zondag 29 september 2019

Dwangburcht

Deze tekst verscheen op 29 september in De Bossche Omroep als column in de rubriek Onder de Boschboom.

Zo grappig dat de Vuelta 2020 een startplaats krijgt op de Bossche Citadel. De keuze van die plek lijkt me niet zonder betekenis. Overigens durf ik er niet mijn hand voor in het vuur te steken dat op het stadhuis de symboliek van deze plek het uitgangspunt geweest is.

Voor veel Bosschenaren klinkt het volgende verhaal bekend. Nadat het Spaanse garnizoen in september 1629 de stad gedwongen verliet en Republikeinse troepen binnenmarcheerden, was de nieuwe heer allesbehalve zeker van de loyaliteit der Bosschenaren. Bovendien zou het koninklijke leger van Filips IV zomaar kunnen besluiten om voor de poorten te gaan liggen. Daarom werd tussen 1637 en 1645 Fort Willem Maria gebouwd. En mochten de katholieke inwoners van de stad twijfelen aan de goede bedoelingen en de rechtmatigheid van het nieuwe bestuur, dan zou het geschut hen vanaf de dwangburcht nadrukkelijk corrigeren. Het nieuwe werk kreeg de bijnaam ‘de Papenbril’. Om de trefzekerheid te vergroten, werd het schootsveld geschoond.

In 2020, dus 491 jaar na het vertrek van de Spaanse roepen, wordt de Spaanse koers dus binnengehaald op een anti-Spaans monument. Triomf klinkt uit de bekendmaking ook nog ook nog. Eén politieke partij vindt deelname aan de Vuelta Holanda te prijzig. Een andere gaat akkoord in de ijdele hoop op een laag bobogehalte. In elk geval wordt er niet het snot voor de ogen gestoempt binnen het centrum. Ieder rijdt sierlijk en vooral rustig door de binnenstad zodat de burger mag blijven geloven in de mythe dat de minutenlange tv-beelden ‘de stad op de kaart zullen zetten’. Dat was ook de voorgehouden worst bij de start van de Tour de France in 1996. En bij het Jheronimus Boschjaar 2016. Plus tijdens van alles in de decennia daartussen. Het zal wel aan mij liggen; als ik desgewenst in Spanje uit moet leggen waar de Cultuurstad van het Zuiden ligt, roep ik na wat pogingen vertwijfeld: ‘Bij Eindhoven. PSV’. En dan knikt iedereen.

Het woord ‘vuelta’ kent in het Spaans 34 verschillende betekenissen. Een ervan is de aaneenschakeling van bijvoorbeeld wandel- of fietsetappes. Een andere is ‘de terugkomst op het punt van vertrek’.
‘Vuelta’ is het zelfstandig naamwoord van het werkwoord ‘volver’: ‘terugkeren’. Hoe ironisch: toentertijd moesten de Spanjaarden te voet de stad uit en nu worden ze maar al te graag weer naar binnen getrokken. Op de fiets. Wat een symboliek.

De dwangburcht: een tot werkelijkheid geworden droom voor de wethouder die zo van ‘theater’ houdt.

zaterdag 10 augustus 2019

Twee walletjes

Deze tekst verscheen op 11 augustus in De Bossche Omroep als column in de rubriek Onder de Boschboom.


Een Spaanse stad zal Den Bosch zich niet snel noemen: de grote zus aan de Schelde was ons voor. In de tijd dat de Spanjaarden van Antwerpen de Sinjorenstad maakten, trouwde een Bossche, Johanna Pynappel, met een Spaanse señor De Haro.

Voor die Johanna, dochter van Jan Mathijszoon Pijnappel, is het rond 1510 haar tweede huwelijk. Zij is weduwe van Jacob van Driel(e). Met hem kreeg ze twee kinderen: Jan en Christina van Driel. Uit de verbintenis met de Spanjool De Haro komen Juan/Jan de Haro Pynappel en Francisca/Françoise de Haro Pynappel voort. Ze kan trots gezegd hebben ‘dat d’r jong het goed deden’. Juan/Jan de Haro, treedt in 1536 als schepen van Antwerpen toe tot de plaatselijke bestuurselite, terwijl Francisca/Françoise de Haro Pynappel trouwt met Maximus Transylvanus, secretaris van Karel V.

