donderdag 2 augustus 2018

Dwars door Spanje (9); Bobastro


Op dinsdag 26 juni rijden we om 10.30 uur van Carratraca naar het nabijgelegen Ardales. We hebben ons verblijf met drie dagen verlengd en zijn gisterenmorgen van de voormalige slagerij verkast naar een bungalow achter het restaurant Venta El Trillo, aan de rand van Carratraca.

We rijden door nauwe steile straatjes van Ardales naar de hooggelegen kerk, waarnaast we parkeren. Vanaf hier heeft ene Pedro een op internet te lezen wandeling uitgezet die we naar de vorm ‘de snijboon’ noemen. De heenweg langs de rijksweg is aardig, m.n. door de weidse uitzichten en de vele bloemen. De weg terug over een breed zandpad, deels beschaduwd, is zonder meer prachtig. Halverwege het gebied ‘Caparain’ komt ons een kudde geiten tegemoet, met herder en drie honden. We treffen elkaar bij een drinkplaats waarop
de beesten met enthousiasme afrennen.
We praten met de herder. Over Q-koorts, of er nog jongeren voor dit vak kiezen (‘Sí’). Over de vele koeien in Nederland.
De geiten zijn van het ras ‘malageña’. Meer naar het westen heb je het type van Cádiz. Die van hem hebben een prachtige huid die ze op reeën doet lijken.

In Ardales aangekomen, is het etenstijd. In het warme witte dorpje kun je het spreekwoordelijke kanon afschieten. Op ‘recommandatie’ van het echtpaar dat we eerder bij Cueva de Ardales ontmoetten, gaan we op zoek naar een bepaalde bar met een Chinees klinkende naam. Gelukkig weet mijn vrouw in welke hoek we het moeten zoeken. Daar bevinden zich drie eetgelegenheden. We gaan naar het drukste: Millán. (Klinkt als Mie-Yan). Dank aan het duo uit Léon: een heerlijke keuken.

Datzelfde Spaanse echtpaar had iets eerder de Ruinas de Bobastro bezocht. Ook die hoge plek konden ze ons aanraden. Daar staan we de woensdag 27 juni om iets over 11.00 uur voor de ingang van ‘El parque arqueológico Mozárabe de Bobastro’. Twee jonge mensen (met eenzelfde t-shirt als de gids van de grot) staan op bezoekers te wachten. We kopen kaartjes en praten wat over de dingen die we hier al ondernomen hebben. De dame blijkt de Lidia te zijn bij wie ik op 23 februari jl. telefonisch ons bezoek aan de Cueva de Ardales vastgelegde. Deze gemeenteambtenaren zijn multi-inzetbaar. Haar collega begeleidt ons als gids. 

De voormalige vesting Bobastro ligt hoog op een bergpunt. We tellen in de gauwigheid 40 gieren die langzaam in de lucht cirkelen. De eerste bewoners hadden hetzelfde vrije uitzicht naar bijna alle kanten. Slechts op een punt moest er toen een dubbele poort in de muur komen. Hier bevond zich op grens van de 9de en 10de eeuw een dorpje dat het centrale gezag van het door Arabieren geregeerde Córdoba probeerde te weerstaan.

Op het Iberisch Schiereiland waren - na het vertrek der Romeinen - nieuwe (over)heersers gekomen: de Visigoten. Ze vestigden er een Christelijk rijk dat weer ingenomen werd vanaf 711 door Arabieren die vanuit de zuidpunt naar het noorden trokken. Toledo en Córdoba werden belangrijke bestuurs- en cultuurcentra. De nieuwe heren beloofden godsdienstvrijheid en schonden vervolgens de overeenkomsten dienaangaande.

Er rees verzet. Onder andere van Omar Ibn Hafsún. Ondanks zijn Arabische naam had hij Visigotische wortels. Belastingdruk en de wens de eigen religie te kunnen volgen, vormden de basis voor de opstand. Bobastro werd in 880 een soort dorpje van Asterix en Obelix in het mohammedaanse emiraat van Córdoba.

Er woonden 1000 tot 1500 mensen. Ter plekke hakten ze stenen uit de rotsen voor de fortificatie en andere doeleinden. De mensen leefden in en tussen de rotsen. De kerk werd ‘in een stuk’ uit het graniet gehouwen. Er kwam een klooster. Nu wordt gesproken over ‘uno de los mejores representantes de la arquitectura trogloditica medieval de España’. Hier konden de christenen, mozárabes genaamd, ‘vrij’ leven.

De toevoer van water was een moeilijk punt: het meeste werd in kruiken uit de rivier gehaald en boven opgeslagen in een stenen put. Omar stierf in 917. De enige vrije stad van de mozárabes bestond toen 37 jaar. Zijn zonen hielden dapper stand tot 928.

Uiteindelijk werd de vesting ingenomen door Abderramán III en verwoest; de bewoners werden verbannen. 

Wat wij zien, zijn resten van de muur en de kloosterkerk. In de ruïne van de laatste zijn duidelijk de (midden- en zij)schepen te herkennen. In een uitgevouwen muur zijn twee hoefijzerbogen te zien. Deze typerende vorm is van Visigotische oorsprong en de Arabieren namen hem over om deze in de mohammedaanse wereld te introduceren.

woensdag 1 augustus 2018

Dwars door Spanje (8); Casa Negrete Carratraca (b)


Na de siësta op zaterdagmiddag 23 juni, als de grootse hitte uit de lucht is, lopen we langs de Calle de Málaga omhoog verder het dorp in. Er moeten nodig lucifers gekocht worden. De pitten van het gasfornuis floepen alleen aan wanneer er een vlammetje boven gehouden wordt.

De straat waarin een mini-supertje verstopt zit, bezit de nodige allure. Er staat zelfs een vijfsterrenspa. En dit dorp zou aan de beademing liggen? 
Mijn vrouw stapt een imposante glazen deur binnen. Ik bezie buiten de imponerende gevel. Even later wordt er vanachter de spiegelende ruiten druk gezwaaid: we kunnen het waterpaleis gaan bezichtigen. Ik zeg de man achter de balie dat de aanwezigheid van dit riante oord mij verrast en me dwingt mijn (eerste) indruk van dit dorp bij te stellen. 

Een in het wit geklede assistente stelt zich voor en neemt ons mee voor een rondleiding. Nederlanders? Jazeker. Welnu, haar collega die boven is, heet Madelief en komt uit ... inderdaad.
Onze jonge landgenote kwam tijdens een stage in deze spa terecht en besloot er na haar opleiding te gaan werken. Ze neemt ons verder mee. En vertelt. 

De bron van het naar zwavel ruikende water ligt net achter het hotel. De Romeinen maakten er al gebruik van. Veel later ook de bewoners van dit dorp. Toen ‘het bad’ in handen kwam van een hotel uit Marbella, konden ze er niet langer voor een tientje terecht. Het werd een exclusieve gelegenheid. Later zouden we in het dorp verhalen horen over deze aankoop. Met vermoedens van corruptie en witwassen. 

Tijdens de rondleiding krijgen we een goed idee van de waterbehandeling die je hier kunt ondergaan. Weldadig voor lieden met bijvoorbeeld osteoporose en reuma. Zijn we toch zomaar doelgroep.
Prachtige dompelbaden in een neo-Romeins decor. We drinken een glas naar eieren ruikend water rechtstreeks uit de bron. Dorpelingen komen er dus niet meer. Op het moment dat wij er rondlopen, zijn er ook geen andere gasten te zien. We horen dat Carratraca tot wat jaren terug ‘swingender’ was. Met een casino, nachtclub en discotheek, bijvoorbeeld. Niet dat wij daarop zitten te wachten; ook die ‘magneten’ zijn er niet meer. Het dorp verschraalt inderdaad. Huizen staan te koop en die zijn relatief duur. Binnen de wet die het uiterlijk van dit witte dorp moet beschermen, mag er namelijk geen nieuwbouw plaatsvinden.
Vanuit het hoogste terras van de spa kijken we over de rode daken van het witte dorpje.
Daarna - voorzien van de nodige info - nemen we onder dankzegging afscheid van Madelief.

