zaterdag 8 april 2017

Dagboek VS (10); Prachtige nep

25/03  Dikke Amerikanen: langzamerhand beginnen de slanke exemplaren op te vallen. Tijdens het ontbijt in Nashville zien we tussen de flinke en wel erg flinke hotelgasten twee op normaal gewicht gebleven paren van onze leeftijd. Komen ze hier vandaan?

Een der dames blijkt cola te drinken; waarmee het rechter duo op authentieke bewoners van dit land lijkt. Het andere ranke paar heeft wortels in het Verre Oosten. Van links komt de man op ons toe: 'Hoor ik hier Nederlands praten?' Ze wonen in Zuid-Holland en bezoeken dezelfde steden als wij, alleen in de 18-dagenvariant. Vandaag gaan ze Nashville in, terwijl wij verder rijden naar Gatlinburg.

Door het gezellige gesprek 'verlaat', vertrekken we pas om 10.30 uur. Na al dat vlakke land, komen nu dan de bergen: de Appalachen. Deze keten in het oosten van de VS is zo'n 2.400 km lang. Over de huidige blanke bewoners van dit uitgestrekte gebied (rednecks, hillbillies) bestaan de nodige stigmatiserende verhalen. Het heuvelende gedeelte waarmee wij te maken krijgen, heet Great Smoky Mountains. De naam 'rokende bergen' werd gegeven door de indianen, de toenmalige bewoners.

We richten ons op Knoxville. Eenmaal daar voorbij, komen de bergen in zicht. Vlak voor de afslag naar Gatlinburg rijden we door de Smoky Mountain Opry dat iets weg heeft
van een breed dal. Op deze mooie zaterdag is het 'aanschuiven', van stoplicht naar stoplicht. Links en rechts zien we een kilometers lang mengsel van kermis en de Strip van Las Vegas. Er zijn veel bezoekers; het geheel vormt in onze ogen een verbazingwekkend spektakel. Er zijn veel opmerkelijke gebouwen: allemaal nep en vaak in kakelbonte kleuren. Een enorm huis staat met tuin en al op zijn kop terwijl aan de andere kant van de weg King-Kong achter het Empire State Building tevoorschijn komt. Vermaak op de zaterdagmiddag. Vanuit de auto doet het gezellig aan en als we eenmaal écht omhoog gaan, zijn er de bossen. Plus een snelstromend riviertje.

Langs die beek klimmen we richting Gatlinburg. Een skioord. En tot onze verbazing komen we in de hoofdstraat meteen terecht in een wat bescheidenere versie van de kermis die we eerder passeerden. Volgens ons is Valkenburg hier niks bij is.

Na het inchecken gaan we direct het plaatsje in: bijna alles namaak en regelmatig is er sprake van erg mooie nep. Ik app onze eerste indruk én wat foto’s naar de familie in Californië en krijg meteen als reactie ‘It sounds very typical American kitsch’. De (toch weer vaak omvangrijke) bezoekers hebben het prima naar hun zin in een sfeer die je niet anders dan relaxed kunt noemen. Wij komen ogen tekort bij het zien van dit alles. Om ons te harden, lopen we een aantal giga-snoepwinkels binnen om daar de mega-voorraad te bewonderen.

Het gedeelte waar de skilift staat - het blijkt vandaag de laatste dag van het seizoen - verwijst naar het gebied waar de pistes liggen met borden waarop ‘Ober Gatlinburg’ staat. Vlak daarbij bevindt zich een wit kerkje, waarvan ik zeg; ‘Dit moet toch wel echt zijn’. Waarop mijn vrouw me op een bruidswinkel aan de overzijde wijst. Bij nadere inspectie blijkt het kerkje ‘Sugarland Wedding Chapel’ te heten. De beginzin uit een lied van Elvis komt ineens voorbij. ‘Verdammt nochmal’, ook al nep; ik kom niet meer bij van het lachen.

Minder nep is de dronkenschap van een jonge zwangere vrouw bij de ingang van de skilift. De man die haar tegemoet komt, heeft ook de hoogte. Zelfs in de hotspot van New Orleans, de oude Frans wijk, heb ik dit tafereel niet gezien.

