vrijdag 29 december 2017

Stapzeker

Het is niet iets waarnaar ik vol spanning uitkijk: de grens. Niet die tussen mijn land en België: die passeerde ik als kind al. En als ik na afloop ‘s avonds aan tafel de verhalen van mijn vader mocht geloven, dan hadden we het er weer goed vanaf gebracht. Complimenten aan de chauffeur, tevens de baas van mijn pa.

Zo af en toe mocht ik meerijden als beide heren zich voor zaken vrijwillig op Europa’s gevaarlijkste wegen begaven. En wat voor wegen: ze liepen over heuvels en kenden bij tijden drie rijstroken, waarbij het exemplaar in het midden een soort niemandsland was. Daar heerste het recht van de sterkste. Natuurlijk had mijn pa’s baas een imponerende auto: al het tegemoetkomend verkeer ging snel van de risicovolle inhaalbaan en wij kwamen steeds levend thuis.

De grens waar ik niet naar uitkijk ..., nou als je daar eenmaal overheen gaat, dan kom je niet meer levend thuis. Niet dezelfde dag nog, het kan nog jaren duren. Een ding is zeker: zelfs de sterkste auto en de beste chauffeur zijn hiertegen niet opgewassen. 

Rob de Nijs heeft op de grens waarachter aftakeling en dood regeren, wat bedacht: ‘75 is de nieuwe 55’, zei hij deze week rond zijn verjaardag. In die zin ben ik met mijn pas verworven 70 ergens tussen de 53 en de 54. Grensverleggend, Robbie. Niet grensvermijdend.

Rob werd op zijn 69ste weer vader. Zoiets haalt de pers en komt automatisch op de pagina waar ook de prestaties staan van de Friese langebaanschaatsers. Wanneer een gepensioneerde ambtenaar op zijn 69ste nog promoveert op een onderzoek naar ‘de positieve beïnvloeding van de cellulaire werking bij reumaleiders’, wordt er wat meewarig geknikt. Want wat weet zo’n ouwe nou helemaal. En dan nog op de middenstrook gaan rijden ook nog, ook nog.

Zo’n dissertatie zou ik stuklezen, want ik heb reuma. En twee gehoorapparaten. Ben afgelopen vier jaar drie keer geopereerd aan oog, knie en lies. Reparabel, dat nog wel. Sinds vijftien jaar sta ik onder controle bij de huidarts voor wat heet ‘basaal celcarcinoom’: tot nog toe ook reparabel. Tinnitus, da’s waar ook: niks aan te doen. Misschien laat ik nog wat dingen achterwege (cholesterol bijvoorbeeld), want ik word vergeetachtig. Nou ja, van vroeger weet ik alles nog.

Zit ik te klagen? In elk geval over de reuma. Die verkleint de functie van handen en voeten. Gelukkig heb ik bij wandelingen op steile bergpaden nog steeds een ‘stapzekere tred’, zoals dat bij de voorwaarden voor bepaalde routes staat aangegeven. De solide tred, hoe lang blijft deze? Ook op een vlakke stoep.

Ik weet nog dat mijn pa zei: ‘Ik heb de fiets weggedaan’. Ik dacht op dat moment: hij is de grens gepasseerd. Overigens liep hij toen nog als een kievit. Stapzeker. En voor de tweede keer weduwnaar ging hij daarna vol energie een nieuwe relatie aan. ‘Hou het dit keer maar op een ‘lat’, pa’, adviseerde ik hem op de vaste dinsdagavond na de tweede jonge klare.

Hij werd 87 jaar. Zijn vader 95. Ook daaruit valt weinig stapzekers af te leiden.

zondag 24 december 2017

President Brabo I

Het oogt als een ver-van-mijn-bed-show: de miskende Catalaanse ‘president’ die vanuit Brussel een vrije toegang claimt tot Spanje waar hem een gevangenisstraf boven het hoofd hangt van maximaal 30 jaar. Toch hebben we hier te maken met het optreden dat niet typisch Spaans is. De door hem gevolgde aanpak past geheel in het huidige tijdperk van ‘post-truth’, ‘de waarheid voorbij’. Ook Nederland kent dit soort illusionisten dan wel mind-fuckers. Wat te denken van wat recente akkefietjes rond Camiel Eurlings en Alexander Pechtold?

Kort door de bocht: Carles Puigdemont organiseerde eerder dit jaar op eigen houtje een verkiezing waarin het volk van de regio Catalonië hem uitriep tot president. Stel je voor dat Commissaris van de Koning Wim van de Donk dit in zijn Brabant deed. Nou ja, mijn stem kreeg ie, want als Bosschenaar heb ik het stenen geheugen van Asterix en Obelix, hoewel ik niet verder terug hoef te gaan dan 1629. Uiteraard is dit voorbeeld alleen bedoeld als gedachte-experiment. Mark Rutte zou zeggen: ‘Wim, chèr ami, dit kan ech nie’, waarna hij hem in de boeien liet slaan.

Van de Donk vlucht echter naar Kopenhagen. Waarom juist die stad, weet niemand. En van daaruit noemt hij Rutte een potentaat en bruinhemd. En als dan diezelfde premier-van-heel-Nederland een officiële stemming in dat separatistische Brabant organiseert, wint de provinciale afdeling van een landelijke partij, bijvoorbeeld D’66. Dat komt Rutte goed uit, waarnad de verdeelsleutel vervolgens roet in het eten gooit. De stemmen van het platteland wegen namelijk iets zwaarder, en de ‘verdreven’ - want dat beeld is inmiddels gaan leven - president Brabo I Van de Donk komt op de troon.

Dat gaat niet lukken, want bij thuiskomst zou hij beslist de lik in gaan voor eerder begane staatsondermijnende handelingen. Waarbij ook nog de vraag is, met welk geld hij toen die ‘eigen’ stemming (kosten €500.000) gefinancierd heeft. Dus nodigt hij Rutte uit voor een gesprek aan de voet van het beeld van Hans Andersen, net zoals Brabo I een groot sprookjesverteller.

Ondertussen zitten duzenden getrouwen die allemaal wel een ver jaartal in hun kop hebben zitten, bezuiden de Maas te wachten op de komst van Brabo I. Niet iedereen doet dat overigens en die lui ga ik gemakshalve verraders noemen. Ik doe dat in mijn verfijnde lokale dialect, want AN weiger ik langer te spreken. En in een mum raakt Brabant tot op het bot verdeeld. De haatgrens splitst families, vriendengroepen, carnavalsclubs, biljart- en andere vrijetijdsverenigingen. De hoofdkantoren van Jumbo en Mars verhuizen van Veghel (nota bene de geboorteplaats van Brabo I) naar Kerkdriel, Gelderland, waar rust en evenwicht heersen. De ‘Philips Campus’ gaat met al zijn Willy Wortels van Eindhoven richting het Zilverstrand in Lommel (B) en Heineken sluit zijn vestiging in Den Bosch om de productie nu echt te concentreren in de buurt van Den Haag (nota bene de geboorteplaats van Rutte). Ondertussen roept Brabo I vanuit de stad waar de bronzen zeemeermin winterhard zit te zijn, dat de telefoon bij hem roodgloeiend in zijn hand ligt omdat talloze grote investeerders in de rij staan om na zijn terugkeer neer te strijken in de Republiek Brabant, waar de inwoners trouwens ook meer zullen gaan verdienen.

Brabo I heeft die twee nep-nieuwtjes overigens afgekeken van de meester ‘fake news’ zelve, Donald T. Meepesant noemt hij Rutte een onveranderd onverantwoordelijk optredende despoot die een democratisch gekozen president tot ballingschap blijft dwingen. Zo ga je toch niet om met de wil van een volk?


Horen Lex Pechtold en Miel Eurlings thuis in bovenstaand verhaal? De eerste vindt het cadeautjesregister niet op hem van toepassing (en mag dus aanblijven) terwijl Camiel ‘ochèrm’ Eurlings toch echt een Bewijs van Goed Gedrag kan laten zien (en daarom dus ook mag aanblijven). Beide kwesties lijken me wat voor tijdens het kerstdiner. Niet meteen, want het samenzijn moet wel vredig beginnen. Als na een uur er stiltes gaan vallen, kan een van de aanwezigen weer sju in het geheel brengen met een ‘Kan iemand mij uitleggen waarom Alexander (of Camiel dus) … ?