We zetten onze wandeling door het dorp voort en passeren daarbij een kolossaal gebouw in neo-mudéjarstijl. Het oogt dus Arabisch. Nu huisvest het gebouw gemeentehuis en VVV. Het werd als zomerresidentie neergezet door mevrouw Doña Trinidad Grund. Dezelfde dame als van de Cueva de Ardales gisteren. Het uitzicht bij dat voormalige zomerhuis op het dal is groots.

We komen uit bij restaurant El Punto. Waar we uitstekend eten, en de jonge dame die ons op onderhoudende wijze bedient, me met enige regelmaat onder het kletsen in de schouder komt knijpen. 

Waarom ik deze 'handtastelijkheden' zo nadrukkelijk moet vermelden in deze en de voorgaande blog? Ik converseer namelijk ook zo. Nog van mijn moeder geleerd. En ik heb de laatste tijd het gevoel dat ik in Nederland niet meer vrijuit kan spreken. Hier dus nog wel. Contact maken. Letterlijk.

Ik ga afrekenen. Inmiddels zit het terras vol localo’s: op tv staan de WK-voetbalteams van Duitsland en Zweden met 1 - 1 gelijk. Eerder had de jonge dame die nu de rekening opmaakt, me een aantal keren ‘caballero’ genoemd, een normale aanspreektitel in Spanje voor een ‘heer’. Op enig moment was ik over de associatie met dat sigarettenmerk begonnen, waarop ze reageerde met ‘Mijn vader zei altijd: ruiter zonder paard’. 

Ze legt de rekening neer terwijl ze haar pa nogmaals citeert. Ik antwoord met ‘Dit is de mop van de dag!’ Ze lacht zo klaterend dat slechts de toonbank tussen ons me ervan kan weerhouden om haar uitbundig in beide schouders te knijpen.


dinsdag 31 juli 2018

Dwars door Spanje (7); Casa Negrete Carratraca (a)


Met de twee voorgaande bezoeken zit ons ‘huiswerk’ er op. De volgende afspraak is op 6 juli in Zuid-Frankrijk, dus hebben we vanaf nu zo’n twee weken de tijd om richting Pyreneeën te rijden. We willen nog wat langer hier in de omgeving blijven en bij navraag blijkt het niet mogelijk om wat extra dagen te boeken in hotel La Garganta in El Chorro. Vol. Dus schuiven we zaterdag 23 juli 2018 rond het middaguur een dal op. Dit doen we door te rijden naar Casa Negrete in Carratraca. Tijdens dit zeer bochtige ritje van 20 minuten passeren we ‘hoofdplaats’ Ardales en de afslag naar de Cueva de Ardales waar we gisteren waren. Alles bij elkaar is het niet meer dan een boogscheut de berg over. 

Tot voor kort is er lange tijd veel regen gevallen in Andalusië. Vanmorgen las ik dat Nederland op weg is naar een droogterecord voor juni; misschien is er in dit deel van Spanje tijdens het voorjaar een neerslagrecord gevestigd. Het hemelwater was gisteren kort onderwerp van gesprek tijdens het bezoek aan de grot: binnen had het extra gedrupt.
Een voordeel van deze nattigheid is dat we tot nu toe door een ‘groen’ en bloemenrijk land lopen en rijden. Nog niet eerder zagen we met name Andalusië zo kleurrijk. Het uitgedroogde beeld zal ongetwijfeld nog komen. De hitte van 30°C en meer heeft zijn eerste week er bijna opzitten.

We parkeren in Carratraca en lopen omhoog de Calle de Málaga in. Hier moet het huis zijn dat we eergisteren via internet voor het weekend huurden. Veel mensen zitten in de deur. Onderweg vragen we naar la Casa Negrete, waar we dus twee dagen zullen verblijven. Drie vrouwen, twee voor de deur en een vanuit de auto, overleggen. De oudste loopt verder met ons mee, en knijpt tijdens het praten in mijn schouder.

We moeten op nummer 26 zijn, een voormalige slagerij, die nu te koop staat. Ze belt op 14 en we maken kennis met een mevrouw die de sleutel heeft. We danken onze gids. Inmiddels weet de halve straat dat we er zijn.
‘Uiteraard’, verzekert de dame die voor ons het huis op 26 opent. ‘Het is een klein dorp en ieder kent elkaar’.

