woensdag 3 april 2019

Dagboek Nieuw-Zeeland (15); 1% Takahē


01/02
De wind die eerder op de avond al opgestoken was, waait om 01.30 uur een van de buitenstoelen tegen de glazen terrasdeur aan. De tik wekt ons waarna we de twee exemplaren binnenhalen. De kussenstrips lagen daar al met het oog op de voorspelde regen. De wind die vanaf de bergen over het meer waait, voelt lauw aan. Het is 23°C.

Als we ons opfrissen voor het ontbijt, zien we de lucht openbreken. Aan tafel praten we lang met gastvrouw Jane. Het blijft fris en zonnig, weet ze ons te vertellen. Te Anau ligt op de rand van een grote kom. In de bergen aan de westkant regent het meer dan 200 dagen per jaar. De jaarlijkse hoeveelheid neerslag is er 6 tot 8 meter In de vlakte bij Lake Te Anau valt er 1,2 meter. Eerder vertelde gastheer Ross dat de winters nauwelijks sneeuw kennen. Er zijn nachten waarin het vriest; overdag is het zo’n 8 graden boven nul. De dagen dat wij hier zijn, waait het flink vanuit de bergen. 

We wandelen van de cottage naar de zuidkant van Lake Te Anau. Wat een ruimte, wat een uitzicht. Wat een leeg land ook. Het volgende dorp, Manapouri, we waren er gisteren, ligt 20 km verder. Daartussen liggen een klein vliegveldje (we zijn er al veel van die maat gepasseerd in NZ) en een boerderij. We komen langs een worp nieuwe huizen-met-uitzicht-op-het-meer. Grote tuinen. Rust.

Het dorpscentrum is als eerder aangegeven, een verzameling winkels, eetgelegenheden en motels. Plus een haventje en een informatiebureau van Natuurbeheer. Ik koop er een grote ‘Australische’ hoed-met-kinband ter vervanging van het Nederlandse exemplaar dat te weinig schaduw geeft en gemakkelijk afwaait. Nog even op de foto als bovenmaatse forelvisser (wanneer zal ik in dit land een hengel uitwerpen?) om daarna verder te wandelen langs het meer waarop een klein watervliegtuigje dobbert. In het verlengde ‘doen’ we een klein ‘vrij’ stukje van de Kepler Track. Wie verder wil, moet eerder een permissie aangevraagd hebben. Wij willen niet verder dan een kleine vogelopvang: Te Anau Bird Sanctuary. Bijzonder trots zijn ze op de aanwezigheid van vier exemplaren van de Takahē. 

Voor de komst van Europeanen was deze loopvogel (met de omvang van een flinke waterkoet) rijkelijk aanwezig op het Zuidereiland. De Maori’s hechtten mythische waarde aan het dier. Jacht en de aanwezigheid van ingevoerde herten en wezelachtigen zorgden voor de verdwijning van dit gepluimde beest. Lang werd gedacht dat ook deze soort het loodje had gelegd, tot in 1948 bleek dat de soort niet uitgestorven was. Nu zouden er nog zo’n 300 zijn, m.n. The Murchison Mountains hier in de buurt. Een deel ervan is naar eilandjes gebracht waar hun ingevoerde bedreigers niet aanwezig zijn.

Lang speuren we naar de exemplaren die ergens achter het gaas in de bosjes moeten zitten. Uiteindelijk krijgen we ze in het snotje. Uiteindelijk alle vier! Hiermee hebben we ruim 1% van de nog levende Takahē gezien.

Nu nog de Kiwi, de legendarische NZ vogel. Zijn naam en afbeelding kom je overal tegen. Ook in dit vogeloplapcentrum. In een van de kooien staat er een van ‘bordkarton’. Mogelijk als teken dat dit beest - symbool voor dit land - ook in de bedreigde hoek zit. We moeten het eerste exemplaar nog zien.

Om 15.00 uur gaan we aan tafel bij De Vette Eend. Dit keer voor krokant gebakken fish & chips met rauwkost en friet. De dagprijs voor deze krokante gerechten is $20 per portie (€12). Ik neem er een glas bier van de tap bij: Speights Old Dark. Lichte gebrande smaak. Daarna lopen we langs het meer in de zon en de wind naar ‘huis’. 21 km bij een temperatuur van 17°C. Tijd voor een kop thee en rust voor de beentjes.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten