donderdag 29 september 2011

Gent (3); misbruik van de kerk

Inderdaad: Karel V kwam in Gent ter wereld. Bij zijn geboorte op 24 februari 1500 hebben ook zijn ouders nog een heel leven voor zich. Zijn pa - de Bruggeling Filips de Schone - sterft onverhoopt in 1506. Zware koortsen zegt de een, met gif vermoord roept de ander. Zijn jonge weduwe Johanna van Castilië zou erdoor de kolder in kop gekregen hebben en sindsdien kennen wij haar als Johanna de Waanzinnige.

Maar goed, Karel V is een Gentenaar. En altijd onderweg want hij is de baas over half Europa en een groeiend rijk daarbuiten. Met de landen die hij niet bezit, heeft hij ruzie. Bijvoorbeeld met Frankrijk. Ook in die tijd drukken militaire missies op 's lands begroting, dus legt de landsheer de steden een extra belasting op. Daartegen wordt in Gent zwaar gemord, maar Karel 'laat niet met zijn voeten spelen', zoals dat daar heet. Geen flauwekul, dus hij eist in 1539 naast geld absolute gehoorzaamheid. Een aantal Gentenaars krijgt de strop. Ook met lieden die het katholicisme niet langer als zaligmakend zien, rekent hij finaal af.

Op zondag 25 september staan wij even in een poortgebouw aan het Hof ten Walle. Het is een overblijfsel van het eens zo imposante en gelijknamige stadspaleis dat later Prinsenhof gaat heten. Aan beide wanden zijn twee gedenkstenen aangebracht. Een voor de opgehangen opstandelingen, de ander met de namen van de lieden die in naam van het ware geloof op bevel van Karel V 'weggezuiverd' werden. Het misbruiken van de kerk voor niet spirituele zaken is hier letterlijk een teken aan de wand.

Karel V, graaf van Vlaanderen, hertog van Brabant, heer der Nederlanden, koning van Spanje (en maak het rijtje zelf verder af) heeft in Gent twee gezichten. Het ene is zichtbaar in het zogenoemde 'Donkere Poortje' en in het parkje daarachter waar het beeld 'de Stroppendrager' staat. Het andere krijgt 200 meter daarvoor gestalte in een beeld van de keizer. Het staat op een pleintje aan de Prinsenhof vlak bij een maquette van het oude Hof ten Walle. Het is een geschenk van de stad Toledo. Daar bevindt zich een bijna identiek exemplaar, vlak bij een Moorse poort. Waarom juist op die plek? Omdat ook in die Spaanse stad een ander geloof moest wijken voor dat van de koning.

Misschien ongewild bezorgde Karel V de Gentenaars toen de naam waarmee ze zich nu nog aanduiden: Stroppendragers.

Voor Karel V en Gent: http://www.gent.be/eCache/THE/2/115.html

woensdag 28 september 2011

Gent (2); inklapbaar schilderij

Met prachtig weer is zelfs Lelystad mooi. Kun je nagaan hoe de zon op de 24ste september de binnenstad van Gent laat schitteren! Tijdens een luie brunch op de Korenmarkt trekt de halve wereld aan ons voorbij. Opnieuw valt het me op hoe vaak ik ook in deze Vlaamse stad Italiaans en Spaans hoor. Net zoals in Brussel, Antwerpen, Leuven en Brugge. Aan onze kant van de grens is een stad als Delft populair bij die latijnen.

Langs wat we inmiddels als 'de schandvlek van Gent' beschouwen - de Stadshal in aanbouw - gaan we naar de St.-Baafskathedraal. Daar staat één van de 'Zeven wonderen van België', De Aanbidding van het Lam Gods, geschilderd door Hubertus en Jan van Eyck. Het retabel uit 1432 is een 'must tijdens dit weekend. Hoewel ik de triptiek al eerder mocht bezoeken, imponeert het werk ook nu opnieuw. Een topstuk uit de periode der zogenaamde 'Vlaamse Primitieven'.