De slagerij is al een tijdje dicht; het dorp loopt langzaam leeg. ‘En dan ligt dit nog dicht bij de snelweg! We tellen 400 inwoners, waarvan de meeste oud zijn’, weet de sleutelhoudster.
‘Daar passen wij dan mooi bij’, merk ik op.
‘Ga toch weg’
‘Echt waar. 70 is toch ook oud’
‘Ik word binnenkort 70’, voegt mijn vrouw toe’.
De jonge vrouw lacht, knijpt in mijn arm en zegt dat wij nog niet tot die categorie behoren. Waarschijnlijk bedoelt ze tachtigers, want die hebben we aardig wat gezien tijdens onze loop omhoog.
‘En uw kinderen (ze heeft er twee)?’, vraag ik.
‘Die gaan ook weg als ze groot zijn’.

De woning van oude slagerij kan een omvangrijk gezin herbergen. We moeten oppassen dat we hier binnen niet verdwalen de komende dagen. Vanaf het hoog gelegen platje waar al na een uur onze was in de flinke wind wappert, hebben we een magnifiek zicht op de bovenkant van dit witte dorpje en de bergen van dit deel van Andalusië.

Ik doe terwijl dat mijn vrouw de was doet, boodschappen in Ardales; daarna kunnen we gaan lunchen.

Inmiddels heb ik binnen de muren goed bekeken: alle werken die we thuis van de kunstenaar Geert de Bruijn bezitten, zouden hier ruimschoots kunnen hangen en staan. Da’s een vast ritueel (‘Zou ik hier kunnen wonen?’) bij een plek die ik aardig vind. De vraag is of dit dorp zit te wachten op de komst van nog meer ‘ouderen’. 

maandag 30 juli 2018

Dwars door Spanje (6); Cueva de Ardales


Zo’n 40.000 j geleden kwam de Homo Sapiens vanuit Afrika naar Europa. De huidige bewoners van ‘ons’ werelddeel stammen daarvan af. Dat is, of liever ‘was’, de gangbare opvatting. Onderzoek dat februari jl. gepubliceerd werd, maakt duidelijk dat zeker al 20.000 jaar eerder sprake was van ‘cultuurdragende’ menselijke activiteit in Europa. Mensen lieten namelijk tekeningen achter in grotten, waarbij ze natuurlijke kleurstoffen gebruikten. Zo stom waren die lui niet: de Neanderthalers.

Een internationale ploeg van 14 wetenschappers deed het onderzoek dat tot deze bevindingen leidde. Daarvoor werden drie Spaanse grotten onder de loep genomen. Een daarvan bezochten we in de namiddag van 22 juni 2018: La Cueva Prehistórica de Ardales (of Cueva de Doña Trinidad). De Cueva werd door een herder ontdekt nadat een aardbeving in 1821 de toegang zichtbaar had gemaakt.

Ons bezoek hadden we op 23 februari jl. vanuit El Médano telefonisch vastgelegd, de dag waarop genoemd onderzoek in de pers kwam. We vormden 50% van de groep die naar binnen mocht. De andere helft bestond uit een echtpaar uit León dat ook al een geruime tijd geleden gereserveerd had. De grot bevindt zich in de gemeente Ardales, waarvan ook El Chorro onderdeel is: de plek waar we gisteren de sublieme Caminito del Rey (be)wandelden.

Om er zeker van te zijn dat vier maanden terug alles goed doorgekomen is, bel ik ‘s morgens nog even.. Jazeker, we staan op de lijst. Als we om 16.00 uur met de auto voor het historisch museum parkeren, gaan we vandaar zonder mankeren naar de grot.
En dat klopt. Het wordt een ritje van 20 minuten bergop, gevolgd door een bijna privé-rondleiding van twee uur. Waarbij we het kleurgebruik van de Neanderthalers te zien krijgen in eenvoudige afbeeldingen op de muren. Sommige zijn ‘uitgekrast’ in de stenen wanden.
We zien herten, handen, vrouwen en een vis. Bij één exemplaar zegt de gids: ‘Ik weet dat ie hier zit. Zelf zie ik ‘m niet’. Meteen voel ik de nodige sympathie voor de man: we blijken beiden kleurenblind voor de rood-groeisector.

Over rood gesproken: de huidige Europeaan heeft een aantal genen van de Neanderthaler. Één daarvan zou voor rood haar zorgen. Mijn opoe Pietje van den Berselaar-van de Burgt was - net als haar vader - rood. Het oudste kind van mijn ouders - ons eerste Harrieke - was rood. De familie telt (snel opgeteld) nog zeker vier rode neven en nichten.

De tekeningen van Ardales vormen met de exemplaren uit die twee andere grotten de oudst gedateerde van de wereld. Waarbij Ardales weer de oudste is. De tweede naam voor dit onderaardse gewelf verwijst naar Doña Trinidad Grund die in 1852 de grot kocht en openstelde voor publiek. Haar zomerhuis in het nabijgelegen Carratraca dat zij vanuit Malagá bezocht, zullen we later nog ontdekken.

We mogen in de grot geen foto’s maken. De entree is uiteraard geen probleem; dus pluk ik voor het in interieur een plaatje van het internet.

zondag 29 juli 2018

Dwars door Spanje (5); El Caminito del Rey


El Caminito del Rey, ´het wandelingetje van de koning´, is een bijzonder pad in de provincie Málaga. Versie 1.0 ontstond tussen 1901 en 1905 om mensen die zouden gaan werken aan de aanleg van een elektriciteitscentrale bij een stuwmeer in de Río Guadalhorce, door een bergachtig gebied te leiden. Tegen de wanden werden smalle galerijbalkons van stalen balken en platen cement ‘geschroefd’.

Op 1921 opende de Spaande koning Alphonso XIII de opwekkingscentrale waarbij hij rond stuwdam en installatie een wandelingetje maakte.

Het werkpad bleef bestaan en raakte in trek bij wandelaars. Toen er gaten in vielen, werd het in 1992 gesloten en gedeeltelijk afgebroken. Waaghalzen bleven zich aangetrokken voelen en er vielen doden. In 2006 besloot de regionale overheid van Andalusië tot versie 2.0. Er kwamen specialisten aan te pas die - vaak hangend en gezekerd aan de rotswanden - in 2014 letterlijk aan de slag gingen. De opening vond plaats in 2015.

Onze toegangskaart tot de Caminito laat ons op 21 juli 2018 om 15.30 uur in de bus stappen vóór ons hotel waar we twee uur eerder vanuit Manzanares aankwamen. 20 minuten later zijn we bij het beginpunt: een tunnel bij Álora, waarna een makkelijk bospad ons 40 minuten later tot de echte ingang brengt. Volgens de controleurs mogen max. 1500 personen per dag de tour maken. Wij krijgen witte helmen, want we wandelen zonder gids. Voor ons vertrekt een groep groenen die we al snel achter ons laten om het rijk alleen te hebben,

Dan volgen vijf spectaculaire kilometers, waarvan alleen het middenstuk (eenderde deel) over een bergpad gaat. Het merendeel bestaat uit balkons en bruggetjes (hoog) boven de rivier. Indrukwekkend. De route voert bij tijden langs loodrechte bergwanden waarboven op bepaalde plekken grote vogels zweven. Later zullen we lezen dat het hier om vale gieren gaat met een spanwijdte van zo´n 2,5 m. We kijken, fotograferen en filmen, blijven ons verbazen en weten dat we terecht dit hele eind zijn komen rijden om dit te mogen beleven. Om mijn vaste woord te gebruiken: magnifiek.

Het wandelaars worden goed in de gaten gehouden, Overal staan camera´s en regelmatig komen we ´wachten´ tegen. De veiligheidsmaatregelen zijn streng. Op de toegangsbiljetten staat een grote reeks ge- en verboden. Je mag nog geen papiertje achterlaten. Voor de eerste keer komen we het verbod tegen op het uitstrooien van as.

Twee uur later leveren we in El Chorro vlak voor ons hotel de helmen weer in.