Niet veel verderop ligt een nagebouwde ‘distilleerderij’, die met teksten verwijst naar de clandestiene stokerijen van weleer waar ‘moonshine’ werd geproduceerd. Een uit graan verkregen ‘white whiskey’ of ‘white lightning’. Binnen zijn barkeepers als jongleurs bezig en de gasten laten zich niet onbetuigd. Rechts van de ingang staat een vers bruidspaar een serie genodigden te ontvangen: van kerk tot kroeg.

De bergen die hier het decor vormen zijn niet van bordkarton. Bovendien zijn ze mooi, ook nog ook nog.

vrijdag 7 april 2017

Dagboek VS (9); '... too cold'

24/03  De afgelopen week werd het elke dag wat warmer, met als hoogste temperatuur gisteren 28°C. Vandaag is het bewolkt als we van Memphis richting Nashville vertrekken. De grijsheid houdt aan onderweg. Wat wel verandert, is het landschap: het prille groen van gister wordt 'zeer pril' en in de buurt van Nashville verschijnen lage rotsformaties en wordt het terrein geaccidenteerd. Als we de brede meanderende Cumberland River passeren, zien we aan de rechterzijde downtown Nashville. Ons hotel ligt buiten het centrum en wel in Music Valley, een conglomeraat waarin een groot aantal shows aangeboden wordt.

Nashville staat bekend als het hart van de country & westernmuziek. Onze eigen Ilse de Lange schijnt er kind aan huis te zijn en een paar jaar terug waren Nick, Simon en Kees er voor een tv-programma. Wat me verbaast, is dat de stad hier vooral te boek staat als Wall Street van het Zuiden. En als centrum waarin een groot aantal bijbels gedrukt wordt. Misschien niet zo gek, want de streek waarin onze route loopt, maakt deel uit van de 'bible belt'. Als ik wat verder lees, wordt de stad 'het protestantse Vaticaan' genoemd met zijn 700 kerken, scholen, universiteiten en (centrale) organisaties op religieuze grondslag. Opmerkelijk: ik zal mijn beeld bijstellen.

Een geïmporteerde Amerikaan zei me: 'Je bent nu in Trumpland'. Ik kan het me inmiddels voorstellen door wat we onderweg aan mensen en reclame-uitingen tegenkomen. Ik snap nu waarom de huidige president op zowel de hem van overheidswege aangereikte bijbel als op het exemplaar uit zijn jeugd de eed wilde afleggen. Opportunist. Een positief geluid is dat deze conservatieve president vandaag ter elfder uren de stemming over het tenietdoen van de sociale Obamacare heeft afgeblazen. Zijn woordvoerder zei: 'Grote dingen doen, is niet eenvoudig'. Ja ja, zo ken ik er meer. Mijn vader zou op die voorlichter gereageerd hebben met: 'Maar God hoort ze brommen'. Kijken hoe het verder gaat met Mister Twitter.

Het hotel wordt verbouwd. Kennelijk is in onze kamer al wat schilderwerk verricht. De schoonmaak is met de Franse slag gedaan en het is binnen net een ijskelder: Amerikaanse hotels hebben één ding gemeen: ratelende ijsblokjesautomaten en een airco die op Eskimo’s is afgesteld. Het tweede apparaat krijgen we na een poosje (met alle truien aan) op de verwarmingsstand. Ik denk aan Ilse de Lange en een zin uit het nummer 'That Part' dat op de CD 'The Common Linnets II' staat: 'And this room's too cold, And the clock's too slow'.

Vervolgens blijkt de muur met de rechterburen - een groepje dames tijdens een weekendje weg - ook nog eens van bordkarton. Dit is een trendbreuk: voorgaande onderkomens waren van een andere klasse. De grote afstand tot het centrum ontneemt ons de zin om naar het hart van de stad te rijden. Omdat er - na een verkenningstocht - in deze omgeving even niks anders mogelijk lijkt, gaan we wat eten bij de McDonald's aan de overkant; ook een trendbreuk. Het personeel - latino's - spreekt Amerikaans-Engels met een wel erg vet zuidelijk accent. Als we voor de zoveelste keer moeten vragen om de zin nog eens te herhalen, schakelt mijn vrouw over op Spaans. Zo, nu kunnen we elkaar tenminste zonder irritatie verstaan en krijgen we de kipnuggets, friet en groente die we willen hebben. Er zijn boeiendere plekken om te eten.

Weer in de hotelkamer blijkt de Gideon-bijbel in ons nachtkastje een lokaal gedrukte uitgave. Gewoon vroeg pitten en morgen rap op weg richting de Smoky Mountains.

donderdag 6 april 2017

Dagboek VS (8); 99

23/03  'Aa heev maa tieebèègs oovehiee' ('I have my teabags overhere'). Vicksburg, Mississippi. De mevrouw gaat ons voor naar de ruimte waar we ons ontbijt kunnen samenstellen; het Amerikaans-Engels om ons heen heeft inmiddels lang aangehouden klinkers gekregen. Gisteren moest ik in een winkel zelfs vragen om een zin te herhalen. Dit moet beslist lijken op wat mijn buitenlandse familieleden ervaren die thuis Nederlands hebben geleerd en op vakantie in Maastricht boodschappen gaan doen. Of in Heerenveen.

Vicksburg staat bekend om het ‘National Military Park’, een openluchtmuseum rond de slag om die stad in het voorjaar van 1863 tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Die interne strijd ging om meer dan de afschaffing van de slavernij, zoals ik altijd gedacht had. Er waren ook economische tegenstellingen: de kleine boeren uit het noorden versus de grote en rijke planters uit het zuiden, de sterke industrie uit het noorden en het minder ontwikkelde zuiden. Zuidelijke staten gingen de Confederatie vormen en de noordelijke de Unie (United States).

Het museum maakt met een uitstekende inleidende film de situatie in Vicksburg duidelijk: de Unie trekt op over de Mississippi en de Confederatie verschanst zich op de hoogtes achter de stad. Een aanval over het water - compleet met gepantserde kanonneerboten - loopt vast, dus moet de strijd op het land geleverd worden. Uiteindelijk behaalt de Unie een pyrrusoverwinning. Met de auto volgen we het lange traject langs de stellingen van toen.

Op de heenweg zijn er blauwe borden die de linies van de Unie aangeven en op de terugweg rode voor de Confederatie. Heuvels moesten per stormloop genomen zien te worden, waarbij de verdediging moordend was. Met de aanwezige aanwijzingen is een beeld van de strijd die toen gevoerd werd, gemakkelijk op te roepen. Na de capitulatie op 4 juni 1863 was de hele Mississippi in handen van de noordelijken, die hiermee een belangrijke vervoersader in handen hadden gekregen, én het gebied der zuidelijken in tweeën hadden verdeeld.

We trekken weer verder en onderweg zien we regelmatig verwijzingen naar de 'Natchez Trace', oorspronkelijk een pad, hier nu een (parallel) Park Highway, waarover we in de buurt van Vicksburg met een stukje rijden. Het oude pad, waarvan gedeeltes ook als wandelroute in ere hersteld zijn, is 715 km lang en loopt van Natchez Mississippi (een naam die naar een indianenstam verwijst) naar Nashville Tennessee. Het verbindt de rivieren Mississippi en Cumberland River. Voor de uitvinding van de stoomboot, konden houten schepen alleen met de stroom mee over de Mississippi richting zuiden. Eenmaal daar met de vracht aangekomen, werd het vaartuig om zijn hout verkocht en ging de bemanning terug naar het noorden; langs het eeuwenoude Natchezpad.

Langzaamaan komen we in een gebied waar de lente zich in een priller stadium bevindt. Het uitbundige jonge groen aan de loofbomen maakt plaats voor een beginnende groene waas. De lucht is onverminderd blauw en tegen 15.00 uur komen we aan bij ons hotel in Memphis. Een uur later steken we de straat over voor een slentertocht bij warm weer langs de voormalige ‘landing’: de plaats waar vroeger de boten afmeerden om hun lading te lossen. In het Infocentrum lezen we over de betekenis van Memphis tijdens de Burgeroorlog. 

In hetzelfde gebouw maken beelden van B.B. King en Elvis Presley duidelijk waar we zijn. Op het 'Mud Island' in het midden van de stroom liggen allerlei bezienswaardigheden opgeslagen.

Wij wandelen verder om op het hoge deel van het goed bezochte park te genieten van een prachtige zonsondergang boven de Mississippi. Op de terugweg naar het hotel ontsteken de koetsjes die ons passeren hun 'kerst'verlichting.

