vrijdag 14 april 2017

Dagboek VS (15); 8,11,15, 4.002 en weer thuis

30/03  Laatste dag van deze trip. We ontbijten bij La Fuente, een bakkerij-restaurant aan de overkant van de snelweg. We waren er eerder, de dag na aankomst 14 dagen geleden. Het wordt geleid door jonge mensen uit Venezuela en Colombia; de voertaal is Spaans. Gisteren luisterden we onderweg naar de Spaanstalige zender van Orlando: totaal andere muziek dan op de Engelstalige, onderbroken door dezelfde reclame. D.w.z. dezelfde producten en diensten, met voordeel, besparing en cash in het handje, op dezelfde zeer opgewonden manier aangeprezen, weliswaar in het Spaans.

Daarna pakken we de laatste dingetjes in de koffers, zetten de bagage in de auto, checken om 11.00 uur uit en wachten tot we digitaal kunnen inchecken voor de vlucht. Dat kan pas na 14.15 uur. Het hotel heeft een flink eigen park, waar we aan het water de rest van de ochtend doorbrengen. In de schaduw: de zon brandt en de temperatuur loopt snel op richting 32°C.

Het is aangenaam toeven onder een exemplaar van de 'live oak' (quercus virginiana), de eik (met Spaans mos) die volgens de info van het bezoekerscentrum dat we gisteren bezochten, het symbool is voor 'the Old South'. We snappen waarom in de loop van de jaren zoveel gepensioneerden uit de koudere staten hier zijn gaan wonen. Op 17 maart bezochten we Vista del Lago, een park aan de overzijde van dit hotel, waar in een bewaakte omgeving een grote concentratie senioren woont. Hopelijk weten de bewoners zich in zo'n omgeving zinvol bezig te houden. Ik realiseer me dat het zoeken naar de zinvolheid van het bestaan niet iets hoeft te zijn wat op iedereen drukt.

Bij het terugbrengen van de auto, een heerlijk ruime witte Chrysler, blijkt dat we 4.002 km hebben afgelegd sinds onze aankomst op de avond van de 16de maart. Gelukkig is de benzine in dit land nog steeds goedkoper dan thuis: ...

Als de koffers zijn ingeleverd, is de gang door de douane zo gepiept. Waarna ons op deze dag opnieuw een periode van 'rust' wacht tot het moment dat we aan boord kunnen. 

De afgelopen weken trokken we door acht staten en sliepen we in 11 verschillende hotels. De reisinformatie van aanbieder TravelBird was uitgebreid en gedetailleerd. Alle reserveringen klopten. Het onderdak in Nashville vormde een smoezelige, gehorige en 'uit de loop gelegen' uitzondering in de reeks prima adressen.

Ook tijdens deze derde roadtrip in de VS mochten we een aangenamer rijgedrag ervaren dan in ons land. Mogelijk heeft dit ook te maken met de vierkante meters die de wegenbouwers hier krijgen in een omgeving waar de ruimte enorm lijkt. Waarschijnlijk ook met een ander soort discipline: afstand houden, op de eigen rijbaan blijven, de aanwezigheid van een uitgebreide letselschadeadvocatuur. Een optelsom van deze en andere zaken. Geen opgewonden standjes tegengekomen. Twee keer horen claxonneren (in het stadsverkeer; misschien kenden 'ze' elkaar).

Als je het systeem eenmaal door hebt, valt de weg goed te vinden. Zeker als naast de chauffeur een co-pilot zit die een grote vaardigheid heeft ontwikkeld in de bediening van Maps.me. Dit programma gebruiken we nu een aantal jaren bij het wandelen, fietsen en rijden. Satellietgestuurd (dus zonder internetverbinding) stuurt het je zo goed als feilloos tot over de kleinste weggetjes. Wordt dan toch per ongeluk een verkeerde afslag genomen, dan komt er prompt een aanpassing van de route.

Het vliegtuig naar Dublin is lang niet vol en met wat verschuivingen kunnen we allebei zeer ruim zitten tijdens de nachtvlucht. Ik zet de tijd op tijdszone Dublin en dan is het ineens 02.00 uur, een geschikt moment  voor het avondmaal: kip, groente, rijst, (een variatie op) Schwarzwalderkirsch. Lekker. Veel muziek en proberen te pitten. Hazenslaapjes en het lukt om op enig moment een flinke ruk te maken. Netjes op tijd wakker voor het ontbijt van 08.00 uur; nog anderhalf uur tot Dublin. Ik stap over op Gloria Estefan, tenslotte woont die ook in Florida. Wij spraken op het vliegveld van Orlanda een Schots echtpaar. Die twee hadden net na 25 jaar hun 'winter'woning in Florida verkocht; ze werden toch ook wat ouder. En de komende keren gingen ze huren. En nou ja, die verdikkeseme Brexit had de waarde van het Engelse pond ten opzichte van de dollar wel mooi geknepen. En er waren best veel Floridanen die de toenemende aanwezigheid van Spaanssprekenden met zorg bekeken, waarop de Schotse vrouw had gereageerd met: 'Die waren er eerder dan jullie'. Een paar uur wachten op het vliegveld van Orlando maakte duidelijk dat die tent niet zou kunnen draaien zonder het werk van de latino's. Opnieuw vermoed ik dat 'witten' uit Florida niet staan te trappelen om daar in de schoonmaakploeg, de passagiersondersteuning, de surveillance te gaan werken. Ierland verschijnt aan de horizon; eens op de e-reader zien of Wallander inmiddels verder gekomen is met zijn moordraadsel.

Geen idee hoeveel Ieren naast het geïmporteerde Engels ook nog het eigen Gaelic machtig zijn. In elk geval is de bewegwijzering op het vliegveld in beide talen aangebracht. Aer Lingus, de naam van de maatschappij waarmee we vliegen, betekent 'de taal van de lucht'. Wij gaan richting 'Naisc Eitilte' / 'Flight Connections'.
In het vliegtuig naar Schiphol kan de klok weer een uur vooruit. Achter in het vliegtuig zit een groep uitgelaten Ierse vrouwen en mannen: al helemaal in de stemming voor een weekend stappen in de hoofdstad. Een stewardess komt vriendelijk vragen of het wat rustiger kan.

Als we in de trein Schiphol - Den Bosch zitten, staan er schapen in de wei en de bomen in bloei, om het ‘Dagboek VS’ met een gewaagde zeugmastijlkronkel af te sluiten.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten