Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen

vrijdag 8 juli 2011

Pelgrimsstad

'Het is maar een kleine stad', zegt de mevrouw van het VVV. Daarvoor heeft ze me in sneltreinvaart alle plaatsen op de kaart aangewezen die ik zeker moet zien. 'Klein en mooi'. Het kantoor ligt tegenover de trots van León: de gotische kathedraal. León, gesticht door een Romeins legioen. De muren uit die periode zijn nog op verschillende plaatsen in de oude stad te zien. Daarna zaten de Visigoten er en vanaf 712 de Moren. Die werden hier in 850 verjaagd waarna de stad langzamerhand herbevolkt raakte en zich kon ontwikkelen. Onder meer tot rustpunt op de 'camino' naar Santiago de Compostela.

De gotische kathedraal domineert de stad. Ik vind het de meest complete kerk in zijn soort. En zelfs als Bosschenaar kost het me geen moeite om dat te zeggen. Het retabel bij het hoofdaltaar bevat 24 geschilderde panelen. Het imponeert me. Aan de latere koorafsluiting hebben beeldhouwers uit de Nederlanden gewerkt. Als in mijn vorige blog aangegeven, was de aanwezigheid van dit soort specialisten uit de Lage Landen in die tijd normaal geworden.

Het 'retablo mayor' in de romaanse Real Colegiata de San Isidoro kan zich meten met dat in de kathedraal. Ook dit romaanse godshuis is magnifiek. Hierna volg ik het lijstje dat ik eerder 'opkreeg' van de VVV-dame. En inderdaad: klein en mooi. Het voormalige Monasterio de San Marco, (nu parador), het Casa de los Botines, een vroeg neo-gotisch werk van Gaudí, het Palacio de los Guzmanes. En naturlijk de paseo langs de rivier, de wirwar van veelkleurige straatjes en pleintjes.

Tijdens mijn wandeling door de binnenstad wordt me duidelijk hoe León zich manifesteert als stad voor pelgrims. Beelden, onderkomens, speciale menu's en natuurlijk de mannen en vrouwen op weg naar Santiago de Compostela accentueren deze status. Mijn bewondering voor de Santiagogangers groeit. Het is warm en het platteland hier komt me dor en hard over. Dan zijn dorpjes als datgene waar ik ovenachtte ongetwijfeld oases.

Ik ga op weg, in de auto, naar de volgende stad aan de camino: Burgos.

donderdag 30 juni 2011

De hoek van Galicië

Als ik rond het middaguur via de N-634 bij Ribadero de autonome regio Galicië binnen rijd, komt de zon door. Tussen beide feiten bestaat geen oorzakelijk verband, maar het oceaanwater wordt er wel blauwer van. Ik verlaat direct de N-634 en tuf naar de vuurtoren 'Isla Pancha'. Een afslag verder bevindt zich de Praia as Catedrais. Het is meteen de eigen taal die overal aanwezig is: het Gallego volgens het Spaans en het Galego in het Gallego. Die kwestie ligt taalgevoelig.

Het Strand van de Kathedralen is beroemd. De oceaan heeft stukken klif losgeslagen en in de loop van eeuwen uitgehold en bijgeschuurd. Als je over het strand loopt, lijkt het alsof je tussen kathedralen wandelt. Het gaat om het idee en het is er gewoon mooi.

Na een dagmenu in Foz volg ik zo lang mogelijk de weg langs de kust. Regelmatig moet ik enorme bocht maken. Daar waar rivieren de kust bereiken zijn inhammen uitgesleten. Baaien, die er prachtig uitzien. Overal verwijzen bordjes naar al dan niet verscholen strandjes. Zomers moet het hier druk zijn met - naar ik maar even aanneem - Spaanse toeristen.

Ik kom bij het punt waar Galicië een hoek maakt en de weg afbuigt naar het zuiden. Daar staat op een klif de Faro de Punta Estaca de Bares. Oceaan aan twee kanten. Het is de omweg waard en ik ga verder naar À Coruna in de late namiddagzon. Het landschap blijft mooi en dankzij de eucalyptusbomen, palmen, oleanders en opschriften weet ik dat het hier ook Spanje is. Veel huizen zouden ook elders kunnen staan. In Normandië of Bretagne bijvoorbeeld.

In Naron stop ik voor vandaag. Er zijn wat hotels en omdat ik er makkelijk kan parkeren, kies ik voor 'Marcial'. In het plaatsje zelf zou ik nog niet dood gevonden willen worden, denk ik later in de hoofdstraat. Geen bar ziet er uitnodigend uit. Uiteindelijk beland ik bij het hotel dat een eigen restaurant heeft. Ik vraag een clara de lemon en ik wil ook nog wat eten.

Voor ik het weet, bestel ik een voor- en hoofdgerecht. De keuken in dit saaie plaatsje is de verrassing van de avond. Zelfgemaakte kroketjes met gerookte ham: een delicatesse. En dan de chips! Ook 'casera'. De 'calamares a la plancha' ziet er niet alleen mooi uit, de inktvis is ook uitstekend van 'beet' en smaak. Nee, geen toetje. Twee keer warm eten kent zijn grenzen. Het was echt een heerlijke dag.

woensdag 29 juni 2011

Moeder Spanje

Asturias is de moeder van Spanje. Als bezoeker van deze regio kun je niet doof zijn voor die boodschap. Dankzij koning Pelayo werd dit noordelijke gebied niet door de oprukkende Saracenen ingenomen. De beslissende slag vond plaats in Covadonga, precies elf jaar na de oversteek in 711 van de Mohammedanen bij Tarifa, in de buurt van Gibraltar. De overwinnaar en zijn opvolgers breidden hun territorium in de eeuwen daarna uit met het huidige Galicië. De Reconquista werd in 1492 met succes afgerond door de Katholieke Koningen.

Pelayo is overal aanwezig. Een hele reeks cafés en restaurants draagt zijn naam. En dan zijn er nog de straten, gebouwen en verenigingen. Bij zijn standbeeld in Gijon wordt hij in een tekst vol heroïek de Vader des Vaderlands genoemd. De Spaanse Willem van Oranje, zeg maar.

De dynastie van Asturias zorgde voor een eigen preromaanse kunststroming. Daarvan bestaan nog veertien voorbeelden, vaak in de vorm van kerken. Een daarvan bezocht ik dinsdagmorgen, vervolgens nog eens twee op woensdagochtend. Ze liggen net iets buiten de stad, in dezelfde 'wijk' als mijn hotel. Het gebied Naranco is groot genoeg om de auto uit de parkeergarage te halen. Terecht, want het blijkt nog een hele sjouw omhoog.

De aanwezigheid van de San Miguel de Lillo en de Santa Maria del Naranco vlak bij elkaar rechtvaardigt een grote parkeerplaats. Asturias' trots trekt veel bezoekers. Er staan nu maar twee bussen en ik kan rustig genieten van de prachtige bouwwerken. De San Miguel is net voor €133.000 opgeknapt. Zichtbaar zijn de nieuwe pannen en bestrating. Kennelijk wordt binnen nog gewerkt, want het godshuis blijkt gesloten. De Santa Maria is twee keer zo groot. Beide kerken zijn tegelijkertijd ingetogen en rijk bewerkt. Voor zoveel details heb je jaren nodig.

Hoe gemakkelijk zou in dit land geld vrijkomen voor het onderhoud en behoud van deze kunst? En voor kunst en cultuur in het algemeen? Ik heb geen idee. Buiten het Guggenheimmuseum in Bilbao (€13) betaal ik tot niets of nauwelijks iets aan entree. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ik in dit land de Spaanse familieleden van Henk en Ingrid met enig gemak over de lage cultuurdrempels zie stappen. Met kiendjes en al. Of vergelijk ik nu appels met peren? Dat zal wel.

dinsdag 28 juni 2011

De reiziger

'El regreso de William B. Arrensberg' is een beeld. Het staat in Oviedo op de Plaza Porlier. Je kunt het niet missen. Vanwege de hoeveelheid bagage moet ik even denken aan een kunstwerk met koffers bij hotel New York in Rotterdam. Dan vraagt het werk uit 1993 van Eduardo Urculo weer alle aandacht. Het staat ook bekend als 'El Viajero', de reiziger. Waar komt die man dan van terug? Ik vind het een mooie voorstelling.

Rik Zaal schreef een lijvig boek over dit land. Het heet 'Spanje. Een reisgids'. Het is al toe aan zijn 5e verbeterde druk en de 672 pagina's zijn bedoeld voor reizigers, niet voor toeristen. Ook die uitgave heb ik gebruikt bij de voorbereiding van deze tocht door dit voor mij onbekende landsdeel. Zaal noemt Oviedo 'ondanks de levendigheid een sombere stad'. Als ik dinsdagavond met wat motregen door het centrum kuier, probeer ik die zin van mij af te zetten. Tussen de immense en vaak smakeloze hoogbouw rond de oude stad is dat moeilijk. Op woensdagmiddag keer ik terug, met een waslijst aan plekken die ik wil bezoeken.

De zon laat zich zien als ik bij de Plaza de la Constitucion ben. Vlakbij staat de stalen overdekte markt. Die sla ik over en kijk met genoegen naar de omgeving. Van daaruit loop ik ook wat straten in die volkomen stil zijn. De oude gebouwen zien er goed onderhouden uit. Niks sombere stad. Althans niet nu in het historische centrum. Ik kom in de Calle Ecce Homo. (Gisteren liep in Gijon door de Calle Ave María.) Opmerkelijker nog vind ik de naam Plaza de Paraguas, gedomineerd door een kunstwerk in de vorm van een reusachtige paraplu. Langzaam ga ik richting kathedraal, dat onderdeel is van een omvangrijk kerkelijk complex. De bisschop woont er en zo te zien is er ook een verslaafdenopvang.

De kerk herbergt een groot aantal kapellen. Een prachtig Retablo Mayor siert het hoofdaltaar. In een ruk loop ik door naar het Museo de Bellas Artes de Asturias. Een zaal biedt plaats aan de tijdelijke tentoonstelling rond het thema 'Emigratie'. Tussen 1850 en 1930 vertrokken 350.000 Asturianen naar Latijns-Amerika. Vooral Cuba was favoriet. Eerder al hoorde ik verhalen over lui die daar rijk werden en terugkeerden. Ze bouwden hier buiten de steden grote huizen met veel palmen er omheen.

Ik loop weer naar mijn hotel. Morgen ga ik verder richting Santiago de Compostela. 'El Viajero' staat nog immer op het plein.

zaterdag 25 juni 2011

La cocina (11); ensalada de naranja

Deze week kan ik weer met eigen ogen zien wat voor een lekkerbekken die Spanjaarden zijn. Zeker in Asturias dat zich profileert als de regio voor natuur en gastronomie. In dit bergachtige 'prinsdom' bestaat een hoge dichtheid aan eettenten in allerlei categorieën. Op de meest afgelegen plekken zijn ze genesteld en kennelijk rijden de liefhebbers er graag een eindje voor om. Zo ook gisterenmiddag, op zaterdag dus, zaten in diverse uithoeken de restaurants vol. Zelf bezocht ik Casa Ricardo in het gehucht Sellano. Er was geen kaart en voor ik het wist had ik een mand brood en een bord met streekkaas voor me staan. Er was een beperkte keuze en na wat overleg ging ik voor een frisse aardappelsalade, gestoofde jonge geit en oma's taart.

Rond 16.00 uur waren binnen en buiten de meeste stoelen bezet, vaak door hele families. De gastheer, een slank gepommadeerd heertje met opgekamde snor, ging van tafel tot tafel om overal een praatje te maken. Mij liet hij over aan de obers, wellicht omdat ik er wat underdressed bij zat, in mijn wandelkledij. De porties waren voor een weeshuis. Ook de Spanjolen zag ik zwoegen en vaak halfvolle schalen gingen weer mee terug.

Een frisse aardappelsalade als eerste gang dus. Op vrijdagavond at ik een nog frissere entree: ensalada de naranja. Dat was de entree bij Casa de Campo in Soto de Cangas. Onthoud die naam. Een salade met sinaasappel, een variant op het recept dat ik zomers graag thuis bereid. Het komt daar uit een uitstekend kookboek dat ik jaren geleden van een schoonzus kreeg. Alleen al daarom ben ik haar dankbaar.

Ik denk dat dit gerecht ook op de lijst kan van 'Hoe loop ik niet voor schut in mijn legging', of voor de heren 'Een slanke snaak kan zonder vreethaak'.

De salade staat of valt met de kwaliteit van de sinaasappel. Die vrucht moet zoet zijn, vlezig en niet vliezig. Was de schil, een snijd een gedeelte van de buitenste laag in heel smalle flintertjes van anderhalve cm lengte. Koop een echt goed keukenmes en verdeel het vruchtvlees horizontaal (in de breedte dus) in uiterst dunne plakjes en bedek daarmee de borden. Daarover gaat (gemengde) sla. Die kleed je aan met stukjes (2x2 cm) gekookte ham. Vraag de slager om wat dikkere schijven. De klassieke vinaigrette bestaat uit wijnazijn, olijfolie, zout en peper. Dikke balsamico is lekker als variant. Voeg wat snijsel van de sinaasappelschil toe. De kok in Casa de Campo had nog wat stukjes gedroogde pruim in de salade verwerkt. Wie wil, kan ook partikeltjes van gedroogde abrikoos of appel erbij doen. Eten met brood en droge witte wijn. Of cider.

maandag 20 juni 2011

Bilbao, de oude stad

Voor mij bij de VVV in Bilbao staat een wandelaar. Hij laat zijn routeboekje afstempelen, op weg naar Santiago de Compostela. De man oogt fit en tegelijkertijd 'verbellemond', zou mijn moeder zeggen. Verwaarloosd dus, 'onderkomme'. Ingevallen wangen, een week niet geschoren en vet lang haar. Energiek verlaat hij de ruimte. Als ik die tocht al eens ga doen, wil ik er niet zo bijlopen, denk ik. Misschien gebeurt dat verslonzen automatisch. Via de trappen omhoog naar de kerk van Onze Lieve Vrouw van Begona kom ik meer pelgrims tegen, al dan niet getooid met een jacobsschelp.

Eigenlijk ligt die kerk niet in de 'casco viejo', de oude stad. Het godshuis troont erboven. Weer beneden volg ik de aanwijzingen van de beschrijving. Uiteraard weer religieuze gebouwen: een katholiek land waarin de huidige linkse PSOE-regering de scheiding tussen kerk en staat naleeft. De verwachting is dat bij de komende verkiezingen de centrum-rechtse PP de macht weer overneemt. In Nederland hoorde ik enkele Spanjaarden zeggen dat aanhangers van die PP de crisis hier kunstmatig in stand houden. 'Spanje bouwt niet meer. Dan ligt meteen de economie stil. Dat is een zet van de rijken om de linksen een hak te zetten. Maar de crisis is niet van de PSOE, maar van de wereld'.

De beschrijving van de stadswandeling drukt zich uit in superlatieven. Op enig moment sta ik bij de Mercado de la Ribera, Europa 's grootste overdekte markt. In Barcelona weet ik er ook nog eentje te staan aan de Ramblas: de Boqueria. Een helft van Bilbao's markt is mooi gerestaureerd, waarbij historie en moderne eisen van hygiëne geïntegreerd zijn. Aan de andere helft wordt gewerkt.

De stad blijkt ontstaan rond 1200 bij een brug. Later kwam daar de kerk van de H. Antonius. Een mooi gebouw waar een oudere dame me aanspreekt. Hoewel de historie op een moderne tijdsbalk duidelijk wordt, vertelt ze me de geschiedenis van dit gebouw. Het ziet er zo fris uit doordat binnen- en buitenkant gezandstraald zijn. De vloer van het priesterkoor is gedeeltelijk van glas. Als het licht brandt, worden de oude fundamenten zichtbaar. Achter het hoofdaltaar bevindt zich geen retablo mayor. In plaats van dit altaarstuk is een collage van oude en moderne religieuze kunst aangebracht. Het geheel straalt een moderne geest uit en respect voor het verleden.

Daarna wandel ik door de Siete Calles, de zeven oudste straten van Bilbao. Dan wordt het tijd voor een klein hapje: gebakken gepaneerde ansjovisjes op brood met kleine groene paprika's. En een glas bier-met-bitterlemon. Zoete yoghurt als toetje. Het is 28 graden geworden: tijd voor een verkwikkend middagslaapje. Mafze!

vrijdag 17 juni 2011

Bilbao, de moderne stad

Het is een aangename stad, Bilbao aan de Golf van Biskaje. Zeker als de zon schijnt, zoals vandaag. Zoals in veel Spaanse steden kunnen ze ook hier een wedstrijd uitschrijven voor 'Nomineer het lelijkste gebouw'. Aan kandidaten 'kantoor- en woonblokken' geen gebrek. Er is gelukkig ook genoeg aan betere architectuur en stadsontwikkeling om deze lompe silo's te doen vergeten. Het gedeelte waarvan het Guggenheimmuseum deel uitmaakt, is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Verder veel parken en parkjes, pleinen, bankjes al dan niet onder platanen of zelfs palmbomen en de geweldige 'paseo' langs de rivier.

Het Guggenheim is een kunststuk op zich. De buitenkant trekt meteen mijn aandacht en ik heb een halfuur nodig om rond het gebouw te lopen. De spin van Louis de Burgeois en de bebloemde hond van Jeff Koones zijn prachtig. Ook de binnenkant van het gebouw imponeert. Er hangt of staat bovendien moderne kunst. Als ik na een paar uur genieten en vergapen weer buiten sta, denk ik aan de complementaire waarde van kunst en aan Mark Rutte. Niet dat mijn gedachten vaak naar onze premier uitgaan. Hij moest hier maar eens komen kijken. Toen ik gisteren na aankomst in de bus zat, werd er meteen al reclame gemaakt voor Bilbao als kunststad. Alle vormen kwamen voorbij: muziek, dans, film, heel de santeboetiek. En omdat de stad zoveel jaar bestaat, was gisterenavond een massa mensen op de been om van kunst te genieten die overal langs de rivier te beleven was rond 'licht en klank'.

Op dit moment trekt hier met veel kabaal een demonstratie voorbij. Ook in deze welvarende Baskische regio wordt geprotesteerd tegen overheidsmaatregelen. Maar over kaalslag in de kunst kan het toch moeilijk gaan, lijkt me. Of de dreiging dat een Spaanse Frans Duijts het niveau van de Iberische cultuur gaat bepalen. Ik begeef me in de massa en zie teksten waarin politici, ondernemers en bankdirecteuren voor een corrupt zootje uitgemaakt worden. Een kind loopt met een bord 'Y mi futuro?'. Over die toekomst bestaan veel zorgen en zolang het volk niet geïnformeerd wordt, liegt de overheid volgens een spandoek.

Iemand draagt de kreet 'No pasaran'. Misschien liep zijn (over)grootvader daar ook mee aan het begin van de burgeroorlog. De fascisten hebben zich er niet door laten tegenhouden.

In de zee van mensen drijft een knaap mee met een trechter op zijn hoofd, Jeroen Bosch' symbool voor de waanzin. 'Ze zijn niet gek', staat op zijn t-shirt. Kennelijk gaat het om de volksafgevaardigden die zich - getuige een pamflet - zouden verrijken. De duizenden betogers scanderen, klappen en juichen de sprekers toe.

Om 20.30 uur is de ordelijke bijeenkomst ten einde. De deelnemers gaan terug of zoeken zoals ik een restaurant op in de oude stad. Daar eet ik gegrilde heek en kleine inktvisjes in een zwarte saus. Ook de keuken is hier tot kunst verheven.

Bilbao, Golf van Biskaje

In 1965 zit ik voor het eerst in een vliegtuig. Dat is een caravelle, aangekocht door de Sabena. Dit model zou in staat zijn om zó rustig te vliegen, dat een sigaret (op de kopse kant) kan blijven staan. Dit probeer ik onderweg uit op het tafeltje voor me en het klopt. Op weg naar Casablanca maakt het toestel een tussenlanding in Madrid. Daarna duurt het nog jaren voordat ik Spanje voor de tweede keer 'aandoe' en dan wel voor meer dan een pitsstop. Onder het bewind van Franco weet ik als salonsocialist een gang over de Pyreneeën te vermijden. Inmiddels is Spanje me vertrouwd.

Die dingen gaan door mijn hoofd als ik vandaag naar een Spaanse stad en een streek vlieg waar ik nog niet eerder was: het Baskische Bilbao, aan - hoe kan het ook anders - de Golf van Biskaje. Als kind wist ik al: daar komt onze regen vandaan. Als we landen, schijnt de zon. Het koffer komt net over de band voorbij als ik de hal binnenloop. Binnen de kortste keren zit ik in de bus naar het centrum.

Bilbao of Bilbo in het Baskisch, groot geworden in de tijd dat de scheepsbouw en zware industrie hier de toon aangaven. Bilbao, als weerspannige stad gekneveld onder Franco, getroffen door economische tegenspoed enkele decennia terug en nu dan geafficheerd als bruisende metropool met een metro én een Guggenheimmuseum. Ik ben benieuwd en hoef niet lang te wachten, want de bus komt langs dat museum. Groots.

Het kleine hotel Ripa ligt pal aan de Ria de Bilbao. Om het oude centrum te bereiken met de bekende Siete Calles hoef ik maar de brug over te steken. Maar het wordt een stadswandeling door de wijk Abando. Grote winkelstraten en veel pleinen. Architectuur uit de tweede helft van de 19de eeuw. Vanaf 17.00 uur komt er veel volk op straat; de winkels zijn tot 21.00 uur open. Een familie ordent een zwik neefjes en nichtjes rond de zojuist gedoopte jongste telg. Ik maak de eerste foto's in deze Baskische stad die erg Spaans oogt en klinkt. In het hotel lukt het me (nog) niet om die opnames via de iPad te publiceren. Moet dat communicatiemiddel nog wat beter in de vingers krijgen. Het thuisfront is in elk geval op de hoogte.

zaterdag 9 april 2011

Bolduque (12); 'Vlaams hout'

Het is geen eenvoudige zaak om de echte werken van Jeroen Bosch te herkennen. Eén hulpmiddel is de 'boomtijdkunde', de dendrochronologie. De wetenschappers die zich daarmee bezig houden, kunnen op basis van een geschikte houtstaal vaststellen hoe oud het materiaal is, sterker nog: wanneer de'oorspronkelijke boom gekapt werd. Zit alles mee, dan weten ze ook aan te wijzen waar deze groeide. Microscoop, referentiekalenders en leren voorschoot vormen hierbij belangrijke instrumenten. Met deze vorm van onderzoek zijn schilderijen van Bosch en anderen 'afgevoerd' omdat het hout pas na hun dood op de markt kwam.

In de tijd van Bosch gebruikten schilders en beeldhouwers graag eikenhout. Scheepsbouwers overigens ook. Een bekend verhaal is dat Spanje zo'n grote hoeveelheid bomen rooide voor al zijn handels- en oorlogsbodems dat het land daaraan zijn huidige 'kaalheid' te danken heeft.

Boomtijdkundig onderzoek heeft ook aan het licht gebracht dat Jeroen Bosch ook op hout geschilderd heeft dat een verre reis achter de rug heeft. Het komt namelijk uit de omgeving van de zogenoemde Baltische staten en da's een heel eind weg. In boten kwam dat bijvoorbeeld vanuit het noordeljke Riga naar een belangrijke havenstad als Antwerpen. Daar kon het opnieuw scheep gaan, nu richting zuiden. In Spanje ging het 'madera de flandes' heten, 'Vlaams' hout, een benaming die ook een kwaliteitsmerk was.

De (vermoedelijke) Gentenaar Pieter Danckaert was de eerste 'bouwmeester' van het imposante retablo mayor in kathedraal van Sevilla. Aan dat duizelingwekkende beelhouwwerk is generaties gewerkt, op enig moment ook onder de leiding van de Bosschenaar Roque de Balduque. Van Danckaert is bekend dat hij onder meer 'madera de borne de flandes' besteld had.

Roque de Balduque heeft in Zuid-Spanje veel werk nagelaten. Een gedeelte daarvan heb ik inmiddels met eigen ogen mogen zien. Onderzoek zal duidelijk moeten maken waar zijn materiaal écht vandaan kwam. Lees meer hierover op http://www.uitgeverijeducom.nl/vakbladvitruvius/pdfs/v_22_0_1237970022.pdf
















vrijdag 25 maart 2011

Bolduque (11); fiesta de la encamisá

Spanje loopt over van religieuze feesten. Zo viert begin december het dorp Torrejoncillo ‘la Fiesta de la Encamisá’. Voorafgegaan door een noveen ter ere van Maria Onbevlekte Ontvangenis, barst het festijn los in de avond van 7 december.

Centraal staat een kleurrijke optocht met mannen te paard. In plaats van een Spaanse schone, hebben zij Maria als medereizigster ‘achterop’. Zij staat namelijk aan de rugzijde groot afgebeeld op de witte en versierde beddenlakens waarmee de ruiters zich omhuld hebben. Naar deze uitmonstering verwijst het zelfstandig naamwoord ‘encamisá’. Het werkwoord ‘encamisar’ betekent zowel ‘een overhemd aantrekken’ als ‘iets omhullen’. Tijdens het feest hangt het er met de benen buiten; en natuurlijk wordt er het nodige gegeten en gedronken. De volgende dag is het Maria Onbevlekte ontvangenis.

Tijdens ‘la Fiesta de la Encamisá’ viert de symboliek rond kerk en kroeg hoogtij. Maar in Torrejoncillo zijn ze er nog steeds niet uit waar de wortels voor dit religieuze festijn liggen. Eén theorie legt een direct verband met het zestiende-eeuwse Bolduque (’s-Hertogenbosch). En wel met de strijd om Empel in 1585. In een eerdere bijdrage (zie blog Bolduque (3); fronlinie) bracht ik de kapel van Onze Lieve Vrouw van Empel ter sprake. Deze houdt de herinnering vast aan een hachelijk moment tijdens de Tachtigjarige Oorlog, toen begin december 1585 Spaanse troepen onder leiding van Francisco de Bobadilla door het hoge Maaswater ingesloten geraakt waren bij Empel. Dankzij de hulp van de Maagd Maria wisten de Spanjaarden ‘zegevierend te ontsnappen’ aan de ‘Hollanders’.

De hulp van Onze Lieve Vrouw maakte zo’n indruk, dat Francisco de Bobadilla Maria Ontvangenis direct uitriep tot patrones van zijn heldhaftige regimenten. Dit was de eerste stap; inmiddels is Maria Onbevlekte Ontvangenis de patrones voor de (hele) Spaanse infanterie. Het feest van Maria Ontvangenis heet sinds 1854 officieel Maria Onbevlekte Ontvangenis. In dat jaar kondigde Paus Pius IX het dogma van de onbevlekte ontvangenis af. Toen Anna, de vrouw van Joachim, van Maria zwanger raakte, gaf zij haar dochter de erfzonde dus niet door. En zo kon de Maria de moeder van Jezus worden.

Het ‘beleg en ontzet van Empel’ komt voor in verschillende Spaanse geschriften over de ‘Guerra de Flandes’, de Spaanse aanduiding voor wat bij ons als de Tachtigjarige Oorlog bekend staat. Uit die benaming blijkt dat Vlaanderen (Flandes) als het belangrijkste gewest van de toenmalige Nederlandse gebiedsdelen werd gezien. Wie weet ligt de bron voor ‘La Fiesta de la Encamisá’ wel in onze omgeving. Een paar jaar geleden bezocht ik de broederschap die de jaarlijkse festiviteiten organiseert. Sindsdien sieren foto’s van de Empelse kapel een wand in het gebouw van de ‘Paladines de la Encamisá’.

De volledige tekst achter dit verhaal is te lezen via http://bosschebladen.nl/pdf/2005-1Berselaar.pdf