Wel oppassen, want voor je het weet vallen families, vriendenkringen of wat er ook aan tafel zit, uiteen. Breng het maar als een ‘gedachte-experiment’.

donderdag 14 december 2017

Laf?

‘Die Carles Puigdemont blaft als een laffe hond’, dacht ik vanmorgen. Buiten dat het rijmt, blijft het natuurlijk een onaardige gedachte. Me aanhouden voor het beledigen van een staatshoofd, zullen ze niet doen, want als staat bestaat Catalonië niet. In elk geval nóg niet.

En ondertussen zit de ‘democratisch’ gekozen ex-president van de republiek bij onze zuiderburen. België: ook een bedachte staat, waarvoor ze na de geslaagde opstand van 1830 in de verste verte niet aan een president dachten! Het moest een koning worden en die werd uit Duitsland aangetrokken. Zoals we in Nederland al vele Oranje-generaties weten, is dat land een geslaagd uitzendbureau voor werkzoekende edellieden.

Als het aan Bart De Wever ligt, burgemeester van Antwerpen en drager van het ‘afscheidingsvirus’ zoals zijn vriend Puigdemont, komt er op termijn ook een ‘vrijstaat Vlaanderen’. Buiten de EU, en buiten de euro, dat dan weer wel. Eens kijken hoe snel rond die tijd de Nederlanders die nu vlak over de grens wonen, een enkeltje Noord nemen.

Puigdemont dus, een man die de zielige jongen uithangt: het ligt allemaal aan Madrid. Die slachtofferrol zit hem als gegoten. Zijn klaaglitanie vol halve waarheden gaat er in als koek tijdens dit ‘post-truth’-tijdperk. En met hem voelt bijna de helft van zijn volk zich slachtoffer, want niet gekend, erkend noch gewaardeerd. Verongelijkt dus, een breed gedragen gevoel, ook in Nederland. Adriaan van Dis noemde het laatst nog in het Rosmalense Perron 3 ‘De mensen zijn boos’. Nee, ze zijn verongelijkt, en dan heb je alle reden om te zeiken en te kankeren op wat ‘ze’ (lees: m.n. overheid, bedrijfsleven) voortdurend verkeerd doen.
Wij Nederlanders zijn langzamerhand van een gelovige natie van frisse dijkenbouwers veranderd in een verzuurd volk van ‘ja maar’pietlutten: verongelijkt niet erkend, gekend noch gewaardeerd.

Terug naar Puigdemont: hij speelt de tol van verongelijkte en gemangelde burger niet in een donker bovenzaaltje: hij staat in de spotlights op een Europees toneel. De man laat er zelfs bussen vol Catalaanse mede-verongelijkten voor naar Brussel komen. Gratis figuranten in een augurkenoperette.

Laat je niks wijsmaken. Deze week is door het Spaanse OM een onderzoek gestart naar de handel en wandel de afgelopen vijf jaar van de Catalaanse separatisten. Nu al tekent zich af dat er sprake is van een gezamenlijke opzet van alle op afscheiding gerichte politieke partijen. Kartelvorming heet dat, als bedrijven zoiets flikken. En da’s verboden. 

Puigdemont zit in Brussel de zieligerd uit te hangen. Hij en de zijnen hebben wel even minimaal een half miljoen euro uit de algemene middelen gebruikt om reclame te maken voor het recente referendum. Verder zijn er in die periode voor die volksraadpleging overheidsinvesteringen in onderwijs, infrastructuur en gezondheidszorg voor Catalanen niet tot stand gekomen door de relatie met de centrale regering opzettelijk te vertroebelen. Bovendien liep in zijn beoogde republiek het aantal nieuwe ondernemingen in oktober 14,3% terug in vergelijking met dezelfde maand vorig jaar, terwijl er in de rest van Spanje sprake was van een lichte stijging met 1,5%.

Een Vlaamse politica zei bij Puigdemonts aankomst in België ongeveer het volgende: ‘Een gekozen president zou zich beter in de buurt van zijn kiezers ophouden’. Teruggaan? Du moment dat hij in Spanje aankomt, wordt hij gearresteerd. Hij kijkt wel uit. Voorlopig. ‘Want’, zei hij gisteren: ‘Als ik volgende week democratisch gekozen word’ is er geen reden mij in de boeien te slaan’. De bellenblazer.

Over een week zijn er dus verkiezingen in Catalonië. Aan de vooravond daarvan roepen alle op afscheiding gerichte partijen nadrukkelijk dat ze aan de beklemmende omarming van de centrale overheid een einde zullen maken. Weg met het Madrileense juk. Het theater is compleet en velen geloven in de levensvatbaarheid van een eigen republiek.

Een Spaans probleem? In wezen wel. En tegelijkertijd een aanval op verenigd Europa. Voedsel voor alle verongelijkten in ons land die de klok terug willen draaien naar de tijd waarin Brussel ver leek en de gulden met onze vorstin erop nog een daalder waard was.

maandag 11 december 2017

Wie is wit?

Aan de grenzen van het begrip ‘witte mens’ worden de paaltjes verplaatst. Ik weet overigens niet of er ooit een standaarddefinitie is geweest van ‘de witte mens’. Wel hadden wij op de middelbare school in het aardrijkskundeboek een helder hoofdstuk met foto’s van de tinten die de wereld bevolkten. De paragraaf onderscheidde zwart, wit, geel, bruin. Indianen zaten bij geel en Indiërs bij wit. Dat laatste zal 70 jaar later voor sommigen wel raar overkomen. Voor bewoners van het Midden-Oosten bestond er geen aparte categorie: ze waren ook gewoon wit, of wat gangbaarder klonk: blank.
Voor wie met dat kleurboek is opgevoed, klinkt het vreemd dat bijvoorbeeld Turkse of Marokkaanse Nederlanders zich nu kennelijk niet tot de blanke sectie rekenen. Uit die hoek komen opmerkingen in columns aan ‘witte Nederlanders’.

Ik ben dus wit, hoewel ik voorheen ook blank was. Blank gaat over vel, wit gaat over veel meer. Het is een containerbegrip geworden waarin woorden als racistisch, suprematie, vooringenomen, verheven, betweterig en nog een hele ceel grijpklaar bij elkaar liggen. 

Het toeval wil dat ik als blanke man wat donker uitgevallen ben. Als mijn moeder op een zonnige dag de was buitenhing, kwam ze bruin binnen, zeiden wij als kind. Aan een aantal van ons is die snel verkleurende pigmenteigenschap ook doorgegeven. Toen ik 12 was, noemde een buurvrouw mij na terugkeer van de Zuiderplas ’zo bruin als een Turk’. Dat was toen nog een compliment, want zelf had ze met haar lichte huid een week nodig om qua tint enigszins in de buurt te komen van wat ik in een middag ‘verschoot’. Nu zou zo’n omschrijving politiek incorrect zijn. Als ik zomers de vraag krijg waarom ik (al) zo bruin ben, luidt het antwoord ‘Wij zijn voorgebakken’. Waarna ineens een stilte valt, of aarzelend doorgevraagd wordt naar de aanwezigheid van exotische voorouders. Nou ja, mijn migratieachtergrond oogt als een vervaagde tattoo waarin de Schotse, Duitse en Luxemburgse tekening nauwelijks bijzonder te noemen is.

Wie is blank? Mijn Italiaanse familieleden kennen ondertussen een aantal donkere exemplaren. Overigens: als ik daar op bezoek ben, vragen passanten me de weg. In Frankrijk ook. In Spanje, waar ik vaak verblijf, niet. De Arabische aanwezigheid daar - in sommige delen gedurende zeven eeuwen - heeft Noord-Afrika genetisch dichtbij gebracht. Ik val er op als Noord-Europeaan, niet als blanke.

En mijn Indische vrienden en vriendinnen: hoe zit het daar mee? Die zijn blank tot blauw. Dat laatste is natuurlijk een lelijk en racistisch woord dat populair was als scheldwoord in de jaren ‘60. Soms dook het op als geuzennaam, bijvoorbeeld bij de legendarische Blue Diamonds. In de mariniersmess staat trouwens nog regelmatig ‘blauwe hap’ op het menu. Wilders is ook Indisch, en verft zijn haar wit.

Wat te denken van de Syriërs die wij als taalmaatjes begeleiden bij de inburgering? Die zijn net iets meer voorgebakken dan ik.
Voor mij zijn ze blank. Ik zal ze eens vragen of ik in hun ogen wit ben.


Misschien is die vraag wel typerend voor een witte Nederlander. Een witte Nederlander met een zachte ‘g’. Dat dan weer wel. Dat laatste is al zo lang ik me herinner een schot voor open doel voor kleurloze landgenoten.

zondag 26 november 2017

Uurwerk

Deze tekst verscheen 26 november als column in de rubriek 'Onder de Boschboom' in de Bossche Omroep.

Onlangs bewoog tevreden Den Bosch zich een paar seconden onrustig in zijn comfortabele oorfauteuil. Er stond wat vervelends zwart-op-wit: Tilburg zou Brabants residentie voorbij lopen als aantrekkelijke verblijfsstad.

Inmiddels heb ik de deskundige uit wiens mond de uitlating opgetekend werd, aan de tand mogen voelen. En het valt wel mee met Den Bosch. De historische coulissen vormen een trekker van de eerste orde. Beleving genoeg. Winkels en horeca zat, gelardeerd met cultuur. Opgeteld blijft het wel een beetje aan de veilige kant: de stad van ons moeder.

Da’s de kern van de zaak: we blijven al decennia de stad van de vorige generatie. Wat wil iemand die nu tussen de 20 en 30 is? Willen ‘jongeren’ opnieuw de stad van hún mam?

De vernieuwing en de prikkels die de millennials in Tilburg en Eindhoven vinden, liggen hier niet voor het oprapen. Een opsteker was het besluit van onze gemeente om voor een periode van 10 jaar – tot 2025 – de erfenis van Koudijs ‘aan de stad te geven’. Om hiermee ‘een voorhoedefunctie te vervullen als cultuurstad van Zuid-Nederland’. Wat tussen aanhalingstekens staat, komt uit het betreffende bestemmingsplan.

Aan de Dieze zou een creatieve broedplaats komen. Een ‘hotspot’. En dan ook nog in de omgeving van Willem Twee en Verkadefabriek; het kon niet beter. Ondertussen wilde de gemeente – sinds 2008 eigenaar van terrein en gebouwen van De Heus – op andere plekken geld en energie steken in de traditionele gebiedsontwikkeling. Vanwege de crisis moest De Tramkade in de wacht en mochten partijen leuke dingen doen.

Nu lijken die partijen dat niet eensgezind te verrichten, volgens een krantenkop. Hoe dan ook, in mijn ogen worden die kwartiermakers gekluisterd door het eerder geciteerd bestemmingsplan. Er is weinig speelruimte. Niet te veel herrie maken, geen permanente bouwsels, nauwelijks overnachtingsmogelijkheden. Eventuele detailhandel mag niet onder de duiven schieten van wat elders in de stad zit. Bovendien is de horizon tot 2025. Ik prijs de durvers die er neerstrijken.

Hoe anders is het gesteld een stukje zuidelijker aan de Zuid-Willemsvaart. In dezelfde crisistijd is daar van de nood een deugd gemaakt en kwam in Veghel op het oude CHV-terrein de Noordkade tot stand. Bestemmingsplan en tijdslimiet zijn daar beslist anders. In weinige jaren hebben gemeente en lokale investeerders die plek omgebouwd tot een ware ontmoetingsplaats. Je vindt er onder meer veel cultuureducatie, een museum, bios, kunst, restaurants, swingzalen, supermarkt, lekkere winkels. En sinds kort Theater De Blauwe Kei.

Een deel van die ‘hotspot’ zit in de Proeffabriek. Boven een van de ingangen daartoe bevindt zich een reusachtige klok. Die sierde decennia lang de voorzijde van ons vorige NS-station. Nu geeft dit uurwerk de tijd aan in Veghel. Hún klok loopt voor op die van Den Bosch.

woensdag 25 oktober 2017

Dokkum (slot); garnalen, Moddergatters en pepermuntjes

Op de fiets door Noord-Oost Friesland. Mijn vrouw heeft een knooppuntenroute samengesteld die binnen de gemeente Dongeradeel blijft. In deze dunbevolkte streek blijkt die administratieve eenheid ruim genoeg voor een rondje van 55 km zonder ‘groot Dokkum’ te hoeven verlaten. Vooraf googelt ze het aantal bewoners van deze provincie: bijna 650.000. ‘Geen wonder’, zeg ik, ‘Als na De Jong en Jansen de achternaam De Vries op 3 in de top-10 staat, moeten er in de loop der eeuwen wel erg veel lieden dit oord verlaten hebben’. Friezen in de diaspora; dat moeten er veel zijn. 

In de zon en met de wind in de rug, zeilen’ we richting Waddenkust. Drie maanden terug deden we bij vergelijkbaar weer een ‘rondje Lauwerszee’, niet zover hiervandaan. Ook nu volgen de dorpjes en buurtschappen met in onze ogen opmerkelijke namen elkaar in een aardig tempo op. Opvallend zijn de kerktorens met zadeldak. In een aantal gevallen zit daar een romaanse hal aan vast.

Hier moeten jongelui kilometers trappen om op een school voor middelbaar onderwijs te komen. Opvallend veel hebben hun stuur voorzien van een ossenkop, voor het hangwerk tegen de wind in. Boudewijn de Groot gaat door mijn hoofd terwijl ik kauw op de vraag van mijn vrouw waarom hier eigenlijk niet meer bekende wielrenners vandaan komen. Concurrentie van het schaatsen op de (kunst)ijsbaan? Of misschien vinden jonge fietstalenten zes jaar heen en weer met boekentas of rugzak wel zat. Of is (dan wel was) de zondag traditioneel aan andere zaken gewijd?

We naderen een dorpje dat niet op -jum, -ga of -werd eindigt: Moddergat. Bekend van Man bijt hond, hoor ik naast me. Dat heb ik dan gemist. 'Toen was ik zeker in de keuken'; ik hoor het ons moeder nog zeggen.
Zou het trouwens effect op mensen hebben als ze in hun jeugd steeds moeten vermelden dat ze uit Moddergat komen? Wat voor reacties krijg je dan? Hoe wordt zo’n inwoner trouwens genoemd: Moddergattenaar? Moddergatter, Modderkruiper? Het is Moddergatter, lees ik later. Ik merk dat ik dadelijk iets smoezeligs verwacht aan te gaan treffen.

Het tegenovergestelde blijkt waar: het plaatsje achter de dijk maakt een frisse en schoongewassen indruk. Vrolijk zelfs, als helft van de Siamese tweeling Moddergat/Paesens. Bij binnenkomst is er een voormalig granaatfabriekje dat bij nader inzien garnaalfabriekje moet zijn. Dat krijg je als je het Friese ‘It Genaatfabryk’ niet nauwkeurig leest. Het is te huur voor presentaties en andere kleinschalige bijeenkomsten. Iets verder vormt een ensemble vissershuisjes het mini-openluchtmuseum ‘t Fiskershúske, met ertegenover een monument dat herinnert aan een stormnacht van 5 op 6 maart 1883 waarin 17 schepen vergingen en 83 vissers uit deze gemeenschap omkwamen. Op de kam van de dijk zijn hun namen te lezen; aan de voet staat een beeld van een vrouw-met-kind ter ere aan de echtgenotes die er zich toen doorheen moesten slaan.

Aan de zeekant blubber tot zover het oog reikt. Met aan de overzijde een ‘vermoeden van Ameland’, Op een bord staat handgeschreven dat het om 16.40 uur hoog water is. Een groep wadlopers komt net aan wal.

We fietsen door het dorpje met de dubbele naam. In het oog springend is de St.-Antoniuskerk. Het spitse torentje is van latere datum; het kwam ter vervanging van een zadeldakuitvoering. Het geheel heeft nog romaanse delen en opnieuw lees ik dat de kloostermoppen hier ‘friezen’ genoemd worden.

We gaan verder westwaarts. Schapen begrazen de dijk en boven ons zijn veel kleine en grotere roofvogels waar te nemen. Ze hebben hier alle ruimte.
Die is er ook zat om de congestie in de Randstad te ontlasten. Heel veel plek voor een nieuwe stad. Misschien kan het nieuwe kabinet het verhuizen van West naar Noord bevorderen door te beginnen met een remigratiepremie voor Iedereen die De Vries heet. Dit soort dingen ga je als vanzelf denken, peddelend in het groen onder hoge heldere luchten.

Bij Holwerd betrekt het en in een mum van tijd wordt de hemel grijs. De wind neemt toe en we gaan richting Dokkum. Regen is er niet voorspeld; onze plotse haast wordt ingegeven door de wetenschap dat de keuken in het Abdijhotel tot 15.00 uur open is voor de lunch. We hebben al uitgecheckt, de koffertjes staan in de auto, het fietsenrek is bevestigd. We kunnen na de bik direct weg om de vrijdagavondfile (aangevuld met herfstvakantiegangers) vóór te zijn.

Eerst een stuk over smalle weggetjes, de berm in voor grote en kleine landbouwmachines. De schuif achter een tractor schaaft de kleiklonten van het wegdek. Wat later komen we langs de DVC, de Dokkumer Vlaggen Centrale, een (iconisch) bedrijf dat we al kenden. Nieuw is wetenschap dat daar vlakbij de Wilhelminapepermuntjes gemaakt worden. Zou je de fabriek niet gezien hebben, dan was er altijd nog de geur!

Ruim voor tijd kunnen we aan tafel in de gelagkamer. Het wordt voor alle twee een vegetarische schotel met quinoa, groente, pecannoten, tomatencompote en geroosterde plakjes halloumi en pompoen. Na het voldoen van de rekening ‘bestuit’ (complimenteer) ik de kok: ook hij had een belangrijk aandeel in het genoegen van deze Dokkumse Driedaagse.

dinsdag 24 oktober 2017

Dokkum (2); monnikenwerk, Friese nagelkaas en de Italiaanse primitivo

Tot gisterenavond (11 oktober) viel mijn kennis over de historie van Dokkum samen te vatten in de volgende zin: ‘Bonifatius werd hier in de buurt rond zijn 80ste vermoord in 754 en Sinterklaas komt er op 18 november a.s. per boort aan’. Twee feiten en da’s wel mooi 50% meer aan historie dan wat ik over Heiligerlee weet te produceren.

Ondertussen heb ik wat bijgelezen. Het hotel (bijvoorbeeld) waar we nu verblijven, was lange tijd weeshuis. (Een groot ‘uithangteken’ boven de entree uit 1854 herinnert daaraan.) Daarvóór was het een abdij: het (hoe kan het ook anders) St.-Bonifatiusklooster (760-1580).

Monniken hebben Nederland aan de blub ontrukt. Vooral in deze hoek; ook elders kom je ze tegen als droogleggers, inpolderaars, landwinners. Ze woonden tot 1580 in het Dokkumer klooster, het jaar waarin dit soort onderkomens verviel aan de Staten van Friesland, om vervolgens uit de geschiedenis te verdwijnen. In het jaar daarvoor had Dokkum zich aangesloten bij de Unie van Utrecht en daarmee de Spaanse koning afgezworen ten gunste van de Republiek-in-wording.

De stad was er niet echt zonder kleerscheuren vanaf gekomen. In 1572 werd het ‘voor ontrouw aan de koning’ bestraft door de stadhouder Caspar di Robles op gezag van Filips II: de zogeheten ‘Waalse Furie’ legde meer dan 200 panden in de as. Hieraan herinnert een infobord bij ‘het gotische huis’ aan de Boterstraat 8. Behalve dit pand bewaart ook het huidige Abdijhotel nog een gotische vleugel binnen het centrale gedeelte. Andere stukken klooster verdwenen mop voor mop naar de overbuur: de (inmiddels protestantse) Grote of St-Martinuskerk moest namelijk verhoogd en uitgebreid worden: in elke strijd met een geloofsachtergrond zullen religiegebonden gebouwen het ontgelden. Niks nieuws.

Vandaag staat een fikse wandeling op het programma ter verkenning te voet van Dokkum en ommelanden. Morgen fietsdag.

Eerst de oude vesting. In 1581-1582 werd het havenstadje voorzien van een omwalling (bolwerken) met bastions op zes punten. Wie weet kwamen de Spanjaarden op revanche. Deze versterkingvormt nu een beeldbepalend element. Er blijkt veel te zien binnen de oude (soms hellende) straatjes, al dan niet in het zicht van vaarten en singels.

