vrijdag 14 april 2017

Dagboek VS (15); 8,11,15, 4.002 en weer thuis

30/03  Laatste dag van deze trip. We ontbijten bij La Fuente, een bakkerij-restaurant aan de overkant van de snelweg. We waren er eerder, de dag na aankomst 14 dagen geleden. Het wordt geleid door jonge mensen uit Venezuela en Colombia; de voertaal is Spaans. Gisteren luisterden we onderweg naar de Spaanstalige zender van Orlando: totaal andere muziek dan op de Engelstalige, onderbroken door dezelfde reclame. D.w.z. dezelfde producten en diensten, met voordeel, besparing en cash in het handje, op dezelfde zeer opgewonden manier aangeprezen, weliswaar in het Spaans.

Daarna pakken we de laatste dingetjes in de koffers, zetten de bagage in de auto, checken om 11.00 uur uit en wachten tot we digitaal kunnen inchecken voor de vlucht. Dat kan pas na 14.15 uur. Het hotel heeft een flink eigen park, waar we aan het water de rest van de ochtend doorbrengen. In de schaduw: de zon brandt en de temperatuur loopt snel op richting 32°C.

Het is aangenaam toeven onder een exemplaar van de 'live oak' (quercus virginiana), de eik (met Spaans mos) die volgens de info van het bezoekerscentrum dat we gisteren bezochten, het symbool is voor 'the Old South'. We snappen waarom in de loop van de jaren zoveel gepensioneerden uit de koudere staten hier zijn gaan wonen. Op 17 maart bezochten we Vista del Lago, een park aan de overzijde van dit hotel, waar in een bewaakte omgeving een grote concentratie senioren woont. Hopelijk weten de bewoners zich in zo'n omgeving zinvol bezig te houden. Ik realiseer me dat het zoeken naar de zinvolheid van het bestaan niet iets hoeft te zijn wat op iedereen drukt.

Bij het terugbrengen van de auto, een heerlijk ruime witte Chrysler, blijkt dat we 4.002 km hebben afgelegd sinds onze aankomst op de avond van de 16de maart. Gelukkig is de benzine in dit land nog steeds goedkoper dan thuis: ...

Als de koffers zijn ingeleverd, is de gang door de douane zo gepiept. Waarna ons op deze dag opnieuw een periode van 'rust' wacht tot het moment dat we aan boord kunnen. 

De afgelopen weken trokken we door acht staten en sliepen we in 11 verschillende hotels. De reisinformatie van aanbieder TravelBird was uitgebreid en gedetailleerd. Alle reserveringen klopten. Het onderdak in Nashville vormde een smoezelige, gehorige en 'uit de loop gelegen' uitzondering in de reeks prima adressen.

Ook tijdens deze derde roadtrip in de VS mochten we een aangenamer rijgedrag ervaren dan in ons land. Mogelijk heeft dit ook te maken met de vierkante meters die de wegenbouwers hier krijgen in een omgeving waar de ruimte enorm lijkt. Waarschijnlijk ook met een ander soort discipline: afstand houden, op de eigen rijbaan blijven, de aanwezigheid van een uitgebreide letselschadeadvocatuur. Een optelsom van deze en andere zaken. Geen opgewonden standjes tegengekomen. Twee keer horen claxonneren (in het stadsverkeer; misschien kenden 'ze' elkaar).

Als je het systeem eenmaal door hebt, valt de weg goed te vinden. Zeker als naast de chauffeur een co-pilot zit die een grote vaardigheid heeft ontwikkeld in de bediening van Maps.me. Dit programma gebruiken we nu een aantal jaren bij het wandelen, fietsen en rijden. Satellietgestuurd (dus zonder internetverbinding) stuurt het je zo goed als feilloos tot over de kleinste weggetjes. Wordt dan toch per ongeluk een verkeerde afslag genomen, dan komt er prompt een aanpassing van de route.