Dat vind ik een stomme omschrijving. Vooral dat Primitieven 'wringt' al vanaf dat ik het op de middelbare school voor het eerst hoorde. Het zal wel aan de vertaling vanuit het Frans liggen. Er is niks 'primitiefs' aan. Er zijn meer mensen die de term moeilijk kunnen doorgronden. Eén daarvan is de gids die achter het koor in het Duits een groep door de kapellenkrans leidt. Hij interpreteert de term Vlaams als 'behorend tot de provincie (Oost-)Vlaanderen. De Van Eycks zou je nu Limburgers noemen. Vlamingen konden in die tijd uit een groter gebied komen dan hem op deze zaterdagmiddag in zijn verhaal kennelijk voor ogen staat. Italianen en Spanjaarden verwijzen met respectievelijk fiamminghi en flamencos soms zelfs naar inwoners van boven de grote rivieren. Stadsgenoot Jheronimus Bosch staat in hun kunstgeschiedenisboeken ook in het rijtje Vlaamse Primitieven.

Jan van Eyck wordt in zijn tijd door de Katholieke Koningen zelfs naar Spanje gehaald. Deze Reyes Católicos zijn grote verzamelaars van het werk der Vlaamse Primitieven. En die waardering is gebleven. Nou ja, in een enkel geval valt daaraan misschien te twijfelen. Zo hoor ik buiten iemand het hebben over een 'inklapbaar schilderij, volgepropt met poppetjes en een schaap'. Ik vind die wel zo origineel dat ik er zelfs nu nog schik in heb.

Term Vlaamse Primitieven: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vlaamse_Primitieven

De zeven wonderen van België: http://nl.wikipedia.org/wiki/De_zeven_wonderen_van_Belgi%C3%AB

dinsdag 27 september 2011

Gent (1); pleinvrees

Vrijdag 23 september, eind van de middag. Door de Veldstraat lopen we naar het hart van Gent. Eerder al zagen we vanuit onze hotelkamer twee van de drie gezichtsbepalende 'torens' boven de bebouwing uitsteken. Ik kon haast niet wachten en nu liggen ze dan ter hoogte van de Cataloniëstraat rechts van ons in elkaars verlengde. Met veel genoegen kijk ik naar die kroondragers van de St.-Niklaaskerk, het Belfort en de St.-Baafskathedraal. Het verleden in steen. In het late zonlicht blijkt het beeld nog veel mooier dan ik me van viereneenhalf jaar geleden herinner. Bij Klein Turkije zien we achter de St.-Niklaas de contouren van een stalen staketsel. Mogelijk wordt daar iets gerestaureerd.

Mijn reisgenote is hier voor het eerst, dus lopen we in een rustig tempo langs de bekendste punten. Hierna wacht ons nog een heel weekend voor de details van het Groot Vleeshuis, het Gravensteen, Karel V, de Koren- en Graslei. Onderweg keuren we de Gentse Neuzen en de ambachtelijk gemaakte chocolade. De terrassen bij de leien raken al aardig bezet. Op de banken en het stenen werk langs het water zitten mensen in de late zon. Nog even naar het 'torenplein' voor we aan tafel gaan.

Het stalen staketsel blijkt 'nieuwbouw'. Onze eerste reactie is dat hier sprake moet zijn van een misverstand. Het tegenovergestelde is waar. Trots valt op een groot bord in een aantal talen te lezen dat het hier gaat om een prestigieus project dat KoBra heet. Citaat: 'De Stad Gent, de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn en TMVW plannen samen de heraanleg van de Korenmarkt, het Emile Braunplein, de Belfortstraat en omgeving'. Zeker het gedeelte bij Klein Turkije mag opgefleurd worden maar waarom een nieuwe stadshal? Want daarvoor vormt de staalconstructie het geraamte. Vloeken in de kerk.

Een stad is geen museum en deze herinrichting is oerstom of geniaal; de tijd zal dat duidelijk maken. We vrezen het ergste voor het plein aan de voet van de kerk. Hoe zouden de inwoners hierover denken? Welk mechanisme heeft het ontwerp door de gemeenteraad geloodst? Dit project raakt ons en dan wonen we nog niet eens in deze stad.

We laten het onderwerp rusten en in afnemende verontwaardiging slenteren we weer naar de Graslei. Daar vinden we een tafeltje op het terras van Den Enghel. Het eten blijkt voortreffelijk, de (aangelichte) omgeving geweldig en als we terugkuieren naar het hotel, is Gent weer een fantastische stad.