In New Orleans ontmoetten we afgelopen dinsdag tijdens de lunch een Nederlands koppel uit Zuid-Limburg. Op advies van de dames gaan we ‘s avonds eten bij de B.B. King's Blues Club. Telefonisch reserveren was niet meer mogelijk: we moesten gewoon langskomen. Na tien minuten in de rij (plus een tientje voor het live entertainment) krijgen we een volgnummer in de vorm van een soortement afstandsbediening. Als daarin na weer tien minuten lichtjes gaan flikkeren, brengt een jongedame ons naar een tafel op het balkon met eersteklas zicht op het toneel waarop zich een bandje installeert. Als de muziek speelt, geeft mijn vrouw onze bestelling met gebarentaal door. Vervolgens genieten we een uur lang van het swingende optreden door de muzikanten die zich presenteren als de B.B. King’s Club All*Stars. Met name het aandeel van drummer en sologitarist maakt indruk op me. Ondertussen arriveert ons eten dat uitstekend smaakt. Prachttent.

Daarna lopen we nog de Beale Street door om vervolgens door de zwoele avond terug te kuieren naar het hotel. Ik bel mijn neefje in Houston, met wie ik drie kwartier 'de toestand in de wereld' doorneem.

'Heb je al slepend leren spreken?', is de afsluitende vraag uit Houston. Mijn antwoord is gauw gevonden: 'Aa heev maa tieebèègs oovehiee. Naantie-naan (ninety-nine)'.

Morgen richting Nashville.

Dagboek VS (7); Graven in de geschiedenis

22/03  Tijdens het ontbijt staat de TV aan: het wordt een belangrijke dag voor de gezondheidszorg in de VS. De onder de vorige regering in het leven geroepen (en verdedigde) Obamacare heeft de toegang tot doktoren en ziekenhuizen betaalbaarder gemaakt voor Amerikanen. De nieuwe president Trump vindt het sociale aspect hierbij te duur en noemt Obamacare een nachtmerrie. Om zijn zin door te drijven, vindt hij het geen probleem om mensen die tegen zullen stemmen - waaronder zijn eigen partijgenoten - te dreigen met maatregelen. Zijn geloofwaardigheid komt op die manier in het geding, meent het vroege panel bij CNN.

Vervolgens op weg van New Orleans richting Vicksburg. Ook deze stad ligt aan de Mississippi, alleen meer naar het Noorden. De eerste helft van de route gaat door moerasachtig gebied waar de weg regelmatig op palen staat. Ook huizen die in dit dunbevolkte gebied in de buurt van water staan, zijn op 'pilaren' gebouwd.

Voorbij Hammond gaat het licht heuvelen; beetje Veluwe-achting, waarbij de bomen richting Vicksburg een priller groen vertonen dan meer naar het zuiden. Tijdens een pauze zien we op tv het bericht van een recente aanslag in Londen. Een gruwel, ver weg en toch dichtbij.

Vicksburg: het hotel ligt op loopafstand van een supermarkt. Omdat ook hier praktisch niemand wandelt of fietst, zijn er geen faciliteiten voor langzaam verkeer. We lopen door de berm en steken over op kruispunten die voor auto's bedoeld zijn.

Ingeklemd tussen de ventweg, een fantasierijk vormgegeven Mexicaans restaurant en ons hotel moet volgens de kaart een begraafplaats liggen. Ineens zien we op een hobbelig stuk grond een verzameling zerken tussen het gras: tja. Weer op de kamer ga ik googlen en kom al snel uit op een bericht in de krant van Vicksburg dat aandacht vraagt voor dit opmerkelijke stukje verleden. Het blijkt te gaan om de 'Cemetry-Jonestown or Tate', waarvan in 2015 een zoektocht begon naar de eigenaar. Die was volgens de gemeente onvindbaar. Wel waren wat namen bekend van mensen die vanuit Jonestown in 1905 bij de start betrokken waren. Nou, die liepen 110 jaar later echt niet meer rond. Waarmee de plaatselijke overheid volgens de wet de eigendom van het perceel kon overnemen om met het oog op de volksgezondheid de graven te ruimen en het stuk grond weer over te dragen aan de eigenaar, mocht deze alsnog melden. Zo te zien is nog niet (alles) geruimd.

Gisteren bezochten we in New Orleans het Lafayette Cemetry, een interessant plek, alleen al door het verhaal erachter. Bovendien zijn we de afgelopen dagen al de nodige begraafplaatsen voorbijgereden voor soldaten die sneuvelden tijdens WOII, in Vietnam en tijdens de Burgeroorlog. Daarbij komen in deze zuidelijke staten ook nog talrijke verwijzingen naar de American Civil War (1861-1865) tussen de Unie (VS, Noorden) en de Confederatie (Zuiden).

Vicksburg werd op 4 juli 1863 ingenomen door de Unie (de Verenigde Staten). Hier in de buurt is het Vicksburg National Military Park, met daarin opgenomen het Vicksburg National Cemetry met 18.244 graven, waarvan zo'n 80% 'niet geïdentificeerd'. De strijd om Vicksburg komt in dat ‘Park’ uitgebreid aan de orde. Die slag vond 154 jaar geleden plaats, in de tijd van mijn overgrootouders. Ik vraag me af hoe gevoelig die kwestie hier in het (overwonnen) zuiden ligt, aangezien ik zelf al op mijn achterste poten ga staan als iemand in Den Bosch het jaartal 1629 noemt.

Morgenvroeg gaan we naar dat 'openluchtmuseum': ik ben benieuwd.

dinsdag 4 april 2017

Dagboek VS (6); Algiers

21/03  Er rijden verschillend gekleurde trolleys door New Orleans, en wij pikken de groene op, want die komt die via de lange Saint Charles Avenue voorbij het Garden DistrictIn die wijk stappen we uit om allereerst een bezoek te brengen aan het Lafayette Cemetry. Het verhaal dat daarbij hoort, geeft het nodige zicht op de recente geschiedenis van de stad. Wij volgen de route over de begraafplaats aan de hand van een tekst die onder het kopje 'Self Guided Tours' op de iPad van mijn vrouw staat. 

De bovengrondse tombes die hier vanaf 1833 gebouwd werden, behoren aan families of organisaties. Een groot aantal is of wordt gerestaureerd. Er blijken hier veel personen te liggen die in de streek 'bekendheid' gekregen hebben vanwege hun activiteiten binnen overheid, bedrijfsleven en leger. Of ze er echt nog ‘liggen’, is de vraag. Omdat de bovenbouw in de volle zon ligt, werkt de tombe als een oven waarin de resten snel vergaan. Wat na de verhitting nog overblijft, verhuist een verdieping lager, waardoor er weer ruimte komt voor de volgende.

Duidelijk wordt, dat die behoefte aan ruimte in bepaalde periodes pieken beleefde, want in bepaalde jaren stierf een flink aantal lieden aan gele koorts en malaria. Van die laatste was lang onbekend dat een mug de dodelijke koorts veroorzaakte. Bewoners uit de omliggende rijke wijk gingen er tot dat moment van uit dat wanneer hun huizen apart stonden én omgeven werden door een tuin, de hiermee geschapen hygiënische omstandigheden de malaria voorkwamen. Het tegendeel bleek waar: in het vochtige groen gedijde de Anopheles stephensi uitstekend. Het eerste middel om malaria te bestrijden, was kinine, een stof die in de 19de eeuw langzaam aan toepassing gaat vinden.

Mede om de veronderstelde preventieve werking van afstand en flora zijn prachtige, vrijstaande huizen komen te staan in de groene wijk rond het kerkhof. Die woningen zijn gebouwd tussen 1832 en 1900 op de grond van een voormalige plantage en de huidige prijzen variëren van een half tot 12 miljoen dollar. Een rustige en lommerrijke omgeving; Sandra Bullock woont er ook.

Na de lunch bij het relaxte Still Perkin' gaan met de (volle) groene trolley weer terug, tot bij de Mississippi. Op aanraden van mijn nichtje uit San Diego (CA) pakken we het pontje naar de overkant. Daar blijkt het kleine Algiers Point meer dan de moeite waard: alsof je terug stapt in de tijd. Volgens een bewoonster (werkzaam in de glasblazerij) hanteert de buurt strenge regels voor het behoud van het historische karakter. 'Point' heeft iets intiems; de (niet volumineuze) huizen en de aanwezige horeca creëren een knus geheel.

Algiers Point blijkt als goed geconserveerde en aantrekkelijke 'hoek' niet echt representatief voor het veel omvangrijkere Algiers waarin veel problemen van het leven in een grote stad het beeld bepalen. Over de herkomst van de naam Algiers bestaan de nodige theorieën. De mooiste (en daarmee niet per se de meest waarschijnlijke) is die waarin een soldaat terugkeert van de oorlog in Noord-Afrika en roept: ‘Dit hier heet Algiers’.

