maandag 30 april 2012

Königinnentag


30 april 2012: Koninginnedag in Aken. Hier een gewone dag, een werkdag. En zoals je als kaaskop op je klompen kunt aanvoelen: veel landgenoten. Reguliere meivakantiegangers en ontvluchters, zoals wij. Trouwens, de Duitsers die hier rondlopen, kunnen ook best vrij hebben. Een brugdag naar 1 mei, iets wat zij dan weer wel vieren. Wij Nederlanders maken van  de Dag van de Arbeid tenminste echt een arbeidsdag.

De majesteit zal thuis weer twee gemeentes bezoeken. Geen idee waar ze toegezongen gaat worden. Dit jaar heb ik geen gespeculeer gehoord over de aankondiging van een mogelijke troonsafstand in de nabije toekomst. Lex mag nog in het voorgeborchte blijven. Of 'moet'. Misschien maar beter zo. Als ik 'm spontaan achter een microfoon zie gaan staan, knijp ik in een reflex de billen samen. Onvoorspelbaar wat ie nou weer zal gaan zeggen. Zijn vrouw heeft hem ooit vergoelijkend 'een beetje dom' genoemd en het krediet dat hij daarmee kreeg, is wat mij betreft opgebruikt.

Aken was ooit de stad van een geëerd vorst. Karel de Grote, zowel Rooms als een ijzervreter. Toen kon die combinatie van hemelse en wereldlijke glorie nog. In de terminologie van Wilders was hij ongetwijfeld een heidenmepper en een pestkop van minderheden. Toen.

Anno 2012 worden deze kwaliteiten wat genuanceerder bekeken. Mocht onze koningin op haar cadeaulijstje bijvoorbeeld een puur christelijk Nederland hebben staan, dan betekent dat wel haar abdicatie.

Als we in het zonnetje door het centrum van Aken keutelen, bedenk ik me dat Karel de Grote zijn oude keizerstad niet meer zou herkennen. Da's niet zo vreemd, want hij leefde meer dan veertien eeuwen geleden. En zeker de Tweede Wereldoorlog heeft het aanzien veranderd. De kathedraal heeft heel wat eeuwen overleefd. Het interieur vind ik van een uitzonderlijke schoonheid. De directe omgeving van dat godshuis bevat veel herinneringen aan de grote vorst. Wij volgen een aan hem opgedragen route.

Aken is eigenlijk 'net om de hoek'. In het stadsbeeld vallen bij winkels Nederlandsklinkende namen op: Leffers, Jansen, Vanderlooy, Engels, Van den Daele. Bij de Markt hangen oranje ballonnen. En ook zien we posters met aankoopkorting vanwege 'Königinnentag'. Morgen op 1 mei komen veel Duitsers en Belgen de grens over. Hangt onze middenstand dan ook een aanbieding buiten? Ik zal d'r 's op gaan letten.


zondag 29 april 2012

Moeder schrijft


Als ik zowat vier ben, gaat mijn oudste zus met de boot naar Singapore. Haar verloofde verblijft daar al voor zijn werk. Kort na haar aankomst trouwen ze.

De dag van haar vertrek balanceert op de rand van weten en niet weten. Ik denk dat het mijn oudste herinnering is. Ma blijft met mij thuis, de anderen gaan mee naar de Willem Ruys. Moeder is ontroostbaar. Er komen tantes en buurvrouwen en ma’s verdriet loopt over de rand en raakt mij. Tegelijkertijd besef ik amper dat mijn zus weg is.

Die dag tekent voor jaren mijn ideeënwereld. Het grote schip dat weken nodig heeft om die verre stad te bereiken, wordt mijn icoon voor 'gaan missen'. Wie met die boot wegvaart, komt nooit meer terug. Missionarissen, bijvoorbeeld. Waar mijn zus woont, is het tropisch warm. Misschien heeft ze wel zo’n helm op. Er wonen beslist ook negers, want paters met tropenhelmen die weg gingen met de Willem Ruys wonen bij de zwarte mensen. Om ze te bekeren. En als mijn ma na een aantal maanden verheugd vertelt dat ik oom word, reageer ik afwijzend. Ze heeft mijn kennelijke reactie later nog vaak herhaald: ‘Ik wil geen oom zijn van een zwart kindje'.