Over de herinrichting: http://donviona.blogspot.com/2011/09/gent-na-de-koornmarkt-is-stadshal.html

dinsdag 20 september 2011

Madrileens curiosum (3); Fundación Carlos de Amberes

Het aantal 'landgenoten' dat vanaf de vijftiende eeuw richting Spanje trekt, is enorm. Eén van die lieden is Karel van Antwerpen. Hij doet het er goed als koopman en in 1594 vermaakt hij zijn vermogen aan de stad Madrid. Karels opdracht luidt dat het roerend en onroerend goed gebruikt moet worden voor de ontwikkeling van een gasthuis. Dat moet onderdak bieden aan inwoners uit de toenmalige Zeventien Nederlanden. Dat gebied telt dan ruwweg het rijksgebied van de huidige Benelux, een deel Noord-Frankrijk en pietseltje Duitsland. Van Antwerpen sterft in 1604.

Mensen uit de Lage Landen die in Madrid onderdak kunnen krijgen, zijn pelgrims. Of nooddruftigen die het - zo ver van huis - om de een of andere reden tegen zit. Daarmee wordt Van Antwerpen de oprichter van een 'Nederlandse' charitatieve instelling in de hoofdstad van het Spaanse wereldrijk waarvan de noordelijke provincies dan onderdeel zijn. Na hem zijn er ook anderen die het geheel van gasthuis en kerk schenkingen doen. Een daarvan is Jan van Vucht, in wiens opdracht Pieter Paul Rubens een schilderij maakt van de martelaar Sint-Andreas, naamgever en beschermheilige van het complex 'San Andrés de los Flamencos'.

Aan met name Belgische inspanning is het te danken dat de Stichting Karel van Antwerpen de 19de eeuw overleeft. In 1877 worden een nieuw gasthuis en godshuis geopend, nu aan de calle Claudio Coello, de plek waar nu (nog) de Stichting zetelt op nummer 99. Een fenomeen: een stichting die zo lang al weet voort te leven.

Inmiddels is die 'Fundación Carlos de Amberes' een culturele instelling onder de bescherming van de Belgische, Nederlandse en Franse regeringen. In de loop van de jaren heb ik er prachtige studies kunnen kopen over de Spaans-Nederlandse tijd, zoals het hier afgebeelde werk over de koninklijke 'hofkapel'.

Het gebouw van de stichting ligt in de wijk Salamanca, een voornaam aandoend deel van Madrid. Ga maar met de metro, want parkeren is welhaast onmogelijk.

Grappig genoeg kom ik bij het schrijven van deze blog het bericht tegen over een vorige maand verschenen boek met als onderwerp 'opmerkelijk en geheim Madrid'. Het staat vol met voor het publiek toegankelijke bijzondere plekken. Deze uitgave 'El Madrid insólito y secreto' is geschreven door Verónica Ramírez Muro. Ook deze uitgave vermeldt het eerdergenoemde schilderij van Rubens. De bijdrage bevat een ander jaartal rond de stichting van de Stichting.

Over de stichting: http://www.fcamberes.org/


Over het boek: http://buscandoladolaverdad.blogspot.com/2011/08/el-madrid-insolito-y-secreto.html


















































maandag 19 september 2011

Bossche taal (9); 'n bietje schèlle

Voet bij stuk houden, het 'niet afgeven'. In het Bosch sta je dan 'op oew ponteneur', op je 'point d'honneur'. Iemand die dat doet, wil zijn of haar mening, inzicht, kwaliteiten gerespecteerd zien. Op dat moment heeft een andere partij daar kennelijk lak aan. De situatie raakt gespannen en het is geen 'klaor goeie botter' meer. De getergde stadsgeno(o)t(e) 'Lot nie mee z'neige of d'reige speule'. Tuurlijk niet. 'Koeienere' is er niet bij. En als ze niet ophouden te 'steuke', dan wordt het 'bènze', vechten, of misschien wel 'bonje in 't strùtje', herrie in de straat. Als die smiechte over jou liggen te 'kwaoitonge' dan zul jij ervoor zorgen dat die roddelaars 't moeten 'besniete', bezuren. 'Peur' heb je niet voor dat stelletje 'spèknèkke'. 'Blauwvèrvers' zijn het, kaaljakkers die het hoog in hun bol hebben. 'Grôôtbèkke'; daar ben je niet bang voor. En dan ook nog eens 'din hillen dag' over een ander staan te 'mauwe', ook nog ook nog: 'sjeloers' zijn ze. Dat is het. Ze 'hebbe 'nne grôten bèk, mar eiges gin flikker in de kiet'. En maar 'strije' en maar 'stèggele', steeds weer in de 'contramien', stelletje azijnpissers. Dat ze toch 'as de verrèkenis oplazere', die 'dondervèrrekes', 'verrèkelingen', 'pokkejong'. Dat ze doodvallen. Ze zijn lucht voor je, sterker nog: 'ze kunne-n-oe d'n bout hachele'! Vooral die ene brutale donder: een aterling is het. Hij ligt de hele groep 'op te nèèie', die verdomde 'kutjanus'. Een loeter, doerak en klootjevan die ze met 'z'nnen astrante kop' tussen de bankschroef moesten zetten. En dan aandraaien. Met dat smoel van z'n moeder d'rbij, die 'hemelhoer', dat 'femelwijf'. Mooi doen in je gezicht, 'mar meepesant'. Zo is ze. 'Dè heet ze van gin vrimde', want ook zij kwam uit een nest dat niet deugde. 'Een rauw-schouw huishouwe', dat was 'hare thuis'. Vader dronk en moeder stonk. Vooral zij, dat ouwe wijf, 'de opoe van 'dè minne mènneke dus', die 'hèrreketèk', nou die 'deugde van gin kante'. Ze was een vuile 'vètkaoi'. En 'dieje vent van d'r' was een verlopen 'vètkees'. Een 'sjap'. Hij deed zich voor als een 'Jan-stap-netjes', als 'nnen hille meneer', maar het enige waar hij echt meester in bleek, was 'jèppe'. Hij zoop 'as 'nne ketelbuter'. Geen wonder dat er van hun kinderen niks terecht kwam: naar die 'bloeikes van jong' keken ze nooit om. Die werden niet 'opgevoeierd'. Ach, weet je, door zo'n familie loopt gewoonweg 'n striepke'. Maar dan toch, ze moeten zich 'fesoendelijk' gedragen. Zo niet, dan komt de 'plisie', en met de 'woute veur d'n deur' van hun huis, staan ze wel mooi 'verschut' voor de buurt. En gelijk 'schèlle' tegen die platte petten. Dus huppekee, konden ze mooi mee naar de 'woutekiet'. Nou ja, ze doen maar, jij houdt voet bij stuk, ze maken 'jouwe zeik nie lauw'. Blijf maar op je ponteneur staan.

vrijdag 16 september 2011

Madrileens curiosum (2); 'Descalzas Reales'

Een warme dag in Madrid en we gaan vroeg op pad. Te voet. Om de een of andere reden blijkt het Koninklijk Paleis gesloten. We bezoeken de nabijgelegen Catedral de Santa María la Real de la Almudena de Madrid. Het godshuis is even omvangrijk als zijn naam. Dan lunchen we in de schaduw van een terras met een fantastisch uitzicht op de Campo de Moro. Deze paleistuin annex park meet twintig hectaren. De naam is later 'bedacht'. Ze moet de herinnering vasthouden aan de verovering van Madrid door de 'Moren'. In die tijd stelde Madrid nog nauwelijks iets voor. Omdat de stad geen Romeinse geschiedenis kent, is elke verwijzing naar een belangwekkend verleden natuurlijk de moeite waard in het kader van de stadspromotie.

We slenteren terug richting het Koninklijk Theater en de Opera. We komen door de 'Tuinen van Lepanto' en de straat die naar die beroemde zeeslag in 1571 verwijst. Eigenlijk willen we siësta gaan houden in het hostal. Als we een pleintje passeren, zien we op een bord dat we voor een museum staan. Dat moet zich achter de ogenschijnlijk grauwe façade bevinden. Een klooster eigenlijk: el Monasterio de las Descalzas Reales., ongeschoeide nonnen uit adellijke kringen. Er staan al wat mensen voor de deur te wachten. De toegang blijkt gelimiteerd en wij gaan ook netjes in de rij staan. De zon brandt in mijn nek en ons water is bijna op. Voorwaar geen sinecure. In ons handboek blijkt deze bezienswaardigheid niet vermeld te staan.

