dinsdag 30 november 2010

Kerven

Tenerife zit vol krassen en kerven. Net als de buureilanden waar het water voor de velden, plantages en kassen ook steeds van noord naar zuid moet. Rivieren ontbreken en een leiding stop je hier niet onder de grond. Dan maar langs de bovenkant.

Vooropgesteld dat die niet poreus is, kun je sleuven voor het transport van water gewoon in de rotsachtige bodem hakken. Bijvoorbeeld bij de Lomo de las Lajas. Gebruikelijker zijn kilometerslange irrigatiekanalen van metselwerk of beton. De makers hebben voor het bereiken van de kortste weg bij wijze van spreken ‘bergen verzet’. Op weg van Tamaino naar Los Gigantes voert het wandelpad door twee ‘kanaaltunnels’ (zie ‘Naam’). Voorbij de tweede doorgang gaat de waterloop na een korte duik bijna horizontaal verder over een richel die in de loodrechte wand is uitgehakt. Het lijkt alsof de bedenkers daarvan toentertijd hangend aan lange touwen hun werk verrichtten. Maar de meeste in steen of beton uitgevoerde kanaaltjes lopen als een niet te missen lint op wat makkelijkere plekken door het landschap. Vaak over of langs jouw pad of weg (zie foto).

Die leidingen monden op gezette tijden uit in enorme reservoirs. Van bovenaf is al van ver te zien of die bekkens nog in gebruik zijn of niet. Leeg lijken ze met hun cementen bekleding en hun randen van steen nog het meest op de gemeentelijke zwemkom die overbodig geworden is na de komst een ‘Aqua World’. Opruimen is zo te zien geen onderwerp. Dus ligt zo’n onnutte bak op verschillende plaatsen gewoon midden in het dorp, zoals in Adeje waar de huizen tot op het randje staan.

Met enige fantasie zijn al die in onbruik geraakte kunstmatige kerven, krassen en dieptes archeologisch erfgoed te noemen. Maar misschien zijn het verschijnselen waarom zich niemand druk maakt. Geen idee. Er zal wel een boek over bestaan. Mocht dat niet het geval zijn, dan lijkt me een stipendium op zijn plaats. Ik ken wel een kandidaat-auteur, denk ik. En die wil daarvoor best terug naar Tenerife. Zeker weten, nu hij hier weer de sneeuw moet ruimen van zijn ‘stuupke’ in Den Bosch.

maandag 29 november 2010

Weersalarm

Tijdens mijn verblijf hier maak ik dankbaar gebruik van twee boekjes over Tenerife. De uitgave van Klaus en Annette Wolfsperger met ‘De 70 beste wandelingen langs de kust en in de bergen’ heeft me al langs heel wat prachtige paden gevoerd. Voor informatie over steden en dorpen heb ik een tekst van Petra Possel bij me. De inhoud van beide edities gecombineerd, brengt me zondagmiddag aan tafel in het haventje van Los Abrigos. Daar zouden op dat uur de Spanjaarden zelf graag komen eten. Ik schuif aan bij ‘Restaurante Yaisara’ en geniet van het dagmenu. De smakelijke merluza (heek) is (zoals ons moeder hem ook bereid zou hebben) ‘in klaor goeje botter’ gebakken.

Onderweg over het kustpad richting Las Galletas, vallen de eerste druppels en op de Montaña Amarilla staat een stevige wind. Maar de temperatuur is heerlijk en vlak voor de bushalte aan de Costa del Silencio vraagt een zwik tetterende papegaaitjes op deze grijze namiddag om ieders aandacht. Eenmaal in Los Cristianos regent het echt. ‘Deportivo’ heeft het bier weer lekker koud staan.

’s Avonds vind ik een briefje onder de deur door geschoven. De huismeester geeft een weersalarm door. Hij adviseert om al wat kan wegvliegen bij een windkracht van 170 km per uur maar van het balkon te halen. Dat doe ik braaf en als ik op maandagmorgen ontwaak, staat Los Cristianos nog overeind. Het spul kan weer naar buiten en ikzelf ook. In zwembroek lees ik een sms’je uit Nederland dat me vast voorbereidt op de kou die ik daar dinsdag zal aantreffen.