Al jong aan het discrimineren? De cultuur heeft nog geen vat op me gekregen. Bovendien weet ik amper wat zwarte mensen zijn. Hooguit uit 'Puk, Muk en Moortje'. En voorgelicht ben ik natuurlijk ook niet. Wat ik wel door heb, is dat mama schrijft. Regelmatig zit ze aan tafel, met speciaal voor de luchtpost aangeschaft lichtblauw flinterdun postpapier. ‘Air Mail’, staat gedrukt op de envelop. Ze schrijft. Een goede oefening, want later vertrekken nog twee dochters naar het buitenland. Behalve 'kroonkolonie' Singapore worden ook Casablanca, Bergamo, Teheran en Mexico City bekende werelden. Ze schrijft en schrijft. En natuurlijk komen er brieven terug. Ook mijn zusjes schrijven; in ons gezin dan een klus voor de vrouwen.

Twintig jaar schrijven om de afstand te laten krimpen of een brug te slaan. Schrijven om de ander aanwezig te laten zijn, al is het een illusie. Bijpraten per brief, in de wetenschap dat het eenrichtingsverkeer moet zijn. Schrijven om het gemis te verzachten. Om duidelijk te maken dat er ver weg iemand is die aan je denkt. Blauw postpapier om getuige te zijn van de dingen die je niet kan zien.

Later grijp ik ook naar de pen, zoals een dorstige naar het glas. Mateloos veel brieven, via de post, per e-mail. 'Voor wie ik liefheb, wil ik schrijven', met dank aan Neeltje Maria Min. Tekens van genegenheid. Een overvloed aan woorden, als bevestiging van wat tussen mensen bestaat en er even niet kan zijn. Een bezwering voor de toekomst.

'Geluk is het verlangen naar herhaling', weet Milan Kundera. Met een brief staat de afzender in de wacht.





 

donderdag 26 april 2012

Salamiparadijs

Emilia en familie runnen een slagerij. Niet zo maar een vleeswinkel: een delicatessenzaak, vernoemd naar de overleden vader. Hun 'Bottega di Pepo' maakt de lekkerste salami van Caravaggio. Bijvoorbeeld van varkens die ze op een eigen boerderij grootbrengen. Mooie, zachte salami van uitstekende smaak. Ik ben nog verzotter op de varianten waarvoor ze het vlees van paard en ezel gebruiken. Moeilijk verkrijgbaar in Nederland. Weekhartig zijn we geworden, want paarden zijn 'edele dieren'. We geven ze een hoofd en benen en je draait ze niet door een vleesmolen. Zeker niet voor de ogen van liefdevol ponyborstelende schoolmeisjes. Zo gauw die tieners koeien gaan wassen, verdwijnt ook het rundsvlees van tafel. Overigens: wie van kroketten en andere snacks houdt, eet paard.

Caravaggio bevindt zich 1.100 km van Den Bosch. Ik fiets er dus niet even naar toe voor een onsje 'sesies'. Gelukkig woont mijn neef daar en bij hem thuis eten ze dat spul ook graag. Hij is mijn 'dealer' geworden, om het zo te zeggen. Inderdaad: naast die aan chocolade, heb ik ook een salamiverslaving. De portie die hij me een maand terug bezorgde, was zo op. Een paar dagen geleden kon ik in eigen persoon de voorraad aanvullen. Bij Emilia zelf, die 'de hap' vacuüm verpakte 'voor onderweg'.

Salami maken is een kunst. In mijn ogen moet de massa tijdens het snijden dreigen uiteen te vallen. Dan hebben de worstmakers geen 'hechtmiddel' gebruikt. Dat spul – van prima kwaliteit overigens, bereid uit koeienmelk – vindt vooral toepassing bij de industriële productie van vleeswaar, tabletten, bonbons. De 'Bottega di Pepo' werkt op ambachtelijke wijze en daarbij is het niet nodig om de samenstellende delen aaneen te plakken met melkpoeder. Emilia staat mij toe voor een moment de bewaarruimte annex showroom van haar culinaire specialiteiten te betreden. Ik maak een foto van het salamiparadijs en ervaar mijn aanwezigheid daar als een plechtig moment.