Het vliegtuig naar Dublin is lang niet vol en met wat verschuivingen kunnen we allebei zeer ruim zitten tijdens de nachtvlucht. Ik zet de tijd op tijdszone Dublin en dan is het ineens 02.00 uur, een geschikt moment  voor het avondmaal: kip, groente, rijst, (een variatie op) Schwarzwalderkirsch. Lekker. Veel muziek en proberen te pitten. Hazenslaapjes en het lukt om op enig moment een flinke ruk te maken. Netjes op tijd wakker voor het ontbijt van 08.00 uur; nog anderhalf uur tot Dublin. Ik stap over op Gloria Estefan, tenslotte woont die ook in Florida. Wij spraken op het vliegveld van Orlanda een Schots echtpaar. Die twee hadden net na 25 jaar hun 'winter'woning in Florida verkocht; ze werden toch ook wat ouder. En de komende keren gingen ze huren. En nou ja, die verdikkeseme Brexit had de waarde van het Engelse pond ten opzichte van de dollar wel mooi geknepen. En er waren best veel Floridanen die de toenemende aanwezigheid van Spaanssprekenden met zorg bekeken, waarop de Schotse vrouw had gereageerd met: 'Die waren er eerder dan jullie'. Een paar uur wachten op het vliegveld van Orlando maakte duidelijk dat die tent niet zou kunnen draaien zonder het werk van de latino's. Opnieuw vermoed ik dat 'witten' uit Florida niet staan te trappelen om daar in de schoonmaakploeg, de passagiersondersteuning, de surveillance te gaan werken. Ierland verschijnt aan de horizon; eens op de e-reader zien of Wallander inmiddels verder gekomen is met zijn moordraadsel.

Geen idee hoeveel Ieren naast het geïmporteerde Engels ook nog het eigen Gaelic machtig zijn. In elk geval is de bewegwijzering op het vliegveld in beide talen aangebracht. Aer Lingus, de naam van de maatschappij waarmee we vliegen, betekent 'de taal van de lucht'. Wij gaan richting 'Naisc Eitilte' / 'Flight Connections'.
In het vliegtuig naar Schiphol kan de klok weer een uur vooruit. Achter in het vliegtuig zit een groep uitgelaten Ierse vrouwen en mannen: al helemaal in de stemming voor een weekend stappen in de hoofdstad. Een stewardess komt vriendelijk vragen of het wat rustiger kan.

Als we in de trein Schiphol - Den Bosch zitten, staan er schapen in de wei en de bomen in bloei, om het ‘Dagboek VS’ met een gewaagde zeugmastijlkronkel af te sluiten.


donderdag 13 april 2017

Dagboek VS (14); Eindelijk een alligator

29/03  In 2002 reden we door de staten Oregon en Californië. Bij de route van Portland naar San Diego ging ter hoogte van San Francisco de snelweg langs de westkust de rode draad vormen: links land, rechts strand. De oostkust van de VS die we nu richting het zuiden volgen, is veel minder strak opgebouwd: een groot aantal rivieren zorgt voor een gelardeerd geheel met delta's, estuaria, getijdegebieden, inhammen, schiereilanden, lagunes, baaien, kreken. Het woord 'hafkust' komt bij ons bovendrijven, waarbij langgerekte en smalle stroken duinen/zand die parallel aan het land 'meelopen', binnenzeeën vormen. We zien die 'ruggen' vanuit de auto: hoge palmen op een witte ondergrond.

Van dat afwisselende landschap krijgen we een zomers aandoende indruk tijdens het gedeelte Charleston - Savannah - St. Augustine. Vanuit die derde stad gaan we vandaag redelijk vroeg op pad richting Merritt Island National Wildlife Refuge om een deel van de kust te gaan bekijken waar water en land voor een delicaat eco-systeem zorgen.

Dat beschermde natuurgebied ligt tussen New Smyrna Beach - een naam die we sinds gisteren weten te duiden - en het legendarische Cape Canaveral. (Om de een of andere reden blijken wij alletwee tot onze verbazing tot dat moment die lanceerplek in Californië gedacht te hebben.) De Indiana River en de Banana River zijn bepalende factoren en als we die eerste rivier via de zoveelste magistrale brug tijdens deze toer overgestoken zijn, ligt de afslag naar het beschutte gebied voor ons.

Al veertien dagen - de Smoky Mountains afgelopen weekend uitgezonderd - rijden we door waterrijk gebied met veel moerassen. Onderweg vielen er regelmatig 'alligator farms' te bezoeken of kon je met een propellervaartuig aan 'wildlife spotting' doen. Wij kiezen voor de eigen benenwagen en inderdaad zien we er vandaag 'live' eentje: het beest bevindt zich in het heldere water in de buurt van het bezoekerscentrum aan het uiterste puntje van een vlonderpad door een stuk 'scrub land'. Bijna aan het eind van deze trip dan eindelijk ‘onze eerste alligator’.

Een jaar terug las ik een artikel waarin de vraag gesteld werd in hoeverre wij nog onbevangen naar een nieuwe omgeving kunnen kijken: tv, film en sociale media staan ons toe overal ter wereld een kijkje te nemen en als we dan ergens zelf voor het eerst zijn, zit er al zo'n beeld (frame) dusdanig stevig in onze kop, dat we al snel geneigd zijn te zeggen in hoeverre de werkelijkheid wel/niet met dat gedachte plaatje overeenkomt. Misschien is dat de reden - buiten de in onze ogen waanzinnige ritprijs - die ons van een tocht afgehouden heeft met zo'n platbodemvaartuig, aangedreven door een reusachtige ventilator, op jacht naar krokodillen. 'Airboats', populair in bijvoorbeeld NCIS Miami: ik reis er al jaren op, vanuit mijn stoel voor de televisie.. 

In de groene omgeving van het 'scrub land' waar wij 'ontvankelijk' voor nieuwe indrukken willen gaan rondbanjeren, domineert het lage gewas (kreupelhout in de Nederlandse vertaling). Hier zijn herten, slangen, schildpadden, alligators, vogels, vlinders en andere diersoorten afhankelijk zijn van plant en water. 
Een tiental kilometers van het bezoekerscentrum lopen we de Scrub Ridge Trail; daar geeft een bord aan dat in Florida tweederde van dit type land verloren is gegaan 'to development'. Een aantal al dan niet particuliere organisaties probeert een en ander in stand te houden.

De eerste kennismaking hier met het 'wildlife' vindt plaats in de vorm van twee steken: nog geen twintig meter op pad of een groot en een klein insect hebben mijn onbedekte huid weten te vinden. Opmerkelijk genoeg blijven de jeuk en de zwelling veroorzaakt door het kleinste ding, het langst aanwezig. Daarnaast spotten we onder meer grote roofvogels, een flinke kolonie zilverreigers, en een overstekende schildpad; het is een mooi stukje natuur.

Ondertussen is de temperatuur rond 13.30 uur opgelopen tot 30°C en we besluiten een schaduwrijke pick-nickplek aan de Indiana River op te zoeken voor de lunch.

Daarna rijden we richting Orlando, passeren voor de tweede keer deze reis de afslag naar Disney World om in het nabijgelegen Kissemmee het hotel op te zoeken waar we deze roadtrip begonnen.

's Avonds bel ik mijn nichtje. Ik tref haar niet aan in San Diego; ze bevindt zich op dat moment in het diepe zuiden van Texas (Easter Egg Valley, Paaseivallei; wat een grappige naam voor een droge streek waar ooit mijnen geëxploiteerd werden), een tijdzone ten westen van ons en toch in hetzelfde land. Morgenavond vliegen we zes tijdzones naar het oosten: via Dublin naar Amsterdam.

woensdag 12 april 2017

Dagboek VS (13); Spanjaarden, Engelsen en ook nog Grieken

28/03 Gisteren zagen we laat in de middag bij het oude havenkwartier van Savannah een jonge man aan komen lopen terwijl hij beide armen uitgestrekt naar de hemel hield. Een 'blij' type, dacht ik op dat moment. Ineens renden van achter ons drie jonge kinderen op hem toe en klemden zich enthousiast aan hem vast. Dat stelde mijn beeld bij, zeker toen ook de moeder lachend naderbij kwam. Een gemixed koppel, op het eerste gezicht, zij zwart en hij wit en de kinderen in tussentinten. Gemengde stellen zijn geen uitzondering; dikgezaaid lijken ze niet tijdens onze tocht.

Dichterbij moest ik opnieuw mijn beeld bijstellen: de man had weliswaar een lichte huid met sproeten en tegelijkertijd duidelijk Afrikaanse trekken. 'You're pretty popular', riep ik hem toe. Hij antwoordde dat dit zeker zo was; nu althans. En of dat over tien jaar ook nog zo zou zijn? ‘Geniet dus van dit moment’, reageerde mijn vrouw, waarna zich een gesprek ontspon. Of we uit Londen kwamen (ons accent), hoe het Zuiden ons beviel, hoe lang we bleven. En nee, deze hoek was geen 'tourist trap', wel een 'tourist attraction'. Ik vroeg hem hoe een keuze te maken uit dit aanbod van eetgelegenheden. 'Waar zou jij met je vrouw gaan eten?', een vraag die ik graag stel aan localo's in een voor ons onbekende omgeving. 'Joe's', zei hij zonder aarzelen. Dus zaten we om 20.00 uur bij Joe's Crab Shack.

De morgen daarop gaan we na het ontbijt de (oude) stad in. Voorbij de wijk rond de City Market, lopen we door een reeks elkaar opvolgende prachtige lanen, waarin de brede kronen van Spaans-mosdragende eiken voor de nodige schaduw zorgen. Om 09.30 uur is het al warm; er is een middagtemperatuur van 29°C aangegeven. Een prettige omgeving om te wandelen. Ik zie een jonge vrouw met een parasol en het is alsof ik rondloop in het decor van een kostuumfilm uit vervolgen tijden.

De indeling is gedaan volgens het bekende dambordsysteem, waarbij alle ruimte is genomen voor de lommerrijke straten, de woningen en parkjes waarin de nodige borden staan waarop de teksten het verhaal achter wat je ziet, duidelijk maken. Opvallend veel is in steen gebouwd, waarbij vaak de voordeur van de woning zich op de eerste verdieping bevindt; bereikbaar via een trap. Rond 1850 is er flink wat neergezet. De katholieke St.-Jan Baptist is uitgevoerd in de neo-gotische stijl. Prachtig glas-in-lood.

De stad is aantrekkelijk om de evenementen en vieringen die er plaatsvinden, volgens de dame die vanmorgen in het hotel de gasten wegwijs maakt. 'Erg populair', geeft ze aan voor we in de wagen stappen om verder te rijden. De laatste jaren is de politie in verband met de evenementen hele wijken gaan afzetten voor het verkeer. De reden voor of het thema van de feestdag blijkt onbelangrijk: drinken is de rode draad. 'Zinloos Zuipen', denk ik bij mezelf. In mijn stad zijn ook Koningsdag, Bevrijdingsdag en Carnaval sterk op elkaar gaan lijken. Allez dan.

We verlaten rond 14.00 uur South Carolina en zijn weer terug in Florida waar het doel van de dag Saint Augustine is, volgens eigen zeggen als oudste stad van Amerika, gesticht door de Spanjaarden in 1565. Het hotel ligt aan Avenue Ponce de León, vernoemd naar de man die het gebied verkende in 1513, 21 jaar na de ontdekking van dit continent door Columbus.

Florida was Spaans tot 1821, onderbroken door een Engelse periode (1763-1784). In 1821 sloot de staat zich aan bij de Unie van de Verenigde Staten. Borden maken duidelijk dat er een ‘Camino Real’ liep richting Tallahassee.

St. Augustine is op het oog een populair strandstadje. De oude Spaanse wijk is wel erg veramerikaanst, lees eet- en drinkwijk geworden, met voor Amerikanen erg oude roots. De Cathedral Basilica of St. Augustine stamt uit 1565; het oorspronkelijke gebouw blijkt regelmatig vernieuwd. Voor ons zijn er twee ‘snoepjes’: een Grieks-orthodoxe gebedsruimte en een fort uit 1672: het Castillo de San Marco, een nationaal monument, strategisch gelegen aan het water. Het is opgetrokken uit grote blokken waarin met oude technieken (coquina en tabby) schelpkalk en hele oesterschelpen verwerkt zijn.

In 1768 - tijdens het Engelse intermezzo - werden 1.403 Grieken (aangevuld met inwoners van Sicilië en Menorca) naar Californië ‘gehaald’. 1.255 overleefden de tocht, waarna ze ten zuiden van St. Augustine in New Smyrna op een indigoplantage gingen werken. Ze hadden het er onder de Britse eigenaars zo slecht, dat ze revolteerden en tenslotte liepen en zwommen er in 1777 zo’n 600 kolonisten naar St. Augustine om daar onder hopelijk betere omstandigheden de draad weer op te pakken. De gebedsruimte houdt deze geschiedenis in leven.

St. Augustine kent een groot aantal eetgelegenheden. Dan dus de bekende vraag aan de m/v achter de receptie van het hotel, in dit geval aan Garry. Hij adviseert ons het een beetje in de luwte gelegen Barnacle Bill's. Dit visrestaurant, bezocht door localo's, blijkt een lekkere keuze.

Weer in de hotelkamer bel ik mijn neef in Houston (TX). Gisterenavond kreeg ik een telefoontje van zijn zus die in San Diego (CA) woont. Het gevoel van 'uit en toch thuis'.

dinsdag 11 april 2017

Dagboek VS (12b); Geslenter in Savannah's havenkwartier

27/03 (na de middag)  Rond 14.00 uur verlaten we het historisch centrum van Charleston, en rijden richting Savannah. Op de laatste tonen van ‘Hotel California’ passeren we net voorbij de brug over de brede Ashley River ‘ons’ hotel met de ‘million dollar view’: ‘You can check out any time, but you can never leave’.