Nog meer prachtige achternamen komen in de familie. Op 1 januari 1549 verkoopt Jan van Driel, de zoon uit het Johanna’s eerste huwelijk, het huis De Bosboom (Verwerstraat). Dit doet hij samen met de kinderen van zijn zus Christina. Zij kreeg met Jacob van der Voirt/Voort/Voorde, (ook al schepen van Antwerpen): Jacob, Beatrix en Cornelia; en met Arnold van Broeckhoven Janszoon: Maria, Catharina en Petronella. Via dat zestal raakte de Bossche tak geparenteerd aan Du Chaisne, Despomereaulx, Triappen, Hilssen en Van Lixbonne. Alleen al voor de klank zou je die namen willen.

Raymond Fagel geeft in zijn proefschrift de nodige aandacht aan de Antwerpse De Haro’s. Zo handelt Diego in met name tarwe. Ook raakt hij betrokken bij de invoer van specerijen uit de Molukken. Daarnaast is hij een bankier die aan Karel V geld leent; Diego bezit de nodige huizen in en om Antwerpen. Alexander van Sasse van Ysselt vermeldt dat Diego op 1 mei 1520 aan de Bossche Verwerstraat een huis verkoopt.

Nog even terug naar Johanna’s dochter Christina van Driel en schoonzoon Jacob van der Voorde. Pilar Silva Maroto, de vrouw achter de Madrileense Bosch-tentoonstelling in 2016, schrijft dat het gaat om een verbintenis tussen de families Pynappel en Van der Voorde die in, respectievelijk ’s-Hertogenbosch en Antwerpen, tot de gevestigde burgerij behoren. Till Holger-Borchert oppert dat dit huwelijk (1508) leidde tot het Job-drieluik dat nu in het Brugse Groeningenmuseum hangt. Het werk komt uit de omgeving/het atelier van Jeronimus Bosch. Het bevat de wapens van de families Van der Voorde-Maes en De Haro-Pynappel. Lucas van Dijck noemt als opdrachtgever Johan Pynappel, Johanna’s vader. (Onder dat schild van De Haro gaat het wapen schuil van Van Driel.)

Veel Karel V in de familie van de Bossche Johanna. Bart Van Loo noemt die Spaanse vorst in zijn wervelende boek ‘De Bourgondiërs’ verrassend ‘de laatste Bourgondiër’. Da’s mooi: van beide walletjes wat: Spaans-Bourgondisch.

vrijdag 19 juli 2019

Meervoudig

Beste C.,

Na een zondagmiddag vol zelfdiagnose ben ik eruit: MPS. Of in alledaags Nederlands: meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Het kostte wat moeite; gelukkig weet ik nu waaraan ik lijd. Deze uitkomst maakt de inspanning de moeite waard. Een flinke poos terug had ik - je weet dat uit een eerdere blog (klik hier) - aangeklopt bij een bevriende psychiater voor het label ‘bipolair’. Tevergeefs. Uiteindelijk moest ik dus wel zelf aan de slag. 

Wat me op het spoor zette, beste vriendin, was de rit die we een paar weken geleden naar Amsterdam maakten. Jij reed toen we bij de afslag naar Abcoude gesneden werden door een Volkswagen Golf met getinte ruiten. Je remde en ik vloekte alle bagger eruit die zomaar spontaan naar boven kwam. Een in mijn ogen normale reactie. De inhoud zal ik niet herhalen. Als zoiets in een tv-serie op BBC kanaal 22 gezegd wordt, geeft de zender vooraf aan dat ouderlijk toezicht gewenst is.

Afijn, toen die scène dus voorbij was, vroeg je: ‘Was je wel jezelf?’ Er viel een pauze, waarop ik - eerlijk toegegeven om ervan af te zijn - reageerde met: ‘Ik vergat mezelf even’.
Dat conversatiemoment bracht me op het spoor: zouden er meerdere persoonlijkheden in mij huizen? (Alsof eentje al niet erg genoeg is.) Ik heb dat zondagmiddag dus onderzocht.