Weer van boord aan de andere kant, ligt Le Vieux Carré op loopafstand; we hebben er gisteren doorheen gelopen en houden het nu voor gezien. Moe van de hele dag sjouwen in een steeds warmer wordende stad tippelen we via Gravier richting hotel. Bij Baronne Street ga ik even uit de flank om bij de inmiddels bekende Rouses een en ander in te slaan. 

Sinds gisteren weten we dat Amerikanen graag een dna-test laten doen. Toen sprak een dame vol enthousiasme over de haar percentages Iers en Duits bloed. En vanmorgen troffen we bij de lobby een vrouw die een iets bontere achtergrond had waarin Zweedse en Duitse wortels overhand hadden. In beide gevallen waren er noch familieverhalen of -papieren noch archiefstukken geweest die in een bepaalde richting hadden kunnen wijzen. ‘Ik denk dat mijn Zweedse genen ervoor zorgen, dat ik - zodra dat kan - graag in de zon ga zitten’, zei die tweede vrouw. Dit in tegenstelling tot wat wij om ons heen zien: net zoals in Zuid-Europa zoeken de bewoners graag de schaduw op. Wij doen hier aan mee: het is maart, op deze hoogte steekt de zon en je verbrandt in een mum van tijd. Als er al een reden is om een ‘cap’ te dragen, dan is het wel om de werking van die gloeiende bol wat in de hand te houden. ‘Hoe is het hier in augustus?’, vraag ik bij de trolleyhalte. Uit het antwoord blijkt dat we een gunstige tijd gekozen hebben om hier rond te trekken.

maandag 3 april 2017

Dagboek VS (5); 'Thuis'

20/03  Als ik 's morgens uit de douche kom, realiseer ik me dat het tegelijkertijd in Nederland al halverwege de middag is. Hoe zou ik daar de tijd ingevuld hebben die ik hier nog voor me heb? Anderzijds: als ik in Maastricht ben, sta ik ook niet stil bij de vraag wat ik op dat moment thuis in Den Bosch gedaan zou hebben. Een schijnprobleem dus, lijkt me. Misschien dat een mathematicus hier een ander verhaal bij kan vertellen. Ik laat het erbij.

Vlak voor ik ontwaakte, droomde ik van mijn woonplaats. Mijn vrouw en ik wandelden door het centrum en veel mensen liepen rond in carnavalskledij. Ik realiseerde me dat het een paar dagen vóór halfvasten moest zijn. Een droom dus, en toch realiteit. Want omdat vorig jaar op die dag alsnog de (vanwege een storm) uitgestelde Grote Optocht gehouden werd, was er ineens sprake van een traditie. Halfvasten ging altijd rimpelloos voorbij, en dit jaar moet er ineens nog een Oeteldonkse nabrander komen. Belachelijk! Mijn eerdere column in een zondagskrant over de onzinnige uitbouw aan de voorkant van de Carnaval, verdient een aanvulling voor de achterzijde. Ik word gesterkt in mijn opvatting dat ook het 'feest der feesten' een aanleiding vormt voor oppervlakkig vermaak.

Dadelijk vertrekken we vanuit Pensacola naar de carnavalsstad van de VS: New Orleans. Vrij snel al verlaten we Florida, waarna we een tijdje door Alabama rijden. Ook deze staat laten we vlot achter ons; nummer drie van de dag is Mississippi. Hier lunchen we op een bank aan het krijtwitte strand van Biloxi. Het is heerlijk weer. Eigenlijk iets boven normaal, vinden twee dames-leeftijdsgenoten die hier zijn voor familiebezoek. We raken met ze in gesprek. Uiteraard komt al snel de vraag ‘Where are you from?’ En het antwoord leidt uiteindelijk toch een praatje over herkomst, stambomen en identiteit. Dan blijkt dat een van de twee een dna-test heeft laten afnemen. Die voerde tot de bevinding dat ze 40% Iers was. En voor de rest Duits. Ze bleek ingenomen met het resultaat. Zelf had ze voor dit onderzoek nooit echt verhalen gehoord over haar voorgeslacht. De verkregen gegevens gaven haar een goed gevoel. Bovendien: zo’n test laten afnemen was erg populair.