We prijzen ons gelukkig als we na lange tijd eindelijk de poort zien open gaan en ook wij naar binnen mogen. Koel, is het er. Lekker koel. De vrouwelijke gids heeft ons buiten al te verstaan te geven dat de rondleiding alleen in het Spaans gegeven wordt en dat wij absoluut niks mogen zeggen. Dat laatste is gemakkelijk want het interieur is adembenemend. Alsof ik een Antwerps patriciërshuis binnenstap met een overdaad van Vlaamse meesters aan de muur.

Ooit woonden hier keizer Karel V en zijn vrouw Isabella van Portugal die er in 1535 beviel van hun dochter Johanna. Deze jongere zus van Filips II veranderde in 1557 dit stadspaleis in een klooster voor ongeschoeide franciscanessen. De culturele bagage van deze religieuze woning is voor een groot deel te danken aan de voormalige koninklijke familie en aan de 'bruidsschat' van de ingetreden - vaak rijke - nonnen. Een voorschrift voorkwam dat zij in mindere tijden wandtapijten, schilderijen en andere kunstvoorwerpen verkochten.

Dit klooster is het best bewaarde geheim van Madrid. Nou ja, nu dan niet meer dus.

woensdag 14 september 2011

Madrileens curiosum (1); Templo de Debod

Madrid is een massale stad. Tijdens een verblijf van jaren zul je nog niet alles kunnen zien en ontdekken. Gekke plekken zat. Stel je voor: net gearriveerd bij ons hostal in de Calle de la Cruz komen we tijdens een 'ommetje' bij de Plaza de España.

Ik vind het een 'bijeengesprokkeld zootje'. Het standbeeld met de helden van Cervantes staat verweesd voor een kolossaal gebouw dat is opgetrokken in de beste traditie van de communistische suikertaartarchitectuur. Ik vergis me, zie ik later: de stijl van dit Edificio España heet neo-barok. Dezelfde gebroeders Otamendi die hiervoor tekenden, mochten later nog een keer de keuken in en dat werd dan de aanpalende Torre de Madrid. Alles bijeen een mislukte imitatie van de New Yorkse Upper West Side.

'Voor die waanzin kom ik niet uit Nederland gevlogen', vervolg ik mopperend mijn weg. We lopen de 'Tuinen' door en steken over naar de volgende groene oase, het Parque de la Montaña. Het is uitkijken geblazen op de drukke weg. Terwijl we ons naar de overzijde haasten, zie ik vanuit mijn ooghoek een opmerkelijk ensemble gebouwtjes. Pas onder de bomen heb ik echt tijd om te kijken.

Op de afgeronde heuvel staan optrekjes die me heel even doen denken aan Maya's en Inca's. Da's hier geen bizar idee. Dan valt mijn mond open van verbazing: een Egyptische tempel in het hart van Spanjes hoofdstad. Ook geroofd zoals de obelisk van Parijs?

Het blijkt om een geschenk uit 1968 te gaan. Een bedankje van Egypte voor de Spaanse 'kunstbeschermende' inspanning tijdens de bouw van de Aswan Dam. Die waterkering zou een deel van de aanwezige heiligdommen en ander cultureel erfgoed onder water zetten. Er werd toen met de hulp van de Spanjolen een en ander verplaatst. 'In het veen kijkt men niet op een turfje', mompel ik. In elk geval is het tempeltje van Debod dat hier tussen 1970 en 1972 werd herbouwd, wel erg ver afgezwaaid. Op het bord lees ik dat op deze plek eerder een kazerne stond die tijdens een volksfurie werd neergehaald.

De aanwezigheid van dit 'corpus alienum' in de Spaanse metropool slaat als een tang op een varken. Ik laat me op de foto zetten en denk 'Als Mozes niet naar de berg gaat, komt de berg wel naar Mozes'. Egypte loopt echt niet weg. Na een tweede rondje langs dit rariteitenkabinet prijs is de Madrileense volkswoede. Dit punt is grandioos: wat een uitzicht. En bij nader inzien 'doet dit heiligdom het hier wel prima'. Mijn dag is weer helemaal goed. Zeker bij de gedachte dat het smaakvol ingerichte 'Museo del Jamón' aan de Gran Vía zich op onze weg naar 'huis' bevindt.