Uiteraard staan in de VS ook de nodige ge- en verbodsborden langs de weg. Op het uit de auto werpen van bijvoorbeeld een leeg blikje staat, per staat verschillend, een boete van 100 of 200 dollar. U-turns zijn niet overal gepermitteerd. Als bizar ervoeren we het bord dat we in 1999 tegenkwamen langs een highway die ons op dat moment al meer dan een uur door een woestijnachtige streek in het zuidwesten van de States voerde: ‘Verboden lifters op te pikken’. Wie zou nou in zo’n desolate omgeving bij een temperatuur van 34°C willen gaan staan liften? Het antwoord kwam een kilometer verderop: daar was een afslag naar een gevangenis, letterlijk temidden van niks. Ook nu passeren we een zijweg naar een penitentiaire inrichting die zonder meer in het groen ligt. Geen oppikverbod. Wel - zoals overal - de tekst dat de vluchtstrook echt alleen is voor urgentiegevallen, Staat er iemand met pech onderweg, dan verlaten je voorgangers al meters tevoren de linker rijstrook om op afstand de bandenwisselaar te ontwijken. Ik moet vanavond opzoeken of dit een verkeersregel is, beleefdheid of dat het geschiedt uit voorzichtigheid of angst (om een proces aan de broek te krijgen). Een van de borden die dat laatste suggereerde, zagen we eerder in Florida; met de kop van een letseladvocaat (plus naam en telefoonnummer) die naar eigen zeggen ‘gehaat’ wordt door de veroorzakers van ongelukken waarbij derden gewond raken. Eerlijk gezegd was ik de eerste dagen achter het stuur wel wat geïmponeerd door dit soort ‘reclame’ als normaal randverschijnsel in de berm.

Onze volgende pleisterplaats is Savannah, een havenstad aan de gelijknamige rivier die de grens vormt tussen Alabama en South Carolina, de staat waar we na de lunch vertrokken zijn. Wat decennia jonger dan Charleston waarmee het een aantal historische feiten deelt zoals de bevochten onafhankelijkheid van 'moederland' Engeland en de verloren Burgeroorlog.

Deze en nog meer feiten lezen we, nadat we de koffers in het hotel gezet hebben, op een serie borden tijdens een wandeling langs de rivier. Links de brede stroom en rechts de opgeknapte gebouwen die ooit het hart vormden van de havenactiviteiten aan de 'landing'. Nu bieden ze plaats aan winkeltjes, horeca, hotels, woningen, kantoren. Een levendig geheel. In tegenstelling tot de vergelijkbare plek waar we in Memphis langs de Mississippi wandelden, is hier sprake van een uitgebreid en samenhangend geheel van voormalige opslagplaatsen die nu in gerestaureerde staat een prachtige decor vormen voor geslenter langs het water in de namiddag.

Vanmorgen heb ik in Charleston een aantal huizen gefotografeerd, gelegen aan een straat met kinderkopjes. Dit soort 'plaveisel' is in het oude havenkwartier waar we nu rondkijken, in rijke mate aanwezig. Op een uitstekend geïllustreerd infobord valt te lezen hoe de keien binnenkwamen als stabiliserende ballast in de (grote) houten schepen. Er werden ook muren mee opgebouwd, zo te zien. Aan het ‘Waving Girl Dock’ staat een groot beeld van een jonge vrouw die hier elke dag met haar hond naar toe kwam om ieder die per boot voorbijvoer, toe te zwaaien. In de lange groene strook achter haar, staan enorme schaduwgevende eiken-met-baarden die met de bries vanaf het water voor de nodige afkoeling zorgen.

De tweede stad op één dag. Tsjonge. Prachtig. Opnieuw aan de kuier in een waterrijke omgeving aan de Oostkust. Ik ben benieuwd wat we morgenvroeg in het historisch centrum zullen zien. En wat een vergelijking met Charleston zal opleveren. Een hostess in het hotel heeft op de kaart al wat te bezoeken hoeken aangetekend. Op dit uur van de dag komt deze rustige en van veel groen voorziene plek aan het water op mij over als een klassieke 'locus amoenus': een bijzonder aangename plek. Het is een momentopname en ik zal eens rondvragen bij de localo's, 

Net als we rond 20.00 uur bij Joe’s Crab Shack besteld hebben, belt nichtje Denise uit San Diego (CA). We hebben het over typische dingen die we hier in ‘the South’ tegenkomen, en over de verschillen met de zijde waaraan zij woont: de westkust. Een soort verklarende gids op afstand. We nemen afscheid als de maaltijd uit de keuken arriveert.