Even later lopen we vanuit onze kamer lopen zo het zwembad in. Om 20.00 uur verdwijnt de zon achter de bergen. Wassen en omkleden. Diner op het terrasbalkon van het hotelrestaurant, met uitzicht op stuwmeer en een deel van de Caminito. Koffie en thee op ons ‘eigen terrasje’. Zalige temperatuur. Wat een verwennerij. 

vrijdag 27 juli 2018

Dwars door Spanje (4); Manzanares


Als we op woensdagavond 20 juni om 20.30 uur aan tafel gaan, zegt mijn vrouw: ‘Van den Bosch Erp’. En vanachter het geluidsisolerende glas zien we over de snelweg een tankwagen passeren, richting noorden.

We hebben er dan een kijk-&rustdag achter de rug in Manzanares. Die plaats ligt in de streek La Mancha, in Nederland vooral bekend als het land van Don Quichote en zijn dikbuikige knecht. De plaats is het van de Manchegokaas. Eerder deze week waren we in Pamplona, Soria (waar we over een nieuw pad van 1,75 miljoen wandelden) en gisterenmorgen in Burgos de Osma. 

Deze dag begonnen we dus in Manzanares met een bezoek aan het museum van de Manchegokaas. Bij opening om 12.00 uur blijken we de eerste bezoekers en tot sluiting om 14.00 uur blijft dat ook zo. Alle tijd dus voor een van de twee heren die de receptie bemannen om ons met een prima verhaal bij de ontvangst wegwijs te maken.

Het huidige stedelijke museum bevindt zich in een voormalige boerderij-kaasmakerij waar herders langs eeuwenoude veeroutes - cañadas - naar toe trokken. Nog steeds kun je langs veel Spaanse ineen een driehoeking verkeersbord aantreffen met daaronder het woord cañada.

Naast de kleine overzichtelijke expo over het ambacht, aangevuld met gerelateerde kunst, bestaat er een afdeling rond een hier beroemde auteur. De man heet Ignacio Sánchez Mejias. Hij moet een veelzijdig persoon geweest zijn, die ook faam verwierf als toreador. Hij raakte op 11 augustus 1934 om 17.00 uur tijdens het gevecht met een stier in de arena van Manzanares gewond en stierf enkele dagen later aan gangreen in Madrid.

Ook zijn vrienden voelen zich verweesd en de auteur Fredrico García Lorca schrijft een eligie onder de titel ‘A las cinco de la tarde’. Eerder deze ochtend werd het al gedeeltelijk gedeclameerd door de informant op het VVV-kantoor en de inleider bij het museum. De volledige tekst hangt op de bovenverdieping en in een aparte ruimte is de volledige voordracht te horen. De tekst maakt indruk en ik neem me ter plekke voor deze - op enig moment weliswaar - van buiten te gaan leren.

Bij de visite hoort ook een kaasproeverij. Omdat wij de enige deelnemers zullen zijn, wordt het - tegen de betaling van een euro - de kleine versie: drie smaken, een glas witte wijn, water en een mandje brood. En of we dan gelijk op de promofilm willen waarvoor een jonge filmploeg bezig is opnames te maken.

Dus wordt ons smikkelen door de camera gevolgd. (Inmiddels hebben beide jongemannen ons de link naar het resultaat doorgestuurd.) Grappig. Na afloop weten we vrij nauwkeurig het verschil aan te geven tussen Manchegokaas en kaas uit Manchego. Het gaat hier om een serieus onderwerp.

Het is 14.00 uur en het iets verderop gevestigde kledingmuseum Manuel Piña gaat (ook) dicht tot 17.00 uur. Dat wordt dan een andere keer. In feite gaat nu een groot deel van het land tot de namiddag op slot. Het is 33°C, tijd voor een rustige lunch en de siësta. Hiervoor gaan we na een bezoek aan Mercadona en Carrefour naar onze tijdelijke verblijfplaats.

Ook hier is dat een hostal. In dit geval een grote gelegenheid aan de snelweg. Prima, netjes, attente mensen en met een lekkere traditionele keuken.

Terwijl we aan ons avondmaal beginnen, voetbalt Spanje tijdens het WK tegen Iran en in de hal (lounge) zitten mensen enthousiast te kijken.

Morgen verder richting Ardales, provincie Málaga, voor de wandeling ‘Caminito del Rey’; de aanleiding tot deze reis.

Wordt vervolgd.


donderdag 26 juli 2018

Dwars door Spanje (3); Soria


Op maandagochtend 18 juni zetten we op tijd de rolkoffers in de auto, tanken Euro95 tegen de zeer concurrerende prijs van €1,20 de liter en gaan op weg naar Soria. Deze plaats ligt in het noordoosten van Castilla-La Mancha aan de Douro die daar in de buurt ontspringt. Het is niet zo ver rijden. We verlaten Navarra, komen een stukje door La Rioja en bereiken de regio waar we de komende dagen zullen verblijven.

In een El País van februari jl. bevatte de bijlage El Viajero een wandeling langs de Douro over een nieuw pad. Het traject langs de rivier leidt naar de oude Iberische vesting Numantia waarop de aanstormende Romeinen lang geen vat kregen. Bij de uiteindelijke verovering in 134 v. Chr. maakte een groot deel van de bevolking zelf een eind aan het leven. Wat overbleef, werd als slaaf afgevoerd. Het laatste verzet op het Iberisch Schiereiland was gebroken.

Het oude stadje van zo’n 40.000 inwoners doet druk aan tegen het middaguur. Te voet door het centrum van Soria vinden we een prima hostal waar we onze spullen parkeren, wandelkleding aantrekken en op weg gaan naar de rivier.

Bij het startpunt staat een groot bord dat het traject van zo’n acht kilometer beschrijft. De aanleg kostte €1,7 miljoen. Al snel wordt duidelijk dat daarvoor een groot aantal ‘kunstwerken’ werd aangelegd in de vorm van hangende, goed gezekerde en beveiligde wandelbalkons parallel aan het water. Aan de overzijde loopt een vergelijkbare voorziening die na een aantal kilometers oversteekt naar onze kant. Op dit punt ligt de oude stadsmuur die we enige tijd links hadden, inmiddels achter ons.

De rivier is hier nog ‘jong’ en het water oogt glashelder. Van enige hoogte bestuderen we een tijdje een school vissen die bij een stroomversnelling ligt te foerageren. Joekels van beesten. De vegetatie op de open stukken telt een groot aantal wilde bloemen. Een prachtig decor. 

Langzaam klimt het pad richting Garray. Op enig moment kleurt de heuvelrug blauw door de Massale aanwezigheid van plakken lavendel. Druk is het nauwelijks op het pad. Aan de overkant zwemmen wat jongelui.

Wat huizen kondigen Garray aan dat we via een brug binnenwandelen. Op dit punt mondt de Tera uit in de Douro. In de volle zon lopen we omhoog naar de heuvel met de resten van Numantia of Numancia, in de Spaanse versie. Die blijken achter een stevige omheining te liggen en ze bezitten een museale status. Kijk: dat stond niet in de enthousiaste beschrijving in El Viajero waarop we ons zonder verder gegoogel verlaten hebben. Musea zijn in Spanje gesloten op maandag. Dus.

In Garray drinken we onder de kerktoren-met-ooievaarsnest een caña con limón, de Spaanse versie van wat later Radler is gaan heten. Als je hier op dit tijd van de dag een kanon af zou schieten ... . Afijn, we horen de ooievaars klepperen, zien de zwaluwen scheren, ervaren de volle, lome stilte die ons omgeeft. Aan het raam van de bar neemt een man een kop koffie, praat wat met de dame die binnen bedient en waarna hij weer verdwijnt. Hier, in dit dorpje van zo´n 800 inwoners, kun dat boek schrijven, tot mooie gedachtes komen. Of in opperste verveling langzaam doorzichtig worden. Spanje is bezaaid met dit soort kerkpleintjes.

We lopen de 8,2 km terug, waarbij we in het zicht van Soria oversteken naar de linkeroever met zijn informatieborden over de bomen, planten en dieren die hier leven.

Het stadje komt net weer op gang als we het centrum bereiken. Tijd voor een late siësta in de ruime en vrolijke kamer van het hostal. ‘s Avonds doen de straten zeer levendig aan. De terrassen staan en zitten goed vol en in een van de vele bars bestellen we wijn plus een aantal peuzelgerechten ‘para compartir’, om samen te delen.

Morgen Manzanares.