Zelfdiagnostiek is een hype, naar ik begrijp. En opvallend veel mensen komen zelfstandig tot de bevinding dat ze MPS hebben. Zoiets laten ze weten ook. Op Facebook en Insta. Of op tv. Zondagavond heb ik dat laatste zitten turven. In Midsomer Murders liep een seriemoordenaar rond die tegen de politiecommissaris zei: ‘Sorry, hierin herken ik mezelf niet’. ‘Wie zie je dan wel’, riep ik, ‘Donald Duck soms?’ Op een ander zender vertelde iemand: ‘Bij mijn partner kan ik zo helemaal mezelf zijn’. ‘Wie ben je dan in ander gezelschap?’, dacht ik. MPS.

Achteraf ben ik blij dat ik niet als bipolair bestempeld werd. Want je kunt geen blad meer openslaan, of er is weer een bekend persoon die het ook heeft. De exclusiviteit is wel mooi weg. 

Tegelijkertijd dus, lieve C., slaat met voorgaande uitspraak de twijfel toe. Als er inderdaad zoveel lieden met MPS blijken rond te lopen, vind ik mijn mps’je ineens niet zo opvallend meer. Dan dus op zoek naar wat nieuws.

Ik app je hierover zaterdagmiddag a.s. Het wordt dit weekend mooi weer. Misschien kunnen we een stukje langs de Maas gaan fietsen; dan hoef ik - bij gebrek nog aan een uitzonderlijk alternatief - niet steeds tegen mezelf aan te kijken. Of tegen ‘een’ van mezelven.

🤣Ciao.

zaterdag 22 juni 2019

Voetsporen

Deze tekst verscheen op 23 juni in De Bossche Omroep als column in de rubriek Onder de Boschboom.

Geloven in iets of iemand verleent toegang tot de waarheid. Het geopenbaarde inzicht kan gedeeld worden met een ‘andersgelovige’ door die bijvoorbeeld eens lekker op de bek te timmeren. Matpartijen tussen aanhangers van concurrerende voetbalclubs of kerkgenootschappen: alles lijkt al eeuwen de moeite van een gevecht waard. Zo eist het Schermersoproer 1 juli 1579 op de Bossche Markt de nodige slachtoffers. Da’s binnenkort 440 jaar geleden. Zeker 120 stadsgenoten worden naar het hiernamaals gezonden. De katholieke zielen zullen op een andere poort aankloppen dan de calvinistische; ook na de dood wordt het leven verzuild voortgezet.

Om verschillende redenen heeft in de 16de eeuw een deel van de Nederlanden besloten gezamenlijk op te trekken tegen de ‘koning van Hispanje’. Die moet weg. Hiervoor zoekt de ene partij legitimatie in het geloof, de andere in het idee dat de persoonlijke vrijheid ingesnoerd raakt. De scheurmakers verenigen zich binnen de Unie van Utrecht. Het trouwe kamp ziet voldoende reden in de samenscholing binnen de Unie van Atrecht (nu Arras).

Ook in Den Bosch zijn tussen katholieke en protestantse inwoners de spanningen opgelopen en deze komen die 1ste juli tot een uitbarsting. Inmiddels hangt in het Noordbrabants Museum een schilderij waarop het slagveld staat afgebeeld. Het gekke is, dat ik altijd naar de huizen kijk die de broedermoord omgeven: hoe herkenbaar zijn de gebouwen nog? Sinds 2008 bestaat er ook een ooggetuigenverslag (met de waarheid door een katholieke bril).

Na die bloederige gebeurtenis kiest de zwalkende Bossche stadsregering – gestimuleerd door geduw en getrek van Spaanse en Staatse zijde – in december 1579 voor de Unie van Atrecht. Voor trouw dus aan het wettig gezag van de Spaanse vorst, i.c. Filips II. Of dat handig uitpakt? In elk geval volgt geen Spaanse strafexpeditie. De keerzijde is dat de hertogstad als ‘Atrechtse’ enclave in een ‘Utrechts’ gebied bijna zes jaar lang minder gemakkelijk handelstoegang krijgt tot een opstandig Antwerpen en Holland. Plus dat ze bij herhaling het doelwit vormt voor Staatse aanvallen. Zoiets als ‘van de hond gebeten of door de kat gekrabd’. Hoe dan ook: de keuze is een ‘sleutelmoment’ in de Bossche geschiedenis. Pas als Farnese in 1585 tot aan de Maas orde op zaken stelt, vormt Den Bosch niet langer een ‘Atrechts’ eiland in de woedende ‘Utrechtse’ zee.

Louis Pirenne promoveerde in 1959 op het keuzetraject van ´s-Hertogenbosch tussen Atrecht en Utrecht. De promovendus besluit met de opmerking dat de Staatsen in september 1629 nog heel goed wisten voor welke partij Den Bosch 50 jaar eerder gekozen had. De zojuist ingenomen Spaanse stad zou dat gaan voelen.

Onlangs vond hier een wandeltocht plaats onder de opmerkelijk titel ‘In de voetsporen van Frederik Hendrik’. Is de stad 440 jaar na dato alsnog ‘om’?

zondag 9 juni 2019

Dingetje

Dan komt er in 2119 nog een 100-jarig document uit het archief waarop de taalarcheologen (zie vorige blog: klik) hun lusten kunnen botvieren. Als snel wordt duidelijk dat het veel zegt over het zielenleven van de Nederlanders in 2019. Het was nog even een dingetje wie het onderzoek zou gaan leiden en toen dat helder was, gaf dat de specialisten een stukje rust. Ze gaan ijverig aan de slag.

Als na de eerste dag spitten, willen zij de ervaringen naar elkaar toe uitspreken. Kennelijk is er sprake van een andere auteur dan in document 1. Wel bestaan er overeenkomsten; die zijn ongetwijfeld tijdgebonden. Het gaat om een persoonlijk relaas waarin de opsteller met de lezer wil delen dat de zoektocht naar balans tot een aantal eerste bevindingen heeft geleid. Zoiets geeft natuurlijk een enorme boost om verder op ontdekkingsreis te gaan naar ‘de ware ik’. Tot dan toe leefde immers te veel het beeld ‘dit ben ik niet’. Er was afstand tot de omgeving, terwijl het verlangen bleef bestaan om vooral een verbinder te worden.

Duidelijk is dat dankzij een personal coach er een proces op gang komt waarin de contouren van de ware missie zich in de verte aftekenen. De auteur gaat er helemaal voor om te achterhalen wat er werkelijk toe doet. Waar de werkelijke passie ligt. Uiteraard zijn er allerlei rationele strategieën, maar de persoon in kwestie gaat - om het helder te houden - gewoon het eigen gevoel achterna. Steun wordt ook gezocht bij mensen (citaat:) ‘Die er echt voor me zijn’.

‘Mensenmensen’, daarbij wordt aangeklopt. En dat voelt goed. Tijdens ontmoetingen met deze vertrouwelingen waarbij zij/hij zich veilig weet, gaan de gesprekspartners diep. Worden dingen gezegd ‘recht vanuit het hart’. In alle openheid, waarbij meerdere malen wordt opgemerkt (citaat:) ‘Zo voel ik het’.

Uiteraard blijken er nog onverwerkte resten te zijn uit een verleden dat verlaten gaat worden. Er wordt met velen gedeeld en langzaam maar zeker krijgen dingen een plekje. En ervaart de onbekende auteur dat bepaalde zaken eindelijk landen. Ontstaat het beeld van hoe hij/zich zich verhoudt tot de wereld. Het gevoel is er helemaal van ‘dit kan ik; (citaat:) ‘Dit hoort bij mij. Ik weet eindelijk waar ik sta’.

Absoluut


Stel dat wat nu volgt over 100 jaar door taalarcheologen bestudeerd wordt. Zeker weten dat ze daar helemaal blij van worden. Absoluut. Het is een cadeautje, zeg maar. Ze ontdekken een eigentijdse woordenschat 2019! En zo’n vondst komt dan echt wel binnen, bij die onderzoekers.

Analyseren, uitpluizen, verklaren: ze zien hun droom uitkomen. Bij aanvang hebben ze nog helemaal zoiets van ‘dát gaat ‘m dus niet worden’. Halverwege komt het besef: 'dit avontuur leidt tot ontdekkingen die ons leven op zijn kop gaan zetten. Dit wordt echt een achtbaan, waarin we terecht komen. Of liever nog in een rollercoaster. Supermooi! Niets gebeurt zonder reden: dit hebben we verdiend!'

De reconstructie van het taalgebruik 2019 die zo optimaal mogelijk uitvoeren, bezorgt ze een tsunami van wow- en kippenvelmomentjes. ‘Echt helemaal te gek’, zullen velen zeggen. Stond zo’n ontdekking nog op hun bucketlist? Echt wel.

Hun conclusie luidt dat de auteur alles heeft gegeven en de woorden uit een authentiek gevoel op papier heeft gezet. Een opstelling waardoor de hij dicht bij zichzelf heeft weten te blijven. De naam van de schrijver is nog niet achterhaald; ... komt goed.

Duidelijk is hoe stevig de man - terwijl hij schrijft - achter de tekst in z’n kracht staat en z’n moment weet te pakken. Hij neemt z’n verantwoordelijkheid wanneer hij zich in de publieke discussie mengt die zo’n waarde lijkt te hechten aan het ‘volgen van je gevoel’.

Hun wetenschappelijk onderzoek leidt tot een publicatie. Perfect! Dat wordt dan genieten.

En de inhoud van die tekst? Gebakken lucht?

Ach ja, het is wat het is ...

zaterdag 1 juni 2019

De Bruijn ‘Open’


Organiseert Geert de Bruijn een golftoernooi? Iets met tennis misschien? Bij nadere lezing van de uitnodiging blijkt het om een ´Open Atelier’ te gaan op 1 en 2 juni. De Vughtse kunstenaar ‘pakt werk uit’, zogezegd. In zijn tuin; dus kunst in het groen. Ik doop het meteen tot De Bruijn 'Open'.

Het romantische beeld van de artiest als wereldvreemde ploeteraar op een koud zolderkamertje bestaat alleen nog stoffige romans. De Bruijn maakt zijn werk - als het weer dit toelaat - gewoon buiten. Da’s ook wel handig: het ontwerpen van zijn assemblages vraagt om de inzet van het nodige gereedschap. En in de open lucht heeft hij daarvoor alle ruimte. Op juist die plek ontvangt hij op de middagen van het eerste juniweekend de belangstellenden.

Vijf maanden geleden vierde De Bruijn zijn 35-jarig kunstenaarschap met een expositie in de Vughtse Lambertuskerk. Een beetje ‘zoals het hoort’. Met een glaasje wijn dus. Plus een inleider, want ik mocht er wat zeggen. Vandaag is er sprake van een ontspannen, gezellige theetuin. Met arretjescake.

Als ik arriveer, staan bij de ingang drie beelden. Met in de buurt de nodige recente schilderijen. ‘Assemblages’, volgens de maker. Dat woord doet me denken aan autofabrieken als die van Citroën, Peugeot of Renault. Het is de toepassing van gemengde technieken die het gebruik van dat Franse woord rechtvaardigt.

Ook op 1 juni betrap ik me erop dat ik, zoals altijd, in de eerste plaats aangetrokken word door zijn beeldtaal. Vormen, kleuren, vlakverdeling; zoiets dus. Alles met de Moedergodin als eeuwige inspiratiebron. ‘De genestelde gedachte’ - het thema dat december jl. zijn intrede deed - is veelzijdig uitgewerkt in het trio dat tegen het raam opgesteld staat.

De verrassing zit ‘m in de derde rechts. ‘Nog niet af’, roept De Bruijn. Dat mag dan zo zijn, duidelijk is dat Geert in de uitwerking een nieuwe ontwikkeling in gang heeft gezet. Een De Bruijn is nooit hetzelfde. ‘Een collega die een beeld dat succesvol blijkt vervolgens 25 keer klakkeloos kopieert, hoort tot een andere categorie’, zei Geert afgelopen vrijdag. Ook onder een kopje thee. Zijn begrip van ‘autonoom kunstenaar’ is helder. Een bevestiging hiervan volgt in zijn antwoord op de vraag van zijn dochter of een koper dat onaffe stuk nu al tegen betaling zou kunnen meenemen. 'Dan heeft die koper pech gehad'. Inderdaad: De Bruijn bepaalt wanneer iets klaar is.

Even later: ‘work in progress’, terwijl hij iets aan de zeven vogels herschikt; ze zitten nog niet definitief vast. ‘Ik wou een andere opbouw’.

Ik noem het gewaagd, die cirkels. En word vervolgens razend nieuwsgierig naar hoe dit er over een paar weken uit zal zien.

Zondagmiddag kom ik beslist terug: ‘s kijken hoe het dan met mijn nieuwsgierigheid staat. Of is het vanwege de verwondering die het decor achter de verrassing vormt?