - ongegeneerd in een winkel uitspreek. Jodenkoek mag trouwens ook nog steeds. Word ik hypercorrect?

Jodenhaasje, een delicatesse. Net zoals de boerenkont.