Na 1925 kwam de eerste bebouwing aan de overkant van de wallen tot stand. En eenmaal buiten het historisch centrum blijkt er veel ruimte te zijn voor ‘groen’. In een van de lommerrijke hoeken bevindt zich de St-Bonifatius- of Brouwersbron. Overigens moet ook in het oude klooster het Bonifatiuswater gevloeid hebben: mogelijk uit een ader van de ‘tobbe’ verderop. Op de huidige Markt wordt daaraan herinnerd. Uiteraard is het opmerkelijk dat ergens zoet water spontaan opborrelt in een zoute of op zijn minst brakke omgeving. 

Tegenover de (hoofd)bron van de Angelsaksische heilige bevindt zich sinds het Processiepark. Het plan hiervoor kwam in 1853 van pastoor J.G. Demes, en in 1926 vond de eerste St.-Bonifatiusbedevaart-nieuwe-stijl plaats. Op het terrein bevindt zich sinds 1993 een ‘waadplek’, waardoor het water uit de geneeskrachtige grote bron stroomt.
Het park herbergt sinds 1934 de Bonifatiuskapel, een in romaanse stijl opgetrokken bouwwerk, ontworpen door de in Den Bosch zeer bekende architect H.W. Valk, die ook tekende voor het huis van onze achterburen.
De 14 kruiswegstaties zijn er in 1936 geplaatst op initiatief van Titus Brandsma.

Voorlopig even voldoende Bonifatiusherinneringen. De route voert ons door bosjes en weidegebied naar Wouterswoude, dan wel Wâlterswâld. De zon is doorgebroken, wat het lopen in een straffe wind veraangenaamt. We rusten en gebruiken wat bij een ‘melktappunt’ (zelfbediening), kopen er een pak pannenkoekenboekweitmeel kijken naar de Friese stamboekkoeien op stal en gaan verder. Onderweg blijkt het hier nog een goede gewoonte iedereen die passeert - jong en oud - te groeten. Gelukkig blijft ons een ontmoeting met Piet Paulusma bespaard.
Weidse blikken, leeg hooiland en weidegebied, Bijna leeg, want schapen zijn er in overvloed, alleen vallen die niet zo op. Veel paddenstoelen onderweg, met name vliegenzwammen. Op een beschutte plek eten we een boterham.

Via een lange omtrekkende beweging komen we in de middag uit op de Harddraversdijk. Daar is het nu rustig vanwege de werkzaamheden aan de weg door firma Sjouke Dijkstra. Spontaan lees ik Sjoukje; misschien haar broer. Of neef.
Vlakbij is de bieb met een leescafé, waar we een half uur lang verpozen en de koffie/thee voor niets uit de machine gehaald mag worden. Als ik hier zou wonen (wat buiten mijn woonplaats een vaste gedachte is) - om de hoek is een flink en fris seniorenkwartier - ging ik hier dagelijks langs voor de uitgebreide leeshoek. Wat een bijna gewijde rust! En dan verder richting de Markt en het Abdijhotel.

’s Avonds gaan we er - zonder een aanloop in de gelagkamer - aan tafel in het restaurantgedeelte. Ik bestel als hoofdgerecht harder: een vis die je elders niet op de kaart vindt. Ze wordt gevangen in de Waddenzee en op enkele plaatsen in de Zeeuwse Delta. De kok laat zich weer van zijn beste kant zien. Ook het nagerecht komt uit de streek: een plankje met zes soorten Friese kaas. De wijn - ook bij de vis genuttigd - komt uit Zuid-Italië: een milde primitivo. Rood bij vis lijkt vloeken in de kerk: ‘me frega’, zeggen ze in het land van herkomst, ‘kan mij wat bommen’. Het zuidelijke rode en het noordelijke blanke blijken een prima combinatie. Ik neem mij voor om a.s. vrijdag bij de visboer na te gaan of ook in onze contreien harder aan te voeren is. Of anders heek, ook al zo’n ‘vergeten’ (?) vis: ‘Dokkum inspireert’. Dat lijkt me een mooie pay-off voor het VVV hier.