De volgende morgen vlieg ik naar Airport Eindhoven. Met in mijn rolkoffertje de salami met Emilia's keurmerk. Thuis leg ik deze delicatesse in de kelderkast. Want ik weet: wachten maakt de honger groter. Een mooie gedachte.

woensdag 25 april 2012

Nelly jarig (4); 'aan tafel'

Vandaag 24 april is mijn zus Nelly jarig en al heel de nacht komt de hemel naar beneden. Van regen, harde wind en zelfs onweer heb ik niets gemerkt: goed geslapen. In elk geval baggerweer dat het plan schrapt om Milaan te bezoeken. Doezelen.

Zus, man en kinderen wonen sinds juli 1967 in dit land. Nederland is in al die tijd voor niemand verdwenen. Al is het maar dat drop, boerenkool, nasi en meer van dit soort basale zaken nog steeds populair zijn bij 'onze' landverhuizers. En dan vandaag zoiets als de verjaardag van Nelly: die wordt hier en famille gevierd. Het was toentertijd - zegmaar - een ontdekking dat Italianen meer aandacht geven aan iemands naamdag, de ‘onomastico’. En later nog dat 1 mei hier een serieuze 'feestdag' is, tweede pinksterdag ontbreekt en Sinterklaas niet bestaat.

De naamdag is geworteld in de katholieke achtergrond van dit land waar 'iedereen' rooms is. Of in elk geval was. Dus voor alle Anna's die hun roepnaam danken aan de H. Anna, is 26 juli - de dag die aan deze heilige gewijd is - een gedenkwaardig moment. Gedenkwaardiger hier dan de eigen verjaardag. Een vreemde gewoonte voor ons Nederlanders en tegelijkertijd 'acceptabel' voor wie in de Bossche St.-Jan een kaarsje opsteekt bij Maria, de dochter van de heilige Anna.

Mijn geëmigreerde familie is een soortement tweesporenbeleid gaan ontwikkelen. Zeker toen 'de aanhang' groeide en er kleine halve-Italiaantjes op de wereld gezet werden. Dus heeft mijn zus de naamdagen van haar kleinkinderen op de kalender staan. En viert die generatie vandaag oma's verjaardag zoals de 'Nederlandse' jong dat doen.

Dus gaat heel de bubs 's avonds om 20.00 uur aan tafel in een restaurant 'om de hoek'. In Nederlandse ogen een overbelichte gelegenheid waar het er informeel aan toe gaat. Waar niet meteen een scholier voor je neus staat met de vraag dan wel bevel: 'Wat drinken?' Waar het bedienend personeel de menukaart uit het hoofd kent, niks in de keuken hoeft te gaan vragen en nog gewoon de pensioengerechtigde leeftijd kan bereiken. Ook vanavond heb ik overigens weer het gevoel dat in een restaurant als dit alleen familieleden werken.

Mijn zus krijgt cadeautjes en is duidelijk ma en oma, 'la mamma' en 'la nonna'. Niemand die het in zijn of haar kop haalt om 'Lang zal ze leven' te gaan zingen'. We eten, drinken, kletsen en als Italianen een eigen woord voor 'gezellig' zouden kennen, is dat zeker van toepassing zijn op deze bijeenkomst.

Ik bevind me in de schoot van mijn familie en geniet enorm van wat dit allemaal betekent. Proficiat zusje!

Met Google is het zo gevonden: de naamdag van mijn zus wordt gevierd op 29 juni. En die van mij? Ook opgezocht: 13 juli. Nooit geweten; weer wat geleerd: zo verlegt reizen de horizon.
 

dinsdag 24 april 2012

Nelly jarig (3); 'koesteert'


Maandagmorgen in Bergamo op kantoor met nicht en neef sloten thee zitten drinken. Vervolgens traag te voet door de benedenstad - er blijkt toch steeds iets nieuws dat om aandacht vraagt – en daar breekt me die hoeveelheid Earl Grey op. Ik ga een overheidsgebouw binnen waar carabinieri ontspannen de wacht houden. Op beleefde aanwijzing blijkt een toilet via de binnenplaats bereikbaar. De overheidsdienaar heeft zijn hoge baret op het bureau liggen en ik stel me de vraag ‘Wat is de stokmaat hier voor een aspirant-carabiniere?’ In Italië voel ik me altijd groter dan thuis.