Wanneer we tussen 21.00 en 21.30 uur langs de voormalige 'landing' richting hotel wandelen, is het windstil. De enorme raderboot die we vanmiddag al zagen, komt net terug van een ‘night & dinercruise’ op de Savannah River. Een mooi tafereel dat wij tijdens dictees in de 6de klas van de lagere moesten omschrijven als ‘feeëriek geïllumineerd’. Mensen zitten op banken aan het water, in de restaurants heerst een kalme bedrijvigheid: in Nederland zou dit bij deze avondtemperatuur van tegen de 20°C. als een aangename zomeravond beschreven worden. Het is pas eind maart: het valt te bedenken hoe het hier zal aanvoelen als het bij ons echt zomer is. 

Op de Savannah River doemt ineens een kolossaal containerschip op, begeleid door twee loodsbootjes. Het gaat onder de Talmadge Memorial Bridge door richting huidige haven. Als ik later in bed lig, hoor ik, vlak voor ik in slaap val, nog meer schepen voorbijkomen. Op de een of andere manier een rustgevend idee.

maandag 10 april 2017

Dagboek VS (12a); Kinderkopjes & Hotel California in de bocht

27/03  (voor de middag) Opnieuw moet ik in dit waterrijke zuidoosten van de VS denken aan de inmiddels kaalgeciteerde regels van Hendrik Marsman, waarin hij 'denkend aan Holland, breede rivieren, traag door een oneindig landschap ziet gaan'. Het is deze tekst die, tijdens ons ontbijt op de bovenste verdieping van het hotel, meeloopt als ondertiteling aan de benedenzijde van het uitzicht op het in water gevatte Charleston. In hetzelfde restaurant hebben we gisterenavond lekker gegeten (perfect gegrilde zalm) en genoten van de 'million dollar view'. 

De historische stad is een klein eindje met de auto. Een parkeerplaats is snel gevonden bij een park vanwaar we langs het Colonial Lake wandelen. Op weg naar het French Quarter, pas vanaf 1973 zo genoemd vanwege de aanwezigheid daar van Franse hugenoten, spreken we met enkele voorbijgangers. 

Een trimmer: 'De hardlopers vind je nu vooral op de Ravenelbrug. De dikke Amerikanen zul je in deze stad in mindere mate aantreffen: er bestaat een verband tussen opleidingsniveau en leefgewoonten. Deze stad kent een hoge levensstandaard. Nederland? Ik was in Amsterdam; mijn volgende stad wordt Rotterdam'. Bewoners (leeftijdsgenoten) van de ... straat: 'We waren twee maanden in ons huis in Charlotte. In de tussentijd is het Colonial Lake gerestaureerd. Dat heeft het als doorstroomruimte laten afweten tijdens de storm Matthew, afgelopen oktober. Ook bij ons huis is water binnengekomen. Nou ja, hebben we niet voor niets al die jaren waterschadepremie betaald. Veel huizen hier staan op de monumentenlijst; mag je niks aan wijzigen. Dat van ons niet, het is van oorsprong een arbeiderswoning'. Vooral die laatste omschrijving verbaast ons. Inmiddels is het forse gebouw prijzig en staat het in een gewilde wijk.

We gaan verder door Queens Street om uit te belanden bij het Franse kwartier dat er prachtig uitziet. De hoge woningen hebben mansardes en ook met weinig fantasie zouden ze zomaar Europa kunnen staan. Prachtig; en niks nep!

De straat komt uit op het 'Waterfront' met pier en een brede schaduwrijke boulevard. Je kunt hier uren kijken naar de brede Cooper River, de eilandjes in de verte, en de imposante Ravenelbrug aan de horizon. Daar moeten ze dus aan het hardlopen zijn; zelfs nog bij deze temperatuur?

Ook de stad Charleston blijkt op deze plek aan het water rijkelijk voorzien van borden met verwijzingen naar de stichting (1680), Burgeroorlog, de slavernij en de emancipatie van de voormalige slaven.

Aan de lommerrijke boulevard vermaakt een jonge vrouw zich met drie jonge kinderen bij een fontein; de twee oudste kleuters staan met kleren en al aan kletsnat in het water. Het is ondertussen ook broeierig warm geworden. Mijn vrouw vraagt of ze dat doorweekte duo mag fotograferen. Na het ‘where are you from’ (zij uit Kentucky) noemt ze wat restaurants en andere hotspots. De kinderen zijn net zo blond als de dame en als ik een familierelatie vermoed tussen dit kwartet, zegt ze: ‘Actually, I’m the nanny’. Ahum, dus. ‘Wel met een aangenamere stem dan die kwèk uit de serie’, denk ik bij mezelf.

Verderop is een Vanderhorst Warf (opgezocht: inderdaad Nederlands wortels), en in die hoek bevinden zich stenen huizen aan een weg met kinderkopjes. Een mooi en vertrouwd aandoend punt. We ronden een deel van de oude 'Battery', volgen een kwartet pelikanen in hun vlucht boven ons en slaan af om opnieuw in de Queen Street te komen, precies bij de Queen Street Grocery waar we lunchen. wat we deze ochtend hebben kunnen verkennen van het 'Peninsula Charleston' spreekt ons zeer aan.

Als ik daarna met de auto bij Spring Street de brug naar de Savannah Highway insla om de stad te verlaten, klinkt uit de radio 'Hotel California'. Nou ja, deze highway wordt fel verlicht door de zon, in de auto hangt geen geur van marihuana ('the smell of colitas'), geen open dak en dus geen wind in mijn haar. Ondanks die details een fantastisch nummer om het bezoek aan deze stad af te sluiten. In de bocht naar links begint de geweldige gitaarsolo die bijna eindeloos door lijkt te gaan. De manoeuvrerende babyboomer (een later opgeplakte stigmatiserende roedelnaam) uit het bouwjaar 1947 voelt zich bijzonder senang en bij gebrek aan woorden 'jabbertalkt' hij de afrondende solo mee: 'skiebiedieboeboe diediewho'. Hij ziet voor zich dat hij uit de console een zelf samengesteld cd'tje haalt vol met lange soli. Bijvoorbeeld die van 'Roll over Beethoven' in de versie van ELO. Joehoe! De gitarist in de B.B. King's Blues Cub was een aantal dagen geleden in Memphis ook niet van het toneel te timmeren geweest! Zanger en overige bandleden zaten al lang in bad terwijl hij nog steeds bezig was met een grandioze improvisatie op 'Purple Rain'. Kijken of deze op YouTube staat.

St.-Jan & De Bruijn

Er waren al eerder wat voorstudies te zien: de Bossche St.-Jan als nieuw object in het werk van Geert de Bruijn. Ik ervaar het als een aangename verrassing wanneer drie-en-een-half jaar terug onder een afdak in zijn tuin een bruine plattegrond staat 'af te harden'. Plattegronden hadden al eerder hun intrede gedaan in zijn oeuvre. Zo hangt bij mij aan de muur een aansprekend grondplan van het Helmonds kasteel. In vergelijking daarmee is wat nu buiten staat te drogen, erg gedetailleerd. 

De St.-Jan heeft zich in de beeldtaal van Geert aangediend als basis voor het ontmannen van het instituut kerk. Zo begrijp ik op die zonnige ochtend in juli 2013 de toelichting van Geert. Met een woordspeling uiteraard, want de katholieke kerk telt geen vrouwen, dus is hij begonnen met de geloofskoepel te 'ontmannelijken'. Ruimte voor het vrouwelijk aandeel. En daarmee blijkt ook deze activiteit te passen in de rode lijn die in het werk van De Bruijn aanwezig is: de moedergodin die in allerlei gedaantes nadrukkelijk of wat bescheidener een rol speelt.

Het voorstudieproces wordt in de jaren daarna voortgezet en begin april 2017 staan er in het atelier twee schilderijen waarin de plattegrond van de St.-Jan een duidelijke plaats inneemt. 'Ze zijn nog niet af', zegt Geert. Da's duidelijk, tenzij het de bedoeling is het deel onder elke plattegrond effen zwart te laten.

Een week later blijkt het zwarte bij beide doeken al wat ingevuld te zijn. Het exemplaar rechts heeft een ingewikkelde naam. Ik weet het weer: de titel heeft iets met ‘matrix’ te maken. ‘Theotokos rules the matrix’, vult Geert aan.

Die titel zal niet veranderen, schat ik. Ben benieuwd hoe het werk er volgende keer uitziet. Work in progress. En een kijkje in het atelier van de kunstenaar.

Da's nou mooi: dat je kunt zien hoe het ontstaansproces zich ontwikkelt. Geert heeft meestal meer werken onderhanden. 'Je moet afstand kunnen nemen, En dat doe je door ergens anders aan bezig te gaan. Dan kun je daarna weer met andere ogen kijken naar dat wat je even hebt laten rusten.

6 september a.s. wordt in New York Geerts expositie geopend. De St.-Jan zal hij daar niet mee naartoe nemen. Is iets voor de volgende keer.

zondag 9 april 2017

Dagboek VS (11); 'Million dollar view'

26/03  Vannacht heeft het geregend. De zon komt door als we beginnen aan de langste rit van deze raodtrip: het traject van Gatlinburg Tennessee naar Charleston Zuid-Carolina. De Smoky Mountains doen hun naam alle eer aan: ze roken doordat de wolken over de toppen scheren. 

