Posts tonen met het label Tenerife. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tenerife. Alle posts tonen

zondag 12 februari 2012

Kilometerkorting

Zaterdag. Het laatste weekend van deze maand op Tenerife begint. 's Morgens lijkt Nederland nog ver weg. Vervolgens krijg ik mailtjes over carnaval en dat laat de 3.600 km. tot Oeteldonk krimpen. Bovendien heb ik alle boeken uit. De volgende keer neem ik een e-reader mee; handig voor de bagagekilo's.

Met de bus ga ik naar La Caleta. Dat ligt een kilometer of acht ten westen van Los Cristianos. Dat plaatsje blijkt verrassend interessant. Authentieke kenmerken, rustige indruk, kleinschalig. Iets voor een volgend verblijf? Dat wordt dus googlen vanavond.

Vandaar langs de boulevard naar 'huis' lopen waar ik met mijn jongste zus skype. Om de verbinding te verbeteren, laten we het beeld maar achterwege. De kilometers krimpen nog meer. En 's avonds is er op de zender BVN de tweede aflevering van Nick tegen Simon. Weer wat kilometerkorting.

BVN kent geen reclame. Een weldaad voor de mensheid. Vanavond strijdt Simon samen met Do; opponent Nick staat zij aan zij met Jan Smit. Presentatrice Katja Schuurman heeft ook dit keer een vlotte babbel. 'Mondfiat' heet dat in Brabant. En wat ze draagt 'een kale jurk'. Verhip, da's waar ook: Do komt uit Valkenswaard.

De Muzikale strijd begint. Het format is me bekend van de eerste editie. 'Wat associeert Nederland met respectievelijk Frans Bauer en Beyoncé. Nick en Jan hebben er vier goed, Simon en Do weten beter de enquête-uitslag rond Beyoncé te voorspellen. Dan volgt de eerste puntenbattle. Ik vermaak me het volgende halfuur met de virtuositeit van het Volendamse duo en hun secondanten. Op enig moment wordt een lied van Adele onder handen genomen. Simon en Braba Do kiezen voor een carnavalsversie. 'Over acht dagen begint hét feest', denk ik. Voor de menselijke geest is 3.600 km een fractie.

De zaal doet de polonaise. Nick en Jan weren zich prima met een gotic interpretatie. 'Gestaponichten', noemt Katja dit leren tweetal. Simon en Do gaan nog een keer op de Brabanttoer: met een technoversie van Dancing Queen. 'Denk maar aan Maaskantje', zegt Do. Maaskantje, drie huizen en een kat. Vlak bij. Ik ben al bekant thuis.

Na afloop googlen. Vind een prachtig huurappartement en neem per mail contact op met de eigenaar die volgens opgave Frans, Spaans, Italiaans en Engels spreekt. Om tactische redenen kies ik voor die vierde taal. Met de Nederlandse vraag: 'Hoeveul korting gifde gij mijn  a'k langer huur?' Ben benieuwd.

zaterdag 11 februari 2012

Radioactief

Vrijdag 10 februari lijkt een koude dag te gaan worden. Ook dat kan dus op de 'Islas Afortunadas', de gelukzalige eilanden. Volgens de verhalen hier zijn het de Zweden geweest die als eersten het prettige klimaat in deze zuidoosthoek van Tenerife wisten te waarderen. Op zoek naar verlichting van hun (bijvoorbeeld reumatische) kwalen, kwamen ze naar dit toen nog zo goed als verlaten 'Nergenshuizen-aan-zee'.

Als ik van mijn balkon aan de Calle Noruega naar rechts kijk, staat daar beneden mij aan de  'Playa de las Vistas' het complex 'Vintersol'. Het is een kuuroord met Zweedse wortels. De laagbouw is sinds de start in 1965 een aantal keren gemoderniseerd. Het zwarte lavazand dat die Zweedse pioniers tussen de rotsen en rolkeien aantroffen, zou ook een heilzame werking kennen. Net voldoende radioactief om de pijn in botten en spieren te verzachten.

Los Cristianos raakte bekend in het hoge noorden en het volk stroomde toe. En niet alleen Zweden, zoals bekend. Een detail is dat het iets oostelijker gelegen El Médano nog meer uren zon zou hebben dan Los Cristianos. Maar daar is dan wel meer wind.  Aan de haven iets verderop staat een gebedshuis van de Zweedse staatskerk.

In dit voormalige vissersoord zie of beter misschien 'hoor' je nog steeds veel bezoekers uit dat Scandinavische land. Op het oog (en oor) wordt hun aantal overtroffen door Britten. Soms denk ik ook wel dat in Italië verblijf: het krioelt van de lui uit dat land. En maar ouwehoeren, ongelooflijk. De hele dag door: aan het strand, langs de boulevard, in de straatjes. Ook in het binnenland hoor je ze kilometers aankomen, want in de bergen draagt geluid ver. Ze moeten hier wonen, denk ik. Overigens vind ik ze wel de smaakvolst geklede buitenlandse groep. Die Britten, hoe die erbij kunnen lopen, dat alleen al is een blog waard. Om het plaatje compleet te maken: ook Duitsers kom je in dit plaatsje tegen hoor. Ik hoef hier in het Spaanse maar drie woorden te zeggen of ik hoor: 'Alemán?' Het accent hè.

Een koude dag dus. Het is nu 14.00 uur en als ik me niet vergis, komt de zon tevoorschijn achter een witte wolk. Heerlijk. Kou? Relatief.  De omscholing tot buitenlandcorrespondent - lees ik zojuist - heb ik met succes afgesloten. Er valt een grote last van mijn schouders. Het is inmiddels lekker warm geworden. Tijd dus voor de siësta; schrijven kan altijd nog.

vrijdag 10 februari 2012

Brabants bier

Na de inspannende bergwandeling van woensdag wordt het donderdag een luie dag aan zee. Ik neem mijn huiswerk voor de omscholing tot buitenlandcorrespondent mee ter afronding. De opdracht luidt: 'Wat ik leuk vind aan dit land'. De titel doet me denken aan mijn lagere schooltijd.

Voor de weersvoorspelling volg ik overigens drie websites en vandaag zit die van 'Tiempo en Tenerife Sur' het meest in de goede richting: veel zon en 21 gr. C. Ondanks dit aantal stations blijkt het elke dag weer de gok: komt na het middaguur die wolkenpartij over de bergkam of niet? Geen peil op te trekken.

Als dus die wolk tegen 14.30 uur de zon komt verduisteren, ga ik even naar een internetcafé om mijn vliegticket voor de thuisreis uit te draaien. Kosten: €1. Dat kan met terugwerkende kracht op mijn eerdere blog met de gelijknamige titel. En daarna een pint op een terras aan de haven.

Stel je voor: zit ik bij een Italiaanse tent waar de Spaanstalige bediening rondloopt met 'Opera' op het bedrijfsshirt. Ook mijn dienstertje en wat zet ze voor mijn neus? Een pot Bavaria! Bier uit mijn eigen streek! En voor die halve liter betaal ik dan €1,50. Reist die pils helemaal uit Braboland om hier qua prijs nog niet in de buurt te komen van wat ik thuis betaal. Dat vind ik nou het leuke aan dit land. Wie belazert de kluit?', denk ik op dat moment. Toen mijn pa eeuwen geleden op Engelse les ging, leerde hij als eerste zin: 'My tailor is rich'. De aangepaste vaderlandsche vertaling luidt: 'Mijn kroegbaas lacht zich dood'.

Ik heb een titel behaald in de zachte sector. Dus van economie heb ik geen verstand. Anders zou ik nu wel weten welke denkfout ik maak. De zon komt weer door de wolken en ik geniet van mijn pils. 'Het leven is goed in het Brabantse land'. 'Goed' is 'goed' voor de kastelein, zal je bedoelen. Snel schrijf ik mijn opdracht af en post het resultaat. Ik wil nooit meer naar huis.

woensdag 8 februari 2012

Jägermeister

De 'Roque del Conde' is een beeldbepalende berg in het decor van Los Cristianos. De massieve kolos vormt ook een gewaardeerd doel voor wandelaars. Het beginpunt ligt in Arona, een halfuur met de bus hiervandaan. Ik vertrek niet te vroeg. Hoewel zonnig, is het de laatste week ook hier wat frisser. Nederland breekt zich op dit moment het hoofd over de vraag 'Wel/niet de 16de Elfstedentocht?' Op het warmst van de dag wil ik de klim maken die een kleine vier uur zal duren.

De Canarische eilanden vormen een weerbarstige omgeving voor boeren. Landbouwgrond moet op de lavarotsen veroverd worden. Op Tenerife is dat niet anders en ook hier is het aanleggen van terrassen generaties de oplossing geweest. Het naburige La Gomera heeft de alomtegenwoordige aanwezigheid van deze constructies aldaar gemaakt tot onderdeel van de eigen eilandpromotie. Op Tenerife zijn veel van die met zware inspanning verkregen akkertjes inmiddels verlaten en overwoekerd geraakt. Vroeger werden er aardappels (die hier 'papas' genoemd worden) en graan verbouwd. Ook tijdens de tocht van deze middag kom ik ronde stenen dorsvloeren tegen. Vanaf de hoogte is het profiel van de terrasakkertjes goed herkenbaar. Het beeld doet me aan de sawa's Java denken. Maar dan zonder water.

De start ligt op 600 m. Bij het gehucht Vento gaat het eerst steil naar beneden om de Barranco del Rey te kunnen passeren. Daarna volgt een flinke eerste klim. Bij de resten van een oud boerderijtje bevinden zich twee stenen dorsvloeren. Mooie plek voor de lunch met een prachtig uitzicht. Dan het tweede gedeelte van de klim naar een kam waar het traject - tot nog toe een muilezelpad - aan de zeezijde verdergaat over keien en gruis. Pittig. En dan na een flinke inspanning het eindpunt op 1001 m. Met 360 gr. uitzicht. Bij El Médano volop zon en boven mij grauwe wolken.

De terugweg verloopt snel. Bij het oude boerderijtje ga ik op zoek naar een natuurlijke cisterne, een wateropslag onder de rotsen. Er staat veel water en in deze verder nutteloze wetenschap kan ik weer verder richting bushalte. Een mooie wandeling.

Thuis zie ik op het geïmporteerde journaal een ijzersterk optreden van de voorman der Rayonhoofden die namens de Friese organisatie een pauze aankondigt bij de voorbereiding op de Elfstedentocht. Alsof hij de jaarcijfers van een beursgenoteerde international toelicht. Bij gebrek aan puf om te koken, loop ik de straat uit naar El Faro del Cabezo. De localo's kijken naar Barcelona - Valencia terwijl ik eet: gemengde salade, gerookte ham, gebakken (gerookte) kaas met cranberries, biefstukzwam-van-de-plaat met de Canarische 'mojo verde'.  Als mijn bier op is, bestel ik nog een kruidenlikeur. Die smaakt heerlijk. Als ik afreken, vraag ik hoe de genoten likeur heet. Ik versta het meisje niet en vraag haar de naam op te schrijven. Ik betaal voor het lekkere eten €11, inclusief het digestief dat Jägermeister blijkt te zijn. Prachtig toch.

zaterdag 4 februari 2012

Linksdraaiend

Ik weet nog wanneer ik bergwandelen een zinvolle activiteit ging vinden. Een inspanning dus die zou kunnen bijdragen aan mijn ontwikkeling. En dat dan bij voorkeur in combinatie met een gevoel van (voornamelijk fysiek) welbevinden. Beide elementen vormden een dominant criterium in mijn definitie van 'zinvol', zeker in die tijd. Dat was tijdens een verblijf bij mijn zus in Noord-Italië ter gelegenheid van Kerstmis. Laten we zeggen 'iets meer dan 20 jaar geleden'. Ik liep toen op 1.000 m. in de oude klimspullen van mijn zwager en vond dat gesjouw iets dat mij aansprak.

Nou had ik in de Vooralpen en op andere plekken wel eerder over een bult gelopen, maar kennelijk was ik op dat moment 'rijp' om echt door die sport geoogst te worden. Sindsdien heb ik al een aantal bergschoenen versleten. Het paar waarop ik hier op Tenetife loop, heb ik in 2000 gekocht. Onverslijtbaar lijkt het duo dat van Italiaanse origine is. Het tweetal raakt evenwel op en ik weet nog niet of ze Nederland nog terug zullen zien.

Tijdens mijn gezeul hier, kom ik uiteraard andere wandelaars tegen. Ik let altijd op hun schoenen. Niet op het merk, maar op het soort. De meesten hebben wel stevige bergstappers aan. Toch zag ik veertien dagen geleden een tweetal volwassenen, vergezeld door een tienermeisje, bezig met een poging op sandaaltjes de kloof van Masca te bedwingen. Misschien niet uniek, wel driest. Of triest. Ze spraken een Oost-Europese taal wat natuurlijk niet alles wil zeggen. Bij mij in de buurt liepen op dat moment namelijk Polen en Letten die voorzien waren van het juiste schoeisel.

Britten haal je er onderweg altijd direct uit. Niet aan hun schoenen overigens. Het gemak waarmee ik ze kan herkennen, staat ook los van dit eiland: ze vallen overal op. Of moet ik zeggen 'door de mand'?  Stel je een smal bergpad voor waarop wandelaars elkaar tegemoet treden. Klimmers hebben het zwaarder dan dalers, waardoor de dalende categorie zich in de regel waar maar plaats is, afwachtend opstelt om de naderende lieden ongehinderd te laten passeren. Op zo'n moment valt de Britse wandelaar nog niet op. Dat gebeurt pas op paden die breed genoeg zijn om elkaar met enige zijwaartse verplaatsing en zonder te stoppen te kunnen passeren.

De betreffende wandelaars zoeken dus al lopend de zijkant op. In dat geval ga ik rechts verder en de tegemoetkomende Italiaan, Spanjaard, Est, Fin of Duitser doet dat ook, maar dan aan zijn/haar kant. Zo niet de Brit. Die sorteert links voor en staat hierdoor aan de kant die ik vanuit mijn perspectief voor de meest wenselijke houd. Voor beide partijen een automatisme keuze.

Grappig zijn de momenten waarop de betrokken Britten  - alvorens het voor de elkaar tegemoetkomende recreanten echt gevaarlijk wordt - inzien waaruit deze positiebepaling voortkomt en alsnog naar hun rechterkant stappen. Volgens de heersende theorie komen de dingen die wij denken en doen voort uit een onontwarbare kluwen van genetisch materiaal en dat wat we onthouden.


Daarom lach ik hier de Britten met een begrijpende blik in mijn ogen toe en mompel ik in plaats van 'Hola' een goed waarneembaar 'Hello'. Als een soort compliment, zeg maar. Als ik over een halfjaar weer op hun eiland rondbanjer, zal ik trachten mij 'aan te passen' aan de regels van hun linksdraaiende wandelparadijs. Dat wordt beslist lachen op grote hoogte.

maandag 30 januari 2012

Vader des vaderlands

San Cristóbal de la Laguna is de oude hoofdstad van Tenerife. Met de huidige 'capital' Santa Cruz de Tenerife vormt zij inmiddels een Siamese tweeling in het noordoosten van het eiland. De linkerhelft heeft de cultuur, de rechter het kapitaal. Met één overstap in rechts rijd ik er met de bus naartoe.

Als de Spanjaarden onder de leiding van Alonso Fernández de Lugo de stad in 1496/1497 stichten, bouwen ze haar aan een lagune. Om de een of andere reden droogt deze op, waarmee de stad ruimte krijgt om zich uit te breiden. Fernández de Lugo is een 'adelantado', een gevolmachtigde die namens de Katholieke Koningen La Palma en Tenerife onder Spaans beheer brengt. Een 'conquistador' dus, die naar de aard van de tijd de oorspronkelijk bevolking en cultuur verwoest.

Het huidige Laguna doet vreedzaam en mooi aan. Veel historische gebouwen, musea, een aangename sfeer. Voor de toerist die niet alleen voor het strandleven komt, een verademing. Zeg maar: het Delft van Tenerife als je de Nederlandse kust even wil verlaten. Zoals 'onze' Vader des Vaderlands Willem van Oranje, liggen de stoffelijke resten van Tenerifes grondlegger begraven in de oude kerk van La Laguna, de Santa Iglesia Catedral de San Cristóbal de La Laguna. Hij staat te boek als een despoot die de overwonnen Guanchen over de kling joeg of als slaven verkocht. Een vorm van genocide dus, een misdaad die ook Van Oranje aangewreven kreeg in de dissertatie van Leo Adriaenssen.

De kathedraal bezit een retablo van enige omvang. Dit altaarstuk komt uit of via Sevilla naar La Laguna. Ik wil het graag zien. Toen ik op 5 november 2010 deze stad bezocht, was de kerk gesloten wegens restauratie. Ook vandaag is het godshuis nog dicht. Zeker de oostzijde ziet er van buiten deplorabel uit. Dan maar weer een jaartje geduld. Dat wachten geldt ook voor het klooster van San Francisco. Ook gebouwd in opdracht van Alonso Fernández de Lugo. Daar siert het beeld van de gekruisigde Christus de kerk. Het is een werk van Louis Van Der Vule, een verder onbekende 'beeldensnijder' uit Antwerpen dat op dat moment als handelsmetropool dé evenknie van Sevilla in de Spaanse Nederlanden. Dat grote crucifix - gevat in veel zilverwerk - heb ik 14 maanden geleden wel kunnen bewonderen.

Ik lunch in Bodegón Tocuyo. Dat is nog geen spat veranderd, gelukkig. Als bruine kroeg zou dit etablissement het in Nederland goed doen. Ondanks het spaarzame licht is duidelijk te zien wat de specialiteiten zijn, dus bestel ik gerookte ham, kaas, brood en witte wijn. Of ik niet ook wat 'aangemaakte tomaten' wil. Nee, maar wel de 'almogrote gomero'. Een smeersel van geitenkaas, knoflook, rode pepertjes en olijfolie. Oorspronkelijk van buureiland La Gomera, waar ik dat toentertijd niet gegeten heb. Jammer, want het smaakt prima op toost.

Ik wandel door de oude binnenstad. Veel voormalige patriciërshuizen herbergen nu overheidskantoren. De patio's zijn in een aantal gevallen vrij te betreden. Snoepjes, stuk voor stuk. Veel groen, een fontein en fantastisch vormgegeven houten deur- en raamlijsten, goten, en ander timmerwerk. Uit de frisse wind is het op de binnenplaatsjes heerlijk in de zon. Op straat is een dikke trui of jas niet overdreven. 80 kilometer ten noorden van Los Cristianos én op een hoogte van 300 m is dit de 'koude kant' van Tenerife. Nog gauw een warme kop thee en een gebakje bij 'Pasteleria Díaz', en dan weer naar de bus.

Met de kaart in de hand sta ik al snel bij het busstation. Dit keer staan er geen bussen. Ben ik hier rond het middaguur wel uitgestapt? Ik vraag het een dame die aangeeft dat dit het oude busstation is. De plattegrond die ik vanmorgen in Vera Cruz bij het VVV haalde, is dus een niet actueel exemplaar. Een kwartier later bevind ik me bij het nieuwe station. Mooie bak zeg.

Om 19.00 uur ben ik weer in Los Cristianos. De zon gaat net onder en het is opnieuw lente deze maandag.

vrijdag 27 januari 2012

Franco's schaduw (1)

20 november 1975. Als dictator Francisco Franco dood is, spreken aanhangers en tegenstanders af om nergens meer over te praten. De democratie wordt in 1978 hersteld en de kroonprins - beschermeling van de dictator - neemt plaats op de troon. Het zal nog jaren duren voor de lijken werkelijk uit de kast komen. 

Afgelopen december sta ik in Toledo voor een foto van de dan nog a.s. Spaanse vorst Juan Carlos de Borbón. Zijn gezicht is er een van de vele op een overzicht met jonge mannen die dat jaar hun officiersopleiding afronden. Wat zalen eerder had ik al bij de lichting van 1924 de naam van Franco zien hangen. Die laatste is trouwens de bouwer van dit complex waarin de Academie van de Infanterie huist.

Tijdens een rondleiding daar blijkt de geest van de voormalige dictator overal aanwezig. Zo hangt er een eresaluut aan Spaanse infanteristen die in Rusland voor het vaderland stierven. De rondleider spreekt over vrijwilligers die - weliswaar onder commando van het Duitse leger - vochten tegen de bolsjewieken. 'Niet vóór Hitler, maar tégen de communisten'. 'Hersengymnastiek', denk ik.

Sinds 15 januari ben ik opnieuw in Spanje. Op Tenerife, een uithoek van dat grote land. Francisco Franco is (weggepromoveerd) militair commandant van de Canarische eilanden als hij in 1936 vanuit hier zijn opmars begint naar Madrid. Hij komt als overwinnaar uit de bus bij de bloedige Burgeroorlog en wordt de laatste potentaat op het Iberisch schiereiland. Hij weet als geen ander hoe zwaar het boerenleven is op de Canarische eilanden. Zijn tegenstanders worden - als ze de procesgang al overleven - bijvoorbeeld naar Tenerife gestuurd. Daar mogen ze goten uithakken dan wel opmetselen voor de watertoevoer naar de (bananen)plantages. Dit feit vormt onderdeel van het verhaal dat Tenerifeños je hier (kunnen) vertellen.

Voor een deel is dat irrigatiesysteem nog in gebruik. In elk geval vind je al wandelend en klauterend de kunstmatige kerven in het landschap terug. Ik probeer me voor te stellen hoe de dwangarbeiders hun werk moesten verrichten. Bijvoorbeeld hangend aan touwen bij de steile wand van Acantilado de los Gigantes. 'Er is geen enkele ideologie - op wat dan ook gebaseerd - die iemands aanspraak op macht rechtvaardigt', denk ik op een boot voor die gigantische rotspartij.


Franco beschouwde zich als hoeder van de katholieke kerk. Collega-fundamentalisten bouwen hun blinde gelijk op andere religies of idealen. En de mensen volgen. 's Avonds lees ik dat Wilders' aanhangers massaal overstappen naar Roemer. Zo de wind waait ...

zondag 20 november 2011

Amor laetificat cor

Een drukke zondag. Om 11.00 uur naar het Bossche klooster Mariënburg. Daar wordt de mis opgedragen in het Spaans. Mijn vrouw en ik zijn uitgenodigd om deze maandelijkse dienst bij te wonen.

De aanwezigen komen uit diverse landen die 'Spaanstalig' zijn. Een wat versluierende term, want zeker in de 'Americas' is naast de officiële lingua franca Spaans ook een behoorlijk aantal 'inheemse' talen in gebruik. De celebrant heeft een groot deel van zijn leven gewerkt in Guatemala.

De eredienst volgt de internationale rite. De aanwezigheid van een versgebakken brood en een fles wijn bij de offerande vormt in mijn ogen een latijns accent. Op gewijde momenten wordt geknield. De sfeer is erg ontspannen en bij de de vredeswens schudden de aanwezigen elkaar de hand of gaan even met elkaar in de accolade. Iemand maakt de opmerking dat deze gang van zaken in de ogen van de huidige lijn binnen het bisdom wel eens als erg 'San Salvatoriaans' beschouwd zou kunnen worden. Wie weet. Overigens woont in hetzelfde klooster Jan Bluyssen, opvolger van bisschop Bekkers en tevens verlicht kerkvader. De muziek bij de liederen komt van een cd.

Daarna is er tijd om bij te kletsen. Het is vandaag de feestdag van Christus Koning, aanleiding om gezamenlijk te eten. De bezoekers hebben voor een feestelijk maal gezorgd. Met drank, uiteraard. Alles bij elkaar opgeteld, beleef ik het als een echte viering, ook na mijn afscheid van de kerk. Het gaat - en de pastor zei het al - om de liefde tussen de mensen. 'Amor laetificat cor', de liefde verblijdt het hart.

maandag 14 februari 2011

Bolduque (2); mummies

Op 9 augustus 1595 komt in Den Bosch Achter het Vuurstaal een kind met twee hoofden ter wereld. Van Heurn vermeldt in zijn beschrijving van deze bekende geschiedenis ook de aanwezigheid van ‘eenen vleeschen staart’ aan de rugzijde. Het jong leeft een kwartier, wordt gedoopt en vervolgens ‘door de Vroedvrouw gesmoord’. De begrafenis vindt plaats op last van de Schepenen, hoewel de ouders het best nog wel een tijdje tegen betaling zouden willen tentoonstellen.

Al snel daarna vallen aan de Bossche Markt in De Witte Bock wel enkele andere bijzondere doden te zien: drie gemummificeerde lijken uit de Canarische eilanden. Jan en Alphons Mosmans schrijven hierover in hun Oude namen van huizen en straten te ’s-Hertogenbosch: ‘Den 24en Augustus 1595 waren in dit huis, voor een halven stuiver, drie menschelijke lijken te zien, aangevoerd uit Teneriffe, het grootste der Kanarische eilanden. Deze lijken, toen reeds naar schatting drie eeuwen oud, waren wondergoed geconserveerd, en enkel door den tijd verdroogd’. Dit voorval staat niet in Van Heurn, maar wel op de website van het Stadsarchief.

Een curieus verhaal, denk ik elke keer weer wanneer ik langs de Bijenkorf loop; want op die hoogte stond ooit De Witte Bock. Dan vraag ik me dingen af zoals: ‘Hoe kwam dat drietal hier? Keken de Bosschenaren er van op? Hoe heet was het 24ste augustus?’ Maar ook: ‘Wat zat daar toen?’ Ad van Drunen vermeldt in zijn Van straet tot stroom dat De Witte Bock in 1595 een wijntaveerne is. Eenzelfde gelegenheid zit dan ook in het pand rechts, genaamd In Spaengien. Toevallig, die naam? De ‘mummies’ komen immers van een Spaans eiland naar een Spaanse stad die ze Bolduque noemen. Een rondje thuisland dus. Een kwestie van logisch toeval?

Het verhaal begint met de wetenschap dat op een aantal Canarische eilanden de
rietsuikerindustrie groeit en bloeit in de 16e eeuw. Ook ‘Brabantse Spanjaarden’ dragen daaraan bij als plantagehouder. Op La Palma zijn dat bijvoorbeeld de Antwerpse families Van Groenenbergh en Van Dale. Aan die laatste raakt ene Paul van Ghemert geparenteerd.(Hun nakomelingen gaan in 2011 door het leven als Monteverde, Van Dalle en Wangüemert.) Veel van die suikerbaronnen doen het zo goed, dat ze allerlei (kunst)voorwerpen uit hun geboortestreek laten overkomen ter verfraaiing van huis, kerken en kapellen. Tot op de dag van vandaag gaan ze op de Canarische archipel prat op de (religieuze) ‘Vlaamse’ kunst die daar nu aanwezig is.

De oorspronkelijke eigenaren van al die luxe goederen ‘zitten’ dus in de rietsuikerindustrie. Maar ze houden zich ook bezig met de productie van malvasíawijn: een zoete drank die dan zeer gewaardeerd wordt. De producten van hun inspanning gaan per boot richting Cádiz, Sevilla en Antwerpen. Misschien is daarbij een rol weggelegd voor handelaren met Antwerpse (Van Damme) of Brugse (Van de Walle) roots. Zorgt dat circuit ervoor dat de ‘mummies’ binnen het nog niet opgedeelde Brabant in onze richting komen? Samen met een zending wijn voor de uitbater van wijntaveerne De Witte Bock? Of met een handelsreiziger?

De Spanjaarden veroverden in de 15e eeuw successievelijk de Canarische eilanden op de oorspronkelijke bevolking. Al die stammen werden gemakshalve Guanchen genoemd, dat zoiets zou betekenen als ‘mensen van Tenerife’. Van hen is bekend dat zij doden balsemden en ze vervolgens in koele grotten bijzetten. Van de originele exemplaren zijn er inmiddels niet veel meer over. Een groot deel werd vermalen tot een zogenaamd geneeskrachtig medicijn. Weer andere verdwenen als opmerkelijke vondst.

‘Curieus’, kan toentertijd een van die Spaanse Brabanders gedacht hebben, ‘daar zullen ze thuis van opkijken’. Misschien is het zo wel gegaan.

zaterdag 11 december 2010

Senegal

Te voet onderweg naar afgelegen plekken op het eiland Tenerife, had ik de afgelopen maand een aantal keren ‘geen bereik’. Echt in paniek raakte ik niet, maar wel was ik steeds als een kind zo blij wanneer ik opnieuw ‘signaal’ ontwaarde op mijn display. Want wie weet zou iemand me dringend willen bellen (‘Waor bende gij nouw?). Of nog erger: hoe moest ik gered worden als ik met twee gebroken benen in een kloof lag? Allemaal vreselijke dingen.

Op 22 november loop ik tijdens een van mijn wandelingen langs een klein gebouw dat ik van een afstand lange tijd aanzie voor een toilet. Dat komt me wel goed uit, maar het ding is gesloten. Het blijkt om een monument te gaan met historische waarde dat volgens het verbleekte bordje gefungeerd heeft als ‘caseta del cable’. Hier, aan de voet van de Montaña Roja (zie blog ‘Kantwerk’), dook in de negentiende eeuw een telegraafkabel de Atlantische Oceaan in, om over de zeebodem helemaal te lopen tot Saint Louis in Senegal, 1.600 km verderop.

Senegal is bij mijn weten nooit Spaans geweest, maar Frans! Dus waarom dan die verbinding? Achteraf is dit een stomme redenering, want waarom zou het om een Spaanse kabel moeten gaan? Sinds ik me bezig houd met de in mijn ogen beperkende werking van het fenomeen ‘invulling’ op het menselijk brein, merk ik hoe gemakkelijk ik met beide poten een open deur binnenloop. Vaak de voor de hand liggende, maar daarmee dikwijls ook de verkeerde. En dat blijkt, als ik rustig een en ander opzoek, ook hier het geval te zijn.

In 1883 besluit de Spaanse regering namelijk om de verre Canarische Eilanden op te nemen in het nationale telegraafkabelnetwerk. Een rot in het vak zal die klus gaan klaren, de Brit Sir Charles Tilston Bright (1832 -1888). Met een aantal kapitaalkrachtige en op onderhavig terrein ervaren partijen richt hij een maatschappij op, die na tien jaar de kabels overdraagt aan Spanje. Uiteraard is dit geen liefdewerk oudpapier.

In 1883 trekken ze meteen ook maar een kabel door naar Senegal om dat oord te linken aan het Franse telegraafnetwerk. En 127 jaar later maak ik me uitgerekend op dié plek te sappel over het feit dat ik even geen bereik heb. Junk!

Als verslaafde vind ik troost bij de gedachte dat het ‘invullen’ van een paar alinea’s hiervoor, in elk geval normaal zou zijn. Bovendien is het niet zo erg, vindt mijn orakel in deze kwestie. ‘Als je maar weet dát je invult’, voegt ze er fijntjes aan toe. Dat ‘fijntjes’ is uiteraard mijn invulling.

donderdag 18 november 2010

Naam

Donderdag dus écht vroeg op om in Los Cristianos de bus van 08.15 uur naar Los Gigantes te halen. Als ik de deur dicht doe, heb ik het gevoel iets thuis te laten liggen. Maar da’s niet anders dan anders. Daarna anderhalf uur met lijn 473 om 30 kilometer lang werkelijk bij elke halte te stoppen. Eéntje daarvan te laat uitgestapt, maar een vriendelijke autochtoon zet me weer op het juiste pad. ‘Als ik dat niet aan m’n knie had, liep ik mee. Ik ken de weg heel goed: ‘El Camino Real’. Nederlander? Heb twee jaar in Rotterdam gewerkt: tomaten. Nee, geen woord, want Spaans is toch voldoende. Goede reis. Als ik dat niet aan m’n knie had …’

De ‘Koninklijke Weg’ moet me in korte tijd 570 meter omhoog brengen. Na tien minuten loopt het water aan de binnenkant van mijn bril. En wèrrem … Kom geen hond tegen, nou ja, die dan net wel. 'Flikkergodsakkernondejuopklotenond!', die dus. Tamaimo ligt op een boogscheut. Daar loopt iemand me tegemoet die tijdens de volgende vijf uur mijn gezelschap wordt. Hij komt uit Keulen, maar natuurlijk niet vandaag.

Al snel staan we voor een tunnel van 1,2 km, compleet met smalspoorlijntje en vervallen irrigatiekanaal. Dát was het: de zaklantaarns thuis laten liggen! Gelukkig geeft de lamp van mijn wandelgenoot licht voor twee. We komen uit in de Barranco Seco, waar inderdaad geen druppel water in staat. Even de weg zoeken met de aanwijzingen in onze wandelbijbel om uit te komen bij weer een tunnel. Nu eentje van 1 km waarvan het irrigatiekanaal nog helemaal functioneert. Aan de andere kant zijn we op 215 m geïmponeerd door het uitzicht op de stenen muur van de Acantilado de los Gigantes.

De aanwijzingen vinden we hier niet echt duidelijk en dat leidt dus tot klunen. We keren op onze schreden terug en vinden dan toch weer het pad. Verderop herhaalt zich dat gepuzzel een paar keer, want het is bijzonder steil en kaal. Nu is duidelijk waarom deze route letterlijk te boek staat als ‘een uitdagende tocht, die een 100% zekere ‘pas’ vraagt, van mensen zonder enige hoogtevrees’. Het fantastische uitzicht maakt alle ‘ontberingen’ goed en veilig belanden we om 14.30 uur in Los Gigantes achter een pot bier.

Hier scheiden - onder wederzijdse dankzegging uiteraard - onze wegen. De man uit Keulen moet nog naar Tamaimo. Dus ook nog langs die hond, van wie hij inmiddels van mij de naam heeft.