We maken een wandeling over het spierwitte, bijna lege strand. Korte tijd daarna is Louisiana de vierde staat waar we vandaag komen. Verwijzingen onderweg (in straat- en plaatsnamen) naar de Spaanse en Franse geschiedenis van de streek zijn talrijk. Bruggen en wegen op heipalen voeren ons over baaien en moerassen. Nog één fikse brug en dan zijn we in de buitenwijken van New Orleans. Na de nodige keren links en recht parkeren we de auto in de garage van het hotel, hartje centrum, op loopafstand van het French Quarter, of Le Vieux Carré.

Het is 15.30 uur, aangenaam warm en we lopen naar de oude Franse wijk. 'Een beetje een kermis', is mijn eerste gedachte. Veel horeca en winkeltjes die proberen bij te dragen aan de authentieke sfeer. Het is gezellig druk. Een bord geeft aan dat het huidige Jackson Square in de Spaanse periode van Louisiana Plaza de Armas heette. Bij de zogeheten French Market Place is het echt een stapeling van stalletjes en zaakjes.

Om de een of andere manier heb ik meteen het gevoel dat ik me - zodra we vanuit het hotel op weg gaan - in deze stad op mijn plek voel. Dat is niet uitzonderlijk: dat gebeurt me regelmatig. De eerste keer dat me dit overkwam, was toen ik 17 was en mijn jongste zus en familie in Casablanca bezocht. Ik fietste daar al snel rond op een rijwiel van Nederlands fabricaat alsof ik overal de weg wist. Haar kinderen die toen nog erg klein waren, zijn mijn nicht en neef die na allerlei omzwervingen nu in respectievelijk San Diego en Houston wonen. Twintig jaar later was het Jogjakarta waar ik zonder kaart naar het kraton, het ‘koninklijk’ paleis wandelde. Andere tot dan toe nieuwe steden volgden. Misschien moet ik er eens over nadenken wat voor die herkenbaarheid zorgt. Overigens lijkt het me een normaal verschijnsel en in reïncarnatie geloof ik niet.

We lopen naar de Mississippi, passeren een raderboot, zien veel 'kunst-op-straat' en gaan richting Spanish Place en vandaar via Gravier Street en Baronne Street op zoek naar een supermarkt. Uiteindelijk komen we met een aantal aanwijzingen uit bij Rouses. Daar blijkt de keuze bijzonder en omvangrijk. Woonde ik in deze wijk, dan zou dit mijn vaste winkel worden. Ik merk dat ik na een aantal dagen reizen door een meer ‘rurale omgeving’ blij ben weer in een echte stad te zijn. Geen mannen met baarden in deze hoek van New Orleans, duidelijk minder kandidaten voor de Weight Watchers, en op het oog ruimte voor de bestaande sexuele verscheidenheid.

Met volle tassen en een opgewekt gemoed gaan we richting ‘huis’. Morgen staat er een reeks te bezoeken plekken op het programma.

zondag 2 april 2017

Dagboek VS (4); Knopje

19/03  Zondagmorgen lopen we om 08.30 uur in het centrum van Tallahassee, de hoofdstad van Florida. Zo vroeg is het nog stil en fris; in de zon voelt het aangenaam. Veel kerkgebouwen en veel vogelgefluit om ons heen. Tussen de hoge gebouwen down town zijn snel al wat karakteristiek aandoende straatjes te vinden. 

Karakteristieke vinden we in elk geval een tweetal houten huizen in de zuidelijke architectuur die nu het John G. Riley Center/Museum vormen voor de geschiedenis van de Afrikaans-Amerikaanse bevolking van de VS. Beide gebouwen staan op een plaats waar - na de afschaffing van de slavernij - een zwarte middenklasse ontstond, met Riley als bekende representant. Twee generaties later vonden ook in deze plaats in de jaren 50/60 flinke protesten plaats tegen de apartheidspolitiek in de VS. Als Trump zegt dat de oude tijden terug moeten komen, betekent dat ook een terugkeer van de discriminatie. De man is maf; misschien is het fout om hem te onderschatten.
Weer in de wagen onderweg, zien we Trump-stickers op auto's voorbijkomen. Da's zoiets als ik Nederland met 'Wilders-bumperstickers' rondrijden. 

We nemen de kustweg langs de Golf van Mexico. De bebouwing vormt één lang lint: er is hier kennelijk ruimte zat. Ook voor militair oefenterrein en militaire kerkhoven. En opnieuw voor kerken. Richting water blikkeren stroken spierwit zand in de zon. De palmbomen reiken er tot hoog in de blauwe lucht.

Bij aankomst in Pensacola blijken we weer een tijdszone opgeschoven: het is nu nóg een uur vroeger dan in Nederland. Dat dubbele tijdsbesef zal snel naar de achtergrond raken.

Pensacola ('Yes we think that the origin of the name is Spanish') ligt in het uiterst westelijke puntje van Florida aan een baai en het is gesticht door de Spanjaarden in 1559. Korte tijd daarna werd het stadje verlaten, waarna in 1696 er opnieuw volk kwam wonen. Het was achtereenvolgens Spaans, Frans en Engels, waarna het met de geschiedenis meeverhuisde naar de huidige VS. 

Landschap en bebouwing vertonen een beeld dat sterk afwijkt van wat we bij eerdere roadtrips in het westen zagen. Binnen het beeld van nu passen bomen met baardig Spaans mos. Ze staan bij houten huizen waar een opa op de houten veranda in zijn schommelstoel zit te mijmeren. Die laatste verwachting - overigens staan er er van die stoelen - wordt ongetwijfeld gevoed door de films die zich afspelen in de jaren '50.

Als we later op de middag in Pensacola een ijsje met krakende nootjesachtige dingetjes eten, terwijl we uitkijken op baai, brug en bebouwing, voert het zien van een jagende pelikaan onze gedachte opnieuw naar het westen. Terwijl de grote vogel tijdens het vissen loodrecht uit de lucht het water in duikt om vervolgens met een typerende beweging de vangst achter in de keel te gooien, hebben we het erover dat we zoiets voor het eerst zagen in 2002 toen we vanuit Oregon richting San Diego reden voor Denises bruiloft. Toen wandelden we - ook bij aangenaam weer en in de vroege avond - langs het strand en wel bij Carmel-by-the-Sea, het plaatsje waar ooit Clint Eastwood burgemeester was.

Wellicht geïnspireerd door de pelikaan lopen we tegen 20.00 uur van ons hotel naar een visrestaurant, waar de lemon fish heerlijk smaakt. Daarna lees ik dat een aantal 'hoge' republikeinen vindt dat partijgenoot Donald Trump zijn beschuldiging 'dat hij als kandidaat voor de verkiezingen afgeluisterd zou zijn door Obama' moet terugtrekken; met de nodige excuses aan zijn voorganger. Aan de andere kant van de wereld blijkt nog een alleenheerser-in-opleiding ook het noorden kwijt te zijn: Erdogan heeft Angela Merkel een nazi genoemd. Ik denk aan een gedachte uit het tijdens de heenreis gelezen pamflet van Luyendijk. Dat er naties zijn waarin kandidaten de democratisch gehouden verkiezingen één keer gebruiken, en wel om aan de macht te komen. Waarna ze alles wat met democratie te maken hebben, voorgoed achter slot en grendel stoppen’. Meneer Erdogan heeft ongetwijfeld ‘Mein Kampf’ op zijn nachtkastje liggen. Ter inspiratie.

Mijn laatste gedachte deze zondag krijgt de vorm van een vraag: hoe open kijk ik naar wat ik om me heen zie? In januari 1999 was ik voor het eerst in dit land. Dat verblijf begon met een intensieve week aan de Business School van de University of New York, gevolgd door een week van bedrijfsbezoeken en voordrachten in Houston, Atlanta en New York. Daarna waren er een citytrip naar Boston en twee langere roadtrips in het zuidwesten en langs de westkust. Dit alles - als het mogelijk was - gecombineerd met familiebezoek in Houston en San Diego. Tussen de laatste keer en nu zit een gat van 15 jaar, een periode waarin veel is gebeurd. In welke mate kijk ik nu be- of veroordelend rond? Invullend? Bevooroordeeld? Me verwonderend? Filosoof Coen Simon schreef dat  een reis naar buiten zou ook een reis naar binnen zou kunnen zijn. Ik heb het knopje nog niet gevonden om mijn gedachtestroom zo af en toe op 'laag' te zetten.