Het eerste deel van de route gaat al snel slingerend omhoog, op weg naar de highway. Bos, beek, spaarzame bebouwing. Tussen de bijna-haarspeldbochten missen een vage afslag naar links en komen uiteindelijk via een halfverharde weg weer op het 'rechte pad'. Bij de entree van Noord-Carolina vallen er buien; fikse, bij tijden; er wordt voorzichtig gereden. Mist komt opzetten, om snel weer op te trekken. Bij Zuid-Carolina wordt de lucht blauw en in de buurt van Charleston is het subtropische karakter dat er tot New Orleans was, weer helemaal aanwezig. De bomen staan in blad, we zien opnieuw de baarden van Spaans mos en langs de weg staan weer palmbomen.

Wat tot nu toe elke dag een rode draad vormt, is de diversiteit aan kerken die we passeren. In de (echte) steden zijn ze van steen en kennen ze torens die zonder meer geïnspireerd lijken door de Normandische voorbeelden waarmee Engeland vol staat. De meeste andere gebedshuizen zijn van hout, kennen een uiteenlopende architectuur en dragen een variatie aan namen. Regelmatig staat erbij dat het om tempels van Baptisten of Methodisten gaat. We zien dagelijks ook borden langs de weg met religiegebonden teksten. Als eerder gezegd: we bevinden ons in de Bible Belt.

We bereiken de buitenwijken van Charleston. We passeren de nodige bruggen. Opnieuw wordt in brede waterlopen gegrossierd. Het hotel staat in de delta die gevormd wordt door de Wando, Cooper, Ashley en Stono River. Het hoge gebouw heeft iets weg van de geribbelde vorm waarin vroeger een busbrood gebakken werd (bestaat dat nog?). Het verbaast me dat er een bouwvergunning afgegeven is voor deze plek, precies tussen twee bruggen. Wellicht gelden hier andere regels. Hoe dan ook, vanuit onze kamer op de 12de verdieping hebben we een fantastisch uitzicht op de Ashley River en downtown Charleston aan de overkant van het water.

Als de koffers op de kamer staan, wil ik de brug waarover we zojuist reden, te voet oversteken. Van boven is een voetpad te zien. Als ik voor de inrit sta, zie ik een bord met 'verboden toegang'. Ik loop terug en vraag aan de chauffeur van de hotelshuttle of dat verbod ook voor voetgangers geldt. Niet dus, en hij ziet wel eens mensen lopen op het smalle trottoir. Tot twee keer toe adviseert hij me met klem het niet te doen: 'For your own safety'. Hij zal het niet voor niks zeggen, denk ik. Dan maar morgen met de wagen. Of de shuttle.

Charleston is wereldwijd bekend vanwege de swingende dans die zowat een eeuw geleden beroemd werd. Mijn kennis van de stad waarop ik nu uitkijk, reikt niet verder dan dit feit. In het fort Sumter - midden in de baai - begon de Amerikaanse Burgeroorlog, staat in de snel erbij gehaalde informatie van de reisorganisatie. En terwijl ik dit (gezeten voor het panoramaraam van de hotelkamer) schrijf, wordt in de Ashley River de werking van de vloed zichtbaar.

Met de lift van de twaalfde naar de veertiende verdieping is een peulenschil: het tussenliggende getal hebben ze gewoon overgeslagen. Niet gedacht dat dit nog zou bestaan. Voor de zekerheid heb ik een paar uur geleden een tafel gereserveerd in het hoog gelegen restaurant. Mister Harry B., heb ik laten noteren. Uit ervaring weten we dat mijn achternaam hier in de administratie moeilijk terug te vinden is. Meestal staan we onder de V; soms onder de B. Tijdens deze tocht zijn we ons in elk volgende hotel als ‘Henricus’ gaan melden. Werkt prima; zo gevonden.

Na enig overleg met de bediening (de ‘catch of the day’ is op) bestellen we gegrilde zalm. En die blijkt volgens de regels der kunst bereid te zijn. Terwijl we met smaak zitten te eten, verliezen we ons in het uitzicht. De duisternis is gevallen en buiten strijden de lichtjes van de stad om voorrang. Ik app mijn nichtje in San Diego bij wie we in 1999 - vanwege haar uitzicht daar - deze term voor het eerst hoorden: ‘We’ve got our own million dollar view’.