Om 11.00 uur zet ik gehaast de spullen opnieuw binnen. Ook hier komt het slechte weer uit het westen. Water loopt onder de gesloten schuifpui naar binnen en ik laat het rolluik naar beneden. Onweer, bliksem, storm en felle regen. Kortom: noodweer dat een halfuur aanhoudt. Dat kan op de ‘Gelukzalige Eilanden’ dus ook. Misschien helpt dit om de stap naar het klimaat thuis wat te verkleinen. Hoewel: als ik later bij de boulevard de schade ga opnemen, blijkt het onveranderd 21°C. Ik denk dat ik maar al te vaak naar die vanzelfsprekende en aangename warmte zal terugverlangen.

zondag 28 november 2010

Berg

De tocht naar de Pico del Teide blijft voorlopig op het wensenlijstje staan. Na heel wat harde wind en regen in de voorgaande avond en nacht, lijkt het vrijdagochtend onverantwoord het klimplan uit te voeren. De website van Spanjes Nationale Parken laat zien dat het op 3.718 m sneeuwt bij een temperatuur van -2°C. Zicht is er niet. Het contrast met Los Cristianos kan dan niet groter zijn. Hier waait het weliswaar flink en dragen de golven schuimkoppen, maar de temperatuur geeft onverminderd 23°C aan. Op weg naar de het versgebakken brood loop ik langs het strand waaruit flinke happen zand genomen zijn.

Het klaart op en de dag wordt er een in de zon aan het water. Met kinderlijke blijheid speel ik in de branding. Om 17.00 uur komt er een donkere lucht vanaf La Gomera deze kant heen. Binnen de kortste keren staat er in de benedenstraten 20 cm water.

’s Avonds doe ik vanwege de wind een vestje aan als ik buiten de deur ga eten. Het etablissement ligt nog binnen de wijk van de autochtonen; de grens met het internationale gedeelte is goed herkenbaar. Misschien om het onderscheid te benadrukken, heet de gelegenheid ‘Restaurante-Bar Nuestro’. In de vroege avond zie je ook toeristen onder het witte neonlicht bij ‘Van Ons’ aan tafel zitten.

Het afgeraffelde menu is te lang om te onthouden en ik stel de kokkin voor om in de keuken maar onder de deksels te gaan kijken. Dit vereenvoudigt de keuze niet uit zoveel lekkers en ik vraag of ze wat gerechten kan combineren. ‘Si quieres’, luidt haar reactie en ze laat het klinken als ‘Nou ja, as gij dè gère het’, maar dat kan ook aan mijn invulling liggen. Na een veelvoud van vis die ik mezelf afgelopen weken voorschotelde ga ik vanavond voor het volle vlees, de specialiteit van dit restaurant.

Een berg geurige bouten verschijnt op tafel. Daar krijg ik een flinke kluif aan en ik begin manmoedig. Ik werk mij van rechts naar links door de massa heen en begin daardoor met het geitenvlees. Zacht, met een heerlijke pepersmaak en een delicate structuur. Dan het konijn. Dat is ‘alla cacciatoria’ en doet me denken aan het oppeuzelen van ‘polenta con coniglio’ bij de open haard van ‘all’Alpino’ in Bergamo. Ten slotte de kip: delicaat, boterzacht en met een zweem van kerrie. Dit alles gevarieerd met warm brood, mojo’s, friet en bier. Om de spijsvertering een handje te helpen, neem ik als toetje een bel Fernet-Branca.

Terwijl de rekening wordt opgemaakt, zeg ik dat ik als een koning heb gegeten. De kokkin echoot: ‘¿Como un rey?’ En ik verwacht opnieuw een meewarig ‘Si quieres’, maar het wordt een glaasje Muscatel van het huis. Ik betaal €12,95 voor dit festijn, de gebruikelijke prijs buiten de toeristencentra. Daarna begin ik als een tevreden mens aan al die trappen omhoog. Naar huis. Nu naar de Calle Noruega, over een paar dagen naar Den Bosch.

vrijdag 26 november 2010

Rups

Het staat beslist in ‘Het Grote Boek voor de Spaanse Kleuterleidster’: hoe je op pad moet met een zwik ‘jong’ (kinderen dus). We zagen de oplossing voor het eerst een jaar of drie geleden in Madrid. Om precies te zijn in de zaal van het Prado waar ‘Las Meninas’ hangt, een meesterwerk uit 1656 van Diego Velázquez. ‘Meninas’ zijn meisjes van adellijke komaf die aan het Koninklijke hof verbonden waren. Op bedoeld schilderij spelen twee van die dametjes met prinses Margaríta, het dochtertje van Filips IV en zijn tweede vrouw Maria Anna van Oostenrijk. (Geheel volgens de Habsburgse traditie overigens waren die twee echtelieden al vóór hun huwelijk familie van elkaar, namelijk als oom en nichtje.)