Deze cour bevat ook een mooie beeldentuin. Het zijn dezer dagen vooral de verborgen patio's en binnenpleintjes die me interesseren. Het land barst ervan en voor de meeste exemplaren bevindt zich een gesloten poort. Sommige gunnen via luik of deurtje een blik op tuin, parkje of privé- parkeerplaats. Op deze maandagmorgen staan er wat open en ik fotografeer met de ijver van een Japanse toerist.

Lunch bij zus en zwager. Ons Nelly wordt morgen 81. 'Vroeger gaven we oma Pietje elk jaar maar weer eau de cologne', haalt ze onder het eten aan. 'Waarom doen we dat, vroeg ik dan steeds onderweg. Tja, wat moet je op deze leeftijd als cadeau voor mensen verzinnen?' Ik weet wat ik uit Nederland voor haar meegenomen heb. 'Daor zulde gij nog van opkijke', denk ik stilletjes gniffelend.

'Honderd worden hoeft nou ook weer niet. Nog een tijd doorgaan is prima', vervolgt ze later in de keuken. 'Elk jaar gaat er weer een centimeter af', zeg ik. 'Dus dat kan bij jou nog wel wat lijden. Je weet wat ons moeder zei over groeien op een bepaalde leeftijd'.

'Ja', zegt mijn grote, kleinere zus. 'As 'nne koesteert omlaag'.

Later die middag maakt mijn oudste nicht bij haar thuis een foto van haar moeder en oom. Als ik het resultaat zie, roep ik: 'Ziede wel, in Italië ben ik echt grôter as thuis!'

maandag 23 april 2012

Nelly jarig (2); de pantoffelparade


Een van de dingen die ik steeds weer waardeer in Italië is de pantoffelparade. Sinds mijn aankomst zaterdagmiddag om 15.00 uur heb ik al twee keer 'fatto la vasca'. Oftewel heb ik 'baantjes getrokken' op het daarvoor aangewezen circuit. In Bergamo is dat het traject Sentirone – Piazza Pontida. En in Crema de hoofdstraat, ongeveer van stadspoort tot stadspoort.

Meedoen aan de pantoffelparade stelt weinig eisen aan de deelnemers. Tegen 17.00 uur gaan de eerste lopers op weg, in een rustig tempo. Het is de bedoeling om in gezelschap van anderen zo veel mogelijk te lopen kletsen, anderen te zien en door anderen gezien te worden. Die trage trein heeft een sociale functie die verder reikt dan 'Weet je wie ik zag?' De deelnemers laten boodschappen achter en ze nemen ‘en passant’ signalen van anderen op.

Vanmiddag heb ik me in Crema laten vertellen waar je tijdens de pantoffelparade als expert op kunt letten. Ik ben geen expert, dus zie ik niet welke mannen en vrouwen welke schoenen of broeken dragen en wat dat dan wel niet betekent. Zoals gewoonlijk kom ik ook nu niet verder dan de conclusie dat in mijn ogen de mensen vooral geweldig verzorgd gekleed zijn. En dat ze daarmee 'ons Nederlanders' degraderen tot de categorie 'wandelende aardappelzakken'. Basta cosí. De echte kenner kan nog zeggen waar die kleding vandaan komt, wat dat kost, en wat dat toevoegt aan de modegevoeligheid en de status van de drager.

Ik kan er me niet op concentreren. Vooral ook omdat ik met het fototoestel in de weer ben en mijn ogen steeds afdwalen naar wat van de gebouwen af te lezen valt. Ook in de architectuur is mijn achternichtje een expert. Niet verwonderlijk, want dat is haar professionele expertise. Crema behoorde eeuwen tot Venetië. Da's goed te zien aan de leeuw die overal uitgebeiteld de stad siert. Waar ik vooral naar moet kijken, zijn de balkonnetjes. Die blijken overal in rijke mate aan de gevels aanwezig. Zo normaal is dat niet, hoor ik. Ze zijn een typisch Venetiaans verschijnsel. Een post om van daaruit de zee in de gaten te houden. En dan vooral de schepen die de eigenaren rijkdom brachten.

De pantoffelparade is een fenomeen dat ik verbind met alle zuidelijke streken. Met zonnig weer. Met een cultuur waar het maaiveld ook een gewaardeerd speelveld is. Want hoe serieus ook: ik besef dat deze lopende vergadering een spel is.

Naar goed gebruik zoeken we in de hoofdstraat de beste ‘gelateria’ op om even later onze ijsjes in het zonnetje op te peuzelen, terwijl de parade in rustig tempo gewoon voortgaat van keerpunt tot keerpunt.


zondag 22 april 2012

Nelly jarig (1); 'Ha bruur'

Binnen 20 minuten bij Vliegveld Eindhoven en nog eens drie later al door de controle. Met precies 9,8 kg: Ryanair hè, ik heb thuis 'voorgewogen'. Onder het wachten overweeg ik maar weer 's de voordelen van een klein vliegveld in de buurt. Niet letterlijk mijn buurt, want ik lees regelmatig over de acties van omwonenden bij alweer uitbreidingsplannen. Duidelijk geval van NMBY.

Sinds de directe verbinding met Milaan Noord is de reisafstand tot mijn familieleden in Italië gekrompen tot een flink uur. Zeker ook omdat de bestemming in feite Bergamo is, de plaats waar ik vandaag mijn zus hoop te verrassen met mijn onverwachte komst. Nou is dat de laatste jaren zo'n beetje een traditie geworden, rond haar verjaardag. Dus zo onverwacht hoeft dat nou ook weer niet te zijn. En met haar intelligentie is niks mis. In ons laatste wekelijkse telefonische contact heb ik niks laten merken. Misschien speelt ze gewoon het spel mee: 'Ha bruur. Gij hier? Wa'n verrassing'. Vediamo, we zullen wel zien, dadelijk.

Gran Canaria vertrekt. Even later Gdansk. Veel Chinezen in de wachtruimte: waar gaan die heen? Even later staan die in de rij naast mij. Plus een groep jonge meiden, zo weggelopen uit 'Shopping Queens'. Of die werkelijk de beroemde Milanese Via Napoleone halen, is de vraag. Het gros van die lui steekt gewoon over naar de enorme 'mall' bij Orio de Serio om daar de inkopen te doen. Ik daar wel eens een paar bergsokken gehaald.

Met een uur vertraging in Lombardije. Veel sneeuw op de Vooralpen. Mijn neef rijdt me naar zijn ouderlijk huis waar hij zijn komst aankondigt via de intercom. Het hek gaat open en ik ga alleen de trap op. De deur van het appartement staat open en ik loop de hal in. Mijn zus hoor ik in de keuken praten. Aan haar stemgeluid te horen komt ze deze kant heen. 'Het theewater staat al op', terwijl ze de gang in loopt. Dan ziet ze me staan: 'Gij bent ok 'nne mooie', gevolgd door de naam van haar zoon. 'Ha bruur'. Gewoon weer de vertrouwde taal van thuis.

Er is hier overigens niet veel dat me aan thuis doet denken. Hoewel het gesprek 's avonds,  aan tafel met het gezin van mijn neef, dat wat relativeert. Tenslotte is bij ons de postbezorging ook een puinhoop. En treinen rijden ook niet op tijd. Op dat moment is het spoorongeluk van een paar uur daarvoor nog onbekend. Halverwege mijn pittige pizza - sputafuoca: vuurspuwer) sms't mijn vrouw: kabinet gevallen. Mijn familie tipt Silvio Berlusconi als opvolger voor Rutte. 'Die loopt nu toch werkloos rond', luidt de motivering. Nou, zo Italiaans hoeft Nederland nou ook weer niet te worden.

Later hoor ik dat Wilders weggelopen is uit het Catshuis. Is dat een bericht van 'Opsporing verzocht'. Heeft iemand een vindersloon uitgeloofd? Ze zoeken het maar uit in Nederland: dinsdag is mijn zus jarig.