Velázquez kende ik al wel van bijvoorbeeld ‘Las Lanzas’, meergenaamd ‘La Rendición de Breda’ (‘De overgave van Breda’). En Filips II was die kluns die ’s-Hertogenbosch in 1629 kwijt raakte aan de Hollanders, maar de rest moest ik ook opzoeken. Maar wie wél wisten welke personen allemaal figureren op dat geweldige schilderij waren de hummels uit een kleuterklas. Met heel de bubs kwamen ze in stille aanbidding voor het meesterwerk staan. Alle kiendjes in schooluniform, meesterlijk geformeerd met behulp van een lange stoffen rups. Het beest in het midden en aan weerszijden hield elk kind een pootje vast. Ze kenden niet alleen discipline, maar ook alle antwoorden op de vragen over dat schilderij. De educatief medewerksters liep een gewonnen race en wij stonden paf.

De kleuterleidsters moeten vooraf met die jong het culturele uitstapje voorbereid hebben, incluis de scène op het beroemde schilderij. Misschien hebben ze in de poppenhoek wel gespeeld ‘En jij was de menina en ik de prinses’. Dat zegt iets over de kwaliteit van het Spaanse onderwijs. Nu is ‘Las Meninas’ in Spanje net zo beroemd als ‘De Nachtwacht’ in Nederland, maar probeer zelf maar eens uit het hoofd op te noemen wie op dat werk van Rembrandt afgebeeld staan.

Dit alles schoot door mij heen toen ik op 5 november in het oude centrum van La Laguna een aantal klassen jonge kinderen op excursie zag. De iets oudere leerlingen in blauw en grijs en de echte jonkies in wit en geel. En wat hield ze keurig bij elkaar (zie foto)? Ik wou maar zeggen: een processierups.

donderdag 25 november 2010

Opwarmer

Donderdag 25 november om 06.59 uur op de Playa de las Vistas; 22°C. Het moet nog echt licht worden. Over een maand is het kerstmis. In Nederland lopen de Friese rayonhoofden al warm en ik begin hier aan mijn gebruikelijke strandcontroleren. (Inderdaad: strand - controle - ren). Ik jog richting haven. Daar zullen de veerboten van Armas en Fred. Olssen over een uurtje uit La Gomera binnenvaren. 17 van de 18 taxiplekken zijn al bezet. Boven de Montaña Guaza wordt Homerus’ ‘rozevingerige dageraad’ zichtbaar, hoewel ik van de kleur die ik nu zie, niet echt zeker ben. Overigens meenden die Oude Grieken dat wat wij nu kennen als de Canarische Eilanden, de overblijfselen zouden zijn van het verdwenen droomland Atlantis.

Bij de kade voor de vissersboten staan de wagens van de handelaren klaar, maar de schepen laten nog op zich wachten. Bij de koffiekiosk is het erg druk. Misschien staan daar de chauffeurs de wachttijd te bekorten. Het strand bij de havenboulevard is nog leeg.

Bij de Playa de las Vistas zijn de eerste badgasten al wel gearriveerd. De westelijke pier vormt daar het verzamelpunt voor senioren uit Spanje en Italië. ‘Vertegenwoordigers van de derde leeftijd’ heet dat hier naar Latijns gebruik. Elke ochtend hetzelfde ritueel: de plomp in, kletsen, douche, naar huis. Op de kleine Playa de Camisón staan twee mannen in rubberpakken, harpoen in de hand. Ze komen om te zwemmen, want veel vis verwachten ze hier niet, zeggen ze. ‘Italiaan?’ ‘Nee, Nederlander’. Maar dan eentje met een poreus gevoel voor systeemscheiding vandaag.

Op dit vroege uur signaleer ik zowel yoga- als tai chi-beoefenaars. Ineens denk ik een wonder te zien als ik een oudere vrouw hardlopend tegenkom met haar twee krukken los van de grond. Een grap of net terug uit Lourdes?

Als ik terug ben op de Playa de las Vistas is daar de stranddweiler bezig. Da’s een apparaat dat tegelijkertijd het zand egaliseert als ontdoet van klein vuil. De ligbedden staan in rotten van drie en de parasols worden opgezet. Ik mag in mijn dagboek schrijven dat het om 08.14 uur is zoals gebruikelijk. Dat betekent dat de dag kan beginnen.

Op het programma staat ‘In 20 minuten naar Las Galletas met bus, om de terugweg in drie uur en drie kwartier te lopen.’ Een warming up voor de tocht morgen naar de Teide. Voor het eerst wordt er regen voorspeld. Zou die ook op 3.718 meter komen?

woensdag 24 november 2010

Kantwerk

Vanaf mijn balkon zie ik hoe de aankomende vliegtuigen boven het water de bocht nemen naar het Aeropuerto Reina Sofía Tenerife Sur. Da’s hier 18 km verderop. Horen doe ik ze niet. Hoe het er hier beneden vanachter de patrijspoorten (of hoe die raampjes ook heten) uit moet zien, weet ik uit eigen ervaring: als een bijeengeharkt zootje. Een stuk of wat vakantieoorden, met groen gaasdoek overtrokken bananen- en groentekassen, verlaten plantages en een zee die tegen de rotsen slaat.

Maandag vertrek ik om 13.30 uur bij El Médano voor de route zuidwaarts via de Montaña Roja. Daarmee zal ik het laatste stukje lopen van het traject parallel aan de aanvliegroute die bij Los Cristianos begint. Ook dit keer blijkt de aardse realiteit veel interessanter dan het zich vanuit de lucht laat aanzien.

Het oorspronkelijke gedeelte van El Médano maakt op mij een prettige indruk. Kleinschalig, kleurrijk, knus. Het pad naar de Montaña Roja voert aanvankelijk langs een kust die met zandsteenformaties is afgezet. Letterlijk ‘fraai kantwerk’ (zie foto). Later volgen zand, zand en zelfs duinen in een mini-uitvoering. Het is warm en ik besluit om in zwembroek en onder een dikke laag factor 25 verder te lopen.

Hup de berg op, die knots van een rots die een baken moet vormen ingeval de automatische piloot het af laat weten. Er komen regelmatig vliegtuigen laag over, maar ook hier merk ik er nauwelijks wat van. Halverwege de bult neem ik de afslag naar Playa de la Tejita. Volgens het wandelboekje is dat de omweg waard. Hoewel Tenerife weinig fraai zandstrand kent, ligt hier een pareltje. Maar dan wel een van een paar kilometer. En nog breed ook. De mensen die er komen, verzuipen: in de ruimte welteverstaan. Hoewel El Médano behoorlijk druk is, ligt deze ‘locus amoenis’ kennelijk wat uit de ‘gooièrrem’, zoals dat bij ons thuis heet.

Na deze paradijselijke plek met een dresscode van vóór de zondeval, gaat de weg verder over rotsen, met daar tussendoor piepkleine strandjes. Ik kom bouwsels tegen die veel van oude bunkers weg hebben. De meeste lijken betrokken, al dan niet permanent. Er staan palmpjes in de tuin van dit afgelegen bestaan. Bij de eerste huizen van Los Abrigos ga ik weer in vol ornaat de bewoonde wereld tegemoet.

Thuis houdt mijn stamkroeg ‘de Sport’ zijn wekelijkse sluitingsdag. Dan maar bier uit blik op het balkon.

zondag 21 november 2010

Loopdwang

De baan van ‘Hoofd Promotie Tenerife’ lijkt me een mission impossible. Vechten tegen de bierkaai, dat houdt toch geen mens vol. Ga jezelf maar na: ‘Welk beeld komt als eerste bij je op denkend aan dit eiland?’ Voilá, ‘strand’, ik dacht het wel. En dat ‘hoofd’ weet als geen ander dat er méér te vinden is op deze bult in zee.

Als je klaar bent met het lezen van dit stukje, doe dan de volgende proef. Googel op La Palma, La Gomera en Tenerife en nummer drie zal in afwijking van die andere twee niet als oord voor wandelaars ‘gepositioneerd’ worden. Onterecht, als ik naar de mogelijkheden op Tenerife kijk. ‘Het is hier fantastisch’, om die term nog maar eens te gebruiken. Dat mag ik zeggen, als bezitter van een paar op al die drie eilanden afgebeulde bergschoenen. Maar je moet er natuurlijk wel een paar meter voor van de waterkant.

Als liefhebber van zowel nat als droog, volg ik deze maand het dieet van één dag zweten op aanwijzing van mijn wandelbijbel, en één dag zwemmen bij La Playa de las Vistas (bij mij voor de deur). Voor dat beulswerk (zweten) biedt Tenerife een schat aan mogelijkheden; je struikelt bij wijze van spreken over de marsroutes. Overigens zijn er nauwelijks stranden, dus een duik vindt voor velen al snel plaats in het zwembad van het hotel. Ik vermoed dat het merendeel van de bezoekers zelfs niet verder komt dat de eigen douche, want zo lang het licht is, beweegt zich een massa mensen op de boulevard van A naar B. ‘Loopdwang’ (Hortor Ambulans Vulg. Bers.), denk ik dan. In gestichten kom je dat ook tegen.

Misschien is het maar goed dat Tenerife niet als wandelparadijs te boek staat: dan heb je als ‘hiker’ alle ruimte. Ik vind het zowel onvoorstelbaar áls een verademing om soms uren geen mens tegen te komen in dit gekartelde lavaland. Zelfs het stuk van Tenerife dat als het neusje van de wandelzalm bekend staat, het Anagagebergte blijkt uit eerdere eigen waarneming rustig. Geweldig toch!

Dat ‘Hoofd Promotie Tenerife’ krijgt van mij als vakgenoot een pluim: blijf vooral geheim houden dat het hier voor wandelaars een